TRAINEN EN ONDERWIJZEN VAN SPORT
Inleidende les:
We kunnen sporten in delen in sport en spel categorieën
= belangrijk
WANT helpt ons sporten in clusters te plaatsen
EN prestatiebepalende factoren te bepalen per sport
veranderden doorheen de tijd
Oude classificatie
Nieuwe classificatie:
OF
COMPONENTEN SPORTERS:
1) fysieke componenten = kracht, uithouding, lenigheid, snelheid…
,2) motorische componenten = techniek, tactiek
3) mentale component
bepaald mee je prestatie
MEER IN DETAIL:
1) techniek = fysieke beweging die atleten gebruiken om een object of hun
lichaam te controleren, controle die je hebt over je lichaam of een object
2) tactiek = strategisch gebruik van een element in een spelomgeving
verschil tussen weten of doen
SOMS weet je watje moet doen maar kan je dat niet bv door onkunnen
voorbeelden: vrijlopen, spelen naar openruimte, aanspeelbaar zijn,…
3) strategie = overall game plan
op voorhand bepaald op basis van tegenstander, redelijk stabiel
Bv opstelling in voetbal, altijd naar backhand tegenstander spelen omdat deze
zwak is
4) game sense (spelinzicht) = het begrijpen van het spel, spel lezen en dan
juiste keuzes maken en inzetten (binnen je eigen motorische en fysieke
activiteiten en spelregels)
voorbeeld: zorgen dat iemand buitenspel staat bij voetbal
CONSTRAINTS-LED APPROACH
= er zijn 3 categorieën v contraints (= beperkingen)
1) niveau v individu: fysiek, lenigheid, techniek
bv een bepaald gewicht is te zwaar, ervaren vs onervaren voetballer…
2) niveau v/d taak: regels van het spel
bv voetbal mag je niet in handen nemen, je mag maar 3 passen doen bij
volleybal…
3) niveau v/d omgeving
bv verschil tss openwaterzwemmen of in het zwembad, hoogte waarop je je
bevind, weer…
DEEL 1: trainingsleer
INLEIDENDE LES:
trainingsleer vroeger tot nu…
ALTIJD wou men sneller, beter, sterker worden
MAAR professionalisering pas gestart na WOII
door meer inzicht in achterliggende fysiologische principes, hartslagmeters
ontstonden, universitaire opleidingen trainers,…
OOK als we kijken nr wereldrecords zien we vanaf dan grote verbetering
NU: nog veel meer wearables, technologie, data….
we moeten hiermee leren omgaan
BLIJVEN trainers een meerwaarde met opkomst van alle nieuwe technieken & AI?
JA! Namelijk:
, Begrip van principes: De fysiologische en biomechanische basis begrijpen
om schema’s kritisch te kunnen beoordelen
Individuele context: Niet alles is meetbaar. Factoren zoals motivatie,
blessures en persoonlijke omstandigheden vragen om maatwerk
Ethisch en verantwoord: Balans bewaken tussen prestaties, welzijn en
blessurepreventie, niet enkel prestatie-optimalisatie.
Creativiteit en innovatie: Soms zijn creatieve oplossingen nodig (bv.
topsport,
beperkte middelen, revalidatie) die enkel een mens bedenkt
Communicatie en coaching: Coaching is meer dan cijfers: uitleg geven,
motiveren en een vertrouwensrelatie opbouwen
WEL voorbereiding op werken met AI: Door zelf schema’s te leren maken, leer
je
ook AI correct te gebruiken en de output kritisch te evalueren
Trainingsleer DEFINITIE
= de systematische samenvatting van de voor training en wedstrijd
wetenschappelijke bevindingen die bepaald worden in regels en methodieken
waarmee een sporter of een ploeg optimaal wordt voorbereid op de wedstrijd
WAT speelt er allemaal mee in prestatievermogen sporter?
Voeding
Slaap
Goede voorbereiding
Herstel
Sociale omgeving
Persoonlijkheidsfactoren
Lichamelijke basiseigenschappen: uithouding – kracht – lenigheid –
snelheid
Techniek beheersen
Psychologische eigenschappen
WORDT een topsporter geboren als topsporter?
we zien 40% komt door erfelijkheid (spiervezels, lengte, etc)
MAAR 60% is trainbaar
hierin wel verschil in hoe trainbaar bepaalde factoren zijn voor verschillende
mensen
DEEL 1: uithoudingsvermogen
module 1: verschillende vormen van uithoudingsvermogen
voordelen v/e goed uithoudingsvermogen?
o Gezondheidsbevordering effect:
1) Verkleint risico hart- en vaatziekten
2) Bloeddrukverlagend effect
3) Cholesterol daalt
, 4) Voorkomt zwaarlijvigheid
o Bepaalt prestatieniveau in wedstrijdsporten en specifieke duursporten
o Bevordert recuperatievermogen
sneller herstel
DUS ook belangrijk in sporten waar kracht, snelheid of lenigheid centraal
staat
WAT is uithoudingvermogen?
1) fysiologische definities: focus op energieleverende systemen, aard
spiercontractie, omvang actieve spiergroep
2) training methodologische definities: focus op intensiteit en duur v/d
inspanning
FYSIOLOGISCHE DEFINITIES
HIERBIJ zijn er verschillende soorten van uithouding
te onderscheiden obv 3 criteria
1) hoeveelheid gebruikte spiermassa:
o Algemeen: >1/6-1:7 v/d totale spiermassa gebruikt
o Lokaal: <1,6-1,7 v/d totale spiermassa gebruikt
2) aard van de spiercontractie:
o Dynamisch: verkorting of verlenging van de spier
o Statisch: lengte van de spier verandert niet
3) energievoorziening:
o Aeroob: zuurstof wordt gebruikt verbranding koolhydraten en vetten
o Anaeroob: geen zuurstof wordt gebruikt afbraak glucose en glycogeen
onderscheid in:
- alactisch anaeroob: zonder lactaat vorming
- lactisch anaeroob: met lactaat vorming
HOE kunnen geraakt zuurstof bij de spieren?
je ademt lucht in en dat gaat door tot aan de longblaasjes
deze worden omgeven door een netwerk van hele fijne bloedvaten
hierin komt de zuurstof terecht en bindt die aan hemoglobine
wordt vervoerd naar de spieren en bindt daar aan myoglobine
wordt getransporteerd nr mitochondriën en omgezet tot ATP
zorgt voor spiersamentrekking
ENERGIELEVERING:
1) Bij het begin van een maximale inspanning:
toevoer v zuurstof in ontoereikend voor de energiebehoefte
WANT cardiorespiratorisch systeem wat zuurstof naar spieren brengt werkt pas
na enkele minuten optimaal
Inleidende les:
We kunnen sporten in delen in sport en spel categorieën
= belangrijk
WANT helpt ons sporten in clusters te plaatsen
EN prestatiebepalende factoren te bepalen per sport
veranderden doorheen de tijd
Oude classificatie
Nieuwe classificatie:
OF
COMPONENTEN SPORTERS:
1) fysieke componenten = kracht, uithouding, lenigheid, snelheid…
,2) motorische componenten = techniek, tactiek
3) mentale component
bepaald mee je prestatie
MEER IN DETAIL:
1) techniek = fysieke beweging die atleten gebruiken om een object of hun
lichaam te controleren, controle die je hebt over je lichaam of een object
2) tactiek = strategisch gebruik van een element in een spelomgeving
verschil tussen weten of doen
SOMS weet je watje moet doen maar kan je dat niet bv door onkunnen
voorbeelden: vrijlopen, spelen naar openruimte, aanspeelbaar zijn,…
3) strategie = overall game plan
op voorhand bepaald op basis van tegenstander, redelijk stabiel
Bv opstelling in voetbal, altijd naar backhand tegenstander spelen omdat deze
zwak is
4) game sense (spelinzicht) = het begrijpen van het spel, spel lezen en dan
juiste keuzes maken en inzetten (binnen je eigen motorische en fysieke
activiteiten en spelregels)
voorbeeld: zorgen dat iemand buitenspel staat bij voetbal
CONSTRAINTS-LED APPROACH
= er zijn 3 categorieën v contraints (= beperkingen)
1) niveau v individu: fysiek, lenigheid, techniek
bv een bepaald gewicht is te zwaar, ervaren vs onervaren voetballer…
2) niveau v/d taak: regels van het spel
bv voetbal mag je niet in handen nemen, je mag maar 3 passen doen bij
volleybal…
3) niveau v/d omgeving
bv verschil tss openwaterzwemmen of in het zwembad, hoogte waarop je je
bevind, weer…
DEEL 1: trainingsleer
INLEIDENDE LES:
trainingsleer vroeger tot nu…
ALTIJD wou men sneller, beter, sterker worden
MAAR professionalisering pas gestart na WOII
door meer inzicht in achterliggende fysiologische principes, hartslagmeters
ontstonden, universitaire opleidingen trainers,…
OOK als we kijken nr wereldrecords zien we vanaf dan grote verbetering
NU: nog veel meer wearables, technologie, data….
we moeten hiermee leren omgaan
BLIJVEN trainers een meerwaarde met opkomst van alle nieuwe technieken & AI?
JA! Namelijk:
, Begrip van principes: De fysiologische en biomechanische basis begrijpen
om schema’s kritisch te kunnen beoordelen
Individuele context: Niet alles is meetbaar. Factoren zoals motivatie,
blessures en persoonlijke omstandigheden vragen om maatwerk
Ethisch en verantwoord: Balans bewaken tussen prestaties, welzijn en
blessurepreventie, niet enkel prestatie-optimalisatie.
Creativiteit en innovatie: Soms zijn creatieve oplossingen nodig (bv.
topsport,
beperkte middelen, revalidatie) die enkel een mens bedenkt
Communicatie en coaching: Coaching is meer dan cijfers: uitleg geven,
motiveren en een vertrouwensrelatie opbouwen
WEL voorbereiding op werken met AI: Door zelf schema’s te leren maken, leer
je
ook AI correct te gebruiken en de output kritisch te evalueren
Trainingsleer DEFINITIE
= de systematische samenvatting van de voor training en wedstrijd
wetenschappelijke bevindingen die bepaald worden in regels en methodieken
waarmee een sporter of een ploeg optimaal wordt voorbereid op de wedstrijd
WAT speelt er allemaal mee in prestatievermogen sporter?
Voeding
Slaap
Goede voorbereiding
Herstel
Sociale omgeving
Persoonlijkheidsfactoren
Lichamelijke basiseigenschappen: uithouding – kracht – lenigheid –
snelheid
Techniek beheersen
Psychologische eigenschappen
WORDT een topsporter geboren als topsporter?
we zien 40% komt door erfelijkheid (spiervezels, lengte, etc)
MAAR 60% is trainbaar
hierin wel verschil in hoe trainbaar bepaalde factoren zijn voor verschillende
mensen
DEEL 1: uithoudingsvermogen
module 1: verschillende vormen van uithoudingsvermogen
voordelen v/e goed uithoudingsvermogen?
o Gezondheidsbevordering effect:
1) Verkleint risico hart- en vaatziekten
2) Bloeddrukverlagend effect
3) Cholesterol daalt
, 4) Voorkomt zwaarlijvigheid
o Bepaalt prestatieniveau in wedstrijdsporten en specifieke duursporten
o Bevordert recuperatievermogen
sneller herstel
DUS ook belangrijk in sporten waar kracht, snelheid of lenigheid centraal
staat
WAT is uithoudingvermogen?
1) fysiologische definities: focus op energieleverende systemen, aard
spiercontractie, omvang actieve spiergroep
2) training methodologische definities: focus op intensiteit en duur v/d
inspanning
FYSIOLOGISCHE DEFINITIES
HIERBIJ zijn er verschillende soorten van uithouding
te onderscheiden obv 3 criteria
1) hoeveelheid gebruikte spiermassa:
o Algemeen: >1/6-1:7 v/d totale spiermassa gebruikt
o Lokaal: <1,6-1,7 v/d totale spiermassa gebruikt
2) aard van de spiercontractie:
o Dynamisch: verkorting of verlenging van de spier
o Statisch: lengte van de spier verandert niet
3) energievoorziening:
o Aeroob: zuurstof wordt gebruikt verbranding koolhydraten en vetten
o Anaeroob: geen zuurstof wordt gebruikt afbraak glucose en glycogeen
onderscheid in:
- alactisch anaeroob: zonder lactaat vorming
- lactisch anaeroob: met lactaat vorming
HOE kunnen geraakt zuurstof bij de spieren?
je ademt lucht in en dat gaat door tot aan de longblaasjes
deze worden omgeven door een netwerk van hele fijne bloedvaten
hierin komt de zuurstof terecht en bindt die aan hemoglobine
wordt vervoerd naar de spieren en bindt daar aan myoglobine
wordt getransporteerd nr mitochondriën en omgezet tot ATP
zorgt voor spiersamentrekking
ENERGIELEVERING:
1) Bij het begin van een maximale inspanning:
toevoer v zuurstof in ontoereikend voor de energiebehoefte
WANT cardiorespiratorisch systeem wat zuurstof naar spieren brengt werkt pas
na enkele minuten optimaal