Overzicht van de wijsbegeerte
H1: Wat is filosofie?
Inleiding – Een dubbele vraag
Dubbele doelstelling: wat is filosofie + kennismaken met een denkstijl binnen de filosofie
→ Anti-essentialisme; essentie= kenmerk dat zich voordoet bij alle voorbeelden van
dat fenomeen,
MAAR ook enkel bij dat fenomeen
Vb binnen de filosofie: ‘Het blijkt immers moeilijk te zijn om een lijst van
filosofische kenmerken op te stellen die voorkomen bij alle filosofen en hun
opvattingen, enkel bij filosofen en hun opvattingen.’
Anti: er is dus juist GEEN essentie (niet juist 1 kenmerk dat elke filosoof heeft en
enkel filosofen)
Positieve definitie: filosofie is… → een typisch kenmerk zoeken (lukt niet voor filosofe!)
Negatieve definitie: filosofie verschilt van…
1. Drie aspecten: attitude, methodologie, domein
Attitude
Kritische houding, kritisch denken, moeilijke vragen stellen
o ‘bezighouden met het in vraag stellen van de vele dingen die andere
mensen als vanzelfsprekend beschouwen.’
‘Autoriteiten worden uitgedaagd en hun uitspraken in twijfel getrokken.’
o Geldt voor autoriteiten van personen, maar ook autoriteit van eigen
vermogens
Descartes; slaagde erin om mens aan het twijfelen te zetten over de zekerheid
van het lichaam
o begon met zintuigen; die lieten ons ooit in de steek/bedriegen (bv visuele
illusies)
o Veel van onze kennis is gebaseerd op onze zintuigen; wat we horen, zien,
voelen
o D. geloofde in ‘Malin génie’; kwaadaardig genie dat er een plezier in vindt
om ons van alles te doen geloven
o Uiteindelijk bevestigt D. toch de zekerheid van het lichaam
MAAR: geen unieke attitude
Methodologie
= Hoe komt wetenschap tot kennis?
o Hoe verwijst naar een manier om tot kennis te komen
RCT: randomized controlled trials → veel voorkomende methode in wetenschap,
bv. werking medicamenten in geneeskunde
Elke wetenschap heeft zijn methode, ook de filosofie:
o Intuïtie
‘Kennis die op een onmiddellijke wordt verkregen’ → idées claires et
distinctes
Spontane overtuigingen in onze geest die opkomen bij het beginnen
denken aan een bepaald onderwerp → common sense
o Conceptuele analyse= analyse van concepten; ‘het ontrafelen en
verbeteren van concepten die we in het dagelijks leven misschien soms te
achteloos gebruiken’
bv. wat is een ziekte? We willen het concept ervan analyseren
, o Gedachte-experiment= enkel je eigen gedachten nodig, in het
laboratorium van de menselijke geest
*Brain in a vat: Stel je eens voor dat wij niet meer zijn dan stel hersenen op sterk water
gekoppeld aan een pc die constant geprikkeld worden en zo gedachten produceren,
gedachten die wij waarnemen.
Al onze indrukken zijn producten van de prikkels die de pc aan onze hersenen geeft
We kunnen niet uitsluiten dat dit scenario waar is; het lijkt niet heel realistisch, maar je
kunt niet met zekerheid zeggen dat het onwaar is
Als we daar niet zeker van kunnen zijn dat dat onwaar is, dan heeft da belangrijke
gevolgen voor de betrouwbaarheid van onze kennis; misschien is alles wel een illusie
Dit gedachten-experiment leidt tot scepticisme: leidt tot de conclusie dat we de nodige
twijfel/sceptie zouden moeten hebben over de waarde van onze kennis; klopt alles wel
wat we weten?
MAAR: geen unieke methode
Domein
Misschien moeten we de essentie zoeken in de aard van de vragen die worden
gesteld
Filosofie; moeilijke, onbeantwoorde vragen
Grote vragen (bv. bestaat god)
MAAR: geen uniek domein
→ Stelling: ‘er is geen vooruitgang in de filosofie, maar wel in de wetenschap’ kunnen we
op veel manieren onderuithalen:
Vooruitgang binnen de wetenschap is ook niet evident
(Thomas Khun: stelt dat ontwikkeling van de wetenschap in horten
en stoten verloopt waarbij wetenschappelijke paradigma’s elkaar
opvolgen zonder echt op elkaar verder te bouwen)
In filosofie zit wel vooruitgang:
o sommige filosofische vragen in de loop der tijd werden wel
beantwoord → waren de brandstof van nieuwe wetenschap
o Filosofie boekt op nagenoeg alle aspecten negatieve
vooruitgang
= het juiste antwoord is misschien nog niet gevonden maar we
weten almaar beter wat de verkeerde antwoorden zijn
2. Vier deeldomeinen
Metafysica
→ Bestudeert de aard en de structuur van de wereld.
→ In befaamde online Stanford Encyclopedia of Philosophy begint het lemma
‘Metaphysics’ met een disclaimer: “het is niet eenvoudig om te zeggen wat metafysica is”
Vb. metafysische kwestie: Free will (wilsvrijheid) > discussie is een filosofische
kwestie gaat over de vraag of we vrij zijn om te doen wat we willen, hoe vrij zijn
we daarin
o Ten eerste moet er sprake zijn van keuzevrijheid voor vrije wil; je moet
kunnen kiezen tussen minstens 2 mogelijkheden
, o Ten tweede moet er broncontrole zijn; d.w.z. dat de beslissing om iets te
doen, begint bij uzelf, dat je zelf de bron bent van de beslissing
Logica
→ De logica legt uit wat het betekent om deugdelijk te redeneren en te argumenteren;
zorgt voor argumentatieve hygiëne.
→ Weerleggen van drogredenen, bv. slippery slope: ‘Als we vandaag A doen, zal vroeg of
laat B volgen. En B is het hoogst onwenselijk. Dus we mogen A niet doen’ wordt
gebruikt tegen homohuwelijken
Epistemologie of kennisleer
→ Buigt zich over de aard, de structuur en de mogelijkheid van onze kennis.
→ Epistemologen willen weten wat de reikwijdte van onze kennis is, wat kennis precies is
en hoe we weten wat we denken te weten.
Moraalfilosofie
→ Gaat over normen en waarden; wat moet of wat verwacht wordt in het leven.
→ Iedereen is op elk moment van de dag bezig met ‘wat betekent het om een goed
persoon te zijn of het goede te doen’ en ‘wat is een goed leven’
Wetenschapsfilosofie is een toegepaste vorm van epistemologie, metafysica en
logica.
o Algemene wetenschapsfilosofie; houdt zich bezig met fundamentele
filosofische kwesties die verband houden met wetenschap → intrinsieke
interesse in wetenschap
o Toegepaste wetenschapsfilosofie (instrumenteel)
3. Een zeer korte geschiedenis van de westerse filosofie
Filosofie is in loop der tijd heel vaak uitgedaagd geweest door nieuwe fenomenen om
zichzelf te her uitvinden, bv door opkomst christendom, opkomst wetenschap…
Precies door dit proces om zichzelf steeds terug uit te vinden is het heel heterogeen
Antieke oudheid: mythologie
Middeleeuwen: religie
Moderne tijd: wetenschap
→ Westerse filosofie is ontstaan in oude Griekenland: 16de eeuw v.Chr.
Opkomst hing samen met een maatschappelijke revolutie
→ vorming van stadstaten (= die elk hun eigen rechtspraak en bestuur
organiseerde)
Wetten worden uitgevaardigd die voor iedereen gelijk en voor iedereen
toegankelijke zijn
→ Ontstaan van publieke debatten
Wetten en waarden worden niet meer van boven af opgelegd
Ze worden van hun goddelijke oorsprong ontdaan en ter discussie gesteld
Er ontstaat ook gevoel van rivaliteit bij Grieken door contact met andere cultuur
(door economie)
Burgers w uitgedaagd om na te denken over de aard van de samenleving waarin
ze willen wonen
Thales, Anaximander en Anaximenes: allerste filosofen → natuurfilosofen
, o Hadden grote interesse in datgene wat de kosmos doet draaien & waren
ervan overtuigd dat zowel levende als levenloze natuur voortkomt uit
andere oerstof
o Eerste naturalisten, ze willen kosmos begrijpen vanuit zijn eigen natuur en
principes
→ 7e eeuw v. Chr.: Hesiodos
“Theogonie” (lang mythologisch gedicht)
Beschreef de geschiedenis van Griekse goden als een Hollywood achtige
familiedrama
Dit familiedrama was dan ook de verklaring voor de meest uiteenlopende
fenomenen
Mensen hadden een beperkt vermogen om dit te begrijpen maar moesten dit
gewoon aanvaarden
→ Antieke westerse filosofie piekte voor het eerst met twee Griekse figuren: Plato en
Aristoteles
Plato;
was ervan overtuigt dat de zintuigelijke wereld te veranderlijk is om echte kennis
te leveren
+ mogelijkheid van echte kennis ons ertoe aanspoort om te veronderstellen dat er
naast deze wereld ook nog een andere wereld moet bestaan
Aristoteles;
was het niet eens met Plato
probeerde de zintuigelijke wereld in ere terug te herstellen
naturalist = was van mening dat alles wat we nodig hebben om de natuur te
beschrijven en te verklaren, aanwezig is in de natuur zelf
→ Middeleeuwen: religie (christendom wordt toegelaten als religie in het romeinse rijk)
Middeleeuwse filosofen besteedden enorm veel aandacht aan de band tss filosofie
en christelijk geloof, en aan het uitklaren van allerlei begrippen, argumenten en
theorieën die samenhingen met de christelijke geloofsleer
Lijkt een stap terug voor de filosofie: religie en theologie is gebaseerd op
openbaring
= geloofsovertuigingen zijn niet gebaseerd op observatie, experimenten, intensief
redeneerwerk maar wel door communicatie van het goddelijke
→ Moderne tijd (wetenschapsrevolutie)
Belang van religie wijdt
Ruimte voor filosofie als die meerwaarde kan bieden tov de wetenschap
Naturalisme van Griekse natuurfilosofen kwam opnieuw bovendrijven,
bovennatuurlijke verklaringen verdwenen
René Descartes en Isaac Newton
o enerzijds probeerden ze eeuwenoude filosofische problemen op te lossen
met behulp van revolutionaire wetenschappelijke methoden
o anderzijds riepen hun resultaten ook nieuwe filosofische problemen in het
leven
H1: Wat is filosofie?
Inleiding – Een dubbele vraag
Dubbele doelstelling: wat is filosofie + kennismaken met een denkstijl binnen de filosofie
→ Anti-essentialisme; essentie= kenmerk dat zich voordoet bij alle voorbeelden van
dat fenomeen,
MAAR ook enkel bij dat fenomeen
Vb binnen de filosofie: ‘Het blijkt immers moeilijk te zijn om een lijst van
filosofische kenmerken op te stellen die voorkomen bij alle filosofen en hun
opvattingen, enkel bij filosofen en hun opvattingen.’
Anti: er is dus juist GEEN essentie (niet juist 1 kenmerk dat elke filosoof heeft en
enkel filosofen)
Positieve definitie: filosofie is… → een typisch kenmerk zoeken (lukt niet voor filosofe!)
Negatieve definitie: filosofie verschilt van…
1. Drie aspecten: attitude, methodologie, domein
Attitude
Kritische houding, kritisch denken, moeilijke vragen stellen
o ‘bezighouden met het in vraag stellen van de vele dingen die andere
mensen als vanzelfsprekend beschouwen.’
‘Autoriteiten worden uitgedaagd en hun uitspraken in twijfel getrokken.’
o Geldt voor autoriteiten van personen, maar ook autoriteit van eigen
vermogens
Descartes; slaagde erin om mens aan het twijfelen te zetten over de zekerheid
van het lichaam
o begon met zintuigen; die lieten ons ooit in de steek/bedriegen (bv visuele
illusies)
o Veel van onze kennis is gebaseerd op onze zintuigen; wat we horen, zien,
voelen
o D. geloofde in ‘Malin génie’; kwaadaardig genie dat er een plezier in vindt
om ons van alles te doen geloven
o Uiteindelijk bevestigt D. toch de zekerheid van het lichaam
MAAR: geen unieke attitude
Methodologie
= Hoe komt wetenschap tot kennis?
o Hoe verwijst naar een manier om tot kennis te komen
RCT: randomized controlled trials → veel voorkomende methode in wetenschap,
bv. werking medicamenten in geneeskunde
Elke wetenschap heeft zijn methode, ook de filosofie:
o Intuïtie
‘Kennis die op een onmiddellijke wordt verkregen’ → idées claires et
distinctes
Spontane overtuigingen in onze geest die opkomen bij het beginnen
denken aan een bepaald onderwerp → common sense
o Conceptuele analyse= analyse van concepten; ‘het ontrafelen en
verbeteren van concepten die we in het dagelijks leven misschien soms te
achteloos gebruiken’
bv. wat is een ziekte? We willen het concept ervan analyseren
, o Gedachte-experiment= enkel je eigen gedachten nodig, in het
laboratorium van de menselijke geest
*Brain in a vat: Stel je eens voor dat wij niet meer zijn dan stel hersenen op sterk water
gekoppeld aan een pc die constant geprikkeld worden en zo gedachten produceren,
gedachten die wij waarnemen.
Al onze indrukken zijn producten van de prikkels die de pc aan onze hersenen geeft
We kunnen niet uitsluiten dat dit scenario waar is; het lijkt niet heel realistisch, maar je
kunt niet met zekerheid zeggen dat het onwaar is
Als we daar niet zeker van kunnen zijn dat dat onwaar is, dan heeft da belangrijke
gevolgen voor de betrouwbaarheid van onze kennis; misschien is alles wel een illusie
Dit gedachten-experiment leidt tot scepticisme: leidt tot de conclusie dat we de nodige
twijfel/sceptie zouden moeten hebben over de waarde van onze kennis; klopt alles wel
wat we weten?
MAAR: geen unieke methode
Domein
Misschien moeten we de essentie zoeken in de aard van de vragen die worden
gesteld
Filosofie; moeilijke, onbeantwoorde vragen
Grote vragen (bv. bestaat god)
MAAR: geen uniek domein
→ Stelling: ‘er is geen vooruitgang in de filosofie, maar wel in de wetenschap’ kunnen we
op veel manieren onderuithalen:
Vooruitgang binnen de wetenschap is ook niet evident
(Thomas Khun: stelt dat ontwikkeling van de wetenschap in horten
en stoten verloopt waarbij wetenschappelijke paradigma’s elkaar
opvolgen zonder echt op elkaar verder te bouwen)
In filosofie zit wel vooruitgang:
o sommige filosofische vragen in de loop der tijd werden wel
beantwoord → waren de brandstof van nieuwe wetenschap
o Filosofie boekt op nagenoeg alle aspecten negatieve
vooruitgang
= het juiste antwoord is misschien nog niet gevonden maar we
weten almaar beter wat de verkeerde antwoorden zijn
2. Vier deeldomeinen
Metafysica
→ Bestudeert de aard en de structuur van de wereld.
→ In befaamde online Stanford Encyclopedia of Philosophy begint het lemma
‘Metaphysics’ met een disclaimer: “het is niet eenvoudig om te zeggen wat metafysica is”
Vb. metafysische kwestie: Free will (wilsvrijheid) > discussie is een filosofische
kwestie gaat over de vraag of we vrij zijn om te doen wat we willen, hoe vrij zijn
we daarin
o Ten eerste moet er sprake zijn van keuzevrijheid voor vrije wil; je moet
kunnen kiezen tussen minstens 2 mogelijkheden
, o Ten tweede moet er broncontrole zijn; d.w.z. dat de beslissing om iets te
doen, begint bij uzelf, dat je zelf de bron bent van de beslissing
Logica
→ De logica legt uit wat het betekent om deugdelijk te redeneren en te argumenteren;
zorgt voor argumentatieve hygiëne.
→ Weerleggen van drogredenen, bv. slippery slope: ‘Als we vandaag A doen, zal vroeg of
laat B volgen. En B is het hoogst onwenselijk. Dus we mogen A niet doen’ wordt
gebruikt tegen homohuwelijken
Epistemologie of kennisleer
→ Buigt zich over de aard, de structuur en de mogelijkheid van onze kennis.
→ Epistemologen willen weten wat de reikwijdte van onze kennis is, wat kennis precies is
en hoe we weten wat we denken te weten.
Moraalfilosofie
→ Gaat over normen en waarden; wat moet of wat verwacht wordt in het leven.
→ Iedereen is op elk moment van de dag bezig met ‘wat betekent het om een goed
persoon te zijn of het goede te doen’ en ‘wat is een goed leven’
Wetenschapsfilosofie is een toegepaste vorm van epistemologie, metafysica en
logica.
o Algemene wetenschapsfilosofie; houdt zich bezig met fundamentele
filosofische kwesties die verband houden met wetenschap → intrinsieke
interesse in wetenschap
o Toegepaste wetenschapsfilosofie (instrumenteel)
3. Een zeer korte geschiedenis van de westerse filosofie
Filosofie is in loop der tijd heel vaak uitgedaagd geweest door nieuwe fenomenen om
zichzelf te her uitvinden, bv door opkomst christendom, opkomst wetenschap…
Precies door dit proces om zichzelf steeds terug uit te vinden is het heel heterogeen
Antieke oudheid: mythologie
Middeleeuwen: religie
Moderne tijd: wetenschap
→ Westerse filosofie is ontstaan in oude Griekenland: 16de eeuw v.Chr.
Opkomst hing samen met een maatschappelijke revolutie
→ vorming van stadstaten (= die elk hun eigen rechtspraak en bestuur
organiseerde)
Wetten worden uitgevaardigd die voor iedereen gelijk en voor iedereen
toegankelijke zijn
→ Ontstaan van publieke debatten
Wetten en waarden worden niet meer van boven af opgelegd
Ze worden van hun goddelijke oorsprong ontdaan en ter discussie gesteld
Er ontstaat ook gevoel van rivaliteit bij Grieken door contact met andere cultuur
(door economie)
Burgers w uitgedaagd om na te denken over de aard van de samenleving waarin
ze willen wonen
Thales, Anaximander en Anaximenes: allerste filosofen → natuurfilosofen
, o Hadden grote interesse in datgene wat de kosmos doet draaien & waren
ervan overtuigd dat zowel levende als levenloze natuur voortkomt uit
andere oerstof
o Eerste naturalisten, ze willen kosmos begrijpen vanuit zijn eigen natuur en
principes
→ 7e eeuw v. Chr.: Hesiodos
“Theogonie” (lang mythologisch gedicht)
Beschreef de geschiedenis van Griekse goden als een Hollywood achtige
familiedrama
Dit familiedrama was dan ook de verklaring voor de meest uiteenlopende
fenomenen
Mensen hadden een beperkt vermogen om dit te begrijpen maar moesten dit
gewoon aanvaarden
→ Antieke westerse filosofie piekte voor het eerst met twee Griekse figuren: Plato en
Aristoteles
Plato;
was ervan overtuigt dat de zintuigelijke wereld te veranderlijk is om echte kennis
te leveren
+ mogelijkheid van echte kennis ons ertoe aanspoort om te veronderstellen dat er
naast deze wereld ook nog een andere wereld moet bestaan
Aristoteles;
was het niet eens met Plato
probeerde de zintuigelijke wereld in ere terug te herstellen
naturalist = was van mening dat alles wat we nodig hebben om de natuur te
beschrijven en te verklaren, aanwezig is in de natuur zelf
→ Middeleeuwen: religie (christendom wordt toegelaten als religie in het romeinse rijk)
Middeleeuwse filosofen besteedden enorm veel aandacht aan de band tss filosofie
en christelijk geloof, en aan het uitklaren van allerlei begrippen, argumenten en
theorieën die samenhingen met de christelijke geloofsleer
Lijkt een stap terug voor de filosofie: religie en theologie is gebaseerd op
openbaring
= geloofsovertuigingen zijn niet gebaseerd op observatie, experimenten, intensief
redeneerwerk maar wel door communicatie van het goddelijke
→ Moderne tijd (wetenschapsrevolutie)
Belang van religie wijdt
Ruimte voor filosofie als die meerwaarde kan bieden tov de wetenschap
Naturalisme van Griekse natuurfilosofen kwam opnieuw bovendrijven,
bovennatuurlijke verklaringen verdwenen
René Descartes en Isaac Newton
o enerzijds probeerden ze eeuwenoude filosofische problemen op te lossen
met behulp van revolutionaire wetenschappelijke methoden
o anderzijds riepen hun resultaten ook nieuwe filosofische problemen in het
leven