Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting - Inleiding tot de ziekteleer van het kind (P0M64A)

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
119
Subido en
30-06-2026
Escrito en
2024/2025

Samenvatting hoorcolleges

Institución
Grado

Vista previa del contenido

1. Pasgeborene en zuigeling​ 7
H1: Bevallen in Vlaanderen​ 7
H2: Eerste levensweek, medische problemen en screening​ 7
2.1 Vroeg neonatale problemen - de eerste levensweek​ 7
2.1.1 Vroeg vs laat en licht vs zwaar​ 7
2.1.2 Onderzoek neonatus door de (kinder)arts​ 8
2.1.2.1 Orthopedisch onderzoek​ 8
2.1.2.2 Neurologisch onderzoek​ 9
2.1.2.3 Tijdschaal van de adaptatieproblemen bij een normale voldragen baby
(dagen)​ 11
2.1.2.4 Hyperbilirubinemie​ 12
2.1.2.5 Lichaamsgewicht​ 15
2.1.2.6 Cardiologisch onderzoek​ 15
2.2 Waarom screenen we?​ 16
2.2.1 Wat en wanneer?​ 16
2.2.2 Sensitiviteit​ 17
2.2.3 Specificiteit​ 17
H3: Wiegendoodpreventie​ 18
3.1 Definitie​ 18
3.2 Wat ziet men tijdens ‘gedocumenteerde’ wiegendood​ 19
3.3 Preventie campagnes​ 19
3.4 Aanbevelingen en adviezen​ 20
H4: Vaccinaties bij pasgeborenen en zuigelingen (< 15m)​ 21
4.1 Enkele definities​ 21
4.1.1 Antigen vs antistof​ 21
4.1.2 Seropositiviteit​ 22
4.1.3 Actieve en passieve immunisatie​ 23
4.2 Het afweersysteem​ 23
4.2.1 Aangeboren inwendige - niet specifieke afweer​ 23
4.2.2 Verworven inwendige afweer: immuniteit​ 24
4.3 Preventie van infectieziekten - vaccinatiebeleid​ 25
4.3.1 Doelstelling vaccinatie​ 25
4.3.2 Bijsturen vaccinaties​ 25
4.4 Hoe werkt een vaccin?​ 26
4.5 Waarom vaccineren?​ 26
4.5.1 Poliomyelitis​ 26
4.5.2 Difterie of kroep​ 27
4.5.3 Tetanus​ 27
4.5.4 Pertussis of kinkhoest​ 27
4.5.5 Haemophilus influenzae type B​ 27
4.5.6 Hepatitis B​ 27
4.5.7 Mazelen​ 28
4.5.8 Bof parotitis​ 28

1

, 4.5.9 Rubella​ 28
4.5.10 Meningokok C​ 28
4.5.11 Pneumokokken​ 28
4.5.12 Rotavirus​ 29
4.5.13 Humaan papillomavirus (HPV)​ 29
4.6 Contra-indicaties voor vaccinatie​ 29
2. Chronische ziektebeelden bij kinderen​ 30
H1: Diabetes mellitus​ 30
1.1 Vormen van diabetes mellitus bij het kind​ 30
1.2 Oorzaken en gevolgen insulinetekort​ 32
1.3 Diagnose​ 33
1.4 Initiële presentatie: keto-acidose of niet?​ 33
1.4.1 Pathogenese​ 33
1.4.2 Klinisch beeld​ 33
1.4.3 Biochemisch​ 34
1.4.4 Eerste stappen van behandeling​ 34
1.5 Behandeling​ 34
1.5.1 Fysiologie: effecten van insuline​ 34
1.5.2 Insulinepomp​ 35
1.6 Ernstige hypoglycemie​ 36
H2: Atopie​ 37
2.1 Ziektemechanisme​ 37
2.2 Oorzaken atopie​ 39
2.3 Ziektebeeld atopie​ 40
2.4 Diagnostiek atopie​ 40
2.5 Acute therapie atopie​ 40
H3: Eczeem​ 41
3.1 Atopische/constitutionele eczeem​ 41
3.2 Klassieke distributie​ 41
3.3 Lokale dermatotherapeutica​ 42
H4: Astma​ 43
4.1 Wheezing​ 43
4.2 Diagnose astma​ 44
4.3 Longfunctie​ 44
4.4 Uitlokker van astma​ 45
4.5 Behandeling​ 45
4.5.1 Doel van behandeling​ 45
4.5.2 Therapievormen​ 46
4.5.2.1 Soorten medicatie​ 46
4.5.2.2 Toediening via inhalatie​ 46
4.5.2.3 Partikeldepositie​ 47
4.5.2.4 Knelpunten​ 47
4.5.2.5 Technieken​ 47
4.5.2.6 Nevenwerkingen​ 48

2

, 1. β2-receptoragonisten​ 49
2. Anticholinergica​ 49
3. Glucocorticoïden​ 49
H5: Nefrologische en urinaire problemen​ 50
5.1 Normale anatomie en fysiologie van de blaas​ 50
5.1.1 Normale blaasfunctie​ 51
5.1.2 Blaasstockage​ 52
5.1.3 Micturatie (= plassen)​ 52
5.1.4 Elektromechanische spieractiviteit op EEG​ 52
5.1.5 Chronologie van de mictiecontrole (stadia)​ 53
5.1.5.1 Stadium I: van 0 tot 6 maand​ 53
5.1.5.2 Stadium II: van 6 maand tot 1 jaar​ 53
5.1.5.3 Stadium III: van 1 tot 2 jaar​ 53
5.1.5.4 Stadium IV: van 3 tot 4 jaar​ 53
5.2 Afwijkingen in de anatomie en fysiologie van de blaas​ 53
5.2.1 Overactieve blaas​ 53
5.2.2 Dysfunctionele leging​ 54
5.2.3 Plasproblemen overdag: aandoeningen​ 54
5.2.4 Urotherapie​ 54
5.2.5 Enuresis​ 55
5.2.6 Urineweginfectie​ 56
5.3 Nierfunctie​ 57
5.3.1 Proteinurie​ 57
5.3.2 Hematurie​ 58
5.3.3 Klinische ziektebeelden bij chronisch nierlijden​ 58
H6: Epilepsie​ 59
6.1 Inleiding: wat is epilepsie?​ 59
6.1.1 Definities​ 59
6.1.2 Kenmerken​ 59
6.1.3 Cijfers over epilepsie​ 59
6.1.4 Diagnose epilepsie​ 59
6.1.5 Link met anatomie​ 59
6.2 Kinder-epilepsie: window of vulnerability​ 60
6.3 Diagnose​ 61
6.4 Neonatale neurologie​ 62
6.5 Aanvallen​ 62
6.5.1 Gegeneraliseerde aanvallen​ 63
6.5.2 Focale aanvallen​ 63
6.5.3 Uitlokkende factoren​ 64
6.6 Oorzaken epilepsie​ 64
6.6.1 Structurele afwijkingen​ 64
6.7 Epilepsiesyndromen op kinderleeftijd​ 65
6.7.1 Absence epilepsie of ‘petit mal’​ 65
6.7.1.1 Typisch verloop van absence aanval​ 65

3

, 6.7.1.2 Inclusie- en exclusiecriteria​ 65
6.7.2 Rolandische epilepsie​ 66
6.7.3 West syndroom - zuigeling​ 67
6.7.4 Koortsconvulsie​ 67
6.8 Behandeling​ 68
6.8.1 Soorten behandeling​ 68
6.8.1.1 Medicatie​ 68
6.8.1.2 Ketogeen dieet​ 68
6.8.1.3 Nervus vagusstimulator​ 69
6.8.1.4 Leefregels epilepsie​ 69
6.8.2 Stoppen van een aanval​ 69
H7: Neuromusculaire aandoeningen​ 70
7.1 Inleiding​ 70
7.2 Upper motor neuron problemen (UMN)​ 71
7.2.1 Definitie​ 71
7.2.2 Prevalentie en oorzaken​ 71
7.2.3 Behandeling en therapie​ 72
7.2.4 Graad van beperking​ 73
7.2.5 Geassocieerde problemen​ 73
7.3 Lower motor neuron problemen (LMN)​ 74
7.3.1 Inleiding​ 74
7.3.2 Klinische presentatie - symptomen​ 75
7.3.3 Klinisch onderzoek​ 76
7.3.4 Diagnose​ 77
7.3.5 Behandeling​ 77
7.3.6 Vormen​ 77
7.3.6.1 Voorste hoorncel (motor neuron) - spinale musculaire atrofie (SMA)​ 77
1. Pathogenese​ 78
2. Breed klinisch spectrum​ 78
3. Behandeling​ 79
4. Neonatale screening​ 79
7.3.6.2 Perifere zenuw​ 79
1. Charcot-Marie-Tooth (CMT)​ 79
2. Guillain-Barré-syndroom (GBS)​ 80
7.3.6.3 Neuromusculaire verbinding​ 80
1. Myasthenia gravis (MG)​ 80
2. Congenitaal myastheniesyndroom (CMS)​ 80
7.3.6.4 Spieren - Duchenne-spierdystrofie (DMD)​ 80
1. Degeneratief verloop in DMD​ 81
2. Klinische kenmerken​ 82
3. Behandeling​ 82
H8: Gewichtsevolutie, groei en puberteit​ 83
8.1 Gewichtsevolutie​ 83
8.1.1 Definities​ 83

4

, 8.1.2 Aandoeningen​ 84
8.1.2.1 Gastro-Esopahgaele reflux disease (GERD)​ 84
8.1.2.2 Pylorushypertrofie​ 86
8.1.2.3 Coeliakie​ 87
8.1.2.4 Cystic fibrosis - mucoviscidose​ 88
8.2 Groei​ 90
8.2.1 Groeicurven​ 91
8.2.2 Link puberteit en groei​ 91
8.2.3 Te klein​ 92
8.3 Puberteit​ 94
8.3.1 Basismechanisme​ 94
8.3.1.1 Endocrinologisch​ 94
8.3.1.2 Hypothalamus-hypofyse-gonaden​ 95
8.3.1.3 Ontwikkeling​ 95
8.3.1.4 Puberteitsscore Tanner​ 96
8.3.1.5 Tijsverloop van puberteitsveranderingen​ 96
8.3.2 Pubertas praecox en tarda​ 96
8.3.2.1 Pubertas praecox​ 96
8.3.2.2 Pubertas tarda​ 98
8.3.3 Turner syndroom​ 98
H9: Kinderothopedie​ 99
9.1 Proporties​ 99
9.2 Leren stappen​ 100
9.2.1 Symmetrie​ 100
9.2.2 Wanneer verdere stappen ondernemen?​ 100
9.2.3 Heelkundige correctie​ 101
9.2.4 Misvormingen​ 101
9.2.5 Wat is normaal en wat is abnormaal?​ 101
9.3 Beenlengteverschil​ 102
9.4 Heupproblematiek​ 102
9.4.1 Congenitale heupdysplasie​ 102
9.4.2 Transiënte synovitis​ 104
9.4.3 Epifysiolyse van de heup​ 104
9.4.4 Calve Legg Perthes ziekte​ 105
9.5 Voetafwijkingen​ 105
9.5.1 Platvoet​ 105
9.5.2 Klompvoet​ 105
9.5.3 Holvoet​ 106
9.6 Thorax- en rugafwijkingen​ 106
9.6.1 Inspectie van de thorax​ 106
9.6.2 Spinale afwijkingen​ 106
9.6.2.1 Scoliosis​ 107
9.6.2.2 Kyphosis of lordosis​ 107
9.7 Hoofd- en halsafwijkingen​ 108

5

, 9.7.1 Torti collis​ 108
9.7.2 (Deformatieve) schedelvorming​ 108
3. Jeugdgezondheidszorg, kindermishandeling en therapietrouw​ 109
H1: Landschap van de jeugdgezondheidszorg​ 109
1.1 Integrale jeugdhulp​ 109
1.2 Preventieve gezondheidszorg​ 109
1.2.1 Kind & Gezin/opgroeien​ 109
1.2.2 Schoolloopbaan​ 110
1.2.3 Buitengewoononderwijs​ 110
1.2.4 CLB​ 110
1.3 Niet-rechtstreekse jeugdhulp​ 111
1.3.1 Ondersteuningscentrum Jeugdzorg (OCJ)​ 111
1.3.2 Vertrouwenscentra kindermishandeling (VK)​ 111
1.3.3 Parket​ 112
H2: Herkennen van kindermishandeling: geen kinderspel​ 112
2.1 Inleiding en context​ 112
2.1.1 Epidemiologie van mishandeling en verwaarlozing​ 112
2.1.2 Types mishandeling​ 112
2.1.3 Wie loopt er een groter risico?​ 112
2.1.4 Bias en rode vlaggen​ 113
2.2 Herkennen van fysieke mishandeling​ 113
2.2.1 Hematomen​ 113
2.2.1.1 Lokalisatie van letsels​ 113
2.2.1.2 Aantal​ 114
2.2.1.3 Specifieke patronen​ 114
2.2.1.4 Datering​ 114
2.2.1.5 Systematiek​ 115
2.2.2 Brandwonden​ 115
2.2.2.1 Toegebracht letsel​ 115
2.2.2.2 Brandwonden door immersie​ 115
2.2.3 Bijtwonden​ 116
2.2.4 Fracturen​ 116
2.2.4.1 Onstaanmechanisme fracturen​ 116
2.2.4.2 Vormen​ 116
2.2.4.3 Dateren van fracturen​ 116
2.2.4.4 Context en verhaal​ 116
2.2.5 Verwaarlozing: failure to thrive​ 116
2.3 Herkennen van niet accidenteel hoofdtrauma​ 117
2.4 Herkennen van seksueel misbruik​ 117
2.5 Take home messages​ 118
H3: Therapietrouw​ 118




6

, Inleiding tot de ziekteleer van het kind
1. Pasgeborene en zuigeling
H1: Bevallen in Vlaanderen
Enkele gegevens:
●​ Verminderde nataliteit -> verminderde nood aan neonatale zorg
●​ Toename leeftijd moeder bij eerste zwangerschap (primipara) -> toename medische zorg
○​ Later bevallen -> hogere kans op verwikkelingen
○​ Vb. zwangerschapsdiabetes (9% in Vlaanderen): OPL = dieet en soms insuline
■​ Gevolg: aangeboren afwijkingen voor het kind
○​ Vb. hogere kans op diabetes type II op latere leeftijd
○​ Vb. zwangerschapsvergiftiging - hoge bloeddruk (hypertensie)
●​ Minder tienerzwangerschappen
●​ Toename in keizersneden
●​ Laag % HIV in België -> gaat ook zelden nog afwijkingen veroorzaken
●​ Prematuur < 37 weken
○​ In België: medische zorg vanaf 24 weken mogelijk
○​ Redenen van opname: geelzucht, ernstig zuurstoftekort, …


H2: Eerste levensweek, medische problemen en screening
2.1 Vroeg neonatale problemen - de eerste levensweek
●​ Geboorte is een normaal fysiologisch gebeuren
●​ Maar voor een klein percentage pasgeborenen gaat de geboorte en de postnatale periode
gepaard met een hoog risico op morbiditeit en op mortaliteit
●​ Omgekeerd kunnen de intra-uteriene en perinatale problemen blijvende gevolgen hebben op
de kwaliteit van overleving
○​ Bij 10 -15% van de pasgeboren baby’s is er medische interventie nodig om ze te
redden (infectie, prematuur, zuurstoftekort, aangeboren afwijkingen…)
○​ Bij geboorte moet vocht uit de longen gaan waardoor baby erin slaagt te kunnen
ademen => eigenlijk een relatief bijzonder proces
○​ MAAR bij vroeggeboren baby’s werken de longen nog niet goed (nog geen goede
ontwikkeling; onvoldoende rijping)


2.1.1 Vroeg vs laat en licht vs zwaar
Voldoende draagtijd: 37 -41 weken => classificatie in functie van zwangerschapsduur
●​ Te vroeg - te laat - op tijd?
○​ Op tijd geboren = a term = PML (postmenstruele leeftijd) 37 tot en met 41 weken
■​ Dus voldoende rijping
■​ Optimaal
○​ Te vroeg = premature / preterme geboorte: < 37 weken PML
■​ vb. van complicatie = geelzucht
○​ Te laat = postterme geboorte: > 42 weken PML
■​ Arbeid moet medisch op gang gebracht worden



7

, ●​ Te licht -te zwaar -normaal gewicht?
○​ Biometrische gegevens worden uitgezet op groeicurven
■​ Moeilijk om voor iedereen een ‘normaal gewicht’ te geven -> afh van lengte
vs gewicht vs zwangerschapsduur
■​ DUS gaan opdeling maken volgens AGA, SGA en LGA rekening houdend met
verschillende factoren én zwangerschapsduur
■​ In percentielen met P50 als gemiddelde
■​ X-as = zwangerschapsduur en y-as = lichaamsgewicht
○​ AGA = appropriate for gestational age
■​ Normaal gewicht voor de zwangerschapsduur: 10 < p < 90
■​ Normaal: rond de 2,5 kg
○​ SGA = small for gestational age
■​ Te laag gewicht voor de zwangerschapsduur: = < p 10
■​ Gevarieerde oorzaken: vb. CMV infecties, mama’s met hypertensie, …
○​ LGA = large for gestational age
■​ Te hoog gewicht voor de zwangerschapsduur: = > p 90
■​ Grote meerderheid zal diabetes ontwikkelen


2.1.2 Onderzoek neonatus door de (kinder)arts
Neonatus = kind tot de leeftijd van 28 dagen -> wordt onderzocht door de (kinder)arts

Doel onderzoek:
●​ Opsporen aangeboren afwijkingen en acute situaties
●​ Opsporen infecties
●​ Beoordelen algemene conditie, voedingstoestand en vitale functies
●​ Kijken naar andere belangrijke zaken:
○​ Varianten van het normale
○​ Hyperbilirubinemie
○​ Gewichtsevolutie

Er wordt ook een screening gedaan: Guthrie, gehoor, cardiaal

Het eerste klinisch onderzoek bestaat uit verschillende onderdelen:
●​ Biometrie (cf hoger, te groot/te klein)
●​ Orthopedisch
●​ Neurologisch

2.1.2.1 Orthopedisch onderzoek
●​ Heupen -> zit de heupkop goed in de kom
○​ Controleren op vb. arthrose (eerder op lange termijn)
○​ Testen:
■​ Ortolani test of Barlow manoeuvre
■​ Ultrasound
○​ Problemen: congenitale heupdysplasie
■​ Aanleg van de heupkom niet optimaal -> de heupkop past dan niet goed in
de heupkom
■​ Komt vaak voor bij stuipligging, meerlingen of familiaal (erfelijk)
8

, ○​ Behandeling: Pavlik apparaat
■​ Niet volledig vastzetten <-> gips
■​ Alsof ze op een paard zitten




2.1.2.2 Neurologisch onderzoek
●​ Apgar-score: na 1, 5 en 10 minuten -> hoe past de baby zich aan na de geboorte
○​ Kijken goed de baby het doet na de geboorte
■​ Toekennen na 1 minuut -5 minuten -10 minuten
■​ Vooral 5 en 10 minuten zijn van belang
○​ Inschatting maken over pasgeborenen en of we iets moeten doen
○​ Puntenschaal op 10:
■​ Zoveel mogelijk punten halen maar 7/10 is voldoende
■​ Vnl evolutie bekijken: als het slechter wordt -> probleem
○​ Verschillende onderdelen scoren:
■​ Activity = spierspanning
■​ Pulse = polsslag, hartslag
■​ Grimace = reflexen, irritabiliteit
■​ Appearance = huidskleur van lichaam en ledematen
■​ Respiration = ademhaling, wenen (ademhalingspatroon)




●​ Reflexen: verschillende primaire reflexen (= reflexen die op termijn verdwijnen)
○​ Zoekreflex (rooting) = hoofd zal draaien als je het gaat stimuleren (vb. met vinger aan
mondje)
■​ Voor borstvoeding: naar tepel zoeken
■​ 4 maanden
9

, ○​ Zuigreflex = zuigreflex die baby helpt met eten
■​ Relatief vroeg aanwezig (28 -30 weken pc)
■​ Zuigen zonder verslikken is ontwikkelingsgebonden
■​ Vanaf 34 weken -> te vroeg geboren baby’s gaan relatief lang sondevoeding
krijgen omdat ze nog niet kunnen drinken zonder verslikken
○​ Galant reflex = wanneer baby op buik + onderarmen gelegd wordt en de ruggengraat
gestimuleerd wordt van boven naar beneden -> heup aan die kant 45° abduceren
■​ Rond de 20e week van de zwangerschap
■​ Helpt baby om geboren te worden
○​ Moro reflex = als kind schrikt gaat het armen snel open doen en traag terug sluiten
■​ Deel van klinisch onderzoek om te kijken of baby eventueel geen letsel heeft
na de bevalling
■​ Hoofdje moet op middenlijn liggen om symmetrisch effect te krijgen
■​ Palms will be upwards
■​ Vanaf 6 maanden
○​ Grijpreflex (palmar): baby sluit de hand rond een voorwerp
○​ Babinski reflex = over de voetzool gaan strelen -> tenen strekken (dorsiflex)
■​ Heel normaal bij pasgeboren baby’s maar heel afwijkend bij volwassenen
○​ Stap reflex = als je baby op ondergrond gaat zetten gaat baby de benen bewegen
alsof ze aan het wandelen zijn
■​ Puur reflexpatroon dus niks te maken met echt wandelen
■​ Gewoon reflexen die vrij betekenisloos zijn, weinig relevant
○​ Fencing reflex: hoofd naar een kant draaien - reflex om been en arm aan dezelfde
kant te strekken
●​ Schedel- en hersenstructuren
○​ Anders bij pasgeboren baby -> schedelnaden nog niet gesloten zijn
○​ Kunnen als tektonische platen over elkaar sluiten om de bevalling gemakkelijker te
maken maar moeten na geboorte dus nog samengroeien
○​ Schudden van een baby is dus gevaarlijk = shaken baby
■​ Baby’s hebben een te groot hoofd in vergelijking met hun lichaam
■​ Bloedvaten kunnen openscheuren




○​ Verschillende afwijkingen mogelijk
■​ Cefaal hematoom = bloedcollectie binnen de suturen dat zorgt voor zwelling
op hoofd van baby
■​ Caput succedaneum = erytheem tgv vacuümextractie waarbij hoofdje
tijdelijk de vorm van het geboortekanaal krijgt
●​ Betekenisloos: gaat verdwijnen dus ouders gewoon geruststellen
●​ Locatie hangt af van de plaats waar het vacuüm is aangebracht

10

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
30 de junio de 2026
Número de páginas
119
Escrito en
2024/2025
Tipo
RESUMEN

Temas

$9.01
Accede al documento completo:

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Conoce al vendedor
Seller avatar
fienbuelens

Conoce al vendedor

Seller avatar
fienbuelens Katholieke Universiteit Leuven
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
5
Miembro desde
5 meses
Número de seguidores
0
Documentos
38
Última venta
1 mes hace

0.0

0 reseñas

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes