Inleiding
Onderzoekje: blind-experiment
Een man doet alsof hij blind is.
Hij vraagt iemand om wisselgeld voor een 5 dollarbiljet, maar geeft expres
50 dollar.
Hij wil zien of mensen eerlijk blijven of het geld houden.
Zo onderzoekt men pro-sociaal gedrag: helpen mensen iemand, ook als ze er zelf
niets bij winnen?
Hedonische maatschappij
We leven in een hedonische maatschappij: mensen zijn vooral gericht op
eigen plezier en genot.
Helpen doen we vaak alleen als het onszelf goed doet voelen.
Wat is prosociaal gedrag?
Prosociaal gedrag = iets doen om een ander te helpen of hun situatie beter te
maken.
Voorbeelden:
Iemand troosten
Tijd of geld geven
Iemand redden uit nood
Bloed of organen doneren
Belangrijk: er mag voordeel voor jezelf bij zitten, maar dat hoeft niet.
Wat is altruïsme?
Altruïsme = gedrag dat puur bedoeld is om een ander te helpen, zonder
enig voordeel voor jezelf.
Soms brengt het zelfs kosten of risico’s met zich mee.
Voorbeeld:
Je ziet dat een huis brandt en je rent naar binnen om iemand te redden, ook al
breng je jezelf in gevaar.
De vraag is: bestaat dit écht? Kunnen we iets doen zonder er zelf iets aan te
hebben?
1
,Warm glow: het warme gevoel
Wanneer we iemand helpen, voelen we ons vaak goed.
Dat noemen we het “warm glow”-effect.
We krijgen er een positief gevoel of trots van.
Dus zelfs als we zeggen dat we iets “voor de ander” doen, krijgen we er
emotioneel voordeel van.
Andere mogelijke voordelen:
Minder schuldgevoel
Beter imago (niet als egoïst gezien worden)
Hoop dat iemand jou later ook helpt
Voorbeeld: Ken en het concertticket
Ken gaf zijn U2-ticket aan een vriend, terwijl hij zelf dolgraag wilde gaan.
Op het eerste gezicht is dat altruïsme.
Maar toen men vroeg hoe het voelde, zei hij: “Het was fantastisch om te
zien hoe blij hij was.”
Dat goede gevoel is toch een vorm van voordeel voor Ken. Zelfs als hij dat niet
bewust bedoelde.
De intentie is niet zichtbaar
We kunnen nooit zeker weten waarom iemand iets doet.
Iemand kan zeggen dat hij iets deed “zonder eigenbelang”, maar we
kunnen dat niet observeren.
Bovendien kunnen er onverwachte beloningen komen.
Bijvoorbeeld: iemand redt een drenkeling en zegt dat hij het deed “om te
helpen”, maar krijgt daarna media-aandacht en cadeaus.
Gedrag komt zelden enkel voort uit één zuivere intentie.
Conclusie: zuiver altruïsme bestaat niet (volgens sociale psychologen)
Volgens veel sociale psychologen bestaat puur altruïsme niet echt.
Ons gedrag wordt altijd beïnvloed door meerdere factoren: gewoontes,
opvoeding, emoties, of verwachtingen.
Daarom spreekt men liever van prosociaal gedrag: gedrag waarmee je de situatie
van een ander verbetert, ongeacht of je daar zelf iets aan hebt.
En eigenlijk:
maakt het uit waarom je helpt, zolang je helpt?
2
, 1: Methodologie van onderzoek over prosociaal gedrag
Fundament van sociale psychologie
In de sociale psychologie wil men begrijpen hoe de context ons gedrag
beïnvloedt.
Dus niet alleen wie jij bent (je persoonlijkheid), maar vooral de situatie
waarin je zit.
→ Vraag: Helpen mensen meer in sommige situaties dan in andere?
→ En: Wat maakt dat we wel of niet helpen?
Situationisme vs. Dispositionisme
Dispositionisme = gedrag komt door iemands persoonlijkheid (bv. “hij is
van nature hulpvaardig”).
Situationisme = gedrag komt vooral door de situatie (bv. “het was druk,
dus hij hielp niet”).
Een sociaal psycholoog zegt:
Zelfs als iemand hoog scoort op ‘altruïsme’, wil dat niet zeggen dat hij in elke
situatie zal helpen. De ernst van de situatie speelt ook mee.
Bijvoorbeeld:
Mensen helpen sneller in een lichte noodsituatie (iemand die spullen laat vallen).
Dan in een ernstige noodsituatie (iemand die bloedt of in gevaar is)
De rol van sociale normen
Wat zijn sociale normen?
Sociale normen = ongeschreven regels over hoe we ons “horen” te
gedragen.
Ze zijn niet vastgelegd in wetten, maar iedereen kent ze.
Voorbeelden:
In de lift: afstand houden
Aan de kassa: niet voordringen
Bij een geldautomaat: niet over iemands schouder kijken
Achter elke norm zit een waarde:
Respect → niet voordringen
Privacy → afstand bewaren
Beleefdheid → anderen helpen
3
, Norm van hulpvaardigheid
Er bestaat ook een sociale norm om te helpen.
Wanneer iemand niet helpt in nood, reageren mensen vaak afkeurend:
“Het is toch normaal dat je helpt!”
Omdat altruïstisch gedrag sociaal gewaardeerd wordt, willen mensen
graag laten zien dat ze hulpvaardig zijn.
Probleem bij onderzoek: sociale wenselijkheid
Sociale wenselijkheid = omdat mensen weten dat helpen “goed” is, willen ze zich
beter voordoen in onderzoeken.
In een experiment doen deelnemers dan wat ze denken dat de
onderzoeker wil zien.
Daarom gebruiken sociaal psychologen vaak een cover story (dekmantel).
“Cover story” in experimenten
Onderzoekers zeggen niet dat het onderzoek over hulpgedrag gaat.
Ze doen alsof het onderzoek over iets anders gaat, en laten dan toevallig
een situatie ontstaan waarin iemand hulp nodig heeft.
Voorbeelden van zulke situaties:
Iemand laat papieren of spullen vallen
Iemand lijkt onwel te worden
Een slachtoffer van een (geënsceneerd) ongeluk
Een keuze tussen eigen voordeel of het belang van een ander
De onderzoekers observeren dan:
Of deelnemers helpen
Hoe snel ze reageren
Of ze delen met anderen (bv. geld of beloningen)
Zo kunnen ze spontaan gedrag meten, zonder dat deelnemers weten wat men
onderzoekt.
4