Bij impliciete sociale invloed wordt er niets rechtstreeks van je gevraagd; je voelt
subtiel de druk en de invloed van de meerderheid. Bij expliciete sociale invloed
wordt er daarentegen letterlijk aan jou gevraagd om bepaald gedrag te vertonen,
waardoor de invloed en druk veel sterker en directer aanwezig zijn.
1: van impliciete naar expliciete sociale invloed
Achtergrond
Stanley Milgram was een doctoraatsstudent van Solomon Asch en werkte
aanvankelijk samen met hem.
Hij wilde grootschalig onderzoek doen dat impressionant zou zijn binnen de
sociale psychologie.
Bij impliciete sociale invloed is er geen directe vraag: je voelt subtiele druk
van de meerderheid (zoals bij Asch’s lijnstukexperiment).
Bij expliciete sociale invloed wordt er letterlijk aan jou gevraagd iets te
doen, vaak door iemand met autoriteit, waardoor de druk veel duidelijker
aanwezig is.
De meeste mensen kennen Milgram van zijn gehoorzaamheidsexperimenten,
maar we kunnen ons afvragen: gaat het hier echt om gehoorzaamheid, of gaat
het eerder om het simpelweg inwilligen van een verzoek?
Bij expliciete sociale invloed is de vraag: word je gedwongen iets te doen
onder dreiging van straf, of word je gewoon gevraagd iets te doen, en is het oké
als je weigert?
Begin: impliciete invloed verder onderzoeken
Milgram startte met experimenten die vergelijkbaar waren met die van Asch,
maar gebruikte auditieve in plaats van visuele stimuli.
Opzet: vijf cabines gevuld met deelnemers (de eerste vijf cabines waren
pseudo-deelnemers). De echte proefpersoon zat in cabine 6.
De taak: deelnemers kregen paren van tonen te horen en moesten
aangeven welke toon van de twee het langst was.
Pseudos kozen consequent het verkeerde antwoord (kortste toon), om te
zien of de proefpersoon zou meegaan.
Resultaat: deelnemers volgden inderdaad de meerderheid, waardoor
Milgram aantoonde dat impliciete invloed ook werkte bij auditieve stimuli.
1
,Hij voerde deze experimenten ook in Europa uit om te zien of de
meerderheidsinvloed hetzelfde was in een ander cultureel kader. (Was duur dus
duurde niet lang)
Overgang naar expliciete invloed
Milgram besefte dat Asch bekend zou blijven staan als dé onderzoeker van
impliciete sociale invloed. Na enkele experimenten over impliciete invloed wilde
hij er dus vanaf stappen.
Hij wilde iets groters en spannenders: een taak die niet triviaal was,
waarbij echt iets op het spel stond.
Probleem bij Asch: lijnstukexperimenten zijn banaal, je voelt sociale
druk, maar er is geen moreel of persoonlijk risico. “Natuurlijk gaat iedereen
er dan in mee.”
Oplossing van Milgram
Introduceer een morele keuze: laat proefpersonen iets doen wat tegen
hun eigen overtuigingen ingaat.
Deze taak was moreel en duidelijk, iedereen weet dat andere pijn doen
fout is.
Hij ontwikkelde een elektrisch schokapparaat: studenten van YALE
moesten anderen schokken toedienen.
Probleem
Milgram zat aanvankelijk nog in de sfeer van meerderheidsinvloed, zoals
bij Asch.
Hij wilde onderzoeken wat een proefpersoon zou doen als alle pseudos
zeggen: “kom we zullen die eens pijn doen”.
Het probleem: zonder vergelijking (alleenconditie) weet je niet wat de
proefpersoon uit zichzelf zou doen, want alleen zou hij uit zichzelf, zonder
opgave, waarschijnlijk niemand pijn doen.
Hierdoor was het lastig te meten hoeveel gedrag door sociale druk kwam.
Oplossing
Milgram maakte de stap van impliciete naar expliciete invloed:
Hij voegde een autoriteit toe, iemand hoger in rang, die letterlijk zei: “Ik
wil dat jij dit doet.”
Zo ontstaat een situatie waarin iemand direct wordt gevraagd een gedrag
te stellen dat hij zelf niet wil uitvoeren.
Belangrijk verschil met Asch
2
, Bij Asch vroeg niemand expliciet om een fout lijnstuk te kiezen. De sociale
druk was impliciet.
Bij Milgram wordt expliciet gevraagd: “Schok deze persoon.”
Er is nu echte druk en directe verantwoordelijkheid, waardoor het
experiment gaat over gehoorzaamheid en expliciete invloed, niet alleen
over conformisme.
Morele dimensie
Milgram introduceerde een morele keuze: proefpersonen moesten iets
doen tegen hun eigen overtuigingen, namelijk iemand pijn doen.
Dit maakte de taak duidelijk en moreel geladen: iedereen weet dat het fout
is anderen pijn te doen.
Hij ontwikkelde zelf een elektrisch schokapparaat, waarmee studenten van
Yale anderen schokken moesten toedienen onder leiding van een
proefleider die expliciet druk uitoefende.
Opzet van Milgram
Alleen- en groepscondities:
De echte proefpersoon staat tegenover pseudos of
autoriteit.
Zonder instructies van de autoriteit zou niemand
vrijwillig iemand schokken.
Autoriteit als expliciete invloed:
De proefleider is een deskundige of iemand hoger in rang.
De proefpersoon voelt zich direct gevraagd iets te doen.
De druk is expliciet: het is niet meer impliciet, maar een actieve oproep tot
gedrag.
Conclusie
Milgram bouwt voort op Asch: start met impliciete sociale invloed. Vervolgens
verandert hij de situatie naar expliciete invloed:
Er is een autoriteit die een directe vraag stelt.
De proefpersoon moet iets doen dat tegen zijn morele overtuigingen
ingaat.
Hierdoor wordt het verschil tussen impliciete druk en expliciete opdracht
duidelijk zichtbaar.
3