ALGEMEEN KADER SUCCESSIE-EN REGISTRATIERECHTEN
1. REGISTRATIERECHT EN SUCCESIERECHT IS “REGIO-RECHT”
• (1) Registratierecht
o Registratiebelasting is voor een groot deel geregionaliseerd
§ De drie gewesten bepalen autonoom: aanslagvoet, heffingsgrondslag, vrijstellingen en
verminderingen
§ Juridische grondslag: Bijzondere Wet op de Financiering van de Gewesten en Gemeenschappen
(BWF-wet)
o De vier geregionaliseerde registratiebelastingen
§ Verkooprecht (art. 3, 6° BWF)
§ overdracht ten bezwarende titel van in België gelegen onroerend goed (koop / ruil / gemengde
inbreng / specifiek vast recht minnelijke ontbinding koopovereenkomst)
§ niet => inbreng in vennootschap , tenzij door natuurlijk persoon van een woning (dan wel
verkooprecht)
§ Vestiging van hypotheek op onroerend goed (art. 3, 7° a) BWF)
§ enkel “vestiging”, niet “overdracht” die is nog federaal
§ niet: scheepshypotheek (is ook nog federaal)
§ niet verwarren met “hypotheekrecht” van 0,3% dat ook nog federaal is (art. 262 W.Reg.) – zie
verder, “wat is nog federaal” ?
§ Verdeelrecht (art. 3,7°, b) BWF)
§ gehele of gedeeltelijke verdelingen van in België gelegen onroerend goed
§ afstanden onder bezwarende titel tussen mede-eigenaars van onverdeelde delen van zelfde
goederen
§ omzetting erfrechtelijk vruchtgebruik van de LLE / LLP
§ Schenkbelasting (art. 3,8° BWF)
§ van zowel roerende als onroerende goederen
§ ook zgn. inbrengen “om niet” in VZW, Stichting
• (2) Succesierecht (regionaal)
o 1/ Successierecht sensu stricto (art. 3, 4° BWF)
§ Voor nalatenschap van een rijksinwoner
§ Belastbaar op het netto wereldvermogen (alle bezittingen wereldwijd minus schulden)
§ Verrekening buitenlandse erfbelasting:
§ Zowel op buitenlands vastgoed als op buitenlands roerend vermogen (aanpassing na arrest
Grondwettelijk Hof)
1
, o 2/ Recht van overgang bij overlijden (art. 3, 4° BWF)
§ Niet-rijksinwoners
§ Enkel belasting op Belgisch onroerend goed
§ Als een niet-rijksinwoner alleen roerend vermogen (rekeningen, aandelen) nalaat in België → geen
recht van overgang
§ Tarieven zijn identiek aan die van het successierecht
2. LOKALISATIECRITERIA
Successierecht
• Rijksinwoner
o Criterium: fiscale woonplaats van de overledene
o Beoordeling over een tijdskader van 5 jaar vóór het overlijden → in welk gewest woonde de overledene het
langst?
§ Reden: bescherming tegen "regio shopping" (verhuizen naar een fiscaal vriendelijker gewest vlak
voor het overlijden)
§ Bv. Iemand die twee jaar in een Gents rusthuis woonde, maar daarvoor drie jaar in Anderlecht →
Brusselse successierechten van toepassing (langst in Brussel de laatste 5 jaar)
• Niet-rijksinwoner
o Criterium: ligging van het Belgisch onroerend goed dat wordt nagelaten
Schenkbelasting
• Rijksinwoner schenker
o Criterium: fiscale woonplaats van de schenker in de 5 jaar vóór de schenking
§ Let op: ook bij schenking van onroerend goed → het is de woonplaats van de schenker die telt, niet
de ligging van het goed
§ Bv. schenker woont in Gent maar schenkt een appartement in Brussel → Vlaamse
schenkbelasting
• Niet-rijksinwoner schenker
o Bij schenking van onroerend goed: ligging van het goed bepaalt het bevoegd gewest (geregeld in de
bijzondere wet)
o Bij schenking van roerend goed:
§ Aanvankelijk niet geregeld in de bijzondere wet → opgelost via circulaire (2005 Brussel/Wallonië) en
later via de VCF (Vlaanderen)
Verkooprecht, hypotheekrecht, verdeelrecht
• Criterium: ligging van het onroerend goed
o Logisch, want deze rechten worden uitsluitend op onroerende goederen geheven)
2
,3. DIENST VAN DE BELASTING – ART. 5, §3 BWF
• = alle uitvoeringsaspecten die horen bij een belasting (de miserie van de belastingen :-)
o Vaststellen en betwisten van de belastbare grondslag
o Berekening en inning van de belasting
o Controle, bezwaar en geschillenprocedure
o Interpretatie van de spelregels (circulaires, beslissingen)
o Rulingbeleid
• Wettelijke basis: artikel 5 §3 BWF van de gewesten → de federale overheid neemt de dienst van de belasting
kosteloos op zich tenzij het gewest dat zelf wil doen
o Situatie per gewest:
§ Vlaanderen: overgenomen vanaf 2015 → VLABEL (Vlaamse Belastingdienst, zetel in Aalst)
§ Neemt standpunten in (geen "beslissingen" zoals federaal),
§ Brussel: nog niet overgenomen → FOD Financiën blijft bevoegd
§ Wallonië: FOD heeft de intentie aangekondigd om het over te nemen vanaf 2028
o Gevolg van het hybride systeem
§ Inhoudelijke belastingregels en inning zitten bij VLABEL MAAR registratieformaliteit (formeel laten
registreren van een contract) is federale bevoegdheid
§ Bv. Verkoop van een huis in Gent: notaris registreert de akte op een federaal registratiekantoor
→ die stuurt het door naar VLABEL → VLABEL kohiert → verstuurt aanslagbiljet → notaris betaalt
Vlaams verkooprecht
§ Bv. Verkoop van een huis in Namen: notaris betaalt vooraf het Waals verkooprecht op de
rekening van het federale registratiekantoor → federale overheid int dit voor Wallonië
§ Maandelijks gaan ca. 10 dossiers verloren voor Vlaanderen doordat federale ambtenaren ten
onrechte niet doorsturen naar VLABEL
3.1. VLABEL – VLAAMSE BELASTINGDIENST
• Taken
o Taxatie en inning van Vlaamse erfbelasting en Vlaamse registratiebelastingen
o Behandeling van bezwaarprocedures
o Voeren van gerechtelijke geschillen (via eigen advocaten)
o Interpreteren van eigen spelregels via standpunten (≠ "beslissingen" federaal)
§ Sommige standpunten intern/geheim → soms lekken ze
§ Veel standpunten publiek via www.vlaanderen.be/belastingen
o Eigen rulingdienst
• Gerechtelijke geschillen
3
, o Alle geschillen rond Vlaamse belastingen gaan naar de rechtbank van Gent (eerste aanleg) en daarna het
Hof van Beroep Gent
o Dit beperkt de rechtspraakdiversiteit → we zien niet hoe andere hoven dezelfde kwesties beoordelen
o Inmiddels (10 jaar later) eerste cassatierechtspraak beschikbaar → Vlabel wordt regelmatig in het ongelijk
gesteld
4. FEDERALE BEVOEGDHEID
• Nieuwe belastingmaterie: federale exclusieve bevoegdheid
o Een nieuwe soort belasting invoeren of een nieuw contract onderwerpen aan een bestaande belasting:
enkel federale overheid bevoegd
o Gewesten kunnen enkel de regelgeving aanpassen voor de vier bestaande geregionaliseerde materies
o Gevolg voor successieplanning: bepaalde technieken (bv. aanwascontract op roerend vermogen → 0%
belasting) kunnen niet worden dichtgereden door de gewesten
§ Gewesten zijn bevoegd voor de opbrengst, maar nieuwe belastingmaterie invoeren is federaal
§ Federale overheid heeft geen motivatie om dit te regelen (opbrengst gaat naar gewesten)
§ Resultaat: aanzienlijke mazen in het net blijven bestaan
• Federale Registratierechten
o Algemeen vast recht: €50
§ Minimum dat altijd geheven wordt (ook als het tarief 0% is) → art. 167 WREG
o Bijlagen bij notariële akten: €100 per groep bijlagen
o Openbare verkopingen van roerende goederen: 5%
o Huurcontracten: 0,2% (en gelijkgestelde erfpacht- en opstalcontracten: 5%) → federaal
o Scheepshypotheek: (voornamelijk Antwerpen)
o Handlichting hypotheek: €75
o Belgische nationaliteitsverkrijging: €1.000 (recent verhoogd van €150)
o Adeldomsverheving: €740 (kan verminderd worden tot €490 op verzoek aan de Koning)
o Inbreng van goederen in vennootschappen:
§ 0% (inbrengrecht) → maar minimum €50 → uitzondering: inbreng van een woning door een
natuurlijk persoon → verkooprecht (regionaal)
o Tax tot vergoeding van successierechten (op vermogen vzw's en stichtingen):
§ federaal, fundamenteel hervormd in 2024
4