Samenvatting: Management accounting
,Inhoud
Hoofdstuk 3: Financiële overzichten .............................................................................................. 2
3.1. Investering en financiering ........................................................................................................... 2
3.2. Balans en resultatenrekening ....................................................................................................... 3
3.3. Winst versus kasmutatie .............................................................................................................. 3
Hoofdstuk 11: Kostenstructuur...................................................................................................... 5
11.1. Vaste en variabele kosten .......................................................................................................... 5
11.2. Break-evenanalyse ..................................................................................................................... 6
11.3. De hefboomwerking van de kostenstructuur ............................................................................ 7
Hoofdstuk 12: Kostencalculaties ................................................................................................... 9
12.1. Integrale kostprijs en normale bezetting ................................................................................... 9
12.2. Direct costing ............................................................................................................................ 10
12.3. Absorption costing en direct costing als instrumenten ten behoeve van de besluitvorming . 11
12.4. Economische levensduur en vervanging van duurzame productiemiddelen .......................... 12
Hoofdstuk 13: Indirecte kosten ................................................................................................... 14
13.1. Gevaren van een onjuiste kostenrekening ............................................................................... 14
13.2. Deelcalculatie en equivalentiecijfermethode .......................................................................... 15
13.3. Opslagmethoden ...................................................................................................................... 15
13.4. Kostenplaatsmethode .............................................................................................................. 16
13.5. Activity-based costing .............................................................................................................. 17
13.6. Productprijs en klantkostprijs................................................................................................... 18
14. Budgettering en verschillenanalyse ....................................................................................... 19
14.1. Budgettering als beheersingsinstrument ................................................................................. 19
14.2. Master Budget .......................................................................................................................... 21
14.3. Verschillenanalyse .................................................................................................................... 21
Vragen + antwoord .................................................................................................................... 24
Boek: Basisboekboek bedrijfseconomie, Management accounting 11e druk (Drs. Wim Koetzier & Drs.
Rien Brouwers)
1
, Hoofdstuk 3: Financiële overzichten
3.1. Investering en financiering
Wie een onderneming drijft, dient te beschikken over productiemiddelen. Welke productiemiddelen
ingezet worden, hangt af van de activiteiten die de onderneming uitoefent. De productiemiddelen
worden ook wel ‘activa’ genoemd.
We kunnen een onderscheid maken tussen twee soorten activa:
➢ Vaste activa → bewijzen gedurende langere tijd (meer dan een jaar) hun diensten aan de
onderneming.
➢ Vlottende activa → ontstaan en gaan teniet binnen een jaar.
De activa dient gefinancierd te worden, financiering kan geschieden met eigen vermogen of met
vreemd vermogen:
➢ Eigen vermogen → is ter beschikking gesteld door de eigena(a)r(en) van de onderneming.
Aangezien eigen vermogen dus ter beschikking van de onderneming is gesteld ‘voor onbepaalde
tijd’’ wil niet zeggen dat eigen vermogen niet terugbetaald kan worden. Er zijn echter vooraf
geen afspraken gemaakt over het moment van terugbetaling. De beloning voor het ter
beschikking stellen is de winst die de onderneming creëert ten behoeve van de eigenaren.
Het is aan de eigenaren zelf om te bepalen of ze de winst uitgekeerd willen of dat ze beslissen tot
reservering, waardoor ze in feite aanvullend eigen vermogen ter beschikking stellen.
Aangezien de grootte van de winst afhankelijk is van allerlei onzekerheden die gepaard gaan met
het opereren ‘in de markt’, wordt eigen vermogen ook wel risicodragend vermogen genoemd.
➢ Vreemd vermogen → is ter beschikking gesteld door schuldeisers (tijdelijk vermogen).
Normaliter wordt op leningen een vaste rente vergoed, onafhankelijk van de hoogte van de winst
van de onderneming. Vandaar wordt vreemd vermogen ook wel risicomijdend vermogen
genoemd. Risicoloos is het verstrekken van vreemd vermogen nooit, want het kan zijn dan de
onderneming haar rente- en aflossingsverplichtingen niet nakomt.
In geval van faillissement van de onderneming krijgen de vreemdvermogenverschaffers hun geld
terug voordat de eigenvermogenverschaffers aan bod komen.
Eigen vermogen Vreemd vermogen
Is ter beschikking gesteld door Eigenaren Schuldeisers
Duur terbeschikkingstelling Onbepaalde tijd Tijdelijk
Vergoeding Afhankelijk van de winst Normaliter vast
Karakter Risicodragend Risicomijdend
2