,SOCIAAL RECHT - HOOFDSTUK 1: Inleiding
WAT IS SOCIAAL RECHT?
Sociaal recht bestaat uit twee grote onderdelen:
Arbeidsrecht (privaatrecht)
o Regelt arbeidsverhoudingen tussen burgers
o Individueel arbeidsrecht: werknemer ↔ werkgever
o Collectief arbeidsrecht: werknemers als groep ↔ werkgever(s)
o Gebaseerd op contractsvrijheid maar met veel dwingend recht
Socialezekerheidsrecht (publiekrecht)
o Regelt verhouding burger ↔ overheid
o Sociale grondrechten die burger kan opeisen bij sociale risico's
o Overheid bepaalt eenzijdig de spelregels
ONTSTAAN VAN SOCIALE WETGEVING
19e eeuw: Industrialisatie, kapitalisme → loonarbeid dominant
Sociale Quaestie: Slechte arbeidsomstandigheden (lage lonen, lange werkdagen,
vrouwen- en kinderarbeid)
Gevolg: Sociale onrust, opkomend socialisme (cf. "zwarte jaar" 1886)
Eerste sociale wetten:
o Bescherming van het loon (1887)
o Reglementering vrouwen- en kinderarbeid (1889)
o Werkplaatsreglement (1896)
o Arbeidsovereenkomsten (1900)
o Bescherming tegen arbeidsongevallen (1903)
o Verplichte zondagsrust (1905)
BELANG VAN SOCIALE WETGEVING
1. Bepaalt rechten en plichten tussen werknemers en werkgevers
2. Verzekert een minimum aan vrije tijd voor werknemers
3. Garandeert een minimum inkomen via sociale zekerheid
1. JURIDISCHE TEWERKSTELLINGSVORMEN
1.1 Eerste onderscheid: Eigen baas of niet? (GEZAG)
Zelfstandige:
Niet onderworpen aan gezag
Eigen baas, beslist zelf wanneer/waar/hoeveel werkt
Meerdere klanten met overeenkomsten van aanneming
Valt onder burgerlijk/ondernemingsrecht
Geschillen: burgerlijke/ondernemingsrechtbanken
2
, Voorbeelden: Nijverheids-, handels- of landbouwbedrijven, bestuurders van
vennootschappen, vrije beroepen
Dienstverband:
Werkt onder gezag
Meestal één werkgever voor langere tijd
Onderworpen aan instructies van werkgever
Valt onder arbeidsrecht
Geschillen: arbeidsrechtbanken
Let op!
Sommige beroepen: zowel als zelfstandige als in dienstverband mogelijk
Combinatie mogelijk: zelfstandige in bijberoep
"Gelijkaardige prestaties" voor dezelfde persoon: wet vermoedt arbeidsovereenkomst
(art. 5bis WAO)
1.2. Tweede onderscheid: Arbeidsovereenkomst of statuut?
Arbeidsovereenkomst:
In dienst van privépersoon/onderneming
Werkgever ↔ werknemer/loontrekkende
Onderworpen aan WAO (Wet Arbeidsovereenkomsten 3 juli 1978)
Categorieën: arbeiders, bedienden, handelsvertegenwoordigers, dienstboden
Onderscheid arbeiders/bedienden: ongrondwettelijk verklaard
Statuut (ambtenaren):
In dienst van overheid
Rechtspositieregeling/statuut i.p.v. individuele arbeidsovereenkomst
Rechten/plichten vastgelegd in algemene bepalingen
Eenzijdig opgelegd en wijzigbaar door overheid
Geen vooraf onderhandelen mogelijk
Voordeel: vastheid van betrekking na vaste benoeming
Bijzondere gevallen:
Contractueel overheidspersoneel: arbeidsovereenkomst i.p.v. statuut
Leer-/stageovereenkomst: arbeid en gezag, maar focus op leren
ESSENTIËLE BEGRIPPEN
Contractsvrijheid: uitgangspunt in privaatrecht, genuanceerd in arbeidsrecht
Dwingend recht: regels waarvan niet mag worden afgeweken
Sociale statuten: verschillende juridische tewerkstellingsvormen
Gezag: sleutelelement bij onderscheid zelfstandige/dienstverband
Aannemingsovereenkomst: contract tussen zelfstandige en klant
Rechtspositieregeling: statuut dat rechten en plichten ambtenaren bepaalt
3
, Vaste benoeming: bescherming voor ambtenaren (vastheid van betrekking)
4