GESCHIEDENIS VAN DE VROEGMODERNE TIJD
DEEL 1: STATEN EN HUN REVOLUTIES
HOOFDSTUK 1: STAATSVORMINGSPROCESSEN
1. GEDAANTES VAN DE STAAT
Een staat is een organisatorische eenheid met als basis een grondgebied, waarop mensen leven die
ondergeschikt zijn aan een centraal gezag. Dit centraal gezag bestuurt het territorium en is
gelegitimeerd door een rechtstelsel dat de interne politieke verhoudingen regelt.
Klassieke staatsmonopolies:
o Wetgevingsmonopolie: de staat kan regels uitvaardigen (+ controle van de naleving)
o Belastingsmonopolie: belastingen opleggen
o Geweldsmonopolie: de staat mag gebruik maken van geweld (politie,militair)
o Rechtsbedeling: rechtspraak organiseren
SOORTEN STATEN:
Stadstaten: staten bestaande uit 1 enkele stad, die autonoom is en zelf beslissingen maakt (vb.
Hamburg)
Monarchieën of vorstendommen: gebieden die bestuurd werden door een geestelijke of
wereldlijke vorst (graaf, koning, hertog...)
o Dynastiek: staatshoofd behoort tot bepaalde familie en mandaat blijft na overlijden
binnen de familie, bestaat tot uitsterven (bv. Frankrijk).
o Electieve vorstendom: de nieuwe monarch wordt verkozen (vb. het koninkrijk Polen)
o Geestelijk vorstendom: is een staat met een bisschop of aartsbisschop aan het hoofd (vb.
het prinsbisdom Luik)
Republikeinen: Staat zonder vorst, met beperkte of meer uitgebreide groep bestuurders (bv.
Venetiaanse Republiek)
Samengestelde staten: afzonderlijke vorstendommen die de dezelfde monarch hadden (vb.
imperium van Karel V)
Federaties van soevereine staten: soms met staatshoofd met weinig reële macht en soms is de
hoogste gezag afwezig (bv. Heilig Roomse Rijk)
afname van veel autonome staten als gevolg van aggregatie van gebieden door vorsten die hun
patrimonium wilden uitbreiden
2. DE MILITAIRE REVOLUTIE EN DE STAAT
Aan de basis ligt de introductie van het buskruit in Europa, de ontwikkeling van artillerie en de val van
Constantinopel in 1453.
Gevolgen:
‘le tracé italien’= een fortificatie techniek waarbij steden en vestigingen verdedigd werden
door brede wallen uit aarde en baksteen.
De traditionele rol van de ruiterij en de adel verkleinde ten voordele van de infanterie en
artillerie.
Duurdere oorlogen
Doorbraak musket als standaardwapen evoluties in militaire tactiek veranderden de aard
van de legers. veralgemening van training en driloefeningen, de introductie van
uniformen en staande legers.
Permanente legers
3. GELD, GELD EN NOG MEER GELD
Vorsten bleven financieel afhankelijk van hun onderdanen absolutisme is niet mogelijk
Inkomsten:
o Vorstelijk domein = alle immobiele goederen van de vorst in zijn persoonlijk eigendom
die kunnen worden geëxploiteerd.
o Regalia = exclusieve rechten van vorst, bv. muntslag, tollen op wegen en rivieren
o Kolonies (bv. Quinto Real)
, o Belastingen maar vorst moest daarvoor onderhandelen met zijn vertegenwoordigers
Uitzondering Frankrijk: 2 permanente belastingen: la gabelle en la taille
4. EEN STANDENMAATSCHAPPIJ
Drie standen (overblijfsel uit middeleeuwen):
o Clerus / oratores: vrijgesteld van belasting
o Adel / bellatores: vrijgesteld van ‘traditionele belasting’; moest permanent optrekken met
vorst + zorgen voor wapenuitrusting, klaarstaan voor oorlog.
o Derde stand / laboratores: zorgt voor financiering van bovenstaande standen
militaire revolutie:
o adel speelt minder belangrijke rol omdat de vorsten niet meer zo afhankelijk van hen
waren
o edelen werden hinderpalen voor het vorstelijk streven naar centralisatie
o de derde stand werd adel in ruil voor hun toevoeging tot de staat
Ontstaan vorstenstaat: dalende rol adel, groeiende rol derde stand
Nieuw evenwicht: droom van autonome stadstaat laten vallen en ambtenaren & juristen
uit burgerij inzetten in bestuursorganen van vorst & beleid uittekenen Ontstaan
belangrijke politieke rol van burgerij binnen vorstelijke instellingen
Noblesse d’épée (= traditionele adel uit ME): verliezen macht en de noblesse de robe (= nieuwe
adel uit 3de stand): bestuursorganen van vorst leiden en organiseren, vormen nieuwe
administratieve, economische en religieuze elite
5. DEGECENTRALISEERDE AMBTENARENSTAAT
Typisch VMT, volledig uitgebouwd in 16de eeuw
Komt zowel tegemoet aan belangen van vorst als de onderdanen
Vorming organisaties, bestuursorganen, instellingen van/rond vorst; juristen worden steun en
toeverlaat van de vorst
Vorstelijk gecentraliseerde staat: top-down visie, MAAR gevoed vanuit onderlaag maatschappij
(o.a. handelaars, professionalisering rechtssysteem)
Getrapte rechtssysteem, georganiseerde door vorst, voor burgerlijke zaken, SCHRIFTELIJK:
Ontstaan garantie van rechten, grotere rechtszekerheid, ‘objectieve’ rechtsgang
Berecht worden in eigen taal
HOOFDSTUK 2: DE EEUW VAN HABSBURG
1. VAN BOURGONDISCHE NEDERLANDEN TOT SPAANS-HABSBURGS WERELDRIJK
1. HABSBURG
Dynastie uit de 11de eeuw afkomstig uit het huidige Zwitserland
13de-14de eeuw vooral gebieden in het ZO van HRR, met aartshertogdom Oostenrijk als
voornaamste bezit. Samen met de hertogdommen Stiermarken, Karinthië, Carniola en Tirol
vormde het de Hausmacht.
Habsburgers opwerpen als het dominante adellijke geslacht.
Heilige Roomse rijk:
o Heilig want het had een nauwe band met het christendom
o Rooms want het werd gezien als een verderzetting van het West-Romeinse Rijk
o Was een federatie van ca. 350 wereldlijke en geestelijke vorstendommen en Rijkssteden
o De keizer had geen reëel zeggenschap, wel waardigheid en aanzien
Huwelijk als politiek middel voor de uitbreiding van patrimoniaal bezit
Vb. Frederik III: huwelijk tussen zoon Maximiliaan en Maria van Bourgondië (erfgenaam Karel
de Stoute)
2.BOURGONDIË
1370 organiseerde de Franse koning Karel V een huwelijk tussen zijn broer Filips en Margareta,
de dochter van Lodewijk van Male, graaf van Vlaanderen.
, Filips de Stoute wilde een onafhankelijkere koers varen dan Frankrijk, wat leidde tot spanningen.
Hij werd de grondlegger van de Bourgondische hertogdommen, die een aparte dynastie
vormden.
Filips' zoon, Karel de Stoute, wilde de Bourgondische gebieden verder verenigen, maar stierf in
1477 tijdens de belegering van Nancy.
Leidde tot een Franse invasie en was er een afbrokkeling van de Bourgondische staat maar
kerngewesten bleven samen.
De dood van Karel de Stoute leidde tot het huwelijk van Maria van Bourgondië met Maximiliaan
van Oostenrijk. Dit huwelijk hielp de binnenlandse onrust te verminderen en de Franse invasie
werd teruggedrongen. Na de dood van Maria werd Maximiliaan regent voor zijn zoon Filips (de
Schone). Wanneer Filips meerderjarig werd verklaard begon hij zelf te regeren.
3. CASTILIË EN ARAGON
Iberisch schiereiland in de 15e eeuw:
o Christelijke koninkrijken Castilië, Aragon,
Navarra en Portugal
o Moslimkoninkrijk Granada
1469: huwelijk Ferdinand van Aragon x Isabella
van Castillië
o Veroveren Granada in 1492
o Oprichten inquisitie
o ontdekking van Amerika door Columbus
(in opdracht van Isabella)
o Verdrijven of dwingen de bekering van
moslims en joden
Katholieke koningen genoemd door hun inzet om het katholicisme als enige godsdienst in
hun rijk te vestigen.
4. VAN ALLIANTIE NAAR POLITIEKE UNIE
De alliantie tussen de Habsburgers en Aragon werd officieel gemaakt door een dubbelhuwelijk.
Filips de Schone trouwde met Johanna van Castilië, en Juan van Aragon trouwde met Margaretha
van Oostenrijk.
Het doel was niet om de twee landen te
combineren, maar om samen te werken
tegen de Franse druk op de Nederlanden en
Italië.
De Spaanse koninklijke familie had echter te
maken met veel vroege sterfgevallen. De
troonopvolger Juan stierf al in 1497, gevolgd
door Isabella. Het zoontje van Isabella en de
Portugese koning was de derde in lijn, maar
overleed in 1500. Daardoor werd Johanna de
erfgename wat betekende dat Filips de Schone
namens haar zou regeren.
Toen koningin Isabella overleed, kwamen
Johanna en Filips op de troon van Castilië, terwijl Ferdinand koning bleef van Aragon. Na de dood
van Filips werd het bestuur overgenomen door Ferdinand van Aragon, omdat Johanna niet in
staat was om te regeren. In de Nederlanden werd het bestuur door keizer Maximiliaan
overgenomen, totdat Karel meerderjarig werd.
Na de dood van Ferdinand werd Karel de erfgenaam van zowel Castilië als Aragon, omdat
Johanna (de Waanzinnige) niet kon regeren.
5. KEIZERSCHAP
Dood van Maximiliaan (1519): Opende de strijd om de keizerstroon van het Heilig Roomse Rijk.
Kandidaten:
o Karel van Habsburg
, o Frans I van Frankrijk
o Hendrik VIII van Engeland
Keizer werd gekozen door zeven keurvorsten (3 geestelijke, 4 wereldlijke).
Maximilaan wilde zijn kleinzoon Karel als "Rooms-Koning" laten verkiezen, zodat de keizerskroon
binnen de Habsburgse familie bleef.
Frans I had de steun van de paus, die niet wilde dat de pauselijke staten omsingeld zouden
worden door Habsburgse gebieden.
Karel haalt de bovenhand door propaganda en een omkoopactie om de keurvorsten te
beïnvloeden.
2. AMBITIES EN MISLUKKINGEN VAN EEN WERELDHEERSER
1.DOELSTELLING (KAREL V)
Verdediging christendom tegen vijanden (binnen- en
buitenland)
“Plus Ultra” = Straat van Gibraltar was niet het einde,
had ambitie om steeds meer te verkennen en
veroveren.
Nastreven van wereldlijk leiderschap: keizer is koning der
koningen, onderdanen zijn gehoorzaamheid verschuldigd.
Verdediging dynastieke belangen van het huis van Habsburg
Ambities roept vijandigheid op bij bevolking en buitenland
2. DE OPMARS VAN DE OTTOMANEN
Süleyman I zorgt voor culturele belangstelling en administratieve hervormingen
De grootste bloei en uitbreiding van Ottomaanse rijk
bestuurlijke en militaire aanpak: decentraal bestuurd, grote mate van autonomie (wel met harde
hand door de sultan en zijn divan = adviesraad van viziers)
etnisch-religieus gediversifieerde rijk
efficiënt belastingstelsel immense inkomsten
Samen met Noord-Afrikaanse bondgenoten beheersten de Ottomanen in de 16e eeuw grote
delen van de Middellandse Zee en de volledige Zwarte Zee.
1521: inname Belgrado (Hongarije)
1526: Hongarije uiteenviel in:
o Een westelijk Habsburgs gebied (Ferdinand)
o Een centraal Ottomaans gebied
o Een oostelijk vazalgebied
Pogingen om verder naar het westen door te breken mislukten:
o 1529: mislukt beleg van Wenen
o 1532: tweede mislukte poging.
In de Spaans-Franse oorlogen bundelde Süleyman de krachten met Frans I tegen Karel V om de
Habsburgers te verzwakken.
Karel V behaalde succes door Tunis te veroveren, maar zijn expeditie tegen Algiers in 1541
mislukte door stormweer en sterk verzet.
3. DE CONFRONTATIE VAN FRANKRIJK
Eind 15de eeuw: één van de rijkste staten van West-Europa
1521-1559: vijf oorlogen FR Habsburg
o 1521-1526: nederlaag Frans I
Slag bij Pavia (1525): Frans I gevangengenomen
Verdrag van Madrid (1526): Frans I belooft Bourgondië terug te geven
o 1526–1529: nederlaag Frans I
Liga van Cognac: Frans I, paus, Venetië, Firenze en hertog van Milaan
Sacco di Roma (1527): Rome wordt geplunderd
Damesvrede van Kamerijk (1529): bevestiging van eerdere toegevingen; Frankrijk
mag Bourgondië definitief houden + paus onder curatele van Karel V
o 1536-1539 en 1541-1544: uitgevochten op grondgebied Nederlanden
DEEL 1: STATEN EN HUN REVOLUTIES
HOOFDSTUK 1: STAATSVORMINGSPROCESSEN
1. GEDAANTES VAN DE STAAT
Een staat is een organisatorische eenheid met als basis een grondgebied, waarop mensen leven die
ondergeschikt zijn aan een centraal gezag. Dit centraal gezag bestuurt het territorium en is
gelegitimeerd door een rechtstelsel dat de interne politieke verhoudingen regelt.
Klassieke staatsmonopolies:
o Wetgevingsmonopolie: de staat kan regels uitvaardigen (+ controle van de naleving)
o Belastingsmonopolie: belastingen opleggen
o Geweldsmonopolie: de staat mag gebruik maken van geweld (politie,militair)
o Rechtsbedeling: rechtspraak organiseren
SOORTEN STATEN:
Stadstaten: staten bestaande uit 1 enkele stad, die autonoom is en zelf beslissingen maakt (vb.
Hamburg)
Monarchieën of vorstendommen: gebieden die bestuurd werden door een geestelijke of
wereldlijke vorst (graaf, koning, hertog...)
o Dynastiek: staatshoofd behoort tot bepaalde familie en mandaat blijft na overlijden
binnen de familie, bestaat tot uitsterven (bv. Frankrijk).
o Electieve vorstendom: de nieuwe monarch wordt verkozen (vb. het koninkrijk Polen)
o Geestelijk vorstendom: is een staat met een bisschop of aartsbisschop aan het hoofd (vb.
het prinsbisdom Luik)
Republikeinen: Staat zonder vorst, met beperkte of meer uitgebreide groep bestuurders (bv.
Venetiaanse Republiek)
Samengestelde staten: afzonderlijke vorstendommen die de dezelfde monarch hadden (vb.
imperium van Karel V)
Federaties van soevereine staten: soms met staatshoofd met weinig reële macht en soms is de
hoogste gezag afwezig (bv. Heilig Roomse Rijk)
afname van veel autonome staten als gevolg van aggregatie van gebieden door vorsten die hun
patrimonium wilden uitbreiden
2. DE MILITAIRE REVOLUTIE EN DE STAAT
Aan de basis ligt de introductie van het buskruit in Europa, de ontwikkeling van artillerie en de val van
Constantinopel in 1453.
Gevolgen:
‘le tracé italien’= een fortificatie techniek waarbij steden en vestigingen verdedigd werden
door brede wallen uit aarde en baksteen.
De traditionele rol van de ruiterij en de adel verkleinde ten voordele van de infanterie en
artillerie.
Duurdere oorlogen
Doorbraak musket als standaardwapen evoluties in militaire tactiek veranderden de aard
van de legers. veralgemening van training en driloefeningen, de introductie van
uniformen en staande legers.
Permanente legers
3. GELD, GELD EN NOG MEER GELD
Vorsten bleven financieel afhankelijk van hun onderdanen absolutisme is niet mogelijk
Inkomsten:
o Vorstelijk domein = alle immobiele goederen van de vorst in zijn persoonlijk eigendom
die kunnen worden geëxploiteerd.
o Regalia = exclusieve rechten van vorst, bv. muntslag, tollen op wegen en rivieren
o Kolonies (bv. Quinto Real)
, o Belastingen maar vorst moest daarvoor onderhandelen met zijn vertegenwoordigers
Uitzondering Frankrijk: 2 permanente belastingen: la gabelle en la taille
4. EEN STANDENMAATSCHAPPIJ
Drie standen (overblijfsel uit middeleeuwen):
o Clerus / oratores: vrijgesteld van belasting
o Adel / bellatores: vrijgesteld van ‘traditionele belasting’; moest permanent optrekken met
vorst + zorgen voor wapenuitrusting, klaarstaan voor oorlog.
o Derde stand / laboratores: zorgt voor financiering van bovenstaande standen
militaire revolutie:
o adel speelt minder belangrijke rol omdat de vorsten niet meer zo afhankelijk van hen
waren
o edelen werden hinderpalen voor het vorstelijk streven naar centralisatie
o de derde stand werd adel in ruil voor hun toevoeging tot de staat
Ontstaan vorstenstaat: dalende rol adel, groeiende rol derde stand
Nieuw evenwicht: droom van autonome stadstaat laten vallen en ambtenaren & juristen
uit burgerij inzetten in bestuursorganen van vorst & beleid uittekenen Ontstaan
belangrijke politieke rol van burgerij binnen vorstelijke instellingen
Noblesse d’épée (= traditionele adel uit ME): verliezen macht en de noblesse de robe (= nieuwe
adel uit 3de stand): bestuursorganen van vorst leiden en organiseren, vormen nieuwe
administratieve, economische en religieuze elite
5. DEGECENTRALISEERDE AMBTENARENSTAAT
Typisch VMT, volledig uitgebouwd in 16de eeuw
Komt zowel tegemoet aan belangen van vorst als de onderdanen
Vorming organisaties, bestuursorganen, instellingen van/rond vorst; juristen worden steun en
toeverlaat van de vorst
Vorstelijk gecentraliseerde staat: top-down visie, MAAR gevoed vanuit onderlaag maatschappij
(o.a. handelaars, professionalisering rechtssysteem)
Getrapte rechtssysteem, georganiseerde door vorst, voor burgerlijke zaken, SCHRIFTELIJK:
Ontstaan garantie van rechten, grotere rechtszekerheid, ‘objectieve’ rechtsgang
Berecht worden in eigen taal
HOOFDSTUK 2: DE EEUW VAN HABSBURG
1. VAN BOURGONDISCHE NEDERLANDEN TOT SPAANS-HABSBURGS WERELDRIJK
1. HABSBURG
Dynastie uit de 11de eeuw afkomstig uit het huidige Zwitserland
13de-14de eeuw vooral gebieden in het ZO van HRR, met aartshertogdom Oostenrijk als
voornaamste bezit. Samen met de hertogdommen Stiermarken, Karinthië, Carniola en Tirol
vormde het de Hausmacht.
Habsburgers opwerpen als het dominante adellijke geslacht.
Heilige Roomse rijk:
o Heilig want het had een nauwe band met het christendom
o Rooms want het werd gezien als een verderzetting van het West-Romeinse Rijk
o Was een federatie van ca. 350 wereldlijke en geestelijke vorstendommen en Rijkssteden
o De keizer had geen reëel zeggenschap, wel waardigheid en aanzien
Huwelijk als politiek middel voor de uitbreiding van patrimoniaal bezit
Vb. Frederik III: huwelijk tussen zoon Maximiliaan en Maria van Bourgondië (erfgenaam Karel
de Stoute)
2.BOURGONDIË
1370 organiseerde de Franse koning Karel V een huwelijk tussen zijn broer Filips en Margareta,
de dochter van Lodewijk van Male, graaf van Vlaanderen.
, Filips de Stoute wilde een onafhankelijkere koers varen dan Frankrijk, wat leidde tot spanningen.
Hij werd de grondlegger van de Bourgondische hertogdommen, die een aparte dynastie
vormden.
Filips' zoon, Karel de Stoute, wilde de Bourgondische gebieden verder verenigen, maar stierf in
1477 tijdens de belegering van Nancy.
Leidde tot een Franse invasie en was er een afbrokkeling van de Bourgondische staat maar
kerngewesten bleven samen.
De dood van Karel de Stoute leidde tot het huwelijk van Maria van Bourgondië met Maximiliaan
van Oostenrijk. Dit huwelijk hielp de binnenlandse onrust te verminderen en de Franse invasie
werd teruggedrongen. Na de dood van Maria werd Maximiliaan regent voor zijn zoon Filips (de
Schone). Wanneer Filips meerderjarig werd verklaard begon hij zelf te regeren.
3. CASTILIË EN ARAGON
Iberisch schiereiland in de 15e eeuw:
o Christelijke koninkrijken Castilië, Aragon,
Navarra en Portugal
o Moslimkoninkrijk Granada
1469: huwelijk Ferdinand van Aragon x Isabella
van Castillië
o Veroveren Granada in 1492
o Oprichten inquisitie
o ontdekking van Amerika door Columbus
(in opdracht van Isabella)
o Verdrijven of dwingen de bekering van
moslims en joden
Katholieke koningen genoemd door hun inzet om het katholicisme als enige godsdienst in
hun rijk te vestigen.
4. VAN ALLIANTIE NAAR POLITIEKE UNIE
De alliantie tussen de Habsburgers en Aragon werd officieel gemaakt door een dubbelhuwelijk.
Filips de Schone trouwde met Johanna van Castilië, en Juan van Aragon trouwde met Margaretha
van Oostenrijk.
Het doel was niet om de twee landen te
combineren, maar om samen te werken
tegen de Franse druk op de Nederlanden en
Italië.
De Spaanse koninklijke familie had echter te
maken met veel vroege sterfgevallen. De
troonopvolger Juan stierf al in 1497, gevolgd
door Isabella. Het zoontje van Isabella en de
Portugese koning was de derde in lijn, maar
overleed in 1500. Daardoor werd Johanna de
erfgename wat betekende dat Filips de Schone
namens haar zou regeren.
Toen koningin Isabella overleed, kwamen
Johanna en Filips op de troon van Castilië, terwijl Ferdinand koning bleef van Aragon. Na de dood
van Filips werd het bestuur overgenomen door Ferdinand van Aragon, omdat Johanna niet in
staat was om te regeren. In de Nederlanden werd het bestuur door keizer Maximiliaan
overgenomen, totdat Karel meerderjarig werd.
Na de dood van Ferdinand werd Karel de erfgenaam van zowel Castilië als Aragon, omdat
Johanna (de Waanzinnige) niet kon regeren.
5. KEIZERSCHAP
Dood van Maximiliaan (1519): Opende de strijd om de keizerstroon van het Heilig Roomse Rijk.
Kandidaten:
o Karel van Habsburg
, o Frans I van Frankrijk
o Hendrik VIII van Engeland
Keizer werd gekozen door zeven keurvorsten (3 geestelijke, 4 wereldlijke).
Maximilaan wilde zijn kleinzoon Karel als "Rooms-Koning" laten verkiezen, zodat de keizerskroon
binnen de Habsburgse familie bleef.
Frans I had de steun van de paus, die niet wilde dat de pauselijke staten omsingeld zouden
worden door Habsburgse gebieden.
Karel haalt de bovenhand door propaganda en een omkoopactie om de keurvorsten te
beïnvloeden.
2. AMBITIES EN MISLUKKINGEN VAN EEN WERELDHEERSER
1.DOELSTELLING (KAREL V)
Verdediging christendom tegen vijanden (binnen- en
buitenland)
“Plus Ultra” = Straat van Gibraltar was niet het einde,
had ambitie om steeds meer te verkennen en
veroveren.
Nastreven van wereldlijk leiderschap: keizer is koning der
koningen, onderdanen zijn gehoorzaamheid verschuldigd.
Verdediging dynastieke belangen van het huis van Habsburg
Ambities roept vijandigheid op bij bevolking en buitenland
2. DE OPMARS VAN DE OTTOMANEN
Süleyman I zorgt voor culturele belangstelling en administratieve hervormingen
De grootste bloei en uitbreiding van Ottomaanse rijk
bestuurlijke en militaire aanpak: decentraal bestuurd, grote mate van autonomie (wel met harde
hand door de sultan en zijn divan = adviesraad van viziers)
etnisch-religieus gediversifieerde rijk
efficiënt belastingstelsel immense inkomsten
Samen met Noord-Afrikaanse bondgenoten beheersten de Ottomanen in de 16e eeuw grote
delen van de Middellandse Zee en de volledige Zwarte Zee.
1521: inname Belgrado (Hongarije)
1526: Hongarije uiteenviel in:
o Een westelijk Habsburgs gebied (Ferdinand)
o Een centraal Ottomaans gebied
o Een oostelijk vazalgebied
Pogingen om verder naar het westen door te breken mislukten:
o 1529: mislukt beleg van Wenen
o 1532: tweede mislukte poging.
In de Spaans-Franse oorlogen bundelde Süleyman de krachten met Frans I tegen Karel V om de
Habsburgers te verzwakken.
Karel V behaalde succes door Tunis te veroveren, maar zijn expeditie tegen Algiers in 1541
mislukte door stormweer en sterk verzet.
3. DE CONFRONTATIE VAN FRANKRIJK
Eind 15de eeuw: één van de rijkste staten van West-Europa
1521-1559: vijf oorlogen FR Habsburg
o 1521-1526: nederlaag Frans I
Slag bij Pavia (1525): Frans I gevangengenomen
Verdrag van Madrid (1526): Frans I belooft Bourgondië terug te geven
o 1526–1529: nederlaag Frans I
Liga van Cognac: Frans I, paus, Venetië, Firenze en hertog van Milaan
Sacco di Roma (1527): Rome wordt geplunderd
Damesvrede van Kamerijk (1529): bevestiging van eerdere toegevingen; Frankrijk
mag Bourgondië definitief houden + paus onder curatele van Karel V
o 1536-1539 en 1541-1544: uitgevochten op grondgebied Nederlanden