D2 H1 sociaal handelen, sociale interactie en communicatie
Macrosociologie hoogste niveau: het niveau van de samenleving (als sociaal
systeem)
Mesosociologie middenniveau: het niveau van organisaties, groeperingen,
netwerken
Macrosociologie laagste niveau: het niveau van interpersoonlijke relaties
1.1 sociaal handelen
1.1.1 definitie
”Sociologie is de studie van menselijke samenleving” mensen leven samen en
ontmoeten elkaar op verschillende manieren
- Gewild – ongewild
- Oppervalig – intensief
- Eenmalig – herhaald
- Verbaal – non verbaal
- Direct (spreken) – indirect (sms, bellen) medium tussen ons als we
communiceren)
Mensen leven samen, ontmoeten elkaar
Dus: mensen reageren op elkaar daar waar mensen samenkomen: ze
stemmen hun gedrag op elkaar af (als buurman over weer begint, ergens
in meegaan)
Sociaal handelen =
- Sociaal is niet altijd positief
- Zinvolle betrokkenheid op gedrag van anderen (in u eigen handelen,
zinvolle betrokkenheid tonen en voor uzelf anders kan je daar niet op
reageren), en u daardoor laten beïnvloeden
- Wisselwerking tussen mensen (impliciet of expliciet) o.b.v. betekenissen
die we aan elkaars gedrag geven)
= handelen dat zijn zin en betekenis ontleent aan een betrokkenheid op andere
mensen en in zijn verloop op andere mensen is gericht en er ook door bepaald
wordt (Max Weber)
- Sociologie: “studie van menselijke samenleving”
- DWZ sociologen bestuderen:
o Sociale handelen van mensen, dit is het handelen van mensen in
zoverre het beïnvloed wordt door het handelen van andere mensen
o Handelen dat plaatsvindt in een sociale omgeving
1
, o Handelen dat de kenmerken van die sociale omgeving ondergaat
En de uit sociaal handelen voortgekomen patronen en structuren in hun
ontstaan, voortbestaan en verandering
Voorbeelden van sociaal handelen
- Fietsongeval men helpt elkaar = sociaal handelen
- Gebarentaal = sociaal handelen (zinvolle betrokkenheid, niet verbale
interactie)
- Festival op schouders van iemand = sociaal handelen (communicatie is
er geweest)
- Verkeersagressie = ook sociaal handelen (ook zinvol betrokken bij
agressie)
1.1.2 typologie
4 categorieën van sociaal handelen (Max Weber):
1 – doel rationeel handelen
2 – waarde rationeel handelen
3 – affectief handelen
4 – traditioneel handelen
1) doel rationeel handelen
= instrumenteel handelen (goed nadenken over doelen die je wilt bereiken met u
handelen, zo efficiënt mogelijk u doelen bereiken, hoe? Door de middelen, goed
nadenken, neven effecten)
= gericht op het rationeel verwezenlijken van weloverwogen doelstellingen
(action richt zich op bepaalde doelen, middelen en neveneffecten en vraagt zich
hierbij af hoe deze zich tot elkaar verhouden)
Zo efficiënt mogelijk proberen handelen
Doelen, middelen en neveneffecten en hun onderlinge verhouding
Optimalisatie van efficiëntie, kosten-batenanalyse
Doelen kunnen tussenschakels zijn in een reeks van meerdere einddoelen
2) waarde rationeel handelen
= handelen dat waarde of betekenis heeft, onafhankelijk van het resultaat van
het handelen (de action laat zich leiden door zijn overtuiging, de plicht, zijn
waardigheid, zijn esthetische gevoelens, religieuze of morele normen)
Wat is de reden van uw doel?
2
, Overtuigingen plichtgevoel, waardigheid, esthetische gevoelens, religieuze
of morele normen zijn drijfveer
Het handelen op zich is waardevol
3) affectief handelen
= emotioneel handelen
= handelen op grond van emoties en gevoelens
Effectief handelen is altijd gevolg van zintuigelijke of emotionele impulsen
en is wel onderworpen aan enige vorm van regulering
Geen verwijzing naar een doel of een waarde
Expressie van een instinctieve, zintuigelijke, emotionele of passionele
toestand
Ongecontroleerde reactie op een bepaalde stimulus
Wel onderhevig aan regels
Erosie van sociale regulering van emotioneel sociaal handelen
Sociaal handelen verklaren door sociale maar ook door psychologische
factoren
4) traditioneel handelen
= handelen dat door gewoonte of door traditie bepaald is
Bijna automatisch gedrag
Geen middel-doel schema – wel doel voor ogen maar geen afweging van
middelen
Motieven?
- 4 types zijn ideaaltypen (= kunstmatige (heel, zelden in realiteit in zuiver
vorm) constructie die we maken om dingen te analyseren)
- In realiteit is sociaal handelen vaak een mengvorm van deze ideaaltypen
- Kader om te reflecteren over het eigen handelen en het sociaal handelen
Toepassingen:
1. effectieve (emotioneel) waarde rationeel (belangrijke voor haar), doel rationeel
(hard gewerkt om doel te bereiken)
2. waarde rationeel (veel belang aan feminisme), doel rationeel (instrument dat
feminisme wordt misbruikt, gebruikt om doelen te halen)
3