Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Notas de lectura

Hoorcollege Oneerlijke Handelspraktijken | Economisch recht | UA |

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
71
Subido en
10-06-2026
Escrito en
2025/2026

Dit document omvat alle hoorcolleges van het deel marktpraktijken. (Let op: het document bevat dus niet ondernemingsbegrippen, kartelrecht en intellectueel eigendomsrecht) Deze hoorcolleges zijn volledig opnieuw bekeken en woord per woord genoteerd. Het is in grote tekstblokken, maar wel gestructureerd om er gemakkelijk van te leren. Artikelen en arresten zijn ook opgenomen.

Mostrar más Leer menos
Institución
Grado

Vista previa del contenido

MARKPTRAKTIJKEN - Economisch recht Hoorcollege 9

DE RICHTLIJN ONEERLIJKE HANDELSPRAKTIJKEN
Vandaag gaan we de materieelrechtelijke regels bekijken die van toepassing zijn op de handelspraktijken en
het eerste wat we daarbij moeten doen is nagaan wat het toepassingsgebied is van de richtlijn oneerlijke
handelspraktijken.
Het is belangrijk om eerst n/d richtlijn te kijken, omdat we eerst n/d Europese regels moeten kijken om dan na
te gaan hoe die Europese regels zijn omgezet in ons nationaal recht.
Als we die richtlijn bekijken zien we in rechtsoverweging 18 de verwijzing naar gemiddelde consument
waarover we het al hebben gehad. De gemiddelde consument is een criterium dat door het Hof van Justitie is
ontwikkeld en dat is de redelijk geïnformeerde omzichtige en oplettende consument is die geldt als maatstaf
waarbij eveneens rekening wordt gehouden met maatschappelijke, culturele en taalkundige factoren. Dat
begrip gemiddelde consument geeft invulling aan de bepalingen van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken
zelf.
Bijv. Het algemeen verbod op oneerlijke handelspraktijken (Art.5) “Een handelspraktijk is oneerlijk wanneer zij:
a) in strijd is met de vereisten van professionele toewijding, en b) het economische gedrag van de gemiddelde
consument die zij bereikt of op wie zij gericht is of, indien zij op een bepaalde groep consumenten gericht is,
het economisch gedrag van het gemiddelde lid van deze groep, met betrekking tot het product wezenlijk
verstoort of kan verstoren.” --> Hier is er al een duidelijke verwijzing naar de gemiddelde consument zoals die
ingevuld wordt door de rechtspraak van het HvJ.
Daarnaast heb je in de richtlijn ook bepalingen m.b.t. misleidende handelspraktijken (Art.6 en 7) en de
agressieve handelspraktijken (Art.8 en 9).
Als we kijken naar Art. 6 nl. misleidende handelingen/acties dan zien we daar ook weer een verwijzing naar de
gemiddelde consument: “Als misleidend wordt beschouwd een handelspraktijk die gepaard gaat met onjuiste
informatie en derhalve op onwaarheden berust of, zelfs als de informatie feitelijk correct is, de gemiddelde
consument op enigerlei wijze, inclusief door de algemene presentatie, bedriegt of kan bedriegen ten aanzien
van een of meer van de volgende elementen, en de gemiddelde consument er zowel in het ene als in het
andere geval toe brengt of kan brengen een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had
genomen ...”
Als we kijken naar Art. 7 nl. misleidende omissies, waar het gaat over het weglaten van informatie die
essentieel is voor de besluitvorming, dan zien we daar ook weer een verwijzing naar de gemiddelde
consument: “Als misleidende omissie wordt beschouwd een handelspraktijk die in haar feitelijke context, al
haar kenmerken en omstandigheden en de beperkingen van het communicatiemedium in aanmerking
genomen, essentiële informatie welke de gemiddelde consument, naargelang de context, nodig heeft om een
geïnformeerd besluit over een transactie te nemen, weglaat en die de gemiddelde consument er toe brengt of
kan brengen een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen.”
Als we overstappen naar de agressieve handelspraktijken, dan zien we ook daar een verwijzing naar de
gemiddelde consument: “Als agressief wordt beschouwd een handelspraktijk die, in haar feitelijke context, al
haar kenmerken en omstandigheden in aanmerking genomen, door intimidatie, dwang, inclusief het gebruik
van lichamelijk geweld, of ongepaste beïnvloeding, de keuzevrijheid of de vrijheid van handelen van de
gemiddelde consument met betrekking tot het product aanzienlijk beperkt of kan beperken, waardoor hij ertoe
wordt gebracht of kan worden gebracht over een transactie een besluit te nemen dat hij anders niet had
genomen.”
DUS in de richtlijn oneerlijke handelspraktijken speelt de maatstaf v/d gemiddelde consument voor elk
belangrijk onderdeel van die richtlijn.

,DOEL RICHTLIJN
Als we kijken naar het doel van de richtlijn (Art.1): “Het doel van deze richtlijn is om bij te dragen aan de
goede werking van de interne markt en om een hoog niveau van consumentenbescherming tot stand te
brengen door de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake oneerlijke
handelspraktijken die de economische belangen van de consumenten schaden, te harmoniseren.”
" Dus we willen die bepalingen harmoniseren vanuit het dubbele doel enerzijds interne markt
realiseren en anderzijds hoog niveau van consumentenbescherming.


TOEPASSINGSGEBIED RICHTLIJN
Als we kijken naar het toepassingsgebied van de richtlijn (Art.3): “Deze richtlijn is van toepassing op oneerlijke
handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten, zoals omschreven in artikel 5, vóór, gedurende en
na een commerciële transactie met betrekking tot een product” = M.a.w. de richtlijn blijft beperkt tot
oneerlijke handelspraktijken i/d B2C-relatie. Die transactie moet betrekking hebben op een product en om
product na te gaan moeten we kijken n/d definities (Art.2): “Een goed of dienst, met inbegrip van onroerend
goed, rechten en verplichtingen.” = dat is een hele ruime omschrijving. We kunnen ons daarbij afvragen hoe
dat is omgezet in het Belgische recht: In het Belgisch recht hebben we twee bepalingen die verwijzen naar
product nl. de algemene bepaling WER (Art.I.1, 4° WER) “Goederen en diensten, onroerende goederen, rechten
en verplichtingen.” en Boek 6 WER (Art.I.8, 47° WER) en dat is de definitie die we moeten toepassen hier en
dus van toepassing is op marktpraktijken en consumentenbescherming: “Goederen, diensten, onroerende
goederen, digitale diensten, digitale inhoud, rechten en verplichtingen.” = bijkomend digitale diensten en
inhoud, op zich is het zinloos dat de wetgever een aparte definitie heeft doorgevoerd, want digitale diensten
vallen natuurlijk onder diensten algemeen, want diensten algemeen worden gedefinieerd in Art.I.1, 5° WER:
“Elke prestatie verricht door een onderneming in het kader van haar professionele activiteit of in uitvoering van
haar statutair doel.” Een digitale inhoud (we gaan daar niet dieper op in), maar kan op zich een digitale dienst
uitmaken of onlosmakelijk verbonden zijn met een goed en een goed wordt gedefinieerd in Art.I.1, 6° WER:
“Een lichamelijke roerende zaak.” Dus uiteindelijk heeft de wetgever dat willen specificeren maar het voegt
niets toe, want als begrepen in andere onderdelen van de betrokken bepaling.
We weten dat het toepassingsgebied heel ruim is en er wordt verwezen in dat toepassingsgebied naar
‘oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten’ wat wordt daarmee bedoeld? Ook daar
moeten we weer kijken naar definities in de richtlijn zelf nl. Art.2, d°: “Iedere handeling, omissie, gedraging,
voorstelling van zaken of commerciële communicatie, met inbegrip van reclame en marketing, van een
handelaar, die rechtstreeks verband houdt met de verkoopbevordering, verkoop of levering van een product
aan consumenten.” We weten dat een handelaar hetzelfde is als een onderneming (HvJ – BKK Mobil Oil). Wat
is dan rechtstreeks verband houden met de verkoopbevordering? Een impact hebben op het economisch
gedrag van de consument, dus een invloed hebben op de aankoopbeslissing van de consument.
Wat is oneerlijk volgens de richtlijn (Art.5): “Een handelspraktijk is oneerlijk wanneer zij: a) in strijd is met de
vereisten van professionele toewijding, en b) het economische gedrag van de gemiddelde consument die zij
bereikt of op wie zij gericht is of, indien zij op een bepaalde groep consumenten gericht is, het economisch
gedrag van het gemiddelde lid van deze groep, met betrekking tot het product wezenlijk verstoort of kan
verstoren.”
Wat betekent professionele toewijding? (eerste voorwaarde) Art.2, h°: “Het normale niveau van bijzondere
vakkundigheid en zorgvuldigheid dat redelijkerwijs van een handelaar ten aanzien van consumenten mag
worden verwacht, overeenkomstig eerlijke marktpraktijken en/of het algemene beginsel van goede trouw in de
sector van de handelaar.”
Belangrijk: deze definities vinden we ook allemaal terug in ons WER, want daar worden die overgenomen.
Vermits het om handelspraktijken gaat moeten we kijken naar de definities eigen aan Boek 6.




2

,Een tweede voorwaarde is dat het economisch gedrag van de consument wezenlijk moet worden verstoord of
kan worden verstoord, wat betekent dat? Art. 2, e°: “Een handelspraktijk gebruiken om het vermogen van de
consument om een geïnformeerd besluit te nemen merkbaar te beperken, waardoor de consument tot een
transactie besluit waartoe hij anders niet had besloten.” = M.a.w. hier zie je heel duidelijk een weerspiegeling
van het Europees informatiemodel nl. de consument moet voldoende informatie hebben om een beslissing te
nemen i/d markt. Zijn vermogen om zo’n geïnformeerd besluit te nemen, mag niet merkbaar beperkt worden
waardoor die tot een transactie besluit waartoe hij in normale omstandigheden in afwezigheid van die
oneerlijke handelspraktijk niet had besloten.


HARMONISATIEMETHODE RICHTLIJN
We moeten ons de vraag stellen: wat kan een lidstaat nog doen? Op Europees niveau is er een verschil tussen
minimumharmonisatie of volledige/maximale harmonisatie. Bij minimumharmonisatie is er nog enige
bewegingsvrijheid nl men mag strenger gaan dan de richtlijn in het licht van de doelstelling van de betrokken
richtlijn op voorwaarde dat die verdergaande maatregelen in overeenstemming zijn met Europees Recht nl.
beantwoorden aan de redelijkheidsregel. De redelijkheidsregel betekent maatregel zonder onderscheid,
gerechtvaardigd in het licht van het algemeen belang, geschikt om het doel te bereiken en niet verdergaan dan
noodzakelijk is om het doel te bereiken. Bij maximumharmonisatie is er geen bewegingsvrijheid, want dan
mag je niet strenger gaan of minder streng dan wat betrokken richtlijn vooropstelt. In deze richtlijn wordt er in
de inleidende overweging en in Art.4 verwezen naar volledige harmonisatie. M.a.w. de lidstaten mogen geen
minder strenge of strengere regels opleggen om een hoger niveau van consumentenbescherming te
waarborgen, tenzij de richtlijn zelf voorziet in vrijwaringsclausules. In deze richtlijn heb je een aantal
vrijwaringsclausules in Art.3.
De docent voegt eraan toe dat het niet alleen een volledige harmonisatie is, maar ook een exhaustieve
harmonisatie nl. deze richtlijn regelt heel het domein op uitputtende wijze. De Belgische wetgever is daar nog
steeds niet van overtuigd geweest. Onze Belgische wetgever is van oordeel dat deze richtlijn dit gebied regelt
en dat dat hoofdzakelijk de reclame/de bevordering betreft van handelspraktijken. Dat betekent dus dat alle
voorwaarden die je aan handelspraktijken oplegt, nog tot de bevoegdheid van de Belgische overheid behoren.
M.a.w. de Belgische wetgever zegt: deze richtlijn heeft betrekking op reclamepraktijken voor handelspraktijken
die geregeld zijn door de richtlijn zelf, en de voorwaarden waaraan die handelspraktijken moeten
beantwoorden daar hebben wij de vrijheid nog over. A.d.h.v. de richtlijn kunnen we stellen dat de richtlijn
oneerlijke handelspraktijken regelt op zo’n manier dat heel het domein exhaustief is geregeld nl. in die zin dat
als je geen oneerlijke handelspraktijk hebt zoals de richtlijn vooropstelt, de handelspraktijk dan eerlijk is. Dat
betekent dus dat de Belgische wetgever geen enkele bevoegdheid op dat terrein over heeft --> Deze richtlijn is
letterlijk overgenomen in ons WER, zonder bepalingen te wijzigen. De bepalingen die de letterlijke omzetting
zijn van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken, vinden we in Art.VI.92 WER ev.
Dat is het probleem bij heel wat richtlijnen: De wetgeving i/d lidstaten is verschillend, terwijl de doelstelling is
het realiseren van een interne markt. Als je die verschillen behoudt, realiseert men die interne markt niet,
want dan bestaan er nog altijd handelsbelemmeringen tss de betrokken lidstaten --> minimumharmonisatie
werkt niet op dit terrein, want de lidstaten zijn protectionistisch. Wat men wil doen is een uniforme regeling
uitdragen waardoor de interne markt op dit gebied voltooid kan worden.


UITSLUITINGEN UIT TOEPASSINGSGEBIED PREAMBULE
De Europese wetgever heeft vooropgesteld dat wanneer een bepaalde praktijk geen noemenswaardige
gevolgen heeft op de besluitvorming van de consument dat buiten de richtlijn kan blijven. Men stelt regels van
‘product placement’ voorop, dat beïnvloedt de consument, maar niet op een zodanige wijze dat die onder het
toepassingsgebied van de richtlijn moeten vallen. Bijv. Het Huis Eric Goens – In de ochtend ontbijt men met
Alpro en dat komt dan gedurende een tijd in zicht. In de avond aperitief men met Apérol en dat komt dan ook
duidelijk in beeld --> aanvaarde praktijken, maar worden wel op een aparte manier geregeld voor audiovisuele
media, maar vallen niet onder deze richtlijn. Ook merkdifferentiatie valt daarbuiten. Ook valt het volgende niet
onder de richtlijn: bepaalde informatie die ondernemingen aan consumenten moeten verstrekken. Ook




3

, uitgesloten: smaak en fatsoen-regels, de lidstaten kunnen die zelf regelen. Bijv. Arrest - Omega Spielhallen
(niet opgenomen in rechtspraakbundel). Dat is een arrest over een lazerdrone. Een lazerspel waarbij je andere
spelers moet neerschieten met een lazerstraal en in Duitsland vond men dat in strijd met de Openbare orde,
meer bepaald met grondwettelijk beginsel van bescherming v/d menselijke waardigheid. Het vermoorden van
andere mensen gaat men banaliseren op die manier, en dat ondermijnd de eerbaarheid van de betrokken
medespelers. Die uitbater van de lazerdrone zegt dat een lazerdrone een dienst is, dus beperking van vrij
verkeer van diensten die niet gerechtvaardigd is. Komt voor HvJ. Openbare orde kan je alleen maar inroepen
als er een daadwerkelijke en voldoende ernstige bedreiging is van een fundamenteel belang in een bepaalde
maatschappij of maatschappelijke context. HvJ zegt: dat kan verschillen in tijd, evolueren in tijd en verschillen
van lidstaat tot lidstaat wat er onder die smaak-en fatsoen-regels wordt verstaan. Die grondrechten behoren
tot de algemene rechtsbeginselen want die grondrechten bouwen voort op constitutionele tradities i/d
lidstaten en op de internationale verdragen. Het HvJ leidt daaruit af dat die bescherming v/d menselijke
waardigheid ook een algemeen rechtsbeginsel is op Europees niveau, dus element van Openbaar belang dat
ingeroepen kan worden. Is dat geschikt? Ja. Is die handelsbelemmerde maatregel proportioneel t.a.v. doel? Ja,
want enkel beperkt is tot lazervariant van het betrokken spel. Het feit dat zo’n lazerspel in België is toegelaten,
in Franrijk is toegelaten en in Duitsland niet betekent niet dat het onproportioneel is. Bijv. Aanklampen van
personen op straat. Als je naar de kathedraal wandelt, proberen obers toeristen binnen te lokken. Vroeger was
dat een bepaling die in België verboden was, dat beschouwde men als een oneerlijke handelspraktijk. Nu niet
meer verboden, tenzij het gepaard gaat met andere zaken zoals slechtmaking. Dat zou een smaak-en
fatsoenregel kunnen zijn dat lidstaten nog zouden kunnen invoeren.
De richtlijn is van toepassing op de relatie tussen onderneming-consument, wat betekent dat de relatie tss
ondernemingen onderling daarbuiten valt. De mededingingsregels in strikte zin vallen niet onder deze richtlijn.
Ook niet de regels m.b.t. intellectuele eigendom. Let op: Het gaat om de strikte regels m.b.t. intellectuele
eigendom, want als ze spreken over verwarring tss merken, gaan ze ook de consumenten misleiden m.b.t. een
bepaald merk en misleiding kan een misleidende handelspraktijk zijn.
Als we de preambule lezen, zien we dat gokactiviteiten ook buiten de richtlijn worden gehouden, omdat
lidstaten dat willen. De lidstaten zijn daar een stukje hypocriet, enerzijds wil men wil men de
spelers/consumenten beschermen tegen verslaving, maar anderzijds wordt er in België nog veel reclame
gevoerd voor de Nationale Loterij, omdat die veel geld genereren voor de schatkist. De organisatie van die
gokmarkten, die hoe die gebeuren, wie er online weddenschappen mag aanbieden, waar er casino’s mogen
zijn, ... is een nationale aangelegenheid, maar wanneer je reclame gaat voeren voor bepaalde
weddenschappen of spelen en die is misleidend dan is er wel een misleidende handelspraktijk. Dus nuancering
nodig: het is niet zo dat alles m.b.t. die gokactiviteiten buiten het toepassingsgebied van de richtlijn valt.


UITSLUITINGEN UIT TOEPASSINGSGEBIED RICHTLIJN
Vrijwaringsclausules Art.3, § 2: “Deze richtlijn laat het verbintenissenrecht en, in het bijzonder, de regels
betreffende de geldigheid, de opstelling en de rechtsgevolgen van contracten onverlet.” Kunnen oneerlijke
bedingen er dan ook onder vallen? Oneerlijke bedingen kunnen in bepaalde omstandigheden misleidend of
agressief zijn in die zin dat ze de consument i/e transactie ongepast beïnvloeden, dus die uitzondering is niet
volledig. Art.3, § 4: “In geval van strijdigheid tussen de bepalingen van deze richtlijn en andere communautaire
voorschriften betreffende specifieke aspecten van oneerlijke handelspraktijken, prevaleren laatstgenoemde
voorschriften en zijn deze van toepassing op deze specifieke aspecten.” = M.a.w. de bijzondere wet stelt de
algemene wet in vraag, dus onze richtlijn oneerlijke bedingen gaat voor op de richtlijn oneerlijke
handelspraktijken bij strijdigheid tss de bepalingen. HvJ heeft in een aantal arresten beslist dat we deze regel
zo moeten lezen dat er enkel een echte prevalentie is van de meer specifieke regel als er een grote
tegenstrijdigheid is met de richtlijn oneerlijke handelspraktijken. Vaak zal het zo zijn dat die regels elkaar
aanvullen, dus in de praktijk zullen we ze allebei kunnen toepassen. Art.3, § 3: “Deze richtlijn doet geen
afbreuk aan de communautaire of nationale voorschriften inzake gezondheids- en veiligheidsaspecten van
producten.” = De regels m.b.t. geneesmiddelen, technische standaarden waaraan goederen moeten
beantwoorden, ... vallen buiten deze richtlijn, maar nuancering: voedingsclaims, gezondheidsclaims en
milieuclaims kunnen misleidend zijn en dan vallen we wel onder deze richtlijn. Art.3, § 7: “Deze richtlijn laat
de regels voor de bepaling van de rechtsmacht onverlet.” Art.3, § 8:” Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de




4

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
10 de junio de 2026
Número de páginas
71
Escrito en
2025/2026
Tipo
NOTAS DE LECTURA
Profesor(es)
Gert straetmans
Contiene
Hoorcolleges deel marktpraktijken

Temas

$20.32
Accede al documento completo:

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Conoce al vendedor

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
sdrsns Artesis Hogeschool Antwerpen
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
9
Miembro desde
2 año
Número de seguidores
1
Documentos
8
Última venta
3 meses hace

4.5

2 reseñas

5
1
4
1
3
0
2
0
1
0

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes