Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Otro

Oefen toetsen klinische psychologie 1b | Open Universiteit | 2025/2026

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
171
Subido en
10-06-2026
Escrito en
2025/2026

Het document bestaat uit toetsen van 25 vragen per hoofdstuk en op het laatste 1 oefententamen op basis van alle hoofdstukken. Het is gemaakt met NotebookLM op basis van mijn samenvattingen, de zelftesten en de powerpoints bij het boek.

Mostrar más Leer menos
Institución
Grado

Vista previa del contenido

Ontwikkelingsstoornissen H11 Quiz
27 questions



Name: Date: Score:


1. Welk subtype van ADHD komt volgens de bronnen het meest frequent voor
bij volwassenen, en welk subtype het minst?

A Het overwegend onoplettende type komt het vaakst voor; het gecombineerde
type het minst vaak.

B Het gecombineerde type komt het vaakst voor; het overwegend onoplettende
type het minst vaak.

C Het hyperactieve-impulsieve type komt het vaakst voor; het overwegend
onoplettende type het minst vaak.

D Het gecombineerde type komt het vaakst voor; het hyperactieve-impulsieve
type het minst vaak.



2. Wat is de kern van de 'dubbele empathie theorie' in de context van
Autismespectrumstoornis (ASS)?

A Het suggereert dat empathie bij ASS pas dubbel zo sterk wordt naarmate de
intelligentie toeneemt.

B Er is sprake van een wederzijds onbegrip: mensen met ASS hebben moeite
met anderen, en anderen hebben moeite met mensen met ASS.

C Personen met ASS moeten dubbel zoveel inspanning leveren om de emoties
van neurotypische mensen te kopiëren.

D Mensen met ASS beschikken over zowel een tekort aan cognitieve als
emotionele empathie.

,3. Welk ADHD-verklaringsmodel stelt dat de symptomen voortkomen uit een
gebrekkige aanpassing van de energetische interne toestand aan
omgevingseisen?

A Het executief verklaringsmodel.

B Het delay-aversion model.

C Het dynamisch ontwikkelingsmodel.

D Het toestandsregulatiemodel.



4. Op basis van de DSM-5 criteria voor ASS, welke van de volgende
combinaties van tekortkomingen is vereist voor een diagnose?

A Alle 3 de kenmerken van sociale communicatie en interactie, plus slechts 1
kenmerk van repetitief gedrag.

B Minimaal 2 kenmerken van sociale communicatie en interactie, plus alle 4 de
kenmerken van repetitief gedrag.

C Alle 3 de kenmerken van sociale communicatie en interactie, plus minimaal 2
van de 4 kenmerken van repetitief gedrag.

D Minimaal 2 kenmerken van sociale communicatie en interactie, plus minimaal
2 van de 4 kenmerken van repetitief gedrag.



5. Wat is een opvallend verschil in de comorbiditeit van ADHD tussen mannen
en vrouwen?

A Vrouwen hebben vaker ASS als comorbide stoornis, terwijl mannen vaker
depressie hebben.

B Mannen vertonen vaker externaliserende problemen (agressie), terwijl
vrouwen vaker internaliserende problemen (zelfbeschadiging) vertonen.

C Mannen hebben een 4x hoger suïciderisico dan vrouwen met ADHD.

D Vrouwen hebben vaker last van obesitas, terwijl mannen vaker diabetes type 2
ontwikkelen.

,6. Waarom wordt de 'Autism-spectrum Quotient' (AQ) vragenlijst in de
diagnostiek als weinig betrouwbaar beschouwd?

A Het instrument is te gevoelig voor camoufleergedrag bij vrouwen.

B De lijst is alleen bedoeld voor kinderen en niet gevalideerd voor volwassenen.

C De AQ meet enkel de positieve eigenschappen van ASS en negeert de
beperkingen.

D Personen met ASS hebben vaak een beperkt zelfinzicht, wat de validiteit van
zelfrapportage vermindert.



7. Welk specifiek neurologisch verschil is gevonden bij mensen met ADHD ten
opzichte van mensen zonder deze diagnose?

A Een overmatige activiteit in de prefrontale cortex tijdens rusttoestanden.

B Een vergrote cerebellum die leidt tot motorische hyperactiviteit.

C Het volledig ontbreken van de verbinding tussen de linker- en
rechterhersenhelft.

D Kleinere subcorticale hersengebieden, zoals de amygdala en hippocampus.



8. Wat stelt het 'Dual-pathway model' over de etiologie van ADHD?

A Er is een onderscheid tussen neurologische rijping en sociale aanpassing.

B ADHD ontstaat door een stoornis in de regulatie van denken
(inhibitiecontrole) én een afwijkende motivatiestijl (moeite met uitstel).

C Symptomen ontstaan door een combinatie van hyperactiviteit en
onoplettendheid.

D ADHD wordt veroorzaakt door zowel genetische factoren als
omgevingsfactoren zoals vitamine D-tekort.



9. Wat is een belangrijke protectieve factor tijdens de zwangerschap die de
kans op ASS verlaagt?

A Hoge doses vitamine D tijdens het derde trimester.

B Het gebruik van foliumzuur vanaf drie maanden voor de conceptie.

C Vroegtijdige screening op genetische mutaties in de navelstreng.

D Het vermijden van suikerhoudende dranken gedurende de gehele
zwangerschap.

, 10. In de diagnostiek van ADHD bij volwassenen wordt de heteroanamnese als
essentieel beschouwd. Wat is hiervoor de belangrijkste reden?

A Het helpt om vast te stellen of de persoon liegt om toegang te krijgen tot
stimulantia.

B Zelfrapportage correspondeert vaak niet goed met het werkelijke functioneren
en de vroege kindertijd moet objectief worden vastgesteld.

C Zonder bevestiging van de ouders mag er wettelijk geen medicatie worden
voorgeschreven.

D Een clinicus mag op basis van de DSM-5 geen diagnose stellen zonder de
partner te spreken.



11. Bij welke subgroep van de bevolking wordt vaker ASS vastgesteld
vergeleken met de algemene populatie?

A Transgender personen, waarbij met name degenen met een vrouwelijk
geboortegeslacht hoger scoren op autistische kenmerken.

B Migranten van de eerste generatie vanwege de cultuuroverdracht.

C Mensen met een extreem hoog EQ (Emotionele Quotiënt).

D Ouderen boven de 65 jaar vanwege neurodegeneratieve processen.



12. Wat is een kenmerkend verschil in de presentatie van ASS tussen mannen en
vrouwen?

A Vrouwen camoufleren hun symptomen vaker, wat leidt tot een latere diagnose
en identiteitsproblemen.

B ASS is bij vrouwen voor 100% erfelijk, terwijl dit bij mannen slechts 83% is.

C De gefixeerde interesses van mannen zijn vaker gericht op sociale thema's,
terwijl vrouwen zich op voorwerpen richten.

D Mannen hebben vaker sociale contacten, maar vinden deze zeer vermoeiend.

Libro relacionado

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
10 de junio de 2026
Número de páginas
171
Escrito en
2025/2026
Tipo
OTRO
Personaje
Desconocido

Temas

$4.11
Accede al documento completo:

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Conoce al vendedor
Seller avatar
lizevds

Documento también disponible en un lote

Conoce al vendedor

Seller avatar
lizevds Open Universiteit
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
3
Miembro desde
4 meses
Número de seguidores
0
Documentos
8
Última venta
1 día hace

0.0

0 reseñas

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes