NEURLATIE
INDELING VAN ZENUW ST ELSEL
STRUCTUREEL
CZS = hersenen + ruggenmerg
PZS = alles buiten CZS = hersenzenuwen, ganglia, ruggenmergzenuwen, autonome zenuwen, enterisch zenuwstelsel
FUNCTIONEEL
Somatisch ZS: inn huid + skeletspieren motorisch en sensorisch
Visceraal ZS = autonome ZS: inn ingewanden + gladde spierweefsel + klieren in perifere deel van lichaam
PS ZS
sympatisch ZS
BESTEMMING VAN ECTODERM: NEURULATIE DAG 19-22
1) regressie van primitieve streep: dag 17 – 19
2) vorming verdikte neurale plaat in ectoderm: craniaal tov primiteive knoop op dag 19 => vorming neurale plaat
geinduceerd door chorda dorsalis = notochord:
notochord = bron van middellijn van signalen die omliggende weefsels ordenen + skeletelement van embryo
3) neurale inductie => differentiatie ectodermale cellen in dikke plaat van neuro-epitheliale cellen (neuroectoderm)
4) neurale plaat = eerst craniaal caudaal + neurale plaat vouwt tijdens 4de week => neurale buis = voorloper CZS
5) lat randen van neurale plaat neurale kamcellen = neurale lijst = crista neuralis: komen los tijdens vorming van
neurale buis + migratie in embryo voor vorming structuren
SECUNDAIRE NEURULATI E
Vorming neurale buis vanuit staartknop = sec neurulatie <-> prim neurulatie = neurale buis gevormd uit neurale plaat
Caudale niv van neurale buis, neurale lijstcellen, somieten = ontwikkeld uit staartknop van mesoderm
Dag 20 – 40 => voltooid na 8 weken
1) Verdichting van neurale staartknopcellen tot vaste massa = medullaire knoop
2) Cavitatie van medullaire koord => vorming lumen samensmelting lumen met neuraalkanaal van craniale
neurale buis
3) Lat staartknopcellen gesegmenteerd => vorming caudale somieten
4) Caudale uiteinde van chorda groeit => sacrale, coccygeale, staartregio
ONTW IKKELING VAN HERSENBLAASJES EN HERSENBUIGINGEN
PRIM HERSENBLAASJES VERDELEN HERSENBLAASJES
Indeling van hersenen = versch soorten hersenblaasjes (dag 28):
Prosencephalon: voorhersenen
Mesencephalon: middenhersenen
Rhombencephalon: achterhersenen
, 5de week: mesencephalon vergroot + verdeling prosencephalon en rhombencephalon in elk 2 delen => 5 sec
hersenblaasjes (dag 35)
Prosencephalon telencephalon (craniale eindhersenen) + diencephalon (caudale tussenhersenen)
Rhombencephalon metencephalon (craniale achterhersenen) + myelencephalon (caudale medulla-hersenen)
Neuraal kanaal binnen alle hersenblaasjes uitgebreid tot holte = prim ventrikels def ventrikels
Dag 90: verschijnen hersenhelften
VORMING VAN HERSENBUIGINGEN
4de – 8ste week: vouwingen ontstaan uit hersenbuis
1) Mesencefalische buiging = craniale/cephalische flexuur = dorsaal convexe buiging: middenhersengebied
2) Cervicale buiging: bij overgang myelencephalon – ruggenmerg = dorsaal convexe buiging
3) Pontiene buiging = dorsaal concave buiging: begint op plaats van pons (dag 90)
8ste week: verdieping van pontiene flexuur, metencephalon, ontwikkelend cerebellum => teruggevouwen op
myencephalon
Cytodifferentiatie: begin in rhomboencefale gebied + uitbreiding craniaal en caudaal naarmate groef op niv’s sluit en
neurale buis vormt
CYTODIFFERENTIATIE VAN NEURALE BUIS EN DIFFERENTIATIE VAN RUGGENMERG
CYTODIFFERENTIATIE VAN NEURALE BUIS
Neuro-epitheelcellen: proliferatie neurale en gliale celvoorlopers in ventriculaire laag van diff neurale buis
Eerste golf cellen: geprod in ventriculaire laag = postmitotische jonge neuronen (naar buiten om 2de laag cellichamen
te vormen) + mantellaag (buiten ventriculaire laag) => grijze stof van CZS
Neurale uitlopers = axonen => uit neuronen in mantellaag naar buiten om 3de laag te vormen = marginale laag:
geen neurale cellichamen => witte stof van CZS
Witte stof: wit door vetachtige myelinescheden rond veel axonen
CZS: myelineschede gevormd door oligodendrocyten
PZS: myelineschede gevormd door neurale kamcellen afgeleide schwanncellen
Marginale laag: axonen in CZS binnen + verlaten, axonenbanen naar hogere/lagere niv’s in CZS
Uitlopers van ependym = plexus choroideus => prod hersenvocht = vulling hersenventrikels, centrale kanaal
ruggenmerg, subarachnoidale ruimte
Hersenvocht: bescherming + ondersteuning hersenen
DIFFERENTIATIE RUGGENMERG