We zitten in fase 3: onderzoekontwerp
Plan van aanpak in het onderzoek= onderzoeksontwerp
1.1 PARADIGMA’S IN ONDERZOEK
Paradigma →bril of de lens die je opzet hoe je naar de wereld kijkt
Voorbeeld: in ruzies, wie is er in de fout? (eigen kijk), politieke partijen
1.1.1 WAT IS EEN PARADIGMA?
Wat is een paradigma
Wetenschapsfilosofie, filosofie achter het onderzoek
Een paradigma is een overkoepelend en gedeeld stelsel van modellen,
theorieën en
veronderstellingen die bepalen hoe men naar de wereld kijkt en hoe men
problemen
zal benaderen
- Een lens of een bril die de onderzoeker opzet
o Bepaalt hoe ze de wereld waarneemt
o En hoe men dan onderzoek zal doen
Wetenschapsfilosofie →gaat niet over het onderzoek zelf maar de filosofie
achter onderzoek, hoe komen we kennis te weten?
Paradigma geeft richting aan de werkwijze en de keuzes die de onderzoeker
maakt
Verschillende paradigma
Dominante paradigma’s →belangrijkste paradigma (voor jou)
➔ Een paradigma verschuift doorheen de tijd
o Voorbeeld van een biologisch naar anderen perspectieven
Cognitief, behavioristisch, humanistisch
o Voorbeeld aarde plat (toen dominant) naar de aarde rond (nu
dominant)
➢ Nieuwe kennis, inzichten
De aarde plat bestaat nog steeds
Waarom is het belangrijk om stil te staan bij een paradigma,
,De implicaties van een paradigma:
• Ontologie →wat is de realiteit?
o Is er één waarheid of meerdere waarheden
Voorbeeld: behavioristisch= gedrag →de realiteit
• Epistemologie →hoe is kennis over de realiteit mogelijk,
o Hoe kunnen we iets leren over de werkelijkheid?
o Cijfers & metingen OF praten & luisteren?
Voorbeeld: Hoe kunnen we waarneembaar gedrag waarnemen?
Door onze zintuigen kennis verkrijgen
• Methodologie →hoe kan de onderzoeker iets te weten komen?
o Welke onderzoeksmethoden
o Enquêtes of observaties?
Voorbeeld: we moeten waarneembaar gedrag waarnemen, dat is de
waarheid binnen behavioristisch, we doen dit via observaties
Keuze in ontologie & epistemologie zorgt voor de methodologie
1.1.2 SOORTEN PARADIGMA’S
Soorten paradigma’s
Als een continuüm; van objectieve (eerder positivisme) naar subjectieve
(eerder interpretivisme). Positvisme interpretivisme
Het is niet persé, een of de anderen, het kan ook er tussen
- Positivisme
o Objectief
Kwantitatief onderzoek (nummers)
o Realiteit is vaststaand, enkelvoudig en direct meetbaar
- Interpretivisme
o Subjectief
o Kwalitatief onderzoek (woorden)
o Realiteit is variabel, meervoudig en indirect meetbaar
, Paradigma Positivisme Interpretivisme
Kritische theorie
Ontologie Eén enkelvoudige Meervoudige Realiteit
realiteit realiteit Sociaal & historisch
Realiteit = Niet enkel
geconstrueerd individueel, maar ook
sociaal, economisch,
historisch
Voorbeeld:
Discriminatie
Epistemologie Kennis=objectief Kennis=subjectief Kennis=subjectief
Resultaat=waarheid Resultaten= Resultaten=
gecreëerd gecreëerd
Methodologie Kwantitatief Kwalitatief Kritisch debat
Participatieve
Rol Neutrale, Observator van Bewust van
onderzoeker objectieve, andermans machtsrelaties en
onafhankelijke realiteit structuren
persoon Erkent eigen (Zelf bij onderzoeker
invloed en respondent)
Observator heeft
een invloed
Doel Universele Begrijpen Machtsverhoudingen,,
onderzoek theorieën of Zoveel mogelijk ongelijkheden
waarheden realiteit in kaart blootleggen
ontdekken brengen
Postpositivisme → Eén realiteit, maar niet volledig te vatten & onderzoeker niet
volledig
onafhankelijk van onderzoek. (minder extreme vorm van positivisme)
Kritische theorie →meer aansluiten bij interpretivisme (subjectieve kijk)
Er zijn nog véél meer anderen
, 1.1.3 EEN PARADIGMA KIEZEN
Het is belangrijk om een goed begrip te krijgen van de onderzoektool die je gaat
gebruiken, voordat je hieraan begint. Belangrijk om te weten hoe een
vragenlijst, interview werkt, en hoe jij naar de wereld kijkt
De redenen om stil te staan bij de paradigma’s in onderzoek?
- De veronderstelling van de onderzoekers geven richting aan het onderzoek
o Het bepaalt wat je wel en niet mag doen
o Het bepaalt welke methode je doet
Voorbeeld: Iemand sociaal, vaak kwalitatief
Iemand die van cijfers houdt, kwantitatief
- Andere onderzoeken kunnen je paradigma niet begrijpen, of een andere
bril op hebben, als je het idee erachter niet goed uitlegt
o Voorbeeld: Peer-review (evalueren), je moet het paradigma kunnen
uitleggen
- Je dient de regels te volgen van jouw paradigma
- Inzetten op goede technieken, op de sterktes van het paradigma
1.1.4 POSITIONALITEIT VAN DE (KWALI) ONDERZOEKER
In het Engels: Resarcher-participant Positionality
De verhouding tussen de onderzoeker en de respondent
➔ Welke invloed gaat de relatie hebben?
Zelfde leeftijd, achtergrond of totaal niet? Heeft dit een invloed? →JA
Insider vs outsider
➔ Insider = als je gelijkenissen heb met je respondenten
➔ Outsider = als geen gelijkenissen heb met je respondenten
Voor en nadelen:
Insider
Voordeel: Véél makkelijke mensen gaat kunnen begrijpen
Nadeel: Bij kwalitatief onderzoek, graven naar achterliggende gevoelens
Let op: als je van elkaar weet dat je van dezelfde cultuur bent, dan is het gevaar
dat je niet gaat doorvragen, omdat de anderen weet wat die bedoelde