GESCHIEDENIS EN CULTUUR VAN DE
NEDERLANDEN
PRAKTISCHE INFO
- Leerstof:
Ppt (incl. afbeeldingen)
o Chronologische opbouw
o Politiek-cultuur
o Nadruk op identiteit en beeldvorming
Knipselmap
o Teksten ter reflectie (essayvraag), details niet te kennen
Tijdlijn (Ufora)
- Examen
5 begrippen/figuren (betekenis en situering in de tijd): 20%
o Bv. Leo Belgicus, V&V, pacificatie van Gent
1 algemene vraag over de lessen (verbanden): 40%
o Afbeelding met vragen of verbanden tussen verschillende thematieken
1 meer essayistische vraag waarin een algemene reflectie wordt gevraagd: 40%
o Citaat uit een van de knipselmap en mening geven en historisch onderbouwen
LES 1: 13/10: INLEIDING + VORMING VAN DE GEWESTEN
Afbeelding Pieter van de Keere 1617
- Maximalistische voorstelling van de Nederlanden
- ‘Leo Belgicus’
Leeuw = heel voorkomend geraldisch symbool
- Waarom wilde men de Nederlanden voorstellen als een leeuw?
Als symbool van kracht
Symbool van eenheid
- Zeer ideologisch geladen kaart
- Brullende leeuw naar het Oosten
WAAROM DE GESCHIEDENIS VAN DE NEDERLANDEN?
- België, Nederland, Vlaanderen, Wallonië, Nederlanden = artificiële constructies
Grenzen zijn het gevolg van politiek toeval, niet natuurlijk
Grenzen krijgen legitimerende functie en die kan ook lang doorwerken
- ‘De Nederlanden’ als politieke entiteit zijn slechts zeer kortstondig ‘verenigd’
1543-1581: XVII provinciën (exclusief prinsbisdom Luik) onder Habsburgers Karel V en
Filips II
1815-1830: Verenigd Koninkrijk der Nederlanden onder koning Willem I
1
, - Regio met sterke interactie
Bepaald door economische dynamiek
Culturele dynamiek
o Heel vroeg een heel sterk verstedelijkt gebied
De steden zijn enorm belangrijk vanuit economisch en cultureel
perspectief en die twee gaan hand in hand (zie onderwijs, kunst, …)
Bijzondere politieke cultuur
o Door die sterke stedelijke autonomie
o Noties rond burgerschap en de invulling daarvan
o En zie je toch verschillen met Frankrijk die eigenlijk direct gericht was op die
hoofdstad (<-> in de Nederlanden geen duidelijke hoofdstad)
HET GEBIED
GIGANTISCHE KENMERKEN:
- Lange kustlijn
- Estuarium Rijn, Maas en Schelde
Verbinding met zee met zeer ruim achterland
Snelle mobiliteit binnen gebied
o Knooppunt van handel en verkeer
o Verstedelijking
‘Gouden Delta’
o Economie primeert op politiek
Gateway cities
‘gateway city’ = een stad die fungeert als een belangrijk
toegangspunt tot een groter gebied, in termen van transport,
handel, migratie of culturele uitwisseling
Wisselen economisch zwaartepunt
Brugge, Amsterdam, Antwerpen
Maar de structuur blijft gelijkaardig, maar de zwaartepunten
verschuiven
- Weinig natuurlijke grenzen
- Relatief vlak gebied (Ardennen wel meer heuvelachtig en bebost gebied)
KERN VS. PERIFERIE
- Sterke sociaal-economische tegenstellingen
Kern: grote blokken
Periferie: kleine stukken
GEEN TAALEEINHEID
- Voergang Romaans en Germaans taalgebied
- Spreektaal vs. bestuurstaal
2
, - Meertaligheid meestal niet als probleem ervaren
- Rode lijn in het midden: taalgrens vandaag, 1963 vastgelegd
- Bruine overgangsgrens: ‘taalgrens’ in de ME = breed overgangsgebied
- ME: Gent = taaleiland
- Vaak ook tegenstelling tussen spreektaal en bestuurstaal (Latijn)
DE VORMING VAN DE GEWESTEN
PERLUDE: ROMEINE TIJD EN VROEGE MIDDELEEUWEN
- Tot ca. 1000 geen spoor van latere Nederlanden
- Verovering Gallië door Julius Caesar, 57 v.C.
De bello Galico: ‘de Belgae zijn de dappersten van allemaal’ (en ook de meest barbaarse)
dus dat was eigenlijk helemaal niet als compliment bedoeld
o Conglomeraat Keltische stammen
o ‘Invented tradition’ vanaf 16de eeuw
- Pas echte Romeinse invloed vanaf ca. 10 v.C. (Augustus) = Romanisering
Belangrijke handelsweg aangelegd tussen Boulogne-sur-Mer en Keulen
Dan is er een weg en dan gaan er nederzettingen volgen
o Atuatuco Tungrorum = het hedendaagse Tongeren, was een Romeinse stad
- 47 n.C.: Rijngrens tussen het Romeinse Rijk en Germanië (limes = wandelroute die je
helemaal kan afstappen)
- Geen verband tussen Romeinse provincies en vroeg-middeleeuwse vorstendommen
enerzijds en latere Nederlanden anderzijds
- Wel continuïteit in kerkelijke indeling (tot 1559)
Aartsbisdommen Keulen, Reims, Trier
- Wegennetwerk
- Verdrag van Verdun 843 (belangrijk moment in de Europese geschiedenis)
Rijk van Karel de Grote wordt opgedeeld tussen zijn 3 kleinzonen
o West-Francië (Frankrijk)
o Oost-Francië (Duitse Rijk)
o Midden-Francië
Belangrijke steden als Aken, Luik, Maastricht en Nijmegen
Keizerstitel
Snel versnipperd
Koninkrijk Lotharingen (< Lorain: twistappel tussen Duitsland en
Frankrijk)
Politiek ideaal heersers Nederlanden
3
, - 925: annexatie Lotharingen door Duitse koning
Schelde wordt grens tussen Frankrijk en Duitse Rijk (tot begin 16 de eeuw)
Grootste deel latere Nederlanden behoort tot het Duitse Rijk
o Noordelijke Nederlanden tot 1648
o Zuidelijke Nederlanden tot 1795
Dus het grootste deel van wat de Nederlanden gaat worden eigenlijk tot het Duitse rijk en een klein
stukje van het Franse rijk behoort (politieke realiteit was dus heel complex)
DE VORMING VAN DE GEWESTEN (CA. 10-14 D E EEUW)
- Vanaf 9e-10e eeuw: geleidelijke vorming van landsheerlijkheden of gewesten
Macht van Franse koning (tot 12de eeuw) en Duitse keizer (tot 19de eeuw) was beperkt
o Nauwelijks wegennetwerk, infrastructuur
o Heel weinig geld in omloop
o Communicatie was moeilijk
o Geen bureaucratie
o Geen echt leger
o Invallen van de Noormannen
Leidt tot chaos
o Focus lag nog sterk op dat Mediterrane gebied, Noordelijke gebieden werden
aanvankelijk weinig belangrijk geacht
== > oplossing voor dat probleem = feodaliteit: ambetanten die grote verantwoordelijkheid kregen:
Graven en hertogen (grafio-dux)
o Maar er was geen geld in de omloop om die mensen te betalen, geen pensioen
o Maar ze kregen wel land en het wordt dan een erfelijke feodaliteit waarbij die
graaf of hertog wel nog trouw moet beloven maar in feite eigenlijk zeer
autonoom over die gebieden kan besturen
= SYSTEEM VAN FEODALITEIT
o Van koninklijke ambtenaren met bevoegdheid over een gouw tot onafhankelijke
heersers
Systeem van feodaliteit
De vazallen van de vorst krijgen een leengoed in ruil voor
diensten
Bisschoppen verwerven eveneens wereldlijke macht
- Vorming van de gewesten gaat heel traag (proces van eeuwen)
Van ZW (Vlaanderen) naar NO (Gelre)
- Opkomst steden speelt belangrijke rol
Opkomende landsheren profiteren van de economische bloei steden (tol)
o Bv. op de waterwegen
o En omdat die steden zich zo spectaculair ontwikkeling geeft dat echt heel veel
inkomen maar dat komt ook wel die steden ten goede
4
NEDERLANDEN
PRAKTISCHE INFO
- Leerstof:
Ppt (incl. afbeeldingen)
o Chronologische opbouw
o Politiek-cultuur
o Nadruk op identiteit en beeldvorming
Knipselmap
o Teksten ter reflectie (essayvraag), details niet te kennen
Tijdlijn (Ufora)
- Examen
5 begrippen/figuren (betekenis en situering in de tijd): 20%
o Bv. Leo Belgicus, V&V, pacificatie van Gent
1 algemene vraag over de lessen (verbanden): 40%
o Afbeelding met vragen of verbanden tussen verschillende thematieken
1 meer essayistische vraag waarin een algemene reflectie wordt gevraagd: 40%
o Citaat uit een van de knipselmap en mening geven en historisch onderbouwen
LES 1: 13/10: INLEIDING + VORMING VAN DE GEWESTEN
Afbeelding Pieter van de Keere 1617
- Maximalistische voorstelling van de Nederlanden
- ‘Leo Belgicus’
Leeuw = heel voorkomend geraldisch symbool
- Waarom wilde men de Nederlanden voorstellen als een leeuw?
Als symbool van kracht
Symbool van eenheid
- Zeer ideologisch geladen kaart
- Brullende leeuw naar het Oosten
WAAROM DE GESCHIEDENIS VAN DE NEDERLANDEN?
- België, Nederland, Vlaanderen, Wallonië, Nederlanden = artificiële constructies
Grenzen zijn het gevolg van politiek toeval, niet natuurlijk
Grenzen krijgen legitimerende functie en die kan ook lang doorwerken
- ‘De Nederlanden’ als politieke entiteit zijn slechts zeer kortstondig ‘verenigd’
1543-1581: XVII provinciën (exclusief prinsbisdom Luik) onder Habsburgers Karel V en
Filips II
1815-1830: Verenigd Koninkrijk der Nederlanden onder koning Willem I
1
, - Regio met sterke interactie
Bepaald door economische dynamiek
Culturele dynamiek
o Heel vroeg een heel sterk verstedelijkt gebied
De steden zijn enorm belangrijk vanuit economisch en cultureel
perspectief en die twee gaan hand in hand (zie onderwijs, kunst, …)
Bijzondere politieke cultuur
o Door die sterke stedelijke autonomie
o Noties rond burgerschap en de invulling daarvan
o En zie je toch verschillen met Frankrijk die eigenlijk direct gericht was op die
hoofdstad (<-> in de Nederlanden geen duidelijke hoofdstad)
HET GEBIED
GIGANTISCHE KENMERKEN:
- Lange kustlijn
- Estuarium Rijn, Maas en Schelde
Verbinding met zee met zeer ruim achterland
Snelle mobiliteit binnen gebied
o Knooppunt van handel en verkeer
o Verstedelijking
‘Gouden Delta’
o Economie primeert op politiek
Gateway cities
‘gateway city’ = een stad die fungeert als een belangrijk
toegangspunt tot een groter gebied, in termen van transport,
handel, migratie of culturele uitwisseling
Wisselen economisch zwaartepunt
Brugge, Amsterdam, Antwerpen
Maar de structuur blijft gelijkaardig, maar de zwaartepunten
verschuiven
- Weinig natuurlijke grenzen
- Relatief vlak gebied (Ardennen wel meer heuvelachtig en bebost gebied)
KERN VS. PERIFERIE
- Sterke sociaal-economische tegenstellingen
Kern: grote blokken
Periferie: kleine stukken
GEEN TAALEEINHEID
- Voergang Romaans en Germaans taalgebied
- Spreektaal vs. bestuurstaal
2
, - Meertaligheid meestal niet als probleem ervaren
- Rode lijn in het midden: taalgrens vandaag, 1963 vastgelegd
- Bruine overgangsgrens: ‘taalgrens’ in de ME = breed overgangsgebied
- ME: Gent = taaleiland
- Vaak ook tegenstelling tussen spreektaal en bestuurstaal (Latijn)
DE VORMING VAN DE GEWESTEN
PERLUDE: ROMEINE TIJD EN VROEGE MIDDELEEUWEN
- Tot ca. 1000 geen spoor van latere Nederlanden
- Verovering Gallië door Julius Caesar, 57 v.C.
De bello Galico: ‘de Belgae zijn de dappersten van allemaal’ (en ook de meest barbaarse)
dus dat was eigenlijk helemaal niet als compliment bedoeld
o Conglomeraat Keltische stammen
o ‘Invented tradition’ vanaf 16de eeuw
- Pas echte Romeinse invloed vanaf ca. 10 v.C. (Augustus) = Romanisering
Belangrijke handelsweg aangelegd tussen Boulogne-sur-Mer en Keulen
Dan is er een weg en dan gaan er nederzettingen volgen
o Atuatuco Tungrorum = het hedendaagse Tongeren, was een Romeinse stad
- 47 n.C.: Rijngrens tussen het Romeinse Rijk en Germanië (limes = wandelroute die je
helemaal kan afstappen)
- Geen verband tussen Romeinse provincies en vroeg-middeleeuwse vorstendommen
enerzijds en latere Nederlanden anderzijds
- Wel continuïteit in kerkelijke indeling (tot 1559)
Aartsbisdommen Keulen, Reims, Trier
- Wegennetwerk
- Verdrag van Verdun 843 (belangrijk moment in de Europese geschiedenis)
Rijk van Karel de Grote wordt opgedeeld tussen zijn 3 kleinzonen
o West-Francië (Frankrijk)
o Oost-Francië (Duitse Rijk)
o Midden-Francië
Belangrijke steden als Aken, Luik, Maastricht en Nijmegen
Keizerstitel
Snel versnipperd
Koninkrijk Lotharingen (< Lorain: twistappel tussen Duitsland en
Frankrijk)
Politiek ideaal heersers Nederlanden
3
, - 925: annexatie Lotharingen door Duitse koning
Schelde wordt grens tussen Frankrijk en Duitse Rijk (tot begin 16 de eeuw)
Grootste deel latere Nederlanden behoort tot het Duitse Rijk
o Noordelijke Nederlanden tot 1648
o Zuidelijke Nederlanden tot 1795
Dus het grootste deel van wat de Nederlanden gaat worden eigenlijk tot het Duitse rijk en een klein
stukje van het Franse rijk behoort (politieke realiteit was dus heel complex)
DE VORMING VAN DE GEWESTEN (CA. 10-14 D E EEUW)
- Vanaf 9e-10e eeuw: geleidelijke vorming van landsheerlijkheden of gewesten
Macht van Franse koning (tot 12de eeuw) en Duitse keizer (tot 19de eeuw) was beperkt
o Nauwelijks wegennetwerk, infrastructuur
o Heel weinig geld in omloop
o Communicatie was moeilijk
o Geen bureaucratie
o Geen echt leger
o Invallen van de Noormannen
Leidt tot chaos
o Focus lag nog sterk op dat Mediterrane gebied, Noordelijke gebieden werden
aanvankelijk weinig belangrijk geacht
== > oplossing voor dat probleem = feodaliteit: ambetanten die grote verantwoordelijkheid kregen:
Graven en hertogen (grafio-dux)
o Maar er was geen geld in de omloop om die mensen te betalen, geen pensioen
o Maar ze kregen wel land en het wordt dan een erfelijke feodaliteit waarbij die
graaf of hertog wel nog trouw moet beloven maar in feite eigenlijk zeer
autonoom over die gebieden kan besturen
= SYSTEEM VAN FEODALITEIT
o Van koninklijke ambtenaren met bevoegdheid over een gouw tot onafhankelijke
heersers
Systeem van feodaliteit
De vazallen van de vorst krijgen een leengoed in ruil voor
diensten
Bisschoppen verwerven eveneens wereldlijke macht
- Vorming van de gewesten gaat heel traag (proces van eeuwen)
Van ZW (Vlaanderen) naar NO (Gelre)
- Opkomst steden speelt belangrijke rol
Opkomende landsheren profiteren van de economische bloei steden (tol)
o Bv. op de waterwegen
o En omdat die steden zich zo spectaculair ontwikkeling geeft dat echt heel veel
inkomen maar dat komt ook wel die steden ten goede
4