VERTROUWEN VAN DE BURGER IN JUSTITIE
Belangrijkste pijnpunten:
- Juridische taal is onvoldoende duidelijk
- Niet alle beslissingen zijn rechtvaardig
- De behadeling van een rechtszaak duurt in het algemeen te lang
- Geen (betrouwbare) informatie over doorlooptijden
- Aantal afgehandelde burgerlijke en commerciële zaken zou meer bedragen dan de
instroom aan nieuwe zaken → gerechtelijke achterstand zou dalen ...
... maar geen (betrouwbare) informatie over het aantal hangende zaken
- Rolrechten zijn laag in België in vergelijking met EU-landen (maar rechtshulp is
beperkter dan in buurlanden)
- Door het gebrek aan gegevens is er geen volledig beeld van de efficiëntie van de
Belgische justitie
- België staat onder verscherpt toezicht van het Comité van Ministers van de Raad van
Europa vanwege de buitensporig lange rechtsgang in burgerlijke zaken in eerste
aanleg
Hertekening van het gerechtelijk landschap
Historiek
1985 - 2013: dertig jaar discussie
Eerste bendecommissie (1991): vraag naar coördinerende magistraten op nationaal niveau
Octopusakkoord (1998) = de 8 democratische partijen van toen (Vlaams Belang van toen niet)
hadden een overeenkomst: ze kwamen overeen om het OM verticaal te gaan herstructureren via
1
,onder meer de oprichting van een federaal parket. Op hetzelfde moment gaat men gaan nadenken
over hoe de rechtbanken horizontaal geïntegreerd kunnen worden. De verschillende rechtbanken die
in 1 arrondissement bestaan zou men tot 1 rechtbank willen hervormen. Door deze schaalvergroting
kan je de mensen beter inzetten op de plaatsen waartoe ze behoren. Dat was het idee maar dit is nog
maar een denkoefening. Er moest meer mobiliteit zijn en tegelijk moesten er meer middelen zijn
voor Justitie
2000: HRJ wordt operationeel
2
,... DUS: Drie krachtlijnen (1 april 2014):
1: Schaalvergroting
Die schaalvergroting heeft dus gewerkt, deze was vooral bedoeld om de gerechtelijke achterstand
bij te benen. Dit heeft niet direct vruchten afgeworpen. Wat wel zou kunnen werken is een betere
dienstverlening via specialisatie Zaakverdelingsreglement (art. 186 Ger. W.). Bepaalde diensten
binnen die arrondissementen gaan zich verdiepen in bepaalde materies.
In art. 186 Ger.W. ga je zowel voor burgerlijke als voor strafzaken zien welke materies kunnen
toebedeeld worden aan bepaalde afdelingen die zich daarin kunnen verdiepen, expertise opbouwen
en daarna beter gewapend zijn om degelijke uitspraken te vellen omdat magistraten echt de tijd
krijgen om zich in de zaken te verdiepen. In burgerlijke zaken speelt dit een minder grote rol. Men
wou dus een doorgedreven specialisatie
2: Mobiliteit
Binnen de hertekening van het gerechtelijk landschap vormde de mobiliteit van de magistraten en
het gerechtspersoneel een belangrijk aandachtspunt. Met hun vlotte circulatie binnen een
rechtsgebied of arrondissement kan efficiënt worden ingespeeld op incidentele of structurele
behoeftewijzigingen inzake menselijk potentieel.
Horizontale mobiliteit: magistraten worden subsidiair benoemd in andere kantons en
arrondissementen van het rechtsgebied, zodat hun tijdelijke inschakeling in een ander
kanton of arrondissement geen overplaatsing meer is en hun instemming bijgevolg niet is
vereist.
Verticale mobiliteit: mits toestemming van de betrokken magistraat is zijn mobiliteit ook
mogelijk naar een instantie waarin de betrokkene niet is benoemd. Bv. van een gerecht in
eerste aanleg naar het HvB en omgekeerd.
3: Autonoom beheer
Hiermee beoogt de wetgever een snelle, toegankelijke en moderne justitie mogelijk te
maken. Voortaan zal het beheer van de rechterlijke orde gebeuren door 2 colleges, nl. het
3
, college van hoven en rechtbanken en he college van het openbaar ministerie, elk met zijn
eigen steundienst.
De minister van Justitie zal met beide colleges een beheersovereenkomst sluiten, die
afspraken bevat rond de te behalen doelstellingen en de werkingsmiddelen die daaraan
worden gekoppeld. De colleges verdelen op hun beurt de toegekende werkingsmiddelen
onder de verschillende rechtscolleges op basis van de beheersplannen.
MAAR: we zijn hier tot op de dag van vandaag nog steeds niet aan toegekomen
Algemeen
Verzelfstandiging van het beheer: via een overdracht van verantwoordelijkheid voor het beheer over
budget en personeel van de rechterlijke macht vanuit de FOD Justitie naar de rechterlijke orde toe, is
het de ambitie van de wetgever om een snelle, toegankelijke en moderne justitie te realiseren
Verzelfstandiging: niet de UM bepaalt de uitgaven van justitie, maar RM beslist dit zelf, wanneer die
verzelfstandigt
Deadline (2018) werd niet gehaald: hoofdstukken IV (Beheersovereenkomsten en beheersplannen
(art. 185/4-185/7 Ger.W.) en V (Financieel beheer (art. 185/8 Ger.W.)) zijn nog steeds niet in werking
getreden
Deze bepalingen zijn nog steeds niet in werking getreden
4