Psychologie begrippenlijst
Hoofdstuk 1: om te beginnen
Geesteswetenschappelijke onderzoeksmethode: verklaring staat centraal
Sitief-wetenschappelijke onderzoeksmethode: predictie staat centraal
Behaviorisme: verbanden tussen stimulus en reactie (mentale processen = onwetenschappelijk)
Cognitieve psychologie: studie van de manier waarop we informatie verwerken
Peer review: controle door mensen in zelfde domein
Falsifieerbaar: moet mogelijk zijn om aan te tonen dat uitspraak foutief is
Theorie: relatie tussen een set van concepten die gebruikt worden om data of gegevens te verklaren
en voorspellingen te maken over resultaten van een empirische studie
Hypothese: specifieke voorspelling afgeleid van een theorie, toegepast in de context van het
onderzoek
Wetenschappelijke wet: als relatie tussen verschillende variabele frequent geconfirmeerd is
Standaardisatie: test wordt steeds op zelfde manier afgenomen
Betrouwbare test: test is nauwkeurig
Validiteitseis: test meet daadwerkelijk wat de test beoogd te meten
Correlatiecoefficient: mate waarin er een rechtlijnig verband bestaat tussen 2 variabelen
Experimentele studie: creëert een situatie die gecontroleerde observatie toelaat
Onafhankelijke variabele: variabele die gemanipuleerd wordt
Afhankelijke variabele: de gemeten variabele
Dubbelblind experiment: beoordeelaars weten niet van wie het antwoord is en proefpersonen
weten niet welke hypothese getest wordt
Deontologische regel van informed consent: deelname aan onderzoek moet op vrijwillige basis
gebeuren
Hoofdstuk 2: Pavlovs hond en thorndikes kat
Psychische reflex: automatische en onbewuste reactie of associatie die gemaakt wordt bij een
onderwerp of prikkel waarmee men al vaker geconfronteerd is geweest
Klassieke of pavloviaanse conditionering: leren van voorwaardelijke reflexen
Wet van het effect: principe waarbij proefdieren steeds sneller een gewenst of bedoeld gedrag
uitvoeren
Operante of instrumentele conditionering: gedrag dat resulteert in positieve gevolgen wordt
versterkt; gedrag dat leidt tot negatieve gevolgen, wordt afgezwakt
Temporele contiguiteit: snelle opeenvolging in de tijd tussen gedrag en beloning
1