1 INLEIDING
1.1 WAT IS PSYCHOLOGIE?
= de wetenschap die het gedrag & mentale processen van het individu
bestudeert
Psychologie als wetenschap
Wetenschap Intuïtieve
kennis/pseudowetenschap
Geg Objectief gegevens Meningen of ideeën
verzamel verzamelen Losse, willekeurige obs
en Systematisch werken Storende variabelen
Storende variabelen aanwezig
uitsluiten
Theorie Herhaaldelijk toetsen Zomaar als waar aannemen
2 WAARNEMING (CONSTRUCTIE AANGEPAST WERELDBEELD)
2.1 HET WAARNEMINGSPROCES IN VOGELVLUCHT
Waarneming is een eigen constructie gebaseerd op info vanuit zintuigen.
Hersenen verwerken, ordenen & geven betekenis. Niet alle prikkels w
gebruikt, maar selectie
2.1.1 De lange weg tot waarneming
1. Fysische prikkels bereiken de zintuigen (met receptoren)
2. Receptoren zetten prikkels om in zenuwimpulsen (=transductie)
3. Die zenuwimpulsen zijn ruwe info die doorgestuurd w naar hersenen
4. Hersenen interpreteren deze impulsen & creëren de ervaring v
waarnemen
Waarneming is activiteit waar het hele individu bij betrokken uit
(zintuigen werken niet apart, maar w vergeleken & op elkaar betrokken)
Processen die waarneming beïnvloeden
Motoriek : zoeken/vermijden actief prikkels (nt
passief)
Geheugen : zorgt dat we direct betekenis
toekennen
Fantasie & denken : vanuit verwachtingen kunnen
we dingen zien
Behoeften, interesses, emoties : bepalen selectie & betekenis uit
brede info
,Gewaarwordingen & waarnemingen
Gewaarwordingen (sensaties) Waarnemingen (percepten)
Wat je zintuigen registeren Betekenis die prikkel krijgt
Het ruwe materiaal Ordent, combineert prikkels
Passief, puur fysiek, Tot gestructureerd/zinvol
onbewerkt geheel
2.1.2 De 3 psychologische activiteiten
1. Selecteren: wat dringt door tot mijn bewustzijn?
Gebruiken slechts een beperkt deel van de vele prikkels
Rest blijft onderweg hangen & slaagt niet om tot bewustzijn dr
te dringen
Selectief proces
2. Structureren: welke structuur zoekt mijn brein hierin?
Prikkels worden samengevoegd tot gehelen
Deze gehelen hebben eigenschappen die niet id losse prikkels
zitten
3. Interpreteren: welke betekenis ken ik hieraan toe?
Geen inhoudsloze structuren, maar herkenbare dingen &
situaties
Betekenis geven obv herinneringen, emoties & context
Waarnemen is altijd een zingevende activiteit
Deze processen lopen niet chronologisch maar door elkaar, beïnvloeden
elkaar
2.2 WAARNEMEN IS SELECTEREN
2.2.1 De verschillende zintuigen
Wat we waarnemen hangt af van onze zintuigen
1. Exteroceptieve zintuigen
= ontvangen info van buitenaf (5 klassieke)
Afstandszintuigen (zien, horen)
Nabijheidszintuigen (tast, smaak, reuk)
2. Interoceptieve zintuigen
= ontvangen info v binnenuit (honger, misselijk)
3. Proprioceptieve zintuigen
, = info over houding & beweging vh lichaam
Bewegingszin (info uit receptoren in bewegingsapparaat)
Evenwichtszin (info uit aparte orgaantjes ih binnenoor)
2.2.2 Het waarneembare spectrum
Ieder zintuig is gespecialiseerd ih opvangen & verwerken v een bepaalde
soort prikkel
Adequate prikkel = de energievorm waarvoor receptor het meest
gevoelig is (beperkt)
Zicht : 380-700mm
Gehoor : 20-20 000 Hz
2.2.3 De minimumintensiteit vd prikkels
Prikkels moeten voldoende intens zijn om ze effectief te kunnen
waarnemen
1. Absolutie drempel
= min intensiteit om prikkel te waarnemen, verschilt per leeftijd
(stijgt hoe ouder)
2. Pijndrempel
= ligt hoger dan het punt waarop weefsel optreedt, maximumgrens
3. Differentiële drempel
= minimaal verschil tussen 2 prikkels om ze te onderscheiden
2.2.4 De selectieve aandacht
= het mechanisme dat bepaalt welke prikkels uit enorme informatiestroom
doordringen tot ons bewustzijn (= soort filter/barrière)
Zonder zouden we overweldig w door alle prikkels die tegelijk
binnenkomen
Slechts klein deel van alle zintuigelijke info bereikt echt ons
bewustzijn
Rest blijft op achtergrond of w volledig genegeerd
Factoren die invloed hebben op de aandachtselectie
Externe factoren (eigenschappen van prikkel)
Intensiteit/grootte Verandering
Contrast Beweging
Constante, onveranderlijke prikkels w na een tijd genegeerd, ons
bewustzijn went eraan (=habituatie) zoals je kleren die je niet meer voelt
, Interne factoren (eigenschappen van jezelf)
Behoeften Verwachtingen
Interesses Emoties
Je aandacht w gestuurd door wat je nodig hebt, voelt & verwacht
Belangrijke fenomenen
Cocktailpartyfenomeen: in drukke omgeving kan je maar 1 gesprek
volgen, maar je hoort toch je naam wanneer iemand iets zegt bewijst
dat aandacht selectief & gevoelig is
Blindzienfenomeen: mensen met visuele schade zeggen dat ze niet
zien, maar ku toch bewegingen ontwijken & richting v lichtflits raden
brein verwerkt visuele info onbewust
2.3 WAARNEMEN IS STRUCTUREREN
2.3.1 Figuur & achtergrond
Wanneer zintuigelijke info binnenkomt, maakt je brein automatisch een
onderscheid:
Figuur : datgene waarop je aandacht valt
Achtergrond : alles eromheen
Dit gebeurt spontaan, zelfs bij de kleinste aanwijzing ih prikkelpatroon
Als er geen verschil is in prikkels geen figuur-achtergrond
Zodra er een klein verschil is brein splits het beeld op
Figuur trekt het meest aandacht (meer details, merkt snellere
veranderingen op)
Deze opdeling bestaat niet id prikkel zelf. Op het netvlies staat gewoon
een patroon v licht & donker. Je brein maakt er figuur & achtergrond van
Omkeerbare figuren: sommige beelden kun je op 2 manieren zien, je
perceptie kan spontaan wisselen bewijst dat structuren actief is
2.3.2 Structureringsfactoren
De bijdrage van de gestaltpsychologie
Het beschrijft wetten die tonen hoe ons brein prikkels ordent tot gehelen
1. Wet v nabijheid : elementen die dicht bij elkaar staan, horen
samen
2. Wet v gelijkheid : elementen die op elkaar lijken, horen samen
3. Wet v gemeemsch lot : dingen die in zelfde richting bewegen, horen
samen
1.1 WAT IS PSYCHOLOGIE?
= de wetenschap die het gedrag & mentale processen van het individu
bestudeert
Psychologie als wetenschap
Wetenschap Intuïtieve
kennis/pseudowetenschap
Geg Objectief gegevens Meningen of ideeën
verzamel verzamelen Losse, willekeurige obs
en Systematisch werken Storende variabelen
Storende variabelen aanwezig
uitsluiten
Theorie Herhaaldelijk toetsen Zomaar als waar aannemen
2 WAARNEMING (CONSTRUCTIE AANGEPAST WERELDBEELD)
2.1 HET WAARNEMINGSPROCES IN VOGELVLUCHT
Waarneming is een eigen constructie gebaseerd op info vanuit zintuigen.
Hersenen verwerken, ordenen & geven betekenis. Niet alle prikkels w
gebruikt, maar selectie
2.1.1 De lange weg tot waarneming
1. Fysische prikkels bereiken de zintuigen (met receptoren)
2. Receptoren zetten prikkels om in zenuwimpulsen (=transductie)
3. Die zenuwimpulsen zijn ruwe info die doorgestuurd w naar hersenen
4. Hersenen interpreteren deze impulsen & creëren de ervaring v
waarnemen
Waarneming is activiteit waar het hele individu bij betrokken uit
(zintuigen werken niet apart, maar w vergeleken & op elkaar betrokken)
Processen die waarneming beïnvloeden
Motoriek : zoeken/vermijden actief prikkels (nt
passief)
Geheugen : zorgt dat we direct betekenis
toekennen
Fantasie & denken : vanuit verwachtingen kunnen
we dingen zien
Behoeften, interesses, emoties : bepalen selectie & betekenis uit
brede info
,Gewaarwordingen & waarnemingen
Gewaarwordingen (sensaties) Waarnemingen (percepten)
Wat je zintuigen registeren Betekenis die prikkel krijgt
Het ruwe materiaal Ordent, combineert prikkels
Passief, puur fysiek, Tot gestructureerd/zinvol
onbewerkt geheel
2.1.2 De 3 psychologische activiteiten
1. Selecteren: wat dringt door tot mijn bewustzijn?
Gebruiken slechts een beperkt deel van de vele prikkels
Rest blijft onderweg hangen & slaagt niet om tot bewustzijn dr
te dringen
Selectief proces
2. Structureren: welke structuur zoekt mijn brein hierin?
Prikkels worden samengevoegd tot gehelen
Deze gehelen hebben eigenschappen die niet id losse prikkels
zitten
3. Interpreteren: welke betekenis ken ik hieraan toe?
Geen inhoudsloze structuren, maar herkenbare dingen &
situaties
Betekenis geven obv herinneringen, emoties & context
Waarnemen is altijd een zingevende activiteit
Deze processen lopen niet chronologisch maar door elkaar, beïnvloeden
elkaar
2.2 WAARNEMEN IS SELECTEREN
2.2.1 De verschillende zintuigen
Wat we waarnemen hangt af van onze zintuigen
1. Exteroceptieve zintuigen
= ontvangen info van buitenaf (5 klassieke)
Afstandszintuigen (zien, horen)
Nabijheidszintuigen (tast, smaak, reuk)
2. Interoceptieve zintuigen
= ontvangen info v binnenuit (honger, misselijk)
3. Proprioceptieve zintuigen
, = info over houding & beweging vh lichaam
Bewegingszin (info uit receptoren in bewegingsapparaat)
Evenwichtszin (info uit aparte orgaantjes ih binnenoor)
2.2.2 Het waarneembare spectrum
Ieder zintuig is gespecialiseerd ih opvangen & verwerken v een bepaalde
soort prikkel
Adequate prikkel = de energievorm waarvoor receptor het meest
gevoelig is (beperkt)
Zicht : 380-700mm
Gehoor : 20-20 000 Hz
2.2.3 De minimumintensiteit vd prikkels
Prikkels moeten voldoende intens zijn om ze effectief te kunnen
waarnemen
1. Absolutie drempel
= min intensiteit om prikkel te waarnemen, verschilt per leeftijd
(stijgt hoe ouder)
2. Pijndrempel
= ligt hoger dan het punt waarop weefsel optreedt, maximumgrens
3. Differentiële drempel
= minimaal verschil tussen 2 prikkels om ze te onderscheiden
2.2.4 De selectieve aandacht
= het mechanisme dat bepaalt welke prikkels uit enorme informatiestroom
doordringen tot ons bewustzijn (= soort filter/barrière)
Zonder zouden we overweldig w door alle prikkels die tegelijk
binnenkomen
Slechts klein deel van alle zintuigelijke info bereikt echt ons
bewustzijn
Rest blijft op achtergrond of w volledig genegeerd
Factoren die invloed hebben op de aandachtselectie
Externe factoren (eigenschappen van prikkel)
Intensiteit/grootte Verandering
Contrast Beweging
Constante, onveranderlijke prikkels w na een tijd genegeerd, ons
bewustzijn went eraan (=habituatie) zoals je kleren die je niet meer voelt
, Interne factoren (eigenschappen van jezelf)
Behoeften Verwachtingen
Interesses Emoties
Je aandacht w gestuurd door wat je nodig hebt, voelt & verwacht
Belangrijke fenomenen
Cocktailpartyfenomeen: in drukke omgeving kan je maar 1 gesprek
volgen, maar je hoort toch je naam wanneer iemand iets zegt bewijst
dat aandacht selectief & gevoelig is
Blindzienfenomeen: mensen met visuele schade zeggen dat ze niet
zien, maar ku toch bewegingen ontwijken & richting v lichtflits raden
brein verwerkt visuele info onbewust
2.3 WAARNEMEN IS STRUCTUREREN
2.3.1 Figuur & achtergrond
Wanneer zintuigelijke info binnenkomt, maakt je brein automatisch een
onderscheid:
Figuur : datgene waarop je aandacht valt
Achtergrond : alles eromheen
Dit gebeurt spontaan, zelfs bij de kleinste aanwijzing ih prikkelpatroon
Als er geen verschil is in prikkels geen figuur-achtergrond
Zodra er een klein verschil is brein splits het beeld op
Figuur trekt het meest aandacht (meer details, merkt snellere
veranderingen op)
Deze opdeling bestaat niet id prikkel zelf. Op het netvlies staat gewoon
een patroon v licht & donker. Je brein maakt er figuur & achtergrond van
Omkeerbare figuren: sommige beelden kun je op 2 manieren zien, je
perceptie kan spontaan wisselen bewijst dat structuren actief is
2.3.2 Structureringsfactoren
De bijdrage van de gestaltpsychologie
Het beschrijft wetten die tonen hoe ons brein prikkels ordent tot gehelen
1. Wet v nabijheid : elementen die dicht bij elkaar staan, horen
samen
2. Wet v gelijkheid : elementen die op elkaar lijken, horen samen
3. Wet v gemeemsch lot : dingen die in zelfde richting bewegen, horen
samen