01 - Griekse Oudheid
woensdag 1 oktober 2025 15:06
1. Griekenland <-> Rome
Veel overeenkomsten tussen de Grieken en Romeinen.
Er heerst een bepaalde continuïteit in de bouwstijlen van de 2 -> Romeinen nemen veel over van de Grieken: zuilenordes, tempelvorm,
proporties, maar ook genoeg diversiteit ->
- Esthetiek, filosofie en harmonie gedreven bij Grieken, ingenieurskunst(techniek, functionaliteit) centraal bij Romeinen.
❖ Winckelmann hield zich bezig met antiek Griekse cultuur. Hij beschouwde de Griekse kunst als superieur en de hoogste vorm van
culturele expressie. Het is "nobele eenvoud en stille grootsheid".
○ Nadruk op het eenvoudige en esthetische, niet veel oog voor het detail maar juist voor de harmonie en plaatsing.
○ Griekse architectuur heeft een voorliefde voor diagonale benadering van het gebouw(zijkant/front in perspectief), integendeel van
de romeinen waar het op het uiteinde van een as zit.
○
Winkelmann Piranesi
❖ Piranesi had een voorliefde voor de Romeinen, hij maakt de Griekse tempel uit een Romeins zicht.
In zijn prent zoomt hij in op constructieve details(muren, bogen, gewelven, ruïnes), stevigheid en constructie van de architectuur die het
landschap domineert.
○ ipv harmonisch, stelt hij een krachtwenwisseling voor waar de natuur opnieuw haar plaats opeist.
Grieken: geen muurbouw, maar zuil- en architraafbouw, geen constructieve vernieuwing, veel aandacht voor harmonie en proportie en de
integratie in het landschap.
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
2. Samenleving -> verenigd in de diversiteit: de polis
De Griekse samenleving is veel kleinschaliger. De kern van de Griekse samenleving staat gecentreerd rond de stadstaat (Polis). Deze
kleinschaligheid is ontstaan door het landschap, door geografische versnippering (bergen, zeeën, eilanden) -> natuurlijke grenzen,
isolatie.
○ Elke polis heeft een eigen bestuur, wetten, leger, etc.
○ Er is geen nood aan een grote infrastructuur voor organisatie (zoals bij de Romeinen) -> alles is vrijwel lokaal georganiseerd.
Dit betekent echter niet dat er geen culturele uitwisseling is. Er zijn veel gemeenschappelijke kenmerken:
○ Taal: Grieks als bindmiddel -> onderscheid tussen Grieken(Hellenisten) en barbaroi (zij die geen Grieks spraken).
○ Godsdienst: Olympische Goden
○ Mythologie: gedeelde verhalen en helden
○ Filosofie: gezamenlijke intellectuele traditie die ontstond in de poleis (Socrates, Plato, Aristoteles)
Pan-Helleense plaatsen: Pan = alle, Hellas = Griekenland -> neutrale plekken voor heel Griekenland. Verantwoordelijk voor ALLE
Grieken, iedereen kan samenkomen, plaatsen zonder conflict. Vaak ook de plaat waar vrede werd getekend.
○ Bijv. Delphi, Olympia, Delos, Dodona, etc.
Jaarlijkse Panhelleense feesten en spelen (voorloper Olympische Spelen). Voorloper van een collectieve identiteit, ondanks politieke
verdeeldheid. Die gemeenschappelijke cultuur heeft oorsprong uit Kreta(Minoïsche cultuur) en Mycene(Myceense cultuur).
Stijlfasen:
○ Archaïsche fase (700–480 v.Chr.) -> begin van de polis, eerste tempels, kunst nog stijf.
○ Klassieke fase (480–323 v.Chr.) -> hoogtepunt harmonie, filosofie, democratie (Athene).
○ Hellenistische fase (323–30 v.Chr.) -> expansie na Alexander de Grote, meer diversiteit en monumentaliteit.
Myceense
beschaving
Minoïsche beschaving
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
3. De proto-Griekse erfenis (Het Paleis van Knossos en de Leeuwenpoort van Mycene – de bakermat van de Griekse beschaving)
Arthur John Evans is een Britse archeoloog die opgravingen deed bij het paleis van Knossos op Kreta vanaf 1900. Hij vond daar o.a.
fresco's en stierenhoofden terug -> Kretacultuur had verheerlijking van de stier
○ Verhaal van de minotaurus en de architect:
Koning Minos(naamgeving Minoïsche beschaving) trouwt koningin Pasiphaë. Hij krijgt van de goden(Poseidon?) een heilige witte stier
cadeau. De Minotaurus werd geboren uit Koningin Pasiphaë en die stier, nadat Koning Minos zijn belofte aan Poseidon niet
nakwam en de stier niet offerde. Als straf zorgde Poseidon ervoor dat Pasiphaë verliefd werd op de stier, waarna de architect
Daedalus een houten koe bouwde zodat ze seks kon hebben met het dier, wat leidde tot de geboorte van de half -stier, half-mens
Minotaurus.
Minos gaat naar Daedalus voor een labyrint om de minotaurus op te sluiten. Elk jaar/om de 9 jaar (?) werden er 7 jongens en 7
meiden uit Athene als offer het labyrint in gestuurd om de minotaurus te voeden.
De elementen uit dit verhaal (de stier, architect, doolhof) komen terug in de architectuur. Het complex van Knossos werd als doolhof
ervaren en er waren veel muurschilderingen van de stier.
Knossos is de voorloper van de antiek Griekse tempel -> rechthoekig, driedelig grondplan met zuilen= peristyle of peripteraal. De
woningbouw werd in megaronstijl gebouwd -> basis voor de Griekse tempel (cella).
De vorm van de eerste tempels was geïnspireerd op de woningbouw met als onderscheidende kenmerken het megaronplan, de zuilen in
antis, architraafbalk en het driehoekige tympanon (foto 4).
De gebouwen hadden een zuil-architraafsysteem: een dragend systeem waarbij de zuilen een horizontale balk(architraaf) dragen. Er
zijn geen bogen of gewelven(zoals bij de romeinen).
Daarnaast werden muren, vloeren en zuilen beschilderd in levendige kleuren, wat fundamenteel was bij de beleving van de
architectuur. De fresco's toonde de cultuur die verbonden was met de natuur en het dagelijks leven.
Hoorcolleges Pagina 1
woensdag 1 oktober 2025 15:06
1. Griekenland <-> Rome
Veel overeenkomsten tussen de Grieken en Romeinen.
Er heerst een bepaalde continuïteit in de bouwstijlen van de 2 -> Romeinen nemen veel over van de Grieken: zuilenordes, tempelvorm,
proporties, maar ook genoeg diversiteit ->
- Esthetiek, filosofie en harmonie gedreven bij Grieken, ingenieurskunst(techniek, functionaliteit) centraal bij Romeinen.
❖ Winckelmann hield zich bezig met antiek Griekse cultuur. Hij beschouwde de Griekse kunst als superieur en de hoogste vorm van
culturele expressie. Het is "nobele eenvoud en stille grootsheid".
○ Nadruk op het eenvoudige en esthetische, niet veel oog voor het detail maar juist voor de harmonie en plaatsing.
○ Griekse architectuur heeft een voorliefde voor diagonale benadering van het gebouw(zijkant/front in perspectief), integendeel van
de romeinen waar het op het uiteinde van een as zit.
○
Winkelmann Piranesi
❖ Piranesi had een voorliefde voor de Romeinen, hij maakt de Griekse tempel uit een Romeins zicht.
In zijn prent zoomt hij in op constructieve details(muren, bogen, gewelven, ruïnes), stevigheid en constructie van de architectuur die het
landschap domineert.
○ ipv harmonisch, stelt hij een krachtwenwisseling voor waar de natuur opnieuw haar plaats opeist.
Grieken: geen muurbouw, maar zuil- en architraafbouw, geen constructieve vernieuwing, veel aandacht voor harmonie en proportie en de
integratie in het landschap.
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
2. Samenleving -> verenigd in de diversiteit: de polis
De Griekse samenleving is veel kleinschaliger. De kern van de Griekse samenleving staat gecentreerd rond de stadstaat (Polis). Deze
kleinschaligheid is ontstaan door het landschap, door geografische versnippering (bergen, zeeën, eilanden) -> natuurlijke grenzen,
isolatie.
○ Elke polis heeft een eigen bestuur, wetten, leger, etc.
○ Er is geen nood aan een grote infrastructuur voor organisatie (zoals bij de Romeinen) -> alles is vrijwel lokaal georganiseerd.
Dit betekent echter niet dat er geen culturele uitwisseling is. Er zijn veel gemeenschappelijke kenmerken:
○ Taal: Grieks als bindmiddel -> onderscheid tussen Grieken(Hellenisten) en barbaroi (zij die geen Grieks spraken).
○ Godsdienst: Olympische Goden
○ Mythologie: gedeelde verhalen en helden
○ Filosofie: gezamenlijke intellectuele traditie die ontstond in de poleis (Socrates, Plato, Aristoteles)
Pan-Helleense plaatsen: Pan = alle, Hellas = Griekenland -> neutrale plekken voor heel Griekenland. Verantwoordelijk voor ALLE
Grieken, iedereen kan samenkomen, plaatsen zonder conflict. Vaak ook de plaat waar vrede werd getekend.
○ Bijv. Delphi, Olympia, Delos, Dodona, etc.
Jaarlijkse Panhelleense feesten en spelen (voorloper Olympische Spelen). Voorloper van een collectieve identiteit, ondanks politieke
verdeeldheid. Die gemeenschappelijke cultuur heeft oorsprong uit Kreta(Minoïsche cultuur) en Mycene(Myceense cultuur).
Stijlfasen:
○ Archaïsche fase (700–480 v.Chr.) -> begin van de polis, eerste tempels, kunst nog stijf.
○ Klassieke fase (480–323 v.Chr.) -> hoogtepunt harmonie, filosofie, democratie (Athene).
○ Hellenistische fase (323–30 v.Chr.) -> expansie na Alexander de Grote, meer diversiteit en monumentaliteit.
Myceense
beschaving
Minoïsche beschaving
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
3. De proto-Griekse erfenis (Het Paleis van Knossos en de Leeuwenpoort van Mycene – de bakermat van de Griekse beschaving)
Arthur John Evans is een Britse archeoloog die opgravingen deed bij het paleis van Knossos op Kreta vanaf 1900. Hij vond daar o.a.
fresco's en stierenhoofden terug -> Kretacultuur had verheerlijking van de stier
○ Verhaal van de minotaurus en de architect:
Koning Minos(naamgeving Minoïsche beschaving) trouwt koningin Pasiphaë. Hij krijgt van de goden(Poseidon?) een heilige witte stier
cadeau. De Minotaurus werd geboren uit Koningin Pasiphaë en die stier, nadat Koning Minos zijn belofte aan Poseidon niet
nakwam en de stier niet offerde. Als straf zorgde Poseidon ervoor dat Pasiphaë verliefd werd op de stier, waarna de architect
Daedalus een houten koe bouwde zodat ze seks kon hebben met het dier, wat leidde tot de geboorte van de half -stier, half-mens
Minotaurus.
Minos gaat naar Daedalus voor een labyrint om de minotaurus op te sluiten. Elk jaar/om de 9 jaar (?) werden er 7 jongens en 7
meiden uit Athene als offer het labyrint in gestuurd om de minotaurus te voeden.
De elementen uit dit verhaal (de stier, architect, doolhof) komen terug in de architectuur. Het complex van Knossos werd als doolhof
ervaren en er waren veel muurschilderingen van de stier.
Knossos is de voorloper van de antiek Griekse tempel -> rechthoekig, driedelig grondplan met zuilen= peristyle of peripteraal. De
woningbouw werd in megaronstijl gebouwd -> basis voor de Griekse tempel (cella).
De vorm van de eerste tempels was geïnspireerd op de woningbouw met als onderscheidende kenmerken het megaronplan, de zuilen in
antis, architraafbalk en het driehoekige tympanon (foto 4).
De gebouwen hadden een zuil-architraafsysteem: een dragend systeem waarbij de zuilen een horizontale balk(architraaf) dragen. Er
zijn geen bogen of gewelven(zoals bij de romeinen).
Daarnaast werden muren, vloeren en zuilen beschilderd in levendige kleuren, wat fundamenteel was bij de beleving van de
architectuur. De fresco's toonde de cultuur die verbonden was met de natuur en het dagelijks leven.
Hoorcolleges Pagina 1