MODULE 1: NEUROANATOMIE
Inleiding: wat is biopsychologie?
Biopsychologie bestudeert de biologische mechanismen die menselijk gedrag, denken en handelen aansturen.
Zowel genetische factoren (nature) als omgevingsinvloeden (nurture) beïnvloeden ons gedrag via de complexe
neurobiologie van het zenuwstelsel. De hersenen bestaan uit uitgebreide netwerken van zenuwcellen die
functies zoals taal, geheugen, emoties en sociale interacties mogelijk maken, waardoor de grens tussen het
biologische en het psychologische steeds meer vervaagt.
1.1 Macro-anatomie van het zenuwstelsel
Neuroanatomie bestudeert de macro-anatomische opbouw van het zenuwstelsel, waaronder de structuur van
het centrale zenuwstelsel (hersenen en ruggenmerg), het perifere zenuwstelsel (hersenzenuwen en
ruggenmergzenuwen) en de ondersteunende structuren zoals de schedel, wervelkolom en hersenvliezen. Het
zenuwstelsel is een complex netwerk van zenuwcellen dat verantwoordelijk is voor het verwerken en doorgeven
van informatie in het lichaam. Het kan dus op twee manieren worden ingedeeld:
Het centrale zenuwstelsel (hersenen en ruggenmerg)
Anatomisch
Somatisch afferent
Afferente ZS
Visceraal afferent
perifere zenuwstelsel
Het
(craniale en ruggenmergzenuwen)
Somatisch efferent
Efferente ZS Sympathisch ZS
Autonoom efferent
Parasympathisch ZS
Centrale zenuwstelsel: verantwoordelijk voor de integratie, verwerking en coördinatie van inkomende en uitgaande
informatie. Hier bevinden zich ook de hogere functies terug (vb: intelligentie, geheugen en emoties).
Perifere zenuwstelsel: verantwoordelijk voor het geleiden van sensorische en motorische informatie tussen
het centraal zenuwstelsel en de rest van het lichaam.
Het afferente zenuwstelsel (sensorisch)
Dit deel van het zenuwstelsel stuurt informatie vanuit het lichaam naar het centrale zenuwstelsel (CZS). Met
andere woorden: het afferente zenuwstelsel verzamelt prikkels uit het lichaam en stuurt die door naar de
hersenen en het ruggenmerg, waar ze worden verwerkt. Het kan ingedeeld worden in een somatisch en een
visceraal gedeelte:
Somatisch afferent zenuwstelsel: Dit deel registreert bewuste gewaarwordingen van de buitenwereld
(de klassieke zintuigen -> zien, horen, voelen, proeven, ruiken), maar ook je
lichaamsgevoel/proprioceptie (vb: je weet zonder te kijken waar je arm zich bevind).
Visceraal afferent zenuwstelsel: Dit deel registreert inwendige parameters (vb: bloeddruk,
zuurtegraad van het bloed, vulling van de darm…) die een onderdeel zijn van het inwendig evenwicht (=
homeostase). Deze informatie ervaren we onbewust en zonder deze automatische signalen zou je lichaam
niet goed kunnen reageren op bijvoorbeeld een lage bloeddruk of een tekort aan zuurstof.
,Het efferente zenuwstelsel (motorisch)
Dit deel van het zenuwstelsel stuurt motorische informatie vanuit het centrale zenuwstelsel (CZS) naar de
uitvoeringsorganen (spieren, klieren en vetweefsel). Met andere woorden zorgt het efferente zenuwstelsel
voor beweging en de regeling van lichaamsfuncties. Dit kan ingedeeld worden in een somatisch en een
autonoom gedeelte:
Somatisch efferent zenuwstelsel: Dit deel zorgt voor de bewuste aansturing van de skeletspieren, die
leiden tot willekeurige (onder bewuste controle) en onwillekeurige bewegingen (zoals reflexreacties).
Autonoom efferent zenuwstelsel (vegetatief zenuwstelsel): Dit deel werkt reguleert automatisch het
gladde spierweefsel, de hartspier, klieren en vetweefsel (regelt hartslag, ademhaling, spijsvertering,
bloeddruk, zweetproductie…). Dit gebeurt onbewust en kan worden opgedeeld in een sympathisch en
parasympatisch gedeelte:
Sympathisch zenuwstelsel (actief bij stress): Zorgt voor de "fight or flight" reactie (vechten of
vluchten). Versnelt hartslag, verhoogt bloeddruk en maakt het lichaam klaar voor actie.
Parasympatisch zenuwstelsel (actief bij rust): Zorgt voor de "rest and digest" reactie (rust en
vertering). Vertraagt de hartslag, bevordert spijsvertering en herstelt het lichaam.
1.2 Het centrale zenuwstelsel (CZS)
Het centraal zenuwstelsel bestaat uit de hersenen en het ruggenmerg en vormt het controlecentrum van het
lichaam. Dit complexe netwerk van neuronen wordt goed beschermd door botten (schedel en wervelkolom),
hersenvliezen en het cerebrospinale vocht.
De hersenen bestaan uit miljarden neuronen die complexe netwerken vormen en
verantwoordelijk zijn voor al onze vaardigheden, emoties, herinneringen en
temperament. Ze worden onderverdeeld in drie grote delen:
1) De grote hersenen (cerebrum)
2) De hersenstam, die de hersenen met het ruggenmerg verbindt.
3) De kleine hersenen (cerebellum)
Het Cerebrum:
Het cerebrum wordt in twee hersenhelften verdeeld door de fissura longitudinalis cerebri, die diep in de
hersenen met elkaar verbonden zijn via het corpus callosum (hersenbalk). Deze hersenhelften worden verder
opgedeeld in vier kwabben door ondiepe groeven of sulci (sulcus lateralis, sulcus centralis en de
pariëto-occipitale sulcus). Andere belangrijke structuren die hierbij aansluiten zijn het diëncephalon (de
tussenhersenen), de hersenstam (met mesencephalon, pons en medulla oblongata) en het cerebellum.
De vier verschillende kwabben zijn:
Frontaalkwab (vooraan): motorische controle, planning en impulsbeheersing.
Pariëtaalkwab (midden): verwerking van lichaamsgevoel en ruimtelijk inzicht.
temporaalkwab (zijkant): gehoor, taalbegrip en geheugen.
Occipitaalkwab (achteraan): visuele verwerking.
De medulla cerebri (hersenmerg/witte stof in het cerebrum) bestaat uit drie soorten
zenuwvezels:
Commissurale vezels: verbinden de twee hersenhelften met elkaar
Associatieve vezels: koppelen gebieden binnen dezelfde hemisfeer
Projectieve vezels: vormen verbindingen tussen de hersenen en andere delen van het zenuwstelsel
,De basale kernen werken als schakelstations van grijze stof en helpen bij het starten en precies aansturen van
complexe bewegingen.
Thalamus: filtert binnenkomende sensorische prikkels en stuurt alleen de belangrijke informatie door
naar de cortex
Hypothalamus: ligt net boven de hypofyse en staat via zenuwvezels en een bloedvatennetwerk in
verbinding met deze klier -> het regelt zo de afgifte van hormonen door zowel de voor- als achterkwab.
Naast bewuste hersenfuncties spelen ook diepere hersengebieden een rol:
Basale ganglia (o.a. nucleus caudatus en putamen): reguleren onbewuste motorische processen
zoals spierspanning en geautomatiseerde bewegingen.
Limbisch systeem: verantwoordelijk voor emoties en geheugen -> belangrijke structuren zijn:
Amygdala: koppelt emoties aan herinneringen en reguleert de fight-or-flight-reactie
Hippocampus: speelt een cruciale rol bij leren en het omzetten van kortetermijnherinneringen
naar langetermijngeheugen
Hypothalamus: regelt emoties, hormonen en fysiologische reacties zoals honger en
temperatuurregulatie.
De hersenstam:
de hersenstam is een belangrijk deel van de hersenen dat zich aan de onderkant van de hersenen bevindt en
de verbinding vormt met het ruggenmerg. De hersenstam bestaat uit drie delen:
1) Mesencephalon (middenhersenen): Onder andere verantwoordelijk voor de visuele en
auditieve reflexen.
2) Pons (= brug): Dit verbindt de middenhersenen, het cerebellum, en het ruggenmerg.
Een van de belangrijkste functies van de pons is de regulatie van de ademhaling. Hier
bevinden zich zenuwkernen die helpen bij het controleren van het ademhalingsritme.
3) Medulla oblongata (= verlengde merg): Het zorgt voor de verbinding tussen de
hersenen en het ruggenmerg. In deze structuur zitten onder andere kernen voor de
regulatie van het hart, bloeddruk en de ademhaling. Ook de autonome functies zoals
niezen en braken worden aangestuurd vanuit de medulla oblangata.
In het centrum van de hersenstam ligt grijze stof met vitale kernen die autonome reflexen regelen, zoals het
cardiovasculair centrum, het ademhalingscentrum en reflexen zoals hoesten en niezen.
Cerebellum (kleine hersenen)
Het cerebellum bevindt zich achter de hersenstam en bevat zelfs meer neuronen dan de
rest van de hersenen samen. Het cerebellum helpt het evenwicht en de houding te
controleren via snelle, automatische bewegingen (vb: wanneer je rechtop staat of loopt).
Het speelt ook een rol in het programmeren en aanpassen van zowel bewuste als
onbewuste bewegingen zodat ze vloeiend en gecoördineerd verlopen. Dit betekent dat als
je bijvoorbeeld een bal probeert te vangen en je hand net te laat beweegt, het cerebellum
dit registreert en je bewegingen in de toekomst aanpast om sneller te reageren. Dit
gebeurt door een efferentie-kopie, een soort intern signaal dat de geplande beweging
vergelijkt met wat er daadwerkelijk gebeurt. Als de beweging niet verloopt zoals verwacht,
stuurt het cerebellum correctiesignalen om je motoriek bij te sturen.
Het ruggenmerg
Het ruggenmerg zelf is een lange streng van zenuwweefsel die wordt beschermd door de wervelkolom. Het
bestaat uit 31 segmenten, waarbij elk segment verbonden is met een paar ruggenmergzenuwen (31 paar) die
deel uitmaken van het perifere zenuwstelsel.
, Deze zenuwen splitsen vlak bij het ruggenmerg in een dorsale wortel en een ventrale wortel. Binnen het
ruggenmerg bevindt de grijze stof zich centraal in een vlindervorm, terwijl de witte stof daaromheen ligt. De
grijze stof bevat verschillende schakelkernen en heeft aan elke zijde drie uitlopers:
De dorsale hoorn: bevat somatische en viscerale sensorische kernen, die sensorische informatie
ontvangen
De laterale hoorn: bevat viscerale motorische kernen, die de aansturing van glad spierweefsel,
hartspierweefsel en klieren regelen
De ventrale hoorn: bevat somatische motorische kernen, die verantwoordelijk zijn voor de aansturing
van skeletspieren
De witte stof van het ruggenmerg bestaat uit drie kolommen:
de dorsale kolom
de laterale kolom
de ventrale kolom
1.3