Hoofdstuk 4: lijden & dood:
Introductie:
Teleologische werkelijkheid = een werkelijkheid waarin alles een doel heeft
Volgens Aristoteles:
- Je kan het doel van de dingen uit de aard v een ding afleiden
- Omdat de mens ten gronde een redelijk wezen is realiseert de mens zijn
doel door zijn redelijkheid (verder) te ontwikkelen
- De zin v het leven:
o Is dus te vinden in het filosofische leven
Voor de antieke filosofen & vele anderen daarna:
- De werkelijkheid is een kosmos (= juweel & orde in Grieks)
o De werkelijkheid is ten gronde zinvol
- Vonden bijna niets echt zinloos de dood bv. ook niet
- Plato stelt dat:
o Filosoferen in 1ste plaats tot taak heeft probleem dood op te lossen
o Filosofie = ‘het leren sterven’
Volgens de moderne mens:
- De zin is niet iets dat men ontdekt maar dat men creëert of geeft
- Het geslaagde leven = creatief zijn met datgene wat op zich betekenisloos
is
o Dit kan je doen door:
Filosofie onder andere
Maar er zijn ook andere manieren
- Dood & lijden soort climax van zinloosheid
1. Oplossingen voor de dood:
2 manieren om probleem dood op te lossen/ weg te redeneren:
1) Argumenteren voor onsterfelijkheid: vanuit het
substantiedualisme:
o Plato:
De dood is eig geen probleem:
Dood = bevrijding v de geest uit kerker v lichaam
Want het stoppen van lichaam is niet het einde van de
ziel
o In het christendom: de opstanding v de doden (herrijzen v persoon
uit de dood)
, Opstanding v de doden kan wel enkel als er ook een soort
onsterfelijke ziel is
2) Argumenteren tegen het belang van de dood: vanuit het
fysicalisme:
o Volgens Griekse filosoof Epicurus:
De dood is geen probleem
Ziel of geest kan ophouden bestaan zonder dat ons lichaam
ophoudt te leven hersendood & dood verschillend maar
voor individu zelf geen verschil
3 argumenten v Epicurus & Lucretius:
1) Sommigen vrezen de dood want ze denken dat er hen een
onaangenaam voortbestaan te wachten staat:
o Epicurus: de dood is echt het einde v ons bestaan het
uiteenvallen v atomen (de ziel & geest bestaat ook uit atomen)
2) ‘Zolang ik er ben, de dood er niet is, en als de dood ere is, ben ik
er niet meer’
o De dingen die gebeuren zijn op zichzelf niet goed of slecht ze zijn
goed of slecht VOOR IEMAND
Maar voor wie is de dood dan slecht?
Voor de levende? Nee want die zijn niet dood
Voor de doden? Nee want die zijn er niet
o Weerlegging:
De overgang tss leven & dood (het sterven) wordt wel door
de levenden beleefd
Vele waarderen het leven langer leven is dan dus een
ideaal
3) De dood = vorm van niet-bestaan:
o Onze intuïtie beschouwd n bestaan n als iets slechts
o Bv. de periode voor je geboorte:
Je vindt het n erg dat je miljarden jaren geleden n bestond
o Weerlegging:
Mensen vinden dit iets vreemd om te zeggen tegen een
rouwende persoon
De symmetrie klopt n helemaal:
Non-existentie voor de geboorte gevolgd door onze
existentie
De dood gevolgd door niks
Fundamenteel kenmerk mens = meer bekommerd zijn om
toekomst dan om verleden
Plato & Epicurus = de dood oplosbaar probleem
Alleen voor niet-denkende mensen = de dood een probleem
3 vaak gehoorde overwegingen over de dood: