Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting Sociale en politieke filosofie | UA | 2025/2026

Puntuación
-
Vendido
1
Páginas
37
Subido en
30-05-2026
Escrito en
2025/2026

Uitgebreide studieaantekeningen voor Sociale en politieke filosofie aan de Universiteit Antwerpen, academiejaar 2025/2026. De aantekeningen behandelen vijf hoofdstukken: de Oudheid (Protagoras, Socrates, Aristoteles, Plato, Althusser), middeleeuwse filosofie (Al-Farabi, Augustinus, Thomas van Aquino), Renaissance- en verlichtingsfilosofie (Machiavelli, sociale contracttheorie met Hobbes, Spinoza, Rousseau, Locke en Hegel), moderne filosofie (erkenning bij verschillende denkers), en 20ste-eeuwse filosofie (Carl Schmitt).

Mostrar más Leer menos
Institución
Grado

Vista previa del contenido

Sociale en politieke filosofie
INHOUDSOPGAVE

HOOFDSTUK 1: DE OUDHEID 1

1. PROTAGORAS EN SOCRATES 1
1.1. PROTAGORAS 1
1.2. PROTAGORAS VERSUS SOCRATES: OVER DE RATIONALITEIT VAN DE DEMOCRATIE 1
1.3. IS DEMOCRATIE EEN REGERINGSVORM DIE KAN GARANDEREN DAT DE BESLISSINGEN VAN DE SOEVEREIN JUIST
ZIJN? 2
1.4. FUNDAMENTEEL DEBAT: DEMOCRATIE VS. TECHNOCRATIE 2
2. ARISTOTELES 3
2.1. HET SOCIALE, HET POLITIEKE EN DE FILOSOFIE 3
2.2. DE MENS ALS POLITIEK DIER 4
2.3. KERNIDEEËN VAN ARISTOTELES’ POLITIEKE FILOSOFIE 6
3. ALTHUSSER 7
3.1. DE KERNMERKEN VAN IDEOLOGIE VOLGENS ALTHUSSER 8
3.2. BESLUIT 8
4. PLATO 9
4.1. POLITEA - BOEK 1: WAT IS RECHTVAARDIGHEID? 9
4.2. POLITEA - BOEK 2: WAT IS RECHTVAARDIGHEID? 10
4.3. DE IDEALE STAAT: ARISTOCRATIE 11
4.4. PARALLELLISME VAN DE STAAT EN DE ZIEL 11

HOOFDSTUK 2: MIDDELEEUWSE FILOSOFIE 14

1. AL-FARABI (872-951) 15
1.1. ISLAMITISCHE FILOSOFIE EN EUROCENTRISME 15
1.2. WAAROM ONTSTAAT FILOSOFIE IN SAMENLEVINGEN? 15
1.3. POLITIEK, ZIEL EN VERLANGENS 16
1.4. RELIGIE EN TAAL 16
1.5. DE WET EN DE DEUGDZAME LEIDER (!) 17
1.6. FILOSOFIE EN RELIGIE 17
1.7. RELIGIE EN TAAL 17
1.8. KENNIS EN TAAL 18
1.9. INTELLECTUELE ELITES EN MACHTHEBBERS: FILOSOFIE IN DE POLITIEK? 18
2. AUGUSTINUS 18
2.1. DE CIVITATE DEI CONTRA PAGANOS (= HET IS DE STAD VAN GOD) 18
3. THOMAS VAN AQUINO 19

HOOFDSTUK 3: RENAISSANCEFILOSOFIE OF VROEGMODERNE EN VERLICHTINGSFILOSOFIE 20

1. GIOVANNI PICO DELLA MIRANDOLA (1463-1494) 20
1.1. ORATIO DE HOMINIS DIGNITATE 20
1.2. VRIJHEID IN DE OUDHEID VERSUS IN DE MODERNE TIJD 20
2. THOMAS MORE (1478-1535) 21
2.1. UTOPIA (1516) 21
3. MACHIAVELLI (1469-1527) 21
4. DE SOCIALE CONTRACTTHEORIE: HOBBES - SPINOZA - ROUSSEAU - LOCKE - HEGEL 22
4.1. JOHN LOCKE 22

,4.2. JEAN-JACQUES ROUSSEAU 23
4.3. THOMAS HOBBES 24
4.4. BENEDICTUS DE SPINOZA 25
4.5. FRIEDRICH HEGEL 27
4.6. THE SEXUAL CONTRACT 27

HOOFDSTUK 4: MODERNE FILOSOFIE (ERKENNING) 28

1. ERKENNING IN DE MODERNE WIJSBEGEERTE 28
1.1. WOLLSTONECRAFT 28
1.2. MACHIAVELLI 28
1.3. BERKLEY: INTERSUBJECTIVITEIT 29
1.4. MIRANDOLA 29
1.5. KANT 29
1.6. FICHTE 29
1.7. SCHILLER 30
1.8. SCHELLING 30
1.9. HEGEL 31

HOOFDSTUK 5: 20STE-EEUWSE EN HEDENDAAGSE FILOSOFIE 33

1. CARL SCHMITT: HET BEGRIP VAN HET POLITIEKE 33
1.1. HISTORISCHE CONTEXT: DE WEIMARREPUBLIEK 33
1.2. HITLER EN DE PARADOX VAN DE DEMOCRATIE 33
1.3. DEMOCRATIE EN KRITIEK DAAROP 34
1.4. POLITIEKE GEMEENSCHAP EN UITSLUITING 34
1.5. HET BEGRIP VAN HET POLITIEKE 34
1.6. VRIEND EN VIJAND 34
1.7. POLITIEK STAAT BOVEN ANDERE DOMEINEN 35
1.8. DEPOLITISERING VAN BURGERS 35
1.9. INTERNATIONALE POLITIEK 35

, HOOFDSTUK 1: De oudheid




1. Protagoras en Socrates
1.1. Protagoras

(!) De politieke filosofie begint met Protagoras. Hij was een sofist, een leraar in politiek en economie.
De sofisten worden vaak gezien als de vaders van het onderwijs. In de Oudheid betekende “vrije
mannen” dat zij niet hoefden te werken en zich konden bezighouden met het bestuur van de polis
(stad). Sofisten leerden burgers hoe ze de politiek en economie konden stabiliseren.

1.2. Protagoras versus Socrates: Over de rationaliteit van de democratie

Het gaat om een discussie tussen Protagoras en Socrates over de democratie. Onze hedendaagse
democratie is representatief, maar in de Oudheid had elke burger zowel het recht als de plicht om
actief bij te dragen aan het bestuur van de stad. Socrates stond kritisch tegenover de democratie,
terwijl Protagoras er een uitgesproken voorstander van was.

Protagoras: De democratische visie

Mythe van Prometheus: Prometheus krijgt de opdracht om aan elk dier een eigenschap te geven
zodat het kan overleven. Sommige dieren krijgen meer, andere worden opgegeten, en de dieren die
overleven kunnen zich voortplanten en nieuwe dieren voortbrengen.

Volgens Protagoras moeten ook mensen een technisch vermogen krijgen: het vermogen om een
situatie niet enkel vanuit hun eigen standpunt te bekijken. Wanneer men alleen vanuit het eigen
perspectief redeneert, blijft er immers geen ruimte over voor de vrijheid van anderen. Daarom moeten
we onze eigen vrijheden beperken, zodat iedereen een plaats heeft in de samenleving. Dit vormt de
basis van burgerlijke orde en samenleven.

Daarnaast benadrukt Protagoras het belang van het vermogen om over politieke kwesties te
discussiëren, kwesties die betrekking hebben op het bestuur van de stad. Het woord ‘politiek’ komt
van polis, wat ‘stad’ betekent. Vanuit deze gedachte is democratie de meest geschikte regeringsvorm,
omdat ze vertrekt van het idee dat iedereen een gave van Zeus heeft ontvangen, namelijk het
vermogen tot politieke redelijkheid en burgerlijk besef. Democratie is de enige regeringsvorm die dit
volledig respecteert.


1

,Socrates: De antidemocratische visie

Volgens Socrates is democratie problematisch en zelfs absurd: waarom zou men over alles moeten
stemmen? Elke mens beschikt over een eigen vorm van expertise. Zo heeft een timmerman kennis
van zijn vakgebied, terwijl anderen expertise hebben op andere domeinen. Wanneer politieke
beslissingen worden genomen, kunnen burgers met relevante kennis en ervaring hun inzichten delen.
Door deze verschillende vormen van expertise samen te brengen, kan de gemeenschap tot meer
doordachte en evenwichtige beslissingen komen. Wanneer er over cruciale kwesties wordt
gediscussieerd, zoals het verklaren van oorlog, voelt iedereen zich plots een expert en meent iedereen
het beter te weten dan de ander. Dat vindt Socrates vreemd en irrationeel.

1.3. Is democratie een regeringsvorm die kan garanderen dat de
beslissingen van de soeverein juist zijn?

Protagoras

- Zijn denken vertrekt vanuit scepticisme en relativisme als basisprincipes.

- Waarheid is relatief: Plaats en persoonsafhankelijk

- Een absolute politieke waarheid is niet kenbaar: Er bestaat geen eenduidige waarheid over
politiek. Daarom moeten mensen zelf deelnemen aan het besluitvormingsproces door te
stemmen, en beschouwt hij de democratie als de meest geschikte bestuursvorm.

[ Waarbij elke mening evenwaardig is, en elke stem telt. Er wordt geen onderscheid
gemaakt tussen expert en de gewone mens.

Socrates

Socrates is een leerling van Protagoras, maar neemt een andere positie in. Hij is kritisch tegenover de
democratie, al is hij niet overal sceptisch over.

- Er bestaat wel een politieke waarheid, en die waarheid is kenbaar.

- Democratie is absurd: Politieke beslissingen moeten niet door stemmen van gewone mens
maar door experten genomen worden. Er moet volgens hem een onderscheid worden gemaakt
tussen mensen die kennis hebben en mensen die geen kennis hebben. In dat opzicht staat zijn
visie lijnrecht tegenover die van Protagoras.

1.4. Fundamenteel debat: Democratie vs. Technocratie

In het begin van de politieke filosofie draaide het debat al rond de vraag wie het best kan besturen.
Enerzijds stond Protagoras, die meende dat politieke beslissingen tot stand moeten komen via debat
tussen burgers, een democratische visie. Anderzijds stond Socrates, die vond dat bestuur beter in
handen is van zij die over kennis en expertise beschikken, een meer technocratische benadering. Deze
fundamentele discussie tussen democratie en technocratie bestaat vandaag nog steeds. De Griekse
sofisten bevinden zich ideologisch dichter bij ons op vlak van democratie dan Plato.




2

,Begrippen

- Polites = Burgers

- Idiot = In de oorspronkelijke betekenis is een idioot iemand die zich niet wil bezighouden
met publieke zaken en enkel aan zichzelf denkt. In een democratie dreigt iedereen zo’n
“idioot” te worden wanneer men het algemeen belang volledig overlaat aan de overheid. Dan
lijkt het alsof alleen de regering het algemene perspectief moet innemen en het geheel moet
overzien. Volgens Protagoras is dat echter niet juist: het is de verantwoordelijkheid van elke
burger om mee na te denken over het algemeen belang en deel te nemen aan het publieke
leven.

2. Aristoteles

2.1. Het sociale, het politieke en de filosofie

Het sociale

= De door het verschil normaal/abnormaal gereguleerde intersubjectiviteit die zichzelf begrijpt als
onafhankelijk van het politieke.

- Intersubjectiviteit verwijst naar de interactie tussen subjecten, dus tussen mensen onderling.

- Het sociale gaat over wat als “normaal” of “abnormaal” wordt gezien. Het gaat over alles wat
te maken heeft met hoe een samenleving bepaalt wat “normaal” gedrag is en wat niet.

- De “maatschappij” is geen natuurlijke realiteit, maar een historisch fenomeen. Maatschappij
is niet de bevolking, maar de interactie die zich affirmeert tussen mensen ten opzichte van het
politieke.

Voorbeeld – Sociale actoren (vb. protestgroepen) reageren op politiek zonder zelf politieke macht te
willen ondernemen, hun doel is louter het politieke in het algemeen te beïnvloeden.

Het politieke

= De meest menselijke dimensie van ons leven, het onbepaalde veld van de menselijke conflicten.

[ Het politieke verwijst naar de reële conflicten tussen mensen en naar de houding om in te
grijpen in de samenleving op een politieke manier. Het gaat dus niet alleen om instellingen of
bestuur, maar om de dynamiek van meningsverschillen, macht en verandering.

[ Hannah Arendt: Een belangrijke grondlegger van de politieke wetenschappen en auteur
van The Human Condition, stelt dat wat ons mens maakt de neiging is om in te grijpen in het
politieke leven en de wereld te veranderen. Wanneer wij iets als onrechtvaardig of fout
ervaren, gaan we er vaak spontaan van uit dat anderen dat ook zo zien, en precies vanuit dat
gedeelde gevoel ontstaat politiek handelen.




3

,De filosofie

[ Filosofie en ook wijs-begeerte.

Een disruptief en soms storend discours dat de betekenis en vanzelfsprekendheid van woorden in
vraag stelt. Daardoor bevraagt het ook wat wij als realiteit ervaren. Filosofie richt zich op de logica,
de structuur en de dynamiek van het menselijke bestaan en houdt zich daarom, in de eerste plaats,
bezig met het sociale en het politieke, aangezien deze twee dimensies constitutief zijn voor het mens-
zijn.

[ Onderzoekt vanzelfsprekendheden: De realiteit & de structurering en dynamiek van het
menselijk bestaan. Dus het richt zich vooral op het sociale en het politieke.

2.2. De mens als politiek dier

Het idee dat de mens in de eerste plaats een wezen met rede is, is het resultaat van eeuwenlange en
deels foutieve vertalingen. Oorspronkelijk wordt de mens omschreven als een politiek dier. Dat
betekent niet dat hij politiek is omdat hij over rede beschikt, maar omdat de mens kan spreken en over
taal (logos) beschikt. We zien de realiteit door taal en daarom hebben we een politiek zintuig.

Teleologische visie van Aristoteles (!)

We gaan ervan uit dat de natuur wijs is en dat niets zonder reden gebeurt. Dit sluit aan bij de
teleologische visie van Aristoteles op de natuur. Volgens hem heeft alles een doel, en dat doel vormt
de verklaring van waarom iets bestaat of gebeurt. Iets uitleggen betekent dus aantonen waarom of
hoe iets is, door de functie of het doel ervan te tonen. Eigenschappen bestaan dus niet toevallig.

In de hedendaagse natuurwetenschappen wordt teleologie niet langer aanvaard. We geloven
bijvoorbeeld niet meer dat giraffen een lange nek hebben omdat God de vruchten zo hoog heeft
geplaatst, een idee dat enkele eeuwen geleden nog wel werd aangenomen.

Phoné versus logos

- Phoné (dieren): Phoné verwijst naar stemgeluid of klank als communicatiemiddel voor
basiservaringen zoals pijn, gevaar of genot. Dieren beschikken over zo’n vorm van
communicatie om elementaire levensbehoeften kenbaar te maken.

[ Bij mensen ligt dat anders. Wanneer wij iets onrechtvaardig vinden, geven we niet louter
een instinctief signaal, maar drukken we dit uit in woorden. We leren bovendien van
anderen hoe we bepaalde signalen gebruiken om te tonen wat we voelen.

- Logos (mensen): Logos verwijst hier niet enkel naar rede, maar naar taal, het vermogen om
te spreken, betekenissen te delen en samen het gemeenschappelijke leven vorm te geven.

[ Mens kan de naakte realiteit niet zien, deze is gecontamineerd door betekenis, wij zien
alles in het licht van de taal.




4

,Normativiteit van de taal

- Taal beschrijft niet alleen, maar schrijft voor: Taal is normatief, ze zegt niet enkel wat iets
is, maar ook wat het zou zijn. Taal draagt verwachtingen in zich. Bijvoorbeeld, “professor”,
“vader” en “burger”. Wanneer we iemand zo benoemen, koppelen we daar onmiddellijk
normen en verwachtingen aan. Een uitspraak zoals “ik ben geen goede vader” is dus geen
neutraal beschrijving, maar een verwijzing naar een norm.

- Gevoelens zijn cultureel gevormd: Omdat wij talige wezens zijn: zijn onze gevoelens niet
puur natuurlijk, maar politiek geladen. Wij hebben geen onmiddellijke “natuur”: onze natuur
is cultureel gevormd.

[ Omdat de mens over taal beschikt, is zijn natuur niet louter biologisch. Onze “natuur” is
in sterke mate cultureel gevormd. Zodra we kunnen spreken, overstijgen we het puur
natuurlijke en treden we binnen in een wereld van betekenis, interpretatie en gedeelde
normen. Dat geldt ook voor onze emoties: ze krijgen vorm binnen een culturele context.

[ Onze emoties zijn dus sociaal en politiek geladen. We ervaren ze via betekeniskaders die
we hebben aangeleerd.

- Normen zijn subjectief: Normen bestaan niet “op zichzelf” als objectieve waarheden. Wat
als rechtvaardig of onrechtvaardig wordt ervaren dat hangt af van de context, het is
situationeel bepaald en het ontstaat historisch.

[ Toch ervaren we onze normen als vanzelfsprekend en universeel: Wat voor de ene
vanzelfsprekend juist is (vb. politieke overtuigingen), kan voor een ander totaal anders
liggen. De waarheid over politieke kwesties is dus relatief aan de situatie en perspectief.

[ De politieke realiteit kan onderzocht worden, bijvoorbeeld via wetenschap, door feiten
te verzamelen en gebeurtenissen te analyseren. Toch krijgen ook feiten hun betekenis via
taal. Wanneer we bepaalde gebeurtenissen waarnemen, begrijpen we via taal wat er
gebeurt en kunnen we dit als onrechtvaardig benoemen. Het is precies dit vermogen om
te benoemen en te oordelen dat het politieke mogelijk maakt.

Taal is normatief. Ze beschrijft de werkelijkheid niet alleen, maar bepaalt ook hoe wij die
werkelijkheid zien en begrijpen. Via taal leren we wat belangrijk is, wat goed of slecht is en wat we
zouden moeten voelen. Als iets puur subjectief is, kan het geen norm zijn. Toch zijn normen
uiteindelijk altijd gebaseerd op menselijke interpretaties. In die zin heeft elke norm een subjectief
karakter.




5

, 2.3. Kernideeën van Aristoteles’ politieke filosofie

- Een stad/staat (polis) is samenwerking

[ Het boek van Aristoteles heet Politica (= Alles wat met het leven in de stad heeft te maken)

[ Een polis wordt vertaald als stad/staat, waarbij ze bevoegdheden hebben. Een polis is een
soort van samenwerking, gezelschap of maatschappij. Het is een manier van handelen, een
actie. Een polis heeft niets te maken met de grenzen, het is interactie tussen mensen, die
allemaal hetzelfde doel hebben. Er zijn verschillende soorten samenwerking: koppel, heer
en slaaf etc.

- De politieke natuur van de mens

[ De polis bestaat uit de interactie tussen vrije mannen. Zij worden als vrij beschouwd
omdat ze niet hoeven te werken. Deze vrije mannen komen samen om te bespreken hoe
de staat bestuurd moet worden en welke beslissingen genomen moeten worden. Volgens
Aristoteles betekent burger zijn dat men actief deelneemt aan de politiek. In onze
samenleving is dat anders: burgers hoeven niet zelf politiek actief te zijn, omdat er
vertegenwoordigers zijn die namens hen politieke beslissingen nemen.

- Probleem: het mens-zijn van vrouwen, slaven en kinderen

[ Binnen de publieke sfeer heerst volgens Aristoteles gelijkheid, maar die gelijkheid geldt
enkel voor vrije mannen. In de private sfeer bestaat er geen gelijkheid. Daar bevinden zich
vrouwen en slaven, die hiërarchisch onder de man staan.

- Politieke economie

[ Oikonomia: Dit is de gezonde of natuurlijke manier van omgaan met middelen. Het gaat
om het beheer van goederen in het huishouden (oikos) en, breder, om uitwisseling van
dingen die nuttig zijn voor het leven. Geld speelt hierbij een instrumentele rol: het vergroot
het gemak van ruil, maar is geen doel op zich.

[ Chrematisike: Dit is een parallelle economische logica die tot doel heeft geld te
vermeerderen. Hier worden economische handelingen losgemaakt van het directe nut voor
het leven, en wordt winstmaximalisatie het eigenlijke doel. Volgens Aristoteles verstoort
dit de balans van het huishouden en de polis, omdat het streven naar onbeperkte rijkdom
van nature grenzeloos is en de orde van het goede samenleven bedreigt. In dat kader
veroordeelt hij ook rente op geld (geld dat “geld voortbrengt”) als onnatuurlijk.

- Burgerschap

[ Burgers zijn vrije mannen die actief deelnemen aan het bestuur van de polis, wat bij ons
door professionele politici wordt gedaan. Hun leven is gericht op politieke deliberatie en
op de verdediging van de stad; elke burger heeft in principe ook een militaire functie. Een
idioot, duidt op een private persoon aan die zich alleen met zijn huishouden bezighoudt
en niet aan de publieke zaak deelneemt, dat is precies wat een burger niet moet doen.


6

, [ De scherpe scheiding tussen ‘privé’ en ‘publiek’ zoals wij die kennen is bij Aristoteles veel
minder uitgesproken. De wereld van Aristoteles is in hoge mate gepolitiseerd.

- Regeringsvormen (!)

[ Kwantiteit: De regeringsvormen worden onderscheidt op basis van kwantiteit: macht in
de hand van 1 (monarchie: algemeen belang – tirannie: eigen belang), van weinigen
(aristocratie: algemeen belang – oligarchie: eigen belang) of van velen (politea: algemeen
belang – democratie: eigen belang).

[ Kwaliteit: Democratie is een regeringsvorm waarin de macht in handen is van de
meerderheid, maar niet van iedereen afzonderlijk. Een goede regering neemt beslissingen
met het oog op het algemeen belang. Een corrupte regering daarentegen neemt
beslissingen op basis van particuliere of eigen belangen.

[ Beste regeringsvorm: Het sociale conflict in een samenleving mag niet te groot zijn. In
een goede staat is het verschil tussen rijke en arme mensen daarom beperkt. Volgens
Aristoteles moet er een evenwicht bestaan tussen aristocratie en democratie. Bovendien is
het belangrijk dat burgers het gevoel hebben dat zij invloed en macht hebben binnen de
staat.

[ Democratie veronderstelt een gemeenschap van gelijken. Om die gelijkheid te kunnen
creëren, worden bepaalde ongelijkheden uitgesloten. De machtigste mensen moeten
daarom op afstand worden gehouden, omdat zij vaak geen reden zien om met anderen (die
minder macht hebben) te discussiëren over het bestuur van de staat.

3. Althusser
Reproductie van het systeem

Althusser was een marxistische denker. Ideologie was volgens Marx het discours dat een vertekend
beeld van de realiteit naar voren brengt. Althusser ging hier niet helemaal mee akkoord, maar geloofde
dat Marx wel iets belangrijk had gezien: namelijk dat elk systeem een ideologie heeft en dat, als het
systeem wil blijven bestaan, het de middelen moet hebben om te blijven produceren en de condities
moet creëren om te blijven bestaan. Niet enkel dit is van belang: het moet ook een instrument creëren
waarmee nieuwe generaties zeggen dat ze dit verder willen blijven doen. Hiervoor is een ideologie
nodig. Dit kan door middel van onderwijs. Het gaat niet alleen om machines en ideologieën
ontwikkelen, maar ook over individuen ‘produceren’ die het systeem nodig heeft.

- Ideologisch staatsapparaat: Het meest efficiënte. Ze zijn cruciaal voor de reproductie van
een bepaald sociaal en politiek systeem. Bijvoorbeeld scholen, kerken en gezinnen.

- Repressieve staatsapparaat: Het is met behulp van macht en dwang. Bijvoorbeeld, politie.

Voor Althusser is ideologie de manier waarop we ons tot de werkelijkheid verhouden, maar niet de
werkelijkheid zelf. Zonder ideologie zie je niets, het is de betekenis van de realiteit.




7

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
30 de mayo de 2026
Número de páginas
37
Escrito en
2025/2026
Tipo
RESUMEN

Temas

$7.84
Accede al documento completo:

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Conoce al vendedor

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
IJanssens Universiteit Antwerpen
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
55
Miembro desde
2 año
Número de seguidores
6
Documentos
15
Última venta
4 días hace

4.3

3 reseñas

5
1
4
2
3
0
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes