van de lessen van Abram Aertsen (niet het
handboek). Op ons examen vroeg hij heeeeel
specifieke vragen en vroeg hij niet echt naar
algemene principes (zoals ze in de SV staan).
Gebruik van deze samenvatting is dus op eigen
risico (ik had enkel dit geleerd en had een 12/20))
1
2023-2024
, MICROBIOLOGIE
Module 1 → Zie samenvatting: SAMENVATTING_MICROBIOLOGIE (op
wiki: eerste 5 P)
Module 2: celstructuren en functies
Cytoplasmatisch membraan
- Structuur cytoplasmatisch membraan:
o Fosfolipide dubbellaag
o Selectief permeabel: kleine moleculen en water kunnen
makkelijk door het membraan diffunderen, grote
moleculen kunnen door het membraan via
transportereiwitten (velen kunnen er ook niet door)
o Hydrofobe & hydrofiele delen
o Integrale of perifere eiwitten
- Bacteriële membraan:
o Vetzuren, esterbindingen, dubbellaag
o Lijkt op membraan van eukaryoten MAAR versterkt door hopanoïden (zoals
cholesterol fso bij eukaryoten)
- Membraan van Archaea:
o Isoprenen, esterbindingen, dubbellaag of monolaag
o Belangrijkste lipiden: fytanylketens die vereterd zijn aan glycerol
▪ Fosfoglycerol diësters met fytanyl C20 zijketens en difosfoglycerol
tetraethers met bifytanyl C40 zijketens die lipide monolagen kunnen
vormen
o Kan dubbellaag of monolaag hebben
▪ Monolaag: stabieler bij hoge temperaturen
▪ Archaea: kunnen overleven in extreme omstandigheden
- Functie:
o Doorlaatbaarheidsbarrière
▪ Polaire en geladen moleculen door membraan
▪ Transport proteïnen kunnen moleculen tegen concentratiegradiënt in
bewegen
o Proteïnen anker
▪ Houdt proteïnen op hun plek
o Energie behoud/gebruik
▪ Generatie van proton motive force over het membraan heen
▪ Met behulp van ATP-ase
2
2023-2024
,Transport van nutriënten in de cel
- Actief transport:
o Moleculen tegen concentratiegradiënt in
o Verzadigingseffect
o Nood aan energie (pmf, ATP, …)
- Passief transport:
o Met concentratiegradiënt mee
o Diffusie doorheen membraan
- 3 klassen van transport:
o Simpel transport
▪ Vooral gedreven door pmf
▪ Antiport: nodige molecule en H+ getransporteerd in de tegengestelde
richting
Bv. Na-proton antiporter: aan buitenkant van de cel is de H+ concentratie groter dan binnen. In de
cel is Na+ aanwezig , maar dit wil de cel vaak naar buiten pompen. Wanneer de Na + concentratie
buiten de cel hoger is dan binnen, is er energie nodig voor dit transport → vaak pmf als
energiebron gebruiken
▪ Symport: nodige molecule en H+ getransporteerd in dezelfde richting
Bv. lac permease: aan buitenkant van de cel is naast veel H+ ook veel lactose aanwezig die we naar
binnen willen brengen. Dit gebeurt ook weer met actief transport aangezien lactose een groot
molecule is. Wanneer H+ van buiten naar binnen wordt getransporteerd geeft dit energie waardoor
lactose ook mee naar binnen gehaald kan worden.
o Groep translocatie
▪ Getransporteerd molecule is chemisch gemodificeerd
▪ Energierijk molecule (bv. ATP) drijft transport
▪ Bv. fosfotransferase in E coli voor glucose opname
Fosfoenolpyruvaat is een energierijkmolecule. Door middel van kinaseactiviteit kan er ATP
gemaakt worden en pyruvaat wordt hierbij ook gevormd. Fosfaten komen van het energierijke
molecule die het fosfaat zal doorgeven aan glucose. Hoe wordt dit gereguleerd?: vanaf dat de
glucoseconcentratie buiten de cel sterk daalt, zal glucose niet meer door membraaneiwit.
Hierdoor kan het fosfaat niet op glucose terecht komen waardoor het hele systeem geconstipeerd
geraakt met fosfaat wat het signaal geeft om de glycolyse te stoppen. Bij dit proces wordt glucose
naar binnen gepompt wat energie vraagt MAAR glucose komt zo ook in de glycolyse terecht en
krijgt al gelijk een fosfaat (eerste stap glycolyse), er gebeuren dus 2 dingen tegelijk.
3
2023-2024
, o ABC systeem
▪ Hoge affiniteit voor nodige molecule
▪ ATP gedreven
▪ Nood aan transmembranaire en ATP-hydrolyserende eiwitten samen met:
• Periplasmatische binding proteïnes (bij Gram-negatives)
• Subraat binding proteiïnen op de buitenkant van het membraan (bij
Gram-positives en Archaea)
Eiwit aan de buitenkant voelt of het nodige molecule aanwezig is. Als het aanwezig is, zal de
binding protein eraan binden. Dit complex gaat contact zoeken met een membraaneiwit. ATP
hydrolyseert waarbij energie vrijkomt die gebruikt kan worden om het molecule naar binnen te
halen.
Bij figuur: glucose (bv.)
Stijging van glucoseconcentratie (x-as):
➔ Normale diffusie: er komt amper glucose de cel binnen
➔ Transportersystemen: glucose naar binnen zuigen met
hoge of lage affiniteit
➔ Groene grafiek: transporter met hoge affiniteit kunnen
glucose makkelijker herkennen en snel oppakken en
naar binnen in de cel sturen met actief transport, al
snel vlakt de grafiek af omdat de maximale flux van
glucose in de cel al snel bereikt wordt op deze manier
en er niet meer transporters kunnen werken.
4
2023-2024