Uitgebreide Samenvatting Cursustheorie
2025–2026
1. Wat is Business Intelligence (BI)?
Business Intelligence (BI) verwijst naar alle acties, programma's en rapporten die erop gericht zijn
een beter inzicht te krijgen in het verloop van een bedrijf. BI kijkt niet naar één klant of transactie,
maar naar alle klanten, studenten of patiënten tegelijk — vaak over meerdere jaren heen.
1.1 Verschil tussen klassieke ICT en BI
Klassieke ICT Business Intelligence
Dagelijkse taken uitvoeren Inzicht krijgen in het bedrijf
1 klant/transactie tegelijk Grote hoeveelheden data tegelijk
Registreren wat nu gebeurt Vergelijken over maanden en jaren
Veel tekst, weinig tabellen/grafieken Veel tabellen en grafieken
Gebruikt door operationeel personeel Gebruikt door directie en assistenten
Bedrijf kan er niet zonder (24/7) Nuttig, maar tijdelijk te missen
1.2 Wie gebruikt BI?
• Directeurs en hun assistenten
• Sales managers en regionale managers
• Iedereen die beslissingen neemt op basis van data
BI-rapporten geven inzicht in hoe goed of slecht een bedrijf presteert. In een klein bedrijf kan een
directeur dit zien door rond te lopen; in een groot bedrijf of in e-commerce is dat onmogelijk — dan
zijn BI-rapporten onmisbaar.
1.3 Voorbeelden van BI in de praktijk
School:
Vraag: 'Welke opleidingen zijn succesvol en welke niet?' → marketingacties beter richten op
specifieke doelgroepen.
Logistiek:
20–30% van de terugkerende vrachtwagens rijdt leeg. BI helpt oorzaken te vinden en
retourladingen te optimaliseren.
Ziekenhuis:
Vraag: 'Wat is de gemiddelde bezettingsgraad van een ziekenhuisbed per afdeling?' → ruimte
efficiënter verdelen tussen afdelingen.
, 2. Databronnen en dataopslag
2.1 Hoe komen gegevens in een database?
• Scannen van barcodes, QR-codes, …
• Manuele invoer (registratie door medewerkers of klanten zelf)
• Camera's (verkeer), sensoren (temperatuur), creditcardbetalingen, …
2.2 Het datacentrum
Alle geregistreerde informatie stroomt via wifi of kabels naar een datacenter. Dit bevat honderden
tot duizenden servers. Een database is een programma dat inkomende data automatisch opslaat
op harde schijven. Het werkt volledig autonoom — zonder dat iemand aanwezig hoeft te zijn.
2.3 Structuur van een database
• Data is opgeslagen in tabellen (één tabel per datatype: Orders, Klanten, Producten, …)
• Elke tabel heeft minstens één ID-kolom (uniek identificatienummer)
• Tabellen zijn gelinkt via deze ID's — bv. CustomerID in Orders verwijst naar CustID in
Customers
Sleutelregel
Elke klant heeft precies 1 uniek CustID. Elke bestelling heeft precies 1 uniek OrderID. Zonder
unieke ID's kunnen tabellen niet correct aan elkaar gekoppeld worden.
2.4 Flow van data naar rapport
Stap Wat gebeurt er? Tool
1. Registratie Data wordt ingevoerd in het systeem Scanner, toetsenbord, sensor
2. Opslag Data staat in het datacenter / de database Database (server)
3. Extractie Data wordt opgehaald naar je laptop Power Query (PQ)
4. Model Data wordt gestructureerd opgeslagen PowerPivot (PP) Model
5. Rapport Tabellen en grafieken worden gemaakt Pivot table, grafieken
3. Financiële kernbegrippen
In BI-rapporten zijn financiële cijfers de ruggengraat. De vier basismaatstaven zijn:
Begrip Berekening Uitleg
Sales (omzet) Prijs × hoeveelheid Wat de klant betaalt
Cost (kost) Aankoopprijs + handlingkost Wat het bedrijf betaalt aan de leverancier
Margin (marge) Sales − Cost Wat je verdient op een transactie