Kindergeneeskunde (E. De Wachter): Les 1 – Groei en obesitas
1. Cursus kindergeneeskunde – inhoudstafel
Inleiding tot de kindergeneeskunde (H1 en H2: belangrijkste van heel de cursus)
- Hoofdstuk 1: groei, obesitas, preventie, afweersysteem, kinderziekten – koorts – vaccinaties
- Hoofdstuk 2: longziekte, allergie-astma, chronisch respiratoir aandoening, respiratoir urgenties
- Hoofdstuk 3: sport, bij het gezonde en het zieke kind
- Hoofdstuk 4: kindercardiologie
- Hoofdstuk 5: gewrichtsaandoeningen
- Hoofdstuk 6: gastro-oesophagale reflux
- Hoofdstuk 7: kindermishandeling
2. Lessen kindergeneeskunde (examen schriftelijk: meerkeuze)
- Maandag 22/02
- Maandag 01/03
- Maandag 08/03
- Maandag 15/03
- Maandag 22/03 NIET
- Maandag 29/03
- Maandag 05/04 NIET
- Maandag 12/04 NIET
- Maandag 19/04
- Maandag 26/04
- Maandag 03/05
1
,3. Inleiding tot de kindergeneeskunde
Kindergeneeskunde is de interne geneeskunde van het kind (0 tot 18 jaar). Kinderen zijn geen kleine
volwassenen want bij het kind moet men rekening houden met verschillende zaken, die niet meer van
belang zijn bij volwassenen.
Bij het kind zijn er groeistadia, die heel veel informatie geven over hoe het kind in werkelijkheid evolueert.
Bij zieke kinderen ga je al snel zien dat er problemen zullen zijn bij die groeistadia. Bij volwassenen zijn
die groeistadia er niet. Ook ontwikkelingsstadia zijn bij kinderen van groot belang. Volwassenen kunnen
zich ook nog verder ontwikkelen op vlak van intelligentie en kennis, maar de dingen die we hebben aan-
geleerd als kind, die zouden normaal op volwassen leeftijd goed gekend moeten zijn. Een kind moeten
we bekijken in één geheel. Als een kind bijvoorbeeld drie verschillende klachten heeft, dan ga je ervoor
moeten zorgen dat je die drie klachten kan bundelen in één ziektepatroon of ziektebeeld. Een oudere
volwassene (vooral bejaarden), die hebben vaak verschillende ziektes tegelijkertijd (bv. ze hebben last
van atherosclerose, door rokerslong, en als gevolg daarvan kunnen ze complicaties doen). Als een kind
meerdere ziektebeelden heeft die we niet goed kunnen verklaren, dan moet men al is denken aan een
syndroom (een geheel van verschillende problemen).
Bij ziektes van kinderen spelen de genetische factoren een veel grotere rol dan bij volwassenen. Die
genetische factoren staan meer op de voorgrond bij kinderen, terwijl de omgevingsfactoren meer op de
achtergrond staan. Bij volwassenen kunnen omgevingsfactoren een grote rol spelen in het ziektebeeld.
Het is belangrijk om je te realiseren dat je vooral een preventieve rol moet aannemen bij kinderen, terwijl
je bij volwassenen vaker een supportieve rol moet aannemen.
2
,4. Verschillende groeistadia
- Embryo (< 8 weken)
- Foetus (leefbaar vanaf 24 weken)
- Neonaat, pasgeborene < 1 maand
- Zuigeling (1 maand – 1 jaar)
- Peuter (1 jaar – 3 jaar)
- Kleuter (3 jaar – 6 jaar)
- Kind
- Puber, adolescent
- Volwassene
Engelse termen
- Newborn: < 1 maand
- Infant: 1 maand – 12 maanden
- Toddler: 12 maanden – 36 maanden
- Early child: 3 jaar – 6 jaar
- Child
5. Groei
Groei is een vorm van maturatie die een toename van de afmetingen tot gevolg heeft tot de volwassen
afmetingen bereikt zijn. Er is een overlap met ‘ontwikkeling’. Ontwikkeling is meer de veranderingen in
de functies van een organisme tot wanneer het volwassen stadium is bereikt.
Fysische groei en ontwikkeling
- Groei: van een klein embryo naar een baby
- Veranderingen in lichaamsbouw
Intellectuele groei en ontwikkeling
- Leren van vaardigheden
- Mijlpalen worden bereikt
Emotionele groei
- Sociale en culturele ontwikkeling speelt hierin een grote rol – gedrag
- Bv. als peuter zijn snottebellen op eet, dan vindt men dat grappig, bij volwassenen niet!
- Ook bv. het omgaan met stress en verdriet
3
, Die mijlpalen worden vaak gebruikt om te zien of een kind zich normaal ontwikkelt op vlak van vaardig-
heden. Zo kan een baby van vier weken zich bijvoorbeeld ergens op fixeren met de ogen. Als het kind
dat op drie maanden nog niet kan, dan kan er wel eens iets verkeerd zijn. Er is natuurlijk wel een zekere
spreiding. Het is niet de bedoeling om dit vanbuiten te leren voor het examen, gewoon leuk om te weten.
6. Groei
- Variabiliteit in menselijke groeipatronen (er zijn grote en kleine mensen)
- Groei- en gewichtscurven zijn ‘normaal’ verdeeld
- Percentielen: P50 = mediaan, P25 = 25% van de bevolking is kleiner
- Standaarddeviatie: + / - 2SD: beslaat 95,45% van de populatie (en is de ‘normale’ populatie)
- Waarde onder -2SD of boven +2SD worden outliners genoemd (die moet men in ’t oog houden)
4
1. Cursus kindergeneeskunde – inhoudstafel
Inleiding tot de kindergeneeskunde (H1 en H2: belangrijkste van heel de cursus)
- Hoofdstuk 1: groei, obesitas, preventie, afweersysteem, kinderziekten – koorts – vaccinaties
- Hoofdstuk 2: longziekte, allergie-astma, chronisch respiratoir aandoening, respiratoir urgenties
- Hoofdstuk 3: sport, bij het gezonde en het zieke kind
- Hoofdstuk 4: kindercardiologie
- Hoofdstuk 5: gewrichtsaandoeningen
- Hoofdstuk 6: gastro-oesophagale reflux
- Hoofdstuk 7: kindermishandeling
2. Lessen kindergeneeskunde (examen schriftelijk: meerkeuze)
- Maandag 22/02
- Maandag 01/03
- Maandag 08/03
- Maandag 15/03
- Maandag 22/03 NIET
- Maandag 29/03
- Maandag 05/04 NIET
- Maandag 12/04 NIET
- Maandag 19/04
- Maandag 26/04
- Maandag 03/05
1
,3. Inleiding tot de kindergeneeskunde
Kindergeneeskunde is de interne geneeskunde van het kind (0 tot 18 jaar). Kinderen zijn geen kleine
volwassenen want bij het kind moet men rekening houden met verschillende zaken, die niet meer van
belang zijn bij volwassenen.
Bij het kind zijn er groeistadia, die heel veel informatie geven over hoe het kind in werkelijkheid evolueert.
Bij zieke kinderen ga je al snel zien dat er problemen zullen zijn bij die groeistadia. Bij volwassenen zijn
die groeistadia er niet. Ook ontwikkelingsstadia zijn bij kinderen van groot belang. Volwassenen kunnen
zich ook nog verder ontwikkelen op vlak van intelligentie en kennis, maar de dingen die we hebben aan-
geleerd als kind, die zouden normaal op volwassen leeftijd goed gekend moeten zijn. Een kind moeten
we bekijken in één geheel. Als een kind bijvoorbeeld drie verschillende klachten heeft, dan ga je ervoor
moeten zorgen dat je die drie klachten kan bundelen in één ziektepatroon of ziektebeeld. Een oudere
volwassene (vooral bejaarden), die hebben vaak verschillende ziektes tegelijkertijd (bv. ze hebben last
van atherosclerose, door rokerslong, en als gevolg daarvan kunnen ze complicaties doen). Als een kind
meerdere ziektebeelden heeft die we niet goed kunnen verklaren, dan moet men al is denken aan een
syndroom (een geheel van verschillende problemen).
Bij ziektes van kinderen spelen de genetische factoren een veel grotere rol dan bij volwassenen. Die
genetische factoren staan meer op de voorgrond bij kinderen, terwijl de omgevingsfactoren meer op de
achtergrond staan. Bij volwassenen kunnen omgevingsfactoren een grote rol spelen in het ziektebeeld.
Het is belangrijk om je te realiseren dat je vooral een preventieve rol moet aannemen bij kinderen, terwijl
je bij volwassenen vaker een supportieve rol moet aannemen.
2
,4. Verschillende groeistadia
- Embryo (< 8 weken)
- Foetus (leefbaar vanaf 24 weken)
- Neonaat, pasgeborene < 1 maand
- Zuigeling (1 maand – 1 jaar)
- Peuter (1 jaar – 3 jaar)
- Kleuter (3 jaar – 6 jaar)
- Kind
- Puber, adolescent
- Volwassene
Engelse termen
- Newborn: < 1 maand
- Infant: 1 maand – 12 maanden
- Toddler: 12 maanden – 36 maanden
- Early child: 3 jaar – 6 jaar
- Child
5. Groei
Groei is een vorm van maturatie die een toename van de afmetingen tot gevolg heeft tot de volwassen
afmetingen bereikt zijn. Er is een overlap met ‘ontwikkeling’. Ontwikkeling is meer de veranderingen in
de functies van een organisme tot wanneer het volwassen stadium is bereikt.
Fysische groei en ontwikkeling
- Groei: van een klein embryo naar een baby
- Veranderingen in lichaamsbouw
Intellectuele groei en ontwikkeling
- Leren van vaardigheden
- Mijlpalen worden bereikt
Emotionele groei
- Sociale en culturele ontwikkeling speelt hierin een grote rol – gedrag
- Bv. als peuter zijn snottebellen op eet, dan vindt men dat grappig, bij volwassenen niet!
- Ook bv. het omgaan met stress en verdriet
3
, Die mijlpalen worden vaak gebruikt om te zien of een kind zich normaal ontwikkelt op vlak van vaardig-
heden. Zo kan een baby van vier weken zich bijvoorbeeld ergens op fixeren met de ogen. Als het kind
dat op drie maanden nog niet kan, dan kan er wel eens iets verkeerd zijn. Er is natuurlijk wel een zekere
spreiding. Het is niet de bedoeling om dit vanbuiten te leren voor het examen, gewoon leuk om te weten.
6. Groei
- Variabiliteit in menselijke groeipatronen (er zijn grote en kleine mensen)
- Groei- en gewichtscurven zijn ‘normaal’ verdeeld
- Percentielen: P50 = mediaan, P25 = 25% van de bevolking is kleiner
- Standaarddeviatie: + / - 2SD: beslaat 95,45% van de populatie (en is de ‘normale’ populatie)
- Waarde onder -2SD of boven +2SD worden outliners genoemd (die moet men in ’t oog houden)
4