Module gynaecologie en urologie - Inleiding
1. Lesplanning
- Donderdag 11/02 (13-16u): inleiding
- Donderdag 18/02 (13-16u)
- Donderdag 25/02 (13-16u)
- Donderdag 04/03 (13-16u)
- Woensdag 10/03 (8-11u)
- Woensdag 17/03 (8-11u)
- Woensdag 22/03 (8-11u)
- Woensdag 31/03 (8-11u)
- Donderdag 22/04 (13-16u)
- Donderdag 29/04 (13-16u): presentaties livestream + Q&A
- Donderdag 06/05 (13-16u): presentaties livestream + Q&A
- Donderdag 20/05 (13-16u)
2. Lesinhoud
- Urogynaecologische pathologie – Prof. H. Cammu (30%)
- Urogynaecologische revalidatie – Dr. A. Tassenoy (50%)
- Groepsopdracht (20%)
3. Urogynaecologische revalidatie
Gynaecologie
- Zwagerschap en fysiologische veranderingen tijdens de zwangerschap
- Afwijkingen tijdens de zwangerschap
- Onderzoeken tijdens de zwangerschap
- De bevalling
- Complicaties tijdens de bevalling
- Zwangerschapsgerelateerde LRP en bekkeninstabiliteit
- Pasgeborene
- Perinatale kinesitherapie
1
,Urologie
- Anatomie en (neuro)fysiologie van het kleine bekken
- Continentiemechanisme
- Urologische pathologie
- Urologische revalidatie
4. Groepsopdracht (per 6 studenten)
Wat?
- Informatiebrochure voor patiënten (op papier indienen)
- Bijscholingscursus voor collega kinesitherapeuten (via livestream presenteren)
Onderwerp
- Vrij te kiezen binnen het domein van urogynaecologische problematiek
- Bij voorkeur een onderwerp dat niet aan bod komt in de lessen
- Onderwerp + namen van groepsleden indienen op canvas tegen 1 april 2021
- Brochure en presentatie klaar tegen 26/04
Informatiebrochure voor patiënten
- Op papier indienen
- Kadering van de problematiek: wat, oorzaak, klachten, symptomen
- Wat kan de patiënt hier zelf aan doen: praktische adviezen, oefeningen
- Waar of welke hulp kan de patiënt inroepen: medische onderzoeken, consult arts of kiné
- Wetenschappelijk onderbouwd, maar in een taal die gericht is naar patiënten toe
Bijscholingscursus voor collega kinesitherapeuten
- Via livestream presenteren tegen 26/04
- Bijscholing voor medestudenten, waarbij men ervan uit gaat dat ze beschikken over basiskennis
- Dus geen herhaling van de cursus, wel aanvulling
- 10-15 minuten per groep
- Klemtoon leggen op de kinesitherapeutische aanpak binnen de problematiek
- Presentaties zijn te kennen voor het examen
5. Mogelijke onderwerpen
- Sport en zwangerschap
- Bedplassen
- Bevallingsmethoden
2
, Module gynaecologie en urologie – 1: De normale zwangerschap
1. Zwangerschap en fysiologische veranderingen
- Zwangerschap is geen ziekte
- Wel (tijdelijke) toestand die fysiologische veranderingen met zich meebrengt
Fysiologische veranderingen
- Waar zwangere vrouw pijn, hinder, ongemak van kan ondervinden bij normale dagelijkse leven
- Waarmee rekening moet worden gehouden bij behandeling, sport, ADL, …
- Waarvoor specifiek kinesitherapie moet worden opgestart (bij veel hinder of pijn bv.)
- Die ook na de bevalling tijdelijke of permanente gevolgen kunnen hebben (bv. spataders)
2. Perinatale kinesitherapie
- Zwangere vrouw heeft recht op 9 beurten pre- en postnatale kinesitherapie per zwangerschap
- Voorbeeld: prenataal 2 beurten, dan heeft men nog recht op 7 beurten postnataal
- Specifieke klachten zoals bijvoorbeeld lage rugpijn, kan tellen als een andere courante diagnose
Prenataal
- Informatie over verloop zwangerschap en bevalling
- Bekkenbodemspieren
- Ademhaling
- Rugproblematiek
- Papa mee betrekken (bv. tips geven hoe hij zijn zwangere / bevallende vrouw kan bijstaan)
Postnataal (bij normale vaginale bevalling starten deze sessies na 6 weken, bij keizersnede na 8 weken)
- Algemene conditie verbeteren
- Algemene spierversterking verbeteren
- Specifiek aandacht voor bekkenbodemspieren (mag al direct na bevalling gestart worden)
- Aandacht voor spieren rond bekkengordel (stabiliserende spieren, buikspieren)
3. De normale zwangerschap – terminologie
Zwangerschapsduur
- Start vanaf eerste dag van de laatste menstruatie (+ 2 weken: vanaf dan vond eisprong plaats)
- Gemiddelde duur is 280 dagen of 40 weken
- 5% bevalt op uitgerekende datum
- 75% bevalt in de week rond de uitgerekende datum
3
, 4. Terminologie
- Blastogenese: ontwikkeling van zygote van bevruchting tot embryogenese (vorming embryo)
- Embryogenese: vorming embryo, ontwikkeling van de derde tot tiende week na bevruchting
- Foetale periode: vanaf tiende week na de bevruchting tot aan de bevalling
In de eerste twee weken ziet men dat een zygote zich verder zal gaan onderverdelen en het zal zich
gaan inplanten in de baarmoederhals en zo komt er ook een ontwikkeling van de placenta. Vanaf de
ontwikkeling van de embryo (dus vanaf de derde week) zien we al een ontwikkeling van hartactiviteit en
het centrale zenuwstelsel. Vanaf de vierde week zullen ook ogen zich gaan ontwikkelen en zal er een
aanzet zijn tot hartactiviteit en ook een kleine aanzet tot de ontwikkeling van de ledematen. In de vijfde
week ontwikkelen de ogen zich verder. Vanaf de zesde week gaan ook de oren zich ontwikkelen. Na
een zestal weken van zwangerschap kan er ook al enige vorm van hartactiviteit worden waargenomen.
Vanaf de achtste week gaat er een aanzet zijn van de ontwikkeling van externe genitaliën. In de foetale
periode zal er dan een verdere ontwikkeling zijn van hersenactiviteit. Gedurende de embryonale en de
foetale periode zullen al deze organen zich verder gaan ontwikkelen. De rode zone geeft aan wanneer
organen het meest vatbaar zijn voor congenitale anomalieën. Eens ze die periode voorbij zijn, zullen
die organen minder vatbaar zijn voor anomalieën. Vooral in de embryonale fase is het embryo dus het
meest gevoelig voor pathogenen en voor het ontwikkelen van belangrijke congenitale abnormaliteiten.
Eens de foetale periode ingaat, is een foetus meer beschermd en minder vatbaar voor anomalieën.
4
1. Lesplanning
- Donderdag 11/02 (13-16u): inleiding
- Donderdag 18/02 (13-16u)
- Donderdag 25/02 (13-16u)
- Donderdag 04/03 (13-16u)
- Woensdag 10/03 (8-11u)
- Woensdag 17/03 (8-11u)
- Woensdag 22/03 (8-11u)
- Woensdag 31/03 (8-11u)
- Donderdag 22/04 (13-16u)
- Donderdag 29/04 (13-16u): presentaties livestream + Q&A
- Donderdag 06/05 (13-16u): presentaties livestream + Q&A
- Donderdag 20/05 (13-16u)
2. Lesinhoud
- Urogynaecologische pathologie – Prof. H. Cammu (30%)
- Urogynaecologische revalidatie – Dr. A. Tassenoy (50%)
- Groepsopdracht (20%)
3. Urogynaecologische revalidatie
Gynaecologie
- Zwagerschap en fysiologische veranderingen tijdens de zwangerschap
- Afwijkingen tijdens de zwangerschap
- Onderzoeken tijdens de zwangerschap
- De bevalling
- Complicaties tijdens de bevalling
- Zwangerschapsgerelateerde LRP en bekkeninstabiliteit
- Pasgeborene
- Perinatale kinesitherapie
1
,Urologie
- Anatomie en (neuro)fysiologie van het kleine bekken
- Continentiemechanisme
- Urologische pathologie
- Urologische revalidatie
4. Groepsopdracht (per 6 studenten)
Wat?
- Informatiebrochure voor patiënten (op papier indienen)
- Bijscholingscursus voor collega kinesitherapeuten (via livestream presenteren)
Onderwerp
- Vrij te kiezen binnen het domein van urogynaecologische problematiek
- Bij voorkeur een onderwerp dat niet aan bod komt in de lessen
- Onderwerp + namen van groepsleden indienen op canvas tegen 1 april 2021
- Brochure en presentatie klaar tegen 26/04
Informatiebrochure voor patiënten
- Op papier indienen
- Kadering van de problematiek: wat, oorzaak, klachten, symptomen
- Wat kan de patiënt hier zelf aan doen: praktische adviezen, oefeningen
- Waar of welke hulp kan de patiënt inroepen: medische onderzoeken, consult arts of kiné
- Wetenschappelijk onderbouwd, maar in een taal die gericht is naar patiënten toe
Bijscholingscursus voor collega kinesitherapeuten
- Via livestream presenteren tegen 26/04
- Bijscholing voor medestudenten, waarbij men ervan uit gaat dat ze beschikken over basiskennis
- Dus geen herhaling van de cursus, wel aanvulling
- 10-15 minuten per groep
- Klemtoon leggen op de kinesitherapeutische aanpak binnen de problematiek
- Presentaties zijn te kennen voor het examen
5. Mogelijke onderwerpen
- Sport en zwangerschap
- Bedplassen
- Bevallingsmethoden
2
, Module gynaecologie en urologie – 1: De normale zwangerschap
1. Zwangerschap en fysiologische veranderingen
- Zwangerschap is geen ziekte
- Wel (tijdelijke) toestand die fysiologische veranderingen met zich meebrengt
Fysiologische veranderingen
- Waar zwangere vrouw pijn, hinder, ongemak van kan ondervinden bij normale dagelijkse leven
- Waarmee rekening moet worden gehouden bij behandeling, sport, ADL, …
- Waarvoor specifiek kinesitherapie moet worden opgestart (bij veel hinder of pijn bv.)
- Die ook na de bevalling tijdelijke of permanente gevolgen kunnen hebben (bv. spataders)
2. Perinatale kinesitherapie
- Zwangere vrouw heeft recht op 9 beurten pre- en postnatale kinesitherapie per zwangerschap
- Voorbeeld: prenataal 2 beurten, dan heeft men nog recht op 7 beurten postnataal
- Specifieke klachten zoals bijvoorbeeld lage rugpijn, kan tellen als een andere courante diagnose
Prenataal
- Informatie over verloop zwangerschap en bevalling
- Bekkenbodemspieren
- Ademhaling
- Rugproblematiek
- Papa mee betrekken (bv. tips geven hoe hij zijn zwangere / bevallende vrouw kan bijstaan)
Postnataal (bij normale vaginale bevalling starten deze sessies na 6 weken, bij keizersnede na 8 weken)
- Algemene conditie verbeteren
- Algemene spierversterking verbeteren
- Specifiek aandacht voor bekkenbodemspieren (mag al direct na bevalling gestart worden)
- Aandacht voor spieren rond bekkengordel (stabiliserende spieren, buikspieren)
3. De normale zwangerschap – terminologie
Zwangerschapsduur
- Start vanaf eerste dag van de laatste menstruatie (+ 2 weken: vanaf dan vond eisprong plaats)
- Gemiddelde duur is 280 dagen of 40 weken
- 5% bevalt op uitgerekende datum
- 75% bevalt in de week rond de uitgerekende datum
3
, 4. Terminologie
- Blastogenese: ontwikkeling van zygote van bevruchting tot embryogenese (vorming embryo)
- Embryogenese: vorming embryo, ontwikkeling van de derde tot tiende week na bevruchting
- Foetale periode: vanaf tiende week na de bevruchting tot aan de bevalling
In de eerste twee weken ziet men dat een zygote zich verder zal gaan onderverdelen en het zal zich
gaan inplanten in de baarmoederhals en zo komt er ook een ontwikkeling van de placenta. Vanaf de
ontwikkeling van de embryo (dus vanaf de derde week) zien we al een ontwikkeling van hartactiviteit en
het centrale zenuwstelsel. Vanaf de vierde week zullen ook ogen zich gaan ontwikkelen en zal er een
aanzet zijn tot hartactiviteit en ook een kleine aanzet tot de ontwikkeling van de ledematen. In de vijfde
week ontwikkelen de ogen zich verder. Vanaf de zesde week gaan ook de oren zich ontwikkelen. Na
een zestal weken van zwangerschap kan er ook al enige vorm van hartactiviteit worden waargenomen.
Vanaf de achtste week gaat er een aanzet zijn van de ontwikkeling van externe genitaliën. In de foetale
periode zal er dan een verdere ontwikkeling zijn van hersenactiviteit. Gedurende de embryonale en de
foetale periode zullen al deze organen zich verder gaan ontwikkelen. De rode zone geeft aan wanneer
organen het meest vatbaar zijn voor congenitale anomalieën. Eens ze die periode voorbij zijn, zullen
die organen minder vatbaar zijn voor anomalieën. Vooral in de embryonale fase is het embryo dus het
meest gevoelig voor pathogenen en voor het ontwikkelen van belangrijke congenitale abnormaliteiten.
Eens de foetale periode ingaat, is een foetus meer beschermd en minder vatbaar voor anomalieën.
4