genen & gedrag
0. Inleiding
- Gedrag beïnvloed w dr samenspel vn genetische componenten & omgevingsfactoren
- Genetische component nt allesbepalend vr menselijk gedrag
o Ontw vn zenuwstelsel => afhangen vn interactie tssn nature & nurture => leidt tot uniek
patroon vn neurale activiteiten
- Gedragsgenetica => bestudeert die complexe wisselwerking
Schematische voorstelling v/d invloed vn genen op gedrag
1. Evolutie beïnvloedt de pool vn gedragsbeïnvloedende genen die
beschikbaar zijn vr leden vn elke soort
2. Genen vn elk individu initiëren een uniek programma vn neurale
ontwikkeling
3. Ervaring verandert de expressie vn genen vn individu
4. De ontwikkeling v/h zenuwstelsel vn elk individu hangt af vn
interacties met omgeving
5. De huidige capaciteiten & neigingen op vlak vn gedrag vn elk
individu w bepaald door unieke patronen vn neurale activiteit
o Sommige w ervaren als gedachten, gevoelens, herinneringen,
…
6. Het huidige gedrag vn elk individu komt voort uit interacties tssn
huidige neurale activiteitspatronen & zijn perceptie vn huidige
situatie
7. Het succes vn gedrag vn elk individu beïnvloedt de waarschijnlijkheid
dat die genen w doorgegeven aan toekomstige generaties
1. Evolutie
- Hersenen & complexe neuronale netwerken => resultaat vn verschillende evolutionaire
processen
1.1 Evolutietheorie vn Darwin
- Huidige soorten afstemmen vn gemeenschappelijke voorouder
- Opeenvolgende veranderingen in genetische code (mutaties) =>
variante soorten ontstaan elk specifieke set eigenschappen
o Sommige eigenschappen => bepaald voordeel in bepaalde
omgeving
- Natuurlijke selectie/survival of the fiittest
o Overlevende soort voortplant => gunstige eigenschappen
doorgegeven aan volgende generatie
Voorbeeld: verspreiding vn mutatie vr
mucoviscidose
1.2 Evolutie vn hersenen
- Vroeger => grootte hersenen = intellectuele eigenschappen nt juist
- Grootte => gelinkt aan grootte lichaam
- Evolutie hersendelen:
1
, o Cerebrum => meer intelligente dieren => veel groter dan hersenstam
o Hersenen toenemen in grootte => vooral cerebrum
o Toename hersenplooien => vergroot oppervlakte hersenschors => volledige hersenen in
schedel passen
Theorie vn McLean
- 3 delen menselijk brein => overeenkomen met evolutionaire ontwikkeling:
o Reptielenbrein
Oudste & primitieve deel
Verantwoordelijk vr overlevingsinstincten
o Zoogdierenbrein
Emoties, geheugen & sociaal gedrag
o Menselijk brein
Meest recent ontwikkelde
Complexe functies => taal, abstract denken &
redeneren
- Gebruikt in hulpverlening => ook belangrijke kritiek
o Eenvoudig model & makkelijk begrijpen => doet oneer aan complexiteit vn hersenen
o Hersenen werken nt in verschillende lagen => werken op complexe mnr samen
o Spreken liever over adaptieve brein => hersenen vermogen aanpassen aan
veranderende omstandigheden
Waarbij cognitie & emotie op ingewikkelde mnr samenwerken om zich aan te
passen
2. Genetica
- Genetica/erfelijkheidsleer = biologische wetenschap die
o Erfelijkheid beschrijft
o Verklaart hoe eigenschappen vn ene generatie w doorgegeven
o Welke mechanismen daarin meespelen
- Overerving vn eigenschappen => gebeurt d.m.v. genen
- 46 chromosomen
o Georganiseerd in 23 paar
Helft moeder & helft vader
o Paar vn geslachtshormonen
o Overige 22 paar => lichaamsbepalende chromosomen/autosomen
Komen homoloog voor in genotype
Homoloog = elk paar bestaat uit 2 chromosomen die
o Dezelfde lengte, positie vn centromeer & overeenkomstige genen
Specifieke genetische info kan verschillen
- Bevruchte eicel bevat 46 chromosomen
o Oorspronkelijk erfelijk materiaal vn moeder & vader => speciale celdeling
meiose/geslachtsdeling
- Meiose
o Uitsluitend voorkomen in voortplantingsorganen => aanmaken vn
ei-/zaadcellen
o Bij start => cel voorbereiden om te delen => chromosomen verdubbelen
Vn elke chromosoom identieke zusterchromatide gemaakt
o Bestaat uit 2 opeenvolgende celdelingen:
Typische reductiedeling/meiose I
46 chromosomen opgesplitst in 2 nieuw gevormde kernen =>
elk de helft vn chromosomen
Crossing over => proces tijdens splitsing => uitwisseling vn
genetisch materiaal v/d zusterchromatiden vn moeder & vader
2
, Door uitwisseling & random verdeling vn homologe chromosomen over
dochtercellen => genetisch materiaal in iedere dochtercel een
verschillende mengeling vn genetisch materiaal
o Daardoor verschillen alle dochtercellen vn elkaar
Na crossing over => chromosomen per paar door centriolen uit elkaar
getrokken
o Op einde vn stap 2 cellen gevormd w met elk 23 chromosomen
Tweede deling/meiose II
Erfelijk materiaal verder opsplitsen
4 dochtercellen kunnen ontstaan => elk een haploïde aantal
chromosomen
Eind vn meiose => 4 verschillende voortplantingscellen gevormd
- Lichaamscellen = 46 chromosomen diploïde
- Voortplantingscel = 23 chromosomen haploïde
2.1 Chromosomale afwijkingen
Wat is het?
- Veranderingen i/d structuur/aantal chromosomen
- Kunnen gevolgen hebben vr gezondheid & gedrag vn individu
- Afwijkingen begrijpen => inzicht krijgen in genetische basis vn diverse aandoeningen &
gedragsproblemen
- Verschillende soorten => elk hebben impact op ontwikkeling & functioneren vn organismen:
Numerieke afwijkingen
- Meer/minder dan 46 chromosomen aanwezig in celkern
- Ontstaat tijdens vorming vn geslachtscellen (=> tijdens meiotische celdeling)
o Chromosomen in dochtercellen nt mooi verdeeld w in 2 even grote haploïde sets vn elk
23 chromosomen
- De meeste afwijkingen nt levensvatbaar
- Polyploïdie
o Meest extreme vorm
o 1/+ extra sets vn 23 haploïde chromosomen in cel zitten
o Ontstaan bv =>
Triploïde cellen
3 i.p.v. 2 haploïde sets => 69 chromosomen in totaal (23 x3)
Tetraploïde cellen
4 haploïde sets => 92 chromosomen (23 x 4)
o Ontstaan door non-disjunctie tijdens meiose
Chromosomenparen nt los vn elkaar komen als spoeldraden ze uit elkaar trekken
Ontstaan cellen met te veel & cellen met te weinig chromosomen
o Beide vormen nt levensvatbaar => spontane miskraam vroeg in zwangerschap
- Aneuploïdie
o Verlies/extra kopie vn 1/+ chromosomen
3