BIJZONDERE
CONTRACTEN
INLEIDING
‘CONTRACT’
Contract (=overeenkomst) (5.4 BW): Wilsovereenstemming tussen partijen
Contractvrijheid: Partijen kunnen vrij contract sluiten en bepalen wat hierin staat
o Voordeel: Overeenkomen wat men wil
o Nadeel: Moeten dan wel effectief overeenkomen
5.3 BW: Contractenrecht = Aanvullend recht
o Voor courante contracten een set regels voorzien in ons BW als vangnet
voor al wat men niet zelf geregeld heeft
‘NIEUW BW’?
Boek 1 en 5 BW:
Wet 28/04/2022 Inwerkingtreding: 1/1/2023
Eerbiedigende werking: Enkel van toepassing op RF en RH na datum van
inwerkingtreding (ook niet indien gevolgen van eerdere RF/RH’en)
Examen: Altijd nieuw recht toepassen (zelfs indien casus van voor 2023)
Boek 7: Nog in voorbereiding
1ste Wetsvoorstel 16 april 2024
2de Wetsvoorstel 20 februari 2025
Hangende
o Herstructurering en integratie
Titel 1: Statuut en definities
Titel 2: Koop en ruil
Titel 3: Huur en bruiklening
Titel 4: Dienstencontracten (met aanneming)
Titel 5: Lening (aparte wet)
Titel 6: Kanscontracten (met bv. lijfrente)
Titel 7: Contracten m.b.t. geschil (dading en sekwester)
o Coherentie: Tussen contracten onderling (voorwaarden, termijnen,
exoneratie mogelijkheden, … zoveel mogelijk harmoniseren)
o Vereenvoudiging (en verduidelijking): Want in oud recht veel herhalingen
en onnodige afwijkingen
1
Eliza Nielandt 2026
,SOORTEN CONTRACTEN
1). Benoemde contracten
Hiërarchie:
o 1). Wettelijke regels + Contract (Contractueel afwijken enkel indien geen
dwingend recht)
Bijzondere regels (Bv. Arbeidscontract, huwelijkscontract, …)
o 2). Verbintenissen en contractenrecht (5.71 BW)
2). Onbenoemde contracten (sui generis)
Hiërarchie:
o 1). Contract
o 2). Verbintenissen- en contractenrecht (5.71 BW)
o 3). Regels benoemd contract per analogie
Wilsautonomie: Open systeem ( Goederenrecht: Gesloten systeem)
Geen default set: Dus ondergeschikt aan gemene verbintenissen- en
contractenrecht
Bv.: Leasingcontract: Je mag een wagen gebruiken van iemand anders en dit lijkt
op huur. In ondergeschikte orde kan er dus toepassing gemaakt worden van de
regels van een huurcontract.
3). Gemengde contracten (5.67 BW)
Mengeling verschillende benoemde contracten
3 mogelijkheden:
o 1. Onbenoemd contract worden: Na mix hebben we geen duidelijk
benoemd contract meer (‘Appel en kiwi met elkaar gemixt’)
o 2. Combinatietheorie/cumulatietheorie: Duidelijk te onderscheiden
onderdelen (‘Appel en kiwi gwn samen in pot’)
Op stukje koop pas je koop toe, op stukje aanneming pas je
aanneming toe
o 3. Absorptietheorie: Eén van de onderdelen is dominant en zal de volledige
theorie bepalen.
Voorbeeld: Combinatie aanneming en koop, maar hoofddoel is
prestatie (niet zozeer nodige materiaal).
Uitgangspunt (5.67 BW): Cumulatietheorie
MAAR zodra 1 element dominant is, toch absorptietheorie toepassen
MAAR zelfs binnen absorptietheorie soms toch cumuleren.
Bv.: Je VK een huis en doet beroep op een makelaar (levert prestaties). Kan dat je
aan makelaar ook vertegenwoordigingsbevoegdheid geeft. Dit is een gemengd
contract aanneming en lastgeving, waarbij aanneming dominant is. Je past dus in
principe regels van aanneming toe, maar er is ook een lastgeving en die regels
worden niet geregeld door aanneming, dus zelfs bij absorptie soms toch ook
cumuleren.
2
Eliza Nielandt 2026
,BESCHERMING ZWAKKE CONTRACTSPARTIJ
UITGANGSPUNT IN PRIVAATRECHT: WILSAUTONOMIE
Ten tijde van NAP zeer extreem: Als iedereen eigen belang nastreeft zijn we beter af, dus
vrijheid. 5.3 en 5.14 BW
Bleek niet te werken, want niet elke persoon is feitelijk gelijk (juridisch wel).
Wetgever wil zwakke(re) partij beschermen
CONSUMENTENRECHT SENSU LATO
Dwingend recht
Aantal dwingende bepalingen specifiek ter bescherming zwakke(re) partij
Soortgelijke beweging vanuit gemene verbintenissen- of contractenrecht (bv.
Gekwalificeerde benadeling, toenemend belang zorgvuldigheidsnorm, matigende
werking goede trouw, …)
CONSUMENTENRECHT SENSU STRICTO
B2C-relatie
Europees geregeld (geen onderscheid tussen aankoop in BEL of ander EU-land)
Afdwingbaarheidsparadox:
Je kan een bepaling maar beter toch in het contract zetten, je hebt toch niets te
verliezen
MAAR HvJ: Als je een nietige verklaring opneemt en die wordt nietig verklaard, ben
je je onderliggende rechten ook kwijt.
o Bv.: Niet enkel schadebeding schrappen indien overdreven of niet
wederkerig, maar ook onderliggend recht op SV kwijt.
Vaak ook procedure disproportioneel duur t.a.v. wat je eigenlijk bent verloren
o Bv.: Je koopt een trui en er blijkt een gaatje in te zitten. Als de verkoper
beslist niets te doen, ga je ook niet naar de rechter gaan voor die ene trui.
Je gaat dan wss meer geld uitgeven aan de procedure dan aan wat je
anders verliest.
Afdwingbaarheidsparadox consumentenrecht: Aan de ene kant een heel sterke,
afdwingbare regeling, maar tegelijk heb je in praktijk heel weinig incentive
op u daarop te beroepen
Boek VI WER: Marktpraktijk en consumentenbescherming
Art. I.1 WER: Algemene definitie voor toepassingsgebied
o Consument:
Elke NP (geen RP) buiten
handels-/bedrijfs-/ambachts-/beroepsactiviteit
Maar discussie bij gemengd gebruik (Bv.: GSM privé en
professioneel gebruikt)
Hiervoor kijken naar determinerende redenen van aankoop
om te bepalen of je wel/geen consument bent
o Onderneming:
NP met zelfstandige beroepsactiviteit
Elke RP (tenzij bv. staat, OCMW, …)
Elke andere organisatie zonder RPH tenzij geen uitkeringsoogmerk
en geen uitkeringen verricht (bv. Postzegelverzamelclub)
o Voorwerp:
Producten: Goederen en diensten + ORG (bijna alles valt hieronder)
Meest allesomvattende
Bv.: Fiets, stoel, tuinonderhoud, poetsdienst, een huis, …
3
Eliza Nielandt 2026
, Goederen: Lichamelijke roerende zaken
Lichamelijk = zintuiglijk waarneembaar
Diensten: Prestaties (i.h.k.v. een professionele activiteit, statutair
doel, …)
4
Eliza Nielandt 2026
CONTRACTEN
INLEIDING
‘CONTRACT’
Contract (=overeenkomst) (5.4 BW): Wilsovereenstemming tussen partijen
Contractvrijheid: Partijen kunnen vrij contract sluiten en bepalen wat hierin staat
o Voordeel: Overeenkomen wat men wil
o Nadeel: Moeten dan wel effectief overeenkomen
5.3 BW: Contractenrecht = Aanvullend recht
o Voor courante contracten een set regels voorzien in ons BW als vangnet
voor al wat men niet zelf geregeld heeft
‘NIEUW BW’?
Boek 1 en 5 BW:
Wet 28/04/2022 Inwerkingtreding: 1/1/2023
Eerbiedigende werking: Enkel van toepassing op RF en RH na datum van
inwerkingtreding (ook niet indien gevolgen van eerdere RF/RH’en)
Examen: Altijd nieuw recht toepassen (zelfs indien casus van voor 2023)
Boek 7: Nog in voorbereiding
1ste Wetsvoorstel 16 april 2024
2de Wetsvoorstel 20 februari 2025
Hangende
o Herstructurering en integratie
Titel 1: Statuut en definities
Titel 2: Koop en ruil
Titel 3: Huur en bruiklening
Titel 4: Dienstencontracten (met aanneming)
Titel 5: Lening (aparte wet)
Titel 6: Kanscontracten (met bv. lijfrente)
Titel 7: Contracten m.b.t. geschil (dading en sekwester)
o Coherentie: Tussen contracten onderling (voorwaarden, termijnen,
exoneratie mogelijkheden, … zoveel mogelijk harmoniseren)
o Vereenvoudiging (en verduidelijking): Want in oud recht veel herhalingen
en onnodige afwijkingen
1
Eliza Nielandt 2026
,SOORTEN CONTRACTEN
1). Benoemde contracten
Hiërarchie:
o 1). Wettelijke regels + Contract (Contractueel afwijken enkel indien geen
dwingend recht)
Bijzondere regels (Bv. Arbeidscontract, huwelijkscontract, …)
o 2). Verbintenissen en contractenrecht (5.71 BW)
2). Onbenoemde contracten (sui generis)
Hiërarchie:
o 1). Contract
o 2). Verbintenissen- en contractenrecht (5.71 BW)
o 3). Regels benoemd contract per analogie
Wilsautonomie: Open systeem ( Goederenrecht: Gesloten systeem)
Geen default set: Dus ondergeschikt aan gemene verbintenissen- en
contractenrecht
Bv.: Leasingcontract: Je mag een wagen gebruiken van iemand anders en dit lijkt
op huur. In ondergeschikte orde kan er dus toepassing gemaakt worden van de
regels van een huurcontract.
3). Gemengde contracten (5.67 BW)
Mengeling verschillende benoemde contracten
3 mogelijkheden:
o 1. Onbenoemd contract worden: Na mix hebben we geen duidelijk
benoemd contract meer (‘Appel en kiwi met elkaar gemixt’)
o 2. Combinatietheorie/cumulatietheorie: Duidelijk te onderscheiden
onderdelen (‘Appel en kiwi gwn samen in pot’)
Op stukje koop pas je koop toe, op stukje aanneming pas je
aanneming toe
o 3. Absorptietheorie: Eén van de onderdelen is dominant en zal de volledige
theorie bepalen.
Voorbeeld: Combinatie aanneming en koop, maar hoofddoel is
prestatie (niet zozeer nodige materiaal).
Uitgangspunt (5.67 BW): Cumulatietheorie
MAAR zodra 1 element dominant is, toch absorptietheorie toepassen
MAAR zelfs binnen absorptietheorie soms toch cumuleren.
Bv.: Je VK een huis en doet beroep op een makelaar (levert prestaties). Kan dat je
aan makelaar ook vertegenwoordigingsbevoegdheid geeft. Dit is een gemengd
contract aanneming en lastgeving, waarbij aanneming dominant is. Je past dus in
principe regels van aanneming toe, maar er is ook een lastgeving en die regels
worden niet geregeld door aanneming, dus zelfs bij absorptie soms toch ook
cumuleren.
2
Eliza Nielandt 2026
,BESCHERMING ZWAKKE CONTRACTSPARTIJ
UITGANGSPUNT IN PRIVAATRECHT: WILSAUTONOMIE
Ten tijde van NAP zeer extreem: Als iedereen eigen belang nastreeft zijn we beter af, dus
vrijheid. 5.3 en 5.14 BW
Bleek niet te werken, want niet elke persoon is feitelijk gelijk (juridisch wel).
Wetgever wil zwakke(re) partij beschermen
CONSUMENTENRECHT SENSU LATO
Dwingend recht
Aantal dwingende bepalingen specifiek ter bescherming zwakke(re) partij
Soortgelijke beweging vanuit gemene verbintenissen- of contractenrecht (bv.
Gekwalificeerde benadeling, toenemend belang zorgvuldigheidsnorm, matigende
werking goede trouw, …)
CONSUMENTENRECHT SENSU STRICTO
B2C-relatie
Europees geregeld (geen onderscheid tussen aankoop in BEL of ander EU-land)
Afdwingbaarheidsparadox:
Je kan een bepaling maar beter toch in het contract zetten, je hebt toch niets te
verliezen
MAAR HvJ: Als je een nietige verklaring opneemt en die wordt nietig verklaard, ben
je je onderliggende rechten ook kwijt.
o Bv.: Niet enkel schadebeding schrappen indien overdreven of niet
wederkerig, maar ook onderliggend recht op SV kwijt.
Vaak ook procedure disproportioneel duur t.a.v. wat je eigenlijk bent verloren
o Bv.: Je koopt een trui en er blijkt een gaatje in te zitten. Als de verkoper
beslist niets te doen, ga je ook niet naar de rechter gaan voor die ene trui.
Je gaat dan wss meer geld uitgeven aan de procedure dan aan wat je
anders verliest.
Afdwingbaarheidsparadox consumentenrecht: Aan de ene kant een heel sterke,
afdwingbare regeling, maar tegelijk heb je in praktijk heel weinig incentive
op u daarop te beroepen
Boek VI WER: Marktpraktijk en consumentenbescherming
Art. I.1 WER: Algemene definitie voor toepassingsgebied
o Consument:
Elke NP (geen RP) buiten
handels-/bedrijfs-/ambachts-/beroepsactiviteit
Maar discussie bij gemengd gebruik (Bv.: GSM privé en
professioneel gebruikt)
Hiervoor kijken naar determinerende redenen van aankoop
om te bepalen of je wel/geen consument bent
o Onderneming:
NP met zelfstandige beroepsactiviteit
Elke RP (tenzij bv. staat, OCMW, …)
Elke andere organisatie zonder RPH tenzij geen uitkeringsoogmerk
en geen uitkeringen verricht (bv. Postzegelverzamelclub)
o Voorwerp:
Producten: Goederen en diensten + ORG (bijna alles valt hieronder)
Meest allesomvattende
Bv.: Fiets, stoel, tuinonderhoud, poetsdienst, een huis, …
3
Eliza Nielandt 2026
, Goederen: Lichamelijke roerende zaken
Lichamelijk = zintuiglijk waarneembaar
Diensten: Prestaties (i.h.k.v. een professionele activiteit, statutair
doel, …)
4
Eliza Nielandt 2026