Hoofdstuk 1. Wat is personen- en familierecht
Personenrecht = alle regels die van u op toepassing zijn vanaf de geboorte
Familierecht = de verhouding van jou als persoon met iemand anders binnen je familie, en welke
regels en plichten hieruit voortkomen
Hoofdstuk 2. Personen
,2.1 Waarover gaat het
Je moet personen onderscheiden van voorwerpen en van dieren, maar er is geen defenitie van
“personen”
Rechtsubjecten = synoniem voor personen
Rechtsobjecten = synoniem voor voorwerpen
Binnen de categorie van personen moet je natuurlijke personen en rechtspersonen van elkaar
onderscheiden, beide hebben wel een bepaalde rechtspersoonlijkheid en kunnen dus deelnemen
aan het rechtsverkeer en kunnen dus contracten afsluiten in een bepaalde maat (dit hangt af van
persoon tot persoon)
Rechtspersoonlijkheid = uw naam, uw vermogen en uw mogelijkheid??
Voorwerpen en dieren hebben geen rechtspersoonlijkheid en kunnen dus niet deelnemen binnen
het rechtverkeer, ze kunnen dus geen contracten opstellen.
Natuurlijke personen = een mens van vlees en bloed
Privaatrechterlijke rechtspersonen = venootschappen
Publiekrechterlijke rechtspersonen = de gemeente, enz
Welke stelling(en) is/zijn juist:
A. Een persoon kan rechten en plichten hebben over een voorwerp. Juist
B. Een voorwerp kan rechten en plichten hebben over een persoon. Fout
C. Een persoon kan rechten en plichten hebben over een andere persoon. Juist (afstamming)
D. Een persoon kan rechten en plichten hebben over een dier. Juist
2.2 De natuurlijke persoon
Je moet ‘bestaan’ om rechten en plichten te hebben
Bij bestaan gaan we ervan uit dat je moet leven, we koppelen dit aan de geboorte tot aan het
overlijden, maar dit is niet in elke situatie zo simpel (kijk hierna)
2.2.1 Vanaf de geboorte
Levende en levensvatbare geboorte
,-> Ontstaan menselijk biologisch leven: rechtspersoonlijkheid
Voorwaarden:
- Geboorte (moment van de bevalling)
- Levend (basiskenmerken van leven zoals in –en uitademen)
- Levensvatbaar (de noodzakelijke menselijke eigenschappen bevatten om minstens enige tijd in
leven te blijven)
Art. 326 oud BW -> dit is een wettelijke levensvatbaarheidsgrens, een kind dat geboren wordt en
dat verwekt is tussen de 180 en 300 dagen voor de bevalling, vanaf dan wordt er vermoed dat het
kind levensvatbaar kan zijn
Je kind moet dus minstens 180 dagen oud zijn op het moment van de geboorte voor levensvatbaar
verklaart te worden
Dit botst wel met wat er werkelijk in de medische wereld gebeurt, want te vroeg geboren kindjes
kunnen via machines in leven gehouden worden om aan te sterken
Akte van geboorte (art. 42 e.v. oud BW):
Je moet naar de ambtenaar van burgerlijke stand gaan om aan te geven dat er een baby geboren
is, vanaf het moment van de geboorte heeft de baby rechtspersoonlijkheid, doordat er een akte van
geboorte wordt opgesteld met de naam en datum van geboorte (de akte van geboorte is retro-
actief, omdat het kind eerst geboren wordt en er pas een tijdje daarna de akte wordt opgesteld,
maar het kind wel vanaf de geboorte rechtspersoonlijkheid heeft)
Doodgeboorte
Begrafenis of crematie
-> Onderscheid wettelijke levensvatbaarheidsgrens (art. 326 oud BW) bereikt of niet
Als je 180 dagen zwanger bent geweest en je baby wordt dood geboren dat MOET je het kind laten
begraven of cremeren
Onder de 180 dagen is het niet meer verplicht maar mogen de ouders dit zelf kiezen
Akte van een levenloos kind (art. 58 e.v. oud BW): Afhankelijk van zwangerschapsduur:
Een akte van een levenloos kind moet worden opgesteld vanaf het kind geboren wordt op 180
dagen na de verwekking
Je kan een akte van een levenloos kind laten opstellen tussen de 140 dagen en 180 dagen geboren
wordt
Onder de 140 dagen kan er geen akte opgesteld worden
Dit levenloos kind heeft geen rechtspersoonlijkheid, omdat een moeder dat abortus pleegt anders
vervolgt zou kunnen worden
Nog geen geboorte
-> uitzonderlijk al rechtspersoonlijkheid
Infans-conceptusregel: retroactieve toekenning van rechtspersoonlijkheid aan het verwekte kind als
het nadien levend en levensvatbaar geborden wordt en het in zijn/haar belang is
, Retroactief = met terugwerkende kracht
Een erfenis met schulden is NIET in het belang van het kind
Hoe het werkt:
De voorwaarde van verwekking (art. 326 oud BW) (het kind moet ontstaan door verwekking)
De opschortende voorwaarde van levend en levensvatbare geboorte (het gaat pas in vanaf het
moment dat het kindje levend en levensvatbaar geboren wordt)
Beperkte toepassing in de wetgeving en de rechtspraak (kinderen dat gehandicapt geboren
worden, daar kan je niemand in naam van uw kind voor aanklagen ofz)
2.2.2 Tot aan het overlijden
Overlijden
Er is geen juridische definitie
Voorwaarde:
- Overlijden (Vanaf het moment dat er een arts een medisch attest wordt opgesteld ben je
overleden, en dit wordt naar de ambteanaar gestuurd)
Overlijden = Einde menselijk biologisch leven: einde rechtspersoonlijkheid
! Uitzonderlijk rechtspersoonlijkheid na overlijden
Akte van overlijden (art. 55 oud BW e.v.):
Ambtenaar van burgerlijke stand maakt een akte van overlijden op en valt de rechtspersoonlijkheid
weg, er zijn wel een aantal zaken die nog een beetje doorlopen (bv. Recht om organen te delen
omdat je dat hebt aangegeven)
Afwezigheid
art. 112-125 oud BW
Situering: onzeker of iemand al dan niet in leven is
2 stappen:
1. Vermoeden van afwezigheid
2. Verklaring van afwezigheid
De gerechtelijke verklaring van overlijden
art. 126-135 oud BW
Situering: zekerheid omtrent overlijden
MAAR aangifte is onmogelijk bij gebrek aan (identificeerbaar) lijk.
2.3 De menselijke persoon en zijn persoonlijkheidsrechten