Grondslagen van de Beleidsinformatica
Inleiding tot informatie- en communicatietechnologie & systemen
TEW – 1ste jaar – KU Leuven
Academiejaar 2025–2026
Volledige samenvatting van alle hoofdstukken (H1–H9)
met definities, voorbeelden, kerntabellen en examenkaders
,Examen-info & studiestrategie
Het examen bestaat uit 20 meerkeuzevragen. Elke vraag staat op een half punt; het deel staat op tien
punten. Er is giscorrectie (blanco antwoorden mogen!). Er wordt gestreefd naar een 50/50 verhouding
tussen kennis-/theorie-vragen en oefeningen/toepassingen.
Studietips
Oefen ABSOLUUT binaire-/hexadecimale berekeningen tot ze 'in je vingers' zitten — je krijgt zo'n
vraag zeker.
Ken de OSI-lagen + welk protocol op welke laag werkt (DNS=applicatie, IP=netwerk,
TCP/UDP=transport, ...).
Ken de eigenschappen en verschillen van logische gegevensmodellen (sleutel-waarde, tabulair, grafe,
document, relationeel).
Ken het verschil tussen kop-/staart-pointers in CPU: PC, IR, MAR, MBR, accumulator (zie H7).
Bij giscorrectie: blanco = 0; fout antwoord wordt afgestraft. Sla over wat je echt niet weet.
Lees elke vraag DUBBEL — let op woorden als 'FOUT', 'NIET', 'altijd', 'enkel'.
, Hoofdstuk 1 — Inleiding tot informatiesystemen
1.1 Wat is een informatiesysteem?
DEFINITIE: Informatiesysteem
Een georganiseerd geheel van mensen, processen, gegevens, software en hardware dat instaat voor
het verzamelen, opslaan, verwerken en communiceren van informatie binnen een organisatie.
1.2 Data – Informatie – Kennis (DIKW)
• Data: ruwe, ongeïnterpreteerde feiten (bv. '23', '€', 'leuven').
• Informatie: data in een betekenisvolle context (bv. 'omzet = €23 in Leuven op 12/05').
• Kennis: patronen, regels en verbanden afgeleid uit informatie.
• Wijsheid: vermogen om kennis goed toe te passen in beslissingen.
1.3 Componenten van een informatiesysteem
• Hardware – fysieke componenten (CPU, geheugen, randapparatuur).
• Software – systeemsoftware (OS) en applicatiesoftware.
• Gegevens – opgeslagen in bestanden of databanken.
• Processen / procedures – manier waarop gegevens verwerkt worden.
• Mensen – gebruikers, beheerders, ontwikkelaars.
• Communicatie / netwerken – verbinding tussen al het bovenstaande.
1.4 Belangrijke onderscheidingen
Analoog vs digitaal: analoog = continu (bv. natuurlijke geluidsgolf), digitaal = discreet/binaire weergave.
Digitaal heeft als voordelen: kopiëren zonder kwaliteitsverlies, eenvoudige verwerking, compressie,
foutdetectie.
Hardware vs software: hardware = tastbaar, software = instructies. Een informatiesysteem heeft beide
nodig.
Bedrijfskundig perspectief: informatiesystemen ondersteunen operationele processen
(transactieverwerking), tactische beslissingen (rapportering) en strategische beslissingen (business
intelligence, AI).