Literatuur:
Kennisclip 1,2,3
Wicks-Nelson (2016), Hoofdstuk 6
Prins (2014) Hoofdstuk 13
Verhulst (2014) Hoofdstuk 15
Leerdoel 1: Wat is angst en wanneer is het problematisch?
Kennisclip 1:
Anxiety (vrees) = op de toekomst gerichte emotie, die gekenmerkd wordt door het
gevoel dat je geen controle hebt over een mogelijke negatieve gebeurtenis. En dat het
onvoorspelbaar is of en wanneer deze gebeurtenis zich voordoet. Bij vrees ben je ook
heel alert op potentieel gevaarlijke situaties en je eigen reactie hierop.
Fear (angst) = reactie op acute of aanwezige dreiging, autonome aurousal nodig voor
de flight or fight reactie
Worry (piekeren) = ervaren van moeilijk te controleren en opdringerige gedachten
over mogelijk negatieve uitkomsten.
Angst en vrees uiten zich als reactie op drie manieren:
1. Gedragsmatige reactie bijvoorbeeld wegrennen
2. Cognitieve reactie bijvoorbeeld angstige gedachten
3. Fysiologische reactie
Angst is in principe normaal en adaptief. Angsten kunnen ook een beschermende werking
hebben. De hoeveelheid angsten en intensiteit ervan neemt af met de leeftijd. Pas rond 7 a 8
jarige leeftijd zijn kinderen cognitief in staat tot piekeren.
Angst is pas problematisch als deze intenser en langduriger is dan verwacht zou worden. en
als angst leidensdruk heeft en invloed op het functioneren van kinderen. angst klachten en
depressieve klachten komen vaak voor bij kinderen. Ook is er overlap met somatische
klachten en terug getrokken gedrag.
Prevalentie: angststoornissen zijn een van de meest voorkomende stoornissen bij kinderen
en adolescenten. Ongeveer 12 tot 25% van de kinderen. Meisjes lijken het ongeveer 2 x zo
vaak te hebben. Cross-cultureel zijn er algemeen geen verschillen maar wel in de prevalentie
van specifieke stoornissen. Bij een deel verdwijnt de angststoornis vanzelf.
Comorbiditeit:
Homotypisch comorbiditeit tussen de verschillende angststoornissen
Heterotypisch comorbiditeit met andere psychiatrische stoornissen
We bespreken:
Specifieke fobie
Sociale fobie
, Separatie angststoornis enige angststoornis die specifiek in de kindertijd wordt
gediagnosticeerd
De paniekstoornis
Gegeneraliseerde angststoornis
Prins, 2014
Angst is soms een adaptieve emotie met cognitieve, gedragsmatige en fysiologische
elementen. Als angsten blijven bestaan, te intens worden en het dagelijks functioneren
beïnvloeden worden ze problematisch. Angst belemmert het kind in omgang met anderen en
zorgt dat het kind niet goed presteert op school en in andere levensdomeinen, dan wordt het
een abnormale angst of angststoornis.
Verhulst, 2014
Angst verwijst naar een reactie van het brein op gevaar, waardoor een organisme stimuli
actief probeert de vermijden. Er is sprake van gradaties en mate van angst. Als de angst zorgt
voor lijdensdruk en het dagenlijks functioneren gaat beïnvloeden gaan we spreken van een
stoornis. Hevige angst heeft soms een positieve functie. Waarschijnlijk zijn sommige
evolutionair-relevante angsten dan ook aan geboren.
Leerdoel 2: Wat is een angststoornis en welke subtypen angststoornissen zijn er: wat
zijn de verschillen en overeenkomsten?
Kennisclip 2
, Specifieke fobie
Om te spreken van een stoornis moet er sprake zijn van leidensdruk en invloed op het
functioneren zich hebben.
1. Gedragsmatig bijvoorbeeld bevriezen of weg komen
2. Cognitief catastrofale gedachten
3. Fysiologisch hyperventileren, misselijk, hartslag
Subtypen:
Dier
Natuur
Bloed, injectie, verwonding als enige gevolg flauwvallen en plotselinge daling
bloeddruk
Situationeel
Overig
Specifieke fobie is niet persé problematisch en is een van de meest voorkomende stoornissen
bij kinderen adolescenten. Ongeveer 3 tot 4% van de algemene populatie. Specifieke fobieën
komen bij meisjes vaker voor en hebben dan ook hevigere symptomen. Het gaat vaak samen
met andere fobieën.
Verloop: begint vaak in de kindertijd. Onderzoek laat zien dat een deel langdurig blijft
bestaan en zorgt voor beperkingen in het functioneren op latere leeftijd. Maar kan ook over
gaan in een andere stoornis.