Sociaal Werk ’25-‘26 docent: Trui Timperman
Sociale psychologie
Inhoud van dit document:
• Samenvatting (p.1-63)
• Woordenlijst (p.64-73)
Hoofdstuk 1: inleiding
Mensen worden in het dagelijkse leven voortdurend door anderen beïnvloed, of ze dat nu willen
of niet, zich er van bewust zijn of niet.
Sociale psychologie: De wetenschappelijke studie van de manieren waarop de gedachten,
gevoelens en gedragingen van individuen worden beïnvloed door de echte, ingebeelde,
impliciete of virtuele aanwezigheid van anderen.
• !! Gezond verstand ≠ verstand van sociale psychologie
Veel “logische” ideeën kloppen niet altijd wetenschappelijk:
• Vb. Tegenpolen trekken elkaar aan? Eerste indruk is altijd de beste?
Wetenschap verschilt van alledaags handelen door methodisch werken. Iedereen verzamelt
informatie via vier manieren:
1. documenten en voorwerpen verzamelen
2. mensen om informatie vragen
3. mensen observeren
4. experimenteren
→ Pas als dit controleerbaar en herhaalbaar gebeurt, is het wetenschappelijk.
De facial feedback hypothese stelt dat gezichtsuitdrukkingen je gevoelens beïnvloeden.
• Vb. Je voelt niet alleen omdat je blij bent, maar je wordt blij doordat je lacht.
Als lichamelijke signalen (bv. hartslag) onduidelijk zijn, interpreteren mensen hun gevoelens op
basis van de situatie.
Het sociaalpsychologisch perspectief bestudeert hoe mensen elkaar beïnvloeden en hoe
gedrag ontstaat in sociale situaties en groepen.
• Gedrag hangt af van de situatie
Mensen gedragen zich anders afhankelijk van wie erbij is en wat verwacht wordt.
Vb. Je reageert anders bij een docent dan bij een vriend.
• We reageren op onze interpretatie
Niet de situatie zelf, maar hoe jij het begrijpt, bepaalt je gedrag.
Vb. Je voelt je ongemakkelijk als je denkt dat iemand je afkeurt, ook al is dat niet
zo.
• Rollen en normen sturen gedrag
Iedereen heeft sociale rollen met bijbehorende verwachtingen.
Vb. In een vergadering praat je anders dan tijdens een informele pauze.
1
,Sociaal Werk ’25-‘26 docent: Trui Timperman
• De groep beïnvloedt ons
Groepen kunnen motiveren, maar ook druk zetten; samenwerking en
conformiteit spelen een rol.
Vb. Iedereen houdt zijn mening voor zich omdat de meerderheid “het wel beter
weet”.
→ Gedrag hangt af van de situatie.
“Wall Street Game” vs. “Community Game” – Stanford-experiment
• Liberman, Samuels & Ross
Vooraf Studenten werden ingedeeld in een competitieve groep of een coöperatieve
groep op basis van hun profiel.
Opzet • Ze werden uitgenodigd voor een spel dat zogezegd deel was van een
psychologisch experiment.
• 50% speelde het beursspel (Wall Street Game), 50% het
gemeenschapsspel (Community Game).
• Het spel zelf was exact hetzelfde.
Doel Onderzoeken hoe context invloed heeft op gedrag: competitief of coöperatief.
Resultaat Studenten pasten hun gedrag sterk aan op basis van de situatie en
verwachting. → Gedrag wordt sterk beïnvloed door de context waarin je je
bevindt.
De kracht van de situatie beïnvloedt ons gedrag: Het Stanford Prison Experiment - Zimbardo
Probleem Waarom ontstaan slechte omstandigheden in gevangenissen?
• Oorzaak bewakers ?
• Oorzaak gevangenen ?
• Oorzaak structuur in gevangenis ?
Hypothese • Er ontstaat geen vijandigheid en vervreemding →
persoonskenmerken van bewakers of gevangenen oorzaak van
onprettige sfeer in gevangenis
• Er ontstaat een gelijkaardige situatie zoals in echte gevangenissen →
structuur van gevangenis op zich is belangrijkste oorzaak
Experiment Gewone studenten spelen bewaker of gevangene in een nagebootste
gevangenis.
Resultaat • Extreem gedrag ontstond snel, vooral fysiek geweld en vernedering.
• Geen afwijkende persoonlijkheden voor het experiment → situatie
veroorzaakte gedrag.
Kritiek Rolgedrag:
• Deelnemers speelden stereotypen van bewakers en gevangenen.
• Vooral tegen het einde: extreem gedrag, fysiek geweld en
vernedering.
• Bewakers waren strenger wanneer ze dachten dat niemand keek.
Deontologische bezwaren: Is het ethisch verantwoord om deelnemers zo te
vernederen en vijandigheid te laten ervaren?
2
,Sociaal Werk ’25-‘26 docent: Trui Timperman
→ Reactie van Zimbardo:
• Onderzoek is gerechtvaardigd als de baten (nieuwe kennis) groter zijn
dan de kosten.
• Proefpersonen gaven vooraf toestemming.
• Geen klachten van collega’s.
• Deelnemers gaven aan veel over zichzelf te hebben geleerd.
• Experiment had veel invloed op publieke opinie en begrip van
menselijk gedrag in groepen.
Sociaal- • Hoewel Zimbardo’s gevangenisexperiment veel inzichten gaf, is het
psychologisch geen voorbeeld van goed sociaalpsychologisch onderzoek vanwege
perspectief ethische en methodologische tekortkomingen.
• Het is onduidelijk welke elementen van de gevangenissituatie het
gedrag veroorzaakten:
Absolute en ongecontroleerde macht van bewakers
Anonimiteit van bewakers (uniform, zonnebril)
Haveloos en anoniem uiterlijk van gevangenen
Of andere factoren in de situatie
En Het experiment werd aangepast door Zimbardo om zijn ‘Lucifer Effect’ te
bovendien… bewijzen: dat normale mensen onder bepaalde omstandigheden immoreel
gedrag vertonen.
Hoofdstuk 2: sociale perceptie:
2.1 sociale waarneming
= Het beeld dat mensen zich van elkaar vormen.
• Zintuiglijk waarnemen: percept
• Sociale waarneming maakt van een percept een concept: een gedachteconstructie
Waarop we ons baseren…
Input Output Proces Voorbeeld
Lichtgolven, Losse zintuigelijke Gewaarwording Kleuren, geluiden,
geluidsfrequenties… indrukken geuren…
Kleuren, geluiden, Betekenisvolle Zintuiglijke Personen, objecten,
geuren… gehelen (Gestalten) waarneming = situaties…
percept
Personen, objecten, Persoonlijkheids- Sociale waarneming Intelligent, sociaal,
situaties eigenschappen concept = gedachte- onbetrouwbaar…
constructie
Wat beïnvloedt een eerste indruk? fysieke uiterlijk, gedrag, lichaamstaal, lengte, gewicht,
huidskleur, haarkleur, bril, zelfs de kleur van de kleren,…
3
, Sociaal Werk ’25-‘26 docent: Trui Timperman
→ Gedrag: Openlijke, waarneembare acties.
• Hoe gedraagt het individu zich?
• Context speelt een rol!
Non-verbaal gedrag: Alle communicatie zonder woorden. Mensen zenden en interpreteren deze
signalen vaak onbewust.
• Vb. Verkiezingen VS: winnaars kunnen vaak voorspeld worden op basis van non-verbaal
gedrag (houding, gezichtsuitdrukking).
→ Lichaamstaal is een belangrijk onderdeel van non-verbale communicatie.
• Lichaamshouding, manier van lopen, innemen van ruimte, stemgebruik, gebaren,…
!! Cultureel bepaald
• Ook de uitdrukking van emoties en hoe wordt gekeken naar oogcontact is cultureel
bepaald.
2.2 Attributieproces
= Afleiden van eigenschappen uit gedrag.
• automatisch (spontaan)
• doordacht (bewust)
Automatisch denken: Denken dat moeiteloos, onvrijwillig en vaak buiten het bewuste
bewustzijn plaatsvindt.
Gecontroleerd denken: Denken dat inspannend, doelbewust en bewust is—je weet wat je
doet/denkt.
Attributies: Uitleg die we creëren om ons eigen gedrag en het gedrag van anderen te verklaren.
We zien gedrag → activeren eigenschap → schrijven eigenschap toe
• vb. Iemand houdt de deur open → “attent” → persoon is attent.
• Doel: Bewust nadenken om iets te weten te komen over de ander.
Causale attributie: Gedrag van iemand toeschrijven aan een bepaalde oorzaak
→ 4 soorten:
• Intern vs extern → ligt de oorzaak bij de persoon of bij de situatie?
• Stabiel vs variabel → is de oorzaak blijvend of tijdelijk?
Vb. auto-ongeluk: Stabiel Instabiel
Intern Bekwaamheid Innerlijke omstandigheden
Ward is verstrooid. Ward was vermoeid.
Extern Vaste situatie Toevallige omstandigheden
Het is een gevaar. Vervelende vlieg vliegt voor de
ogen.
4
Sociale psychologie
Inhoud van dit document:
• Samenvatting (p.1-63)
• Woordenlijst (p.64-73)
Hoofdstuk 1: inleiding
Mensen worden in het dagelijkse leven voortdurend door anderen beïnvloed, of ze dat nu willen
of niet, zich er van bewust zijn of niet.
Sociale psychologie: De wetenschappelijke studie van de manieren waarop de gedachten,
gevoelens en gedragingen van individuen worden beïnvloed door de echte, ingebeelde,
impliciete of virtuele aanwezigheid van anderen.
• !! Gezond verstand ≠ verstand van sociale psychologie
Veel “logische” ideeën kloppen niet altijd wetenschappelijk:
• Vb. Tegenpolen trekken elkaar aan? Eerste indruk is altijd de beste?
Wetenschap verschilt van alledaags handelen door methodisch werken. Iedereen verzamelt
informatie via vier manieren:
1. documenten en voorwerpen verzamelen
2. mensen om informatie vragen
3. mensen observeren
4. experimenteren
→ Pas als dit controleerbaar en herhaalbaar gebeurt, is het wetenschappelijk.
De facial feedback hypothese stelt dat gezichtsuitdrukkingen je gevoelens beïnvloeden.
• Vb. Je voelt niet alleen omdat je blij bent, maar je wordt blij doordat je lacht.
Als lichamelijke signalen (bv. hartslag) onduidelijk zijn, interpreteren mensen hun gevoelens op
basis van de situatie.
Het sociaalpsychologisch perspectief bestudeert hoe mensen elkaar beïnvloeden en hoe
gedrag ontstaat in sociale situaties en groepen.
• Gedrag hangt af van de situatie
Mensen gedragen zich anders afhankelijk van wie erbij is en wat verwacht wordt.
Vb. Je reageert anders bij een docent dan bij een vriend.
• We reageren op onze interpretatie
Niet de situatie zelf, maar hoe jij het begrijpt, bepaalt je gedrag.
Vb. Je voelt je ongemakkelijk als je denkt dat iemand je afkeurt, ook al is dat niet
zo.
• Rollen en normen sturen gedrag
Iedereen heeft sociale rollen met bijbehorende verwachtingen.
Vb. In een vergadering praat je anders dan tijdens een informele pauze.
1
,Sociaal Werk ’25-‘26 docent: Trui Timperman
• De groep beïnvloedt ons
Groepen kunnen motiveren, maar ook druk zetten; samenwerking en
conformiteit spelen een rol.
Vb. Iedereen houdt zijn mening voor zich omdat de meerderheid “het wel beter
weet”.
→ Gedrag hangt af van de situatie.
“Wall Street Game” vs. “Community Game” – Stanford-experiment
• Liberman, Samuels & Ross
Vooraf Studenten werden ingedeeld in een competitieve groep of een coöperatieve
groep op basis van hun profiel.
Opzet • Ze werden uitgenodigd voor een spel dat zogezegd deel was van een
psychologisch experiment.
• 50% speelde het beursspel (Wall Street Game), 50% het
gemeenschapsspel (Community Game).
• Het spel zelf was exact hetzelfde.
Doel Onderzoeken hoe context invloed heeft op gedrag: competitief of coöperatief.
Resultaat Studenten pasten hun gedrag sterk aan op basis van de situatie en
verwachting. → Gedrag wordt sterk beïnvloed door de context waarin je je
bevindt.
De kracht van de situatie beïnvloedt ons gedrag: Het Stanford Prison Experiment - Zimbardo
Probleem Waarom ontstaan slechte omstandigheden in gevangenissen?
• Oorzaak bewakers ?
• Oorzaak gevangenen ?
• Oorzaak structuur in gevangenis ?
Hypothese • Er ontstaat geen vijandigheid en vervreemding →
persoonskenmerken van bewakers of gevangenen oorzaak van
onprettige sfeer in gevangenis
• Er ontstaat een gelijkaardige situatie zoals in echte gevangenissen →
structuur van gevangenis op zich is belangrijkste oorzaak
Experiment Gewone studenten spelen bewaker of gevangene in een nagebootste
gevangenis.
Resultaat • Extreem gedrag ontstond snel, vooral fysiek geweld en vernedering.
• Geen afwijkende persoonlijkheden voor het experiment → situatie
veroorzaakte gedrag.
Kritiek Rolgedrag:
• Deelnemers speelden stereotypen van bewakers en gevangenen.
• Vooral tegen het einde: extreem gedrag, fysiek geweld en
vernedering.
• Bewakers waren strenger wanneer ze dachten dat niemand keek.
Deontologische bezwaren: Is het ethisch verantwoord om deelnemers zo te
vernederen en vijandigheid te laten ervaren?
2
,Sociaal Werk ’25-‘26 docent: Trui Timperman
→ Reactie van Zimbardo:
• Onderzoek is gerechtvaardigd als de baten (nieuwe kennis) groter zijn
dan de kosten.
• Proefpersonen gaven vooraf toestemming.
• Geen klachten van collega’s.
• Deelnemers gaven aan veel over zichzelf te hebben geleerd.
• Experiment had veel invloed op publieke opinie en begrip van
menselijk gedrag in groepen.
Sociaal- • Hoewel Zimbardo’s gevangenisexperiment veel inzichten gaf, is het
psychologisch geen voorbeeld van goed sociaalpsychologisch onderzoek vanwege
perspectief ethische en methodologische tekortkomingen.
• Het is onduidelijk welke elementen van de gevangenissituatie het
gedrag veroorzaakten:
Absolute en ongecontroleerde macht van bewakers
Anonimiteit van bewakers (uniform, zonnebril)
Haveloos en anoniem uiterlijk van gevangenen
Of andere factoren in de situatie
En Het experiment werd aangepast door Zimbardo om zijn ‘Lucifer Effect’ te
bovendien… bewijzen: dat normale mensen onder bepaalde omstandigheden immoreel
gedrag vertonen.
Hoofdstuk 2: sociale perceptie:
2.1 sociale waarneming
= Het beeld dat mensen zich van elkaar vormen.
• Zintuiglijk waarnemen: percept
• Sociale waarneming maakt van een percept een concept: een gedachteconstructie
Waarop we ons baseren…
Input Output Proces Voorbeeld
Lichtgolven, Losse zintuigelijke Gewaarwording Kleuren, geluiden,
geluidsfrequenties… indrukken geuren…
Kleuren, geluiden, Betekenisvolle Zintuiglijke Personen, objecten,
geuren… gehelen (Gestalten) waarneming = situaties…
percept
Personen, objecten, Persoonlijkheids- Sociale waarneming Intelligent, sociaal,
situaties eigenschappen concept = gedachte- onbetrouwbaar…
constructie
Wat beïnvloedt een eerste indruk? fysieke uiterlijk, gedrag, lichaamstaal, lengte, gewicht,
huidskleur, haarkleur, bril, zelfs de kleur van de kleren,…
3
, Sociaal Werk ’25-‘26 docent: Trui Timperman
→ Gedrag: Openlijke, waarneembare acties.
• Hoe gedraagt het individu zich?
• Context speelt een rol!
Non-verbaal gedrag: Alle communicatie zonder woorden. Mensen zenden en interpreteren deze
signalen vaak onbewust.
• Vb. Verkiezingen VS: winnaars kunnen vaak voorspeld worden op basis van non-verbaal
gedrag (houding, gezichtsuitdrukking).
→ Lichaamstaal is een belangrijk onderdeel van non-verbale communicatie.
• Lichaamshouding, manier van lopen, innemen van ruimte, stemgebruik, gebaren,…
!! Cultureel bepaald
• Ook de uitdrukking van emoties en hoe wordt gekeken naar oogcontact is cultureel
bepaald.
2.2 Attributieproces
= Afleiden van eigenschappen uit gedrag.
• automatisch (spontaan)
• doordacht (bewust)
Automatisch denken: Denken dat moeiteloos, onvrijwillig en vaak buiten het bewuste
bewustzijn plaatsvindt.
Gecontroleerd denken: Denken dat inspannend, doelbewust en bewust is—je weet wat je
doet/denkt.
Attributies: Uitleg die we creëren om ons eigen gedrag en het gedrag van anderen te verklaren.
We zien gedrag → activeren eigenschap → schrijven eigenschap toe
• vb. Iemand houdt de deur open → “attent” → persoon is attent.
• Doel: Bewust nadenken om iets te weten te komen over de ander.
Causale attributie: Gedrag van iemand toeschrijven aan een bepaalde oorzaak
→ 4 soorten:
• Intern vs extern → ligt de oorzaak bij de persoon of bij de situatie?
• Stabiel vs variabel → is de oorzaak blijvend of tijdelijk?
Vb. auto-ongeluk: Stabiel Instabiel
Intern Bekwaamheid Innerlijke omstandigheden
Ward is verstrooid. Ward was vermoeid.
Extern Vaste situatie Toevallige omstandigheden
Het is een gevaar. Vervelende vlieg vliegt voor de
ogen.
4