JOURNALISTIEK IN PERSPECTIEF
1: VAN MASSAMAATSCHAPPIJ NAAR NETWERKMAATSCHAPPIJ
= rode draad doorheen de hoofdstukken !!
1.1: INLEIDING: JOURNALISTIEK ALS KIND VAN HAAR TIJD
Nieuws = product van zijn tijd dat mee evolueert
o Eind 19e eeuw: kranten werden een massamedium
o 20e eeuw: radio en televisie als massamedium
Journalistiek is ingebed in de heersende maatschappij
o nieuws is een product vd factoren die typisch zijn voor de samenleving
op dat moment
Nieuws is onderhevig aan:
o Politiek
Kiesrecht: verhoogde interesse in nieuws en politiek
Schoolplicht: meer mensen konden lezen nieuwsconsumptie werd
mogelijk
o Economie
Afschaffing zegelbelasting (= belasting op elke krant)
Hierdoor werden kranten goedkoper, en waren ze niet meer
enkel voor de elite
Papierprijs daalde stijging nieuwsproductie
o Cultuur
Men wil kunnen meepraten met anderen over de actualiteit
o Technologie
Vooruitgang vd drukpers
Mogelijkheid om foto’s te printen in kranten
Eerste Belgische televisieuitzending (1953)
Technologische innovaties:
Status quo wordt uitgedaagd door technologische vernieuwingen
o Innovaties als belangrijke katalysator voor verandering
Ook bij nieuwsmedia
Introductie van nieuwe technologie?
bezorgdheid over gevolgen voor nieuwsorganisaties en
publiek
Eerste technologische innovaties veranderden de samenleving niet essentieel
o Digitale technologieën leidden wel tot grote verandering!
Disruptie van de nieuwsmarkt
Klassieke hiërarchische organisatie van
informatieverspreiding valt weg
Elektronische informatienetwerken dagen de dominante
positie van traditionele nieuwsorganisaties uit
o Aantal informatieverspreiders stijgt, meer interactie,
…
o Reactie van nieuwsorganisaties op verandering?
, Defensief: inzetten op commercialisering van nieuwsproductie
Proberen aanpassen aan veranderende context: structurele
transformatie richting netwerkjournalistiek
1.2: MASSAMAATSCHAPPIJ
Massacommunicatie: eenrichtingsverkeer in een lineair proces
o Communicator verspreidt een boodschap via een medium naar een massa
ontvangers
Nieuwsorganisaties hebben een monopolie op productie en
distributie
Verzamelen en filteren boodschappen van zenders, en
verspreiden die naar een groot publiek
Journalisten zijn gatekeepers: beslissen wat er verspreid wordt
Geselecteerde nieuws wordt in een lineair proces verspreid naar
passief publiek
Weinig / geen interactie tussen journalisten en hun publiek
Communicatiemodel van
Lasswell:
o 1948
o Vaak kritiek: te lineair
o Maar: toch waardevol
1.2.1: EERSTE PERIODE VAN DE MASSAMAATSCHAPPIJTHEORIE
Negatieve visie
o Vooral aandacht voor de effecten van massamedia op het publiek
Weinig genuanceerde visie op het publiek: gezien als een massa
o = grote verzameling van individuen zonder veel persoonlijkheid (average
people) die erg diffuus samengesteld is, en beïnvloedbaar en
manipuleerbaar is door de media
Kenmerken van een massa:
Samengesteld uit groot aantal mensen
Ongedifferentieerde samenstelling
o Geen interne ordening of structuur
Vooral negatieve connotaties
o Vb. verlies van persoonlijkheid, anoniem, beïnvloedbaar, gevaarlijk
Afspiegeling van ‘mass society’ maatschappij is een massa geworden
o Produceren wat “iedereen leuk vindt”; eerder algemeen
Injectienaaldtheorie:
= massapubliek bestaat uit passieve ontvangers van mediaboodschappen, die
zonder weerstand geabsorbeerd worden
o Direct verband tussen inhoud vd boodschap, en invloed ervan op de
ontvanger
Voorbeeld:
o War of the Worlds (1938)
2
, Radio-uitzending waarbij het leek alsof er live verslag uitgebracht
werd over een invasie door aliens
In begin: vermelding dat het fictie was
Maar: leidde tot massapaniek, omdat mensen dachten dat
het echt was
3
, 1.2.2: GROEIENDE KRITIEK OP MASSAMAATSCHAPPIJTHEORIE
Vanaf jaren ’50: kritiek
o Theorie was niet gebaseerd op systematisch wetenschappelijk onderzoek
o Invloed van massamedia werd overschat
Zender en ontvanger voorstellen als monolitisch blok = te
simplistisch
beiden hebben agency
o Publiek zal vaak meerdere bronnen consulteren
o Publiek is divers (vb. gender, religie, leeftijd,
levensstijl, …)
o Media verspreidt soms tegenstrijdige boodschappen
leidde tot meer genuanceerde visie vd massamaatschappijtheorie
o Nog steeds een lineair proces & eenrichtingsverkeer tussen zender en
massapubliek
Massamedia heeft grote invloed op ons doen en denken
o Maar: houdt voldoende rekening met de complexiteit vh
communicatieproces
1.3: NETWERKMAATSCHAPPIJ
Massamaatschappij netwerkmaatschappij
o Door grote invloed van technologische vernieuwingen
Internet als disruptie: iedereen kon zelf communiceren
Jaren ’70: komst van computers
o Einde vd industriële samenleving, begin vd informatiesamenleving
Jaren ’90: netwerkmaatschappij
o Introductie van internet
Wegvallen van tijd- en ruimtebeperkingen
Men moest niet meer wachten om nieuws te krijgen
o kon het zelf opzoeken, gedurende de hele dag
Vroeger enkel nieuws uit eigen land via kranten
o door internet ook buitenlandse nieuwssites
beschikbaar
o Laatste decennium: netwerkmaatschappij gekenmerkt door mobiele
technologie
Verregaande gebruikersparticipatie door sociale media
1.3.1: MANUEL CASTELLS
The Information Age: Economy, Society, and Culture
o Eerste deel: The Rise of the Network Society (1996)
Geeft zijn visie op de maatschappelijke veranderingen als gevolg
van digitalisering
Grote veranderingen in de kapitalistische economie
o Industriële samenleving: arbeid en materiaal productiviteitsgroei
o Vandaag: kennis en informatie als nieuwe bronnen van productiviteit
= informationeel kapitalisme (kapitalisme gebaseerd op
informatie)
4
1: VAN MASSAMAATSCHAPPIJ NAAR NETWERKMAATSCHAPPIJ
= rode draad doorheen de hoofdstukken !!
1.1: INLEIDING: JOURNALISTIEK ALS KIND VAN HAAR TIJD
Nieuws = product van zijn tijd dat mee evolueert
o Eind 19e eeuw: kranten werden een massamedium
o 20e eeuw: radio en televisie als massamedium
Journalistiek is ingebed in de heersende maatschappij
o nieuws is een product vd factoren die typisch zijn voor de samenleving
op dat moment
Nieuws is onderhevig aan:
o Politiek
Kiesrecht: verhoogde interesse in nieuws en politiek
Schoolplicht: meer mensen konden lezen nieuwsconsumptie werd
mogelijk
o Economie
Afschaffing zegelbelasting (= belasting op elke krant)
Hierdoor werden kranten goedkoper, en waren ze niet meer
enkel voor de elite
Papierprijs daalde stijging nieuwsproductie
o Cultuur
Men wil kunnen meepraten met anderen over de actualiteit
o Technologie
Vooruitgang vd drukpers
Mogelijkheid om foto’s te printen in kranten
Eerste Belgische televisieuitzending (1953)
Technologische innovaties:
Status quo wordt uitgedaagd door technologische vernieuwingen
o Innovaties als belangrijke katalysator voor verandering
Ook bij nieuwsmedia
Introductie van nieuwe technologie?
bezorgdheid over gevolgen voor nieuwsorganisaties en
publiek
Eerste technologische innovaties veranderden de samenleving niet essentieel
o Digitale technologieën leidden wel tot grote verandering!
Disruptie van de nieuwsmarkt
Klassieke hiërarchische organisatie van
informatieverspreiding valt weg
Elektronische informatienetwerken dagen de dominante
positie van traditionele nieuwsorganisaties uit
o Aantal informatieverspreiders stijgt, meer interactie,
…
o Reactie van nieuwsorganisaties op verandering?
, Defensief: inzetten op commercialisering van nieuwsproductie
Proberen aanpassen aan veranderende context: structurele
transformatie richting netwerkjournalistiek
1.2: MASSAMAATSCHAPPIJ
Massacommunicatie: eenrichtingsverkeer in een lineair proces
o Communicator verspreidt een boodschap via een medium naar een massa
ontvangers
Nieuwsorganisaties hebben een monopolie op productie en
distributie
Verzamelen en filteren boodschappen van zenders, en
verspreiden die naar een groot publiek
Journalisten zijn gatekeepers: beslissen wat er verspreid wordt
Geselecteerde nieuws wordt in een lineair proces verspreid naar
passief publiek
Weinig / geen interactie tussen journalisten en hun publiek
Communicatiemodel van
Lasswell:
o 1948
o Vaak kritiek: te lineair
o Maar: toch waardevol
1.2.1: EERSTE PERIODE VAN DE MASSAMAATSCHAPPIJTHEORIE
Negatieve visie
o Vooral aandacht voor de effecten van massamedia op het publiek
Weinig genuanceerde visie op het publiek: gezien als een massa
o = grote verzameling van individuen zonder veel persoonlijkheid (average
people) die erg diffuus samengesteld is, en beïnvloedbaar en
manipuleerbaar is door de media
Kenmerken van een massa:
Samengesteld uit groot aantal mensen
Ongedifferentieerde samenstelling
o Geen interne ordening of structuur
Vooral negatieve connotaties
o Vb. verlies van persoonlijkheid, anoniem, beïnvloedbaar, gevaarlijk
Afspiegeling van ‘mass society’ maatschappij is een massa geworden
o Produceren wat “iedereen leuk vindt”; eerder algemeen
Injectienaaldtheorie:
= massapubliek bestaat uit passieve ontvangers van mediaboodschappen, die
zonder weerstand geabsorbeerd worden
o Direct verband tussen inhoud vd boodschap, en invloed ervan op de
ontvanger
Voorbeeld:
o War of the Worlds (1938)
2
, Radio-uitzending waarbij het leek alsof er live verslag uitgebracht
werd over een invasie door aliens
In begin: vermelding dat het fictie was
Maar: leidde tot massapaniek, omdat mensen dachten dat
het echt was
3
, 1.2.2: GROEIENDE KRITIEK OP MASSAMAATSCHAPPIJTHEORIE
Vanaf jaren ’50: kritiek
o Theorie was niet gebaseerd op systematisch wetenschappelijk onderzoek
o Invloed van massamedia werd overschat
Zender en ontvanger voorstellen als monolitisch blok = te
simplistisch
beiden hebben agency
o Publiek zal vaak meerdere bronnen consulteren
o Publiek is divers (vb. gender, religie, leeftijd,
levensstijl, …)
o Media verspreidt soms tegenstrijdige boodschappen
leidde tot meer genuanceerde visie vd massamaatschappijtheorie
o Nog steeds een lineair proces & eenrichtingsverkeer tussen zender en
massapubliek
Massamedia heeft grote invloed op ons doen en denken
o Maar: houdt voldoende rekening met de complexiteit vh
communicatieproces
1.3: NETWERKMAATSCHAPPIJ
Massamaatschappij netwerkmaatschappij
o Door grote invloed van technologische vernieuwingen
Internet als disruptie: iedereen kon zelf communiceren
Jaren ’70: komst van computers
o Einde vd industriële samenleving, begin vd informatiesamenleving
Jaren ’90: netwerkmaatschappij
o Introductie van internet
Wegvallen van tijd- en ruimtebeperkingen
Men moest niet meer wachten om nieuws te krijgen
o kon het zelf opzoeken, gedurende de hele dag
Vroeger enkel nieuws uit eigen land via kranten
o door internet ook buitenlandse nieuwssites
beschikbaar
o Laatste decennium: netwerkmaatschappij gekenmerkt door mobiele
technologie
Verregaande gebruikersparticipatie door sociale media
1.3.1: MANUEL CASTELLS
The Information Age: Economy, Society, and Culture
o Eerste deel: The Rise of the Network Society (1996)
Geeft zijn visie op de maatschappelijke veranderingen als gevolg
van digitalisering
Grote veranderingen in de kapitalistische economie
o Industriële samenleving: arbeid en materiaal productiviteitsgroei
o Vandaag: kennis en informatie als nieuwe bronnen van productiviteit
= informationeel kapitalisme (kapitalisme gebaseerd op
informatie)
4