Bekijk de basiscursus voor bv verschil tussen opschorting en uitstel.
Bedoeling dit hc:
Verder gaan op wat we bestudeerd hebben in de 2 e bach. Strafrecht en
strafprocesrecht bestudeerd. We hebben enkel het algemene strafrecht
bestudeerd maar moeten we onderverdelen in:
1) Algemeen strafrecht: algemene regels van het strafbaar gedrag: poging,
deelneming enzo dat in boek 1 SW staat. art 1-100 SW. En in de
complementaire strafwetten: wetten die niet in het SW staan maar die ook
algemene regels van het SR bevatten en geacht worden deel uit te maken
van het strafrecht (probatiewet 1964 bekijken waar opschorting en uitstel
instaat). Je zou verwachten dat die in het SW staan maar er is een
afzonderlijke wet. Dit zijn dus de algemene regels over straftoemeting en
strafbaar gedrag
2) Bijzonder SR: regels over de specifieke misdrijven en specifieke strafbare
gedragingen: wat is brandstichting is het opzettelijk of niet, wanneer is er
valsheid in geschriften, wat is verschil tussen verkrachting en aanranding.
Het is het hart van het SR. Stel er worden geen strafbare feiten meer
gepleegd dan heb je het algemene strafrecht dus ook niet meer nodig.
Staat in boek 2 van SW vanaf art 101 tot 566 SW en ook een beetje in
afzonderlijke wetten (geen complementaire strafwetten maar bijzondere
strafwetten die tot het bijzonder SR behoren: ze bevatten misdrijven die
niet in boek 2 staan maar die wel individuele strafbare gedragingen zijn) is
een enorm actuele tak van het SR.
In de praktijk komen die 2 altijd samen
Verkeerswetgeving wordt het meest overtreden in de samenleving en is ook
bijzonder strafrecht!
In dit vak nadruk leggen op het bijzonder strafrecht! We gaan die misdrijven
selecteren die in de praktijk heel vaak voorkomen. In de HC’s gaat het uitsluitend
over de bijzondere strafwetten bv wegverkeerswet, drugwetgeving (wet van
1921),… . ook in de OG’s gaan er minstens 3 gaan over misdrijven die anders zijn
dan in de HC’s bv cybercrime, terrorismemisdrijven, seksuele misdrijven, nog 1
van verschil qua onderzoek (opsporingsonderzoek en gerechtelijk onderzoek),
verjaring strafvordering (wet april 2024).
Verkrachting is altijd een misdaad! Voor elk misdrijf bestaan verzachtende
omstandigheden (bv strafregister: afwezigheid veroordeling, of afwezigheid
criminele veroordeling dus voor alles VO). Diefstal wanbedrijf en als VO wil je
inroepen ja maar die is nog nooit veroordeeld voor assisen (nooit inroepen want
is een belachelijke VO want iedereen beantwoord daaraan want bijna nooit
veroordeling voor assisen). Je hebt ooit iemand die veroordeeld is voor Assisen
maar dan zegt men als VO afwezigheid voor meerdere criminele veroordelingen
1
, (is kunstmatig) om weg te trekken van assisen maar bepaalde dingen kunnen
niet weggetrokken worden zoals moord, doodslag, roofmoord dus bijna alles
assisen-zaken gaan daarover want systeem laat niet toe om dat te
correctionaliseren.
De vraag is: als je algemeen strafrecht hebt, is dat altijd volledig van toepassing
op alle bepalingen of moeten we toch onderscheid maken:
1) Wanneer we de vraag stellen boek 1 en complementaire wetten op boek 2
en de complementaire wetten: antwoord is ja dat is van toepassing maar 1
uitzondering: andersluidende bepalingen die er zijn, er zijn afwijkende
bepalingen voor specifieke misdrijven tov algemeen strafrecht dan geldt
de bijzondere strafwet want bijzondere primeert of de gewone SW:
bepaalde bijkomende straffen zijn strenger dan de algemene regel: altijd
bijzondere toepassen dan. Maar dus boek 1 is van toepassing op boek 2
2) Is boek 1 en complementaire wetten van toepassing op bijzondere
strafwetten: met art 100 SW (scharnierartikel) rekening houden. Dat artikel
zegt dat het van toepassing is maar met 3 uitzonderingen
Andersluidende bepalingen: afwijkende bijzondere SW. Afwijking is
meestal strenger
Wat men uitsluit is ook: hoofdstuk VII van boek 1 SW: gaat over de
deelneming (strafbare deelneming) mededaderschap en
medeplichtigheid. Art 66 en volgende in hoofdstuk 7 dus: art 100 zegt
dat het niet van toepassing is op bijzondere strafwetten
Art 85 SW is ook uitgesloten: verzachtende omstandigheden bij
wanbedrijven. De bijzondere SW bevatten meestal wanbedrijven: art 85
is uitgesloten.
Meeste bijzondere strafwetten zeggen: boek 1 is van toepassing op de
misdrijven met inbegrip van hoofdstuk 7 art 85. Dus art 100 wordt dan
uitgeschakeld!!!!
In alle fiscale wetboeken staat die uitschakeling van art 100 in. Maar de
verkeerswet bepaald dat niet!! Die zegt niet dat hoofdstuk 7 art 85 van
toepassing is dus dan vraag kan je niet deelnemen aan vluchtmisdrijf,
antwoord is NEEN!!!! Je hebt muur geraakt en je geeft advies om te
vluchten dan ben je niet medeplichtig. Bv iemand heeft geen rijbewijs
maar je leent je voertuig aan iemand die geen rijbewijs heeft: je bent
geen deelnemer, je bent niet medeplichtig door artikel 100!!!
Art 100 geldt niet voor boek 2 enkel voor de bijzondere strafwetten
Hoe heeft de wetgever voorzien: die heeft daar bij verkeerswetgeving
een afzonderlijke misdrijven voorzien: bv art 32 wegverkeer: het wetens
toevertrouwen van een voertuig aan iemand die geen rijbewijs heeft
dan pleeg je het toevertrouwingsmisdrijf. Of je laat voertuig besturen
door iemand die een rijverbod heeft dat is dus een misdrijf op zich in de
wegverkeerswet maar geen medeplichtigheid door art 100.
Bv op misdrijf staat 500-2000 euro in bijzondere wetgeving: en
wetgever zegt 500 euro die je maal 8 (opdeciemen) moet doen en die
zegt ik leg maar 250 op dan moet die art 85 toepassen en dat kan die
niet toepassen bij de wegverkeerswet door artikel 100
2