Altijd zeggen dat je symmetrie L en R vergelijkt!
Start
Kijken naar BAG:
- Bewustzijn
- Adequaat
- Georiënteerd
1. Hogere corticale functies
Getest indien anamnese / gedrag pt een defect doet vermoeden:
- Oriënteren in tijd, persoon, ruimte
- Taal en spraak kan je onderzoeken door nazeggen zin, schrijven, lezen
2. Hals- en nekstreek
Inspectie
- Stand hoofd: bij meningeale prikkeling staat nek in hyperextensie
Actief: pt buigt hoofd + draait hoofd nr L en R
Passief: doe hetzelfde
- Normaal kan kin tot juist op borst
o Bij meningeale prikkeling: toename pijn bij flexie
VOORALEER JE DIT DOET: traumatische letsels nek uitsluiten + VRAGEN OF PT ARTROSE
HEEFT
Bij meningeale prikkeling:
Teken van Brudzinski
- Pt ligt op tafel
- Breng hoofd bruusk in flexie + KIJK NAAR BENEN: bij prikkeling is er spontane
flexie knieën
Teken van Kernig
- Breng heup in 90° flexie + strek knie
- Wnr knie niet voorbij 135° kan gestrekt worden zonder pijn in NEKSTREEK is er
aanwezig teken
- Herhaal procedure aan ander been; hier ook pijn => vermoeden v meningeale
prikkeling
3. Craniale zenuwen
Inspectie:
- Ptose ooglid (III)
- Pupilafwijkingen (II – III)
- Abnormale oogstand (III, IV, VI)
, - Afhangende mondhoek, asymmetrie gelaat (VII)
- Dysarthrie
- Hese/nasale stem
1) N olfactorius
- Kan testen met reukflesjes
- Niet met irriterende bestanddelen, dan test je ook n V
- Beide neusgaten afzonderlijk testen
2) N opticus
Gezichtsscherpte
- Pt mag bril + lenzen gebruiken
- Snellen eye chart op 6 meter afstand
- 1 oog afdekken
- Noteer laatste cijfer v kleinste lijn die hij nog kan lezen
- Doe voor beide ogen
Gezichtsvelden
Met confrontatietest:
- Vgl eigen gezichtsveld met pt
- We zoeken nr kwadrantanopsie of hemianopsie
- Zit voor pt op 1 meter, zelfde ooghoogte
- Pt sluit R oog, jij sluit L oog
- Pt kijkt je recht aan en houdt hoofd stil => vraag dit
- Hou arm op ooghoogte nr rechts gestrekt, andere nr links
- Handen bevinden zich in vlak midden tss jullie
- Beweeg afwisselend 2 vingers v 1 van je handen + vraag pt elke beweging te
melden door aan te duiden
- Beweeg ook eens beide handen
- Dan 1 hand midden-boven en 1 hand midden-onder
Als pt geen juist antwoord geeft, beweeg hand die niet werd gevonden langzaam v buiten
gezichtsveld nr binnen
Pupilreflexen
Testen van n II en n III
- Beoordeel wijdte in licht en donker, vgl L en R, vorm
Directe lichtreflex testen:
- Pt kijkt in verte
- Laat v lateraal (45°) licht op R-pupil en bekijk of R-pupil vernauwt
Consensuele lichtreflex testen:
Scherm met 1 hand L-oog af door houden tegen neusrug
- Schijn licht lateraal op R-pupil
- Bekijk of L-pupil vernauwt
Test steeds bilateraal
Accommodatiereflex:
- Pt vragen om blik te fixeren op wijsvinger (op 1 m afstand, midden voor gezicht)
- Beweeg vinger nr top neus v pt
- Kijk nr reactie pupillen: miose