H1: W ERKGELUK
MOGELIJKE EXAMENVRAGEN
® Welke bijdragen deden Marx en Daens in de geschiedenis van ons werk?
® Waaruit bestaat het concept ‘werkgeluk’ van Dajo De Prins (2021). Leg elke factor kort uit.
® Plezier op het werk kan je opdelen in twee assen (en dus vier kwadranten). Teken deze assen en leg elk kwadrant uit.
® Je hebt 6 soorten werkgeluk. Geef er drie en leg uit.
® Leg uit hoe je via de zelfdeterminatietheorie het geluk van werknemers zou kunnen beïnvloeden?
1. GESCHIEDENIS VAN W ERK(GELUK) – DE PRINS, 2021
1.1. PREHISTORIE
® Werk = (over)leven, dus geen onderscheid en geen verwachtingen.
1.2. LANBOUWREVOLUTIE
® Sedentair + domesticeren, opslag voor winter…
o Mensen zijn het verhuizen beu.
o Blijven in België en zetten hier hun hutten vast (worden sedentair).
o Gaan beslissen om vee te domesticeren.
® Door het zo te doen biologisch succes hebben, beginnen ons land goed te kennen ó Psychologische nederlaag (plannen, vrezen…
daling QOL)
o Meer opbrengst en voedseloverschotten.
o Psychologische nederlaag.
§ Angst en onzekerheid over het weer, oogst, …
§ Moeten, plannen, hopen, werken, …
® Werk = straf of vernedering
o Werk en geluk worden gescheiden
o Aristoteles zei ‘wie werkt voor den broden, kan niet gelukkig zijn’ à werk en geluk passen niet samen. Het beste is dat je
mensen hebt die voor u werken, slaven.
o Wel geluk in de landbouw: buiten werken, oogst zien groeien, planten en dieren verzorgen.
® Morele en religieuze geboden
o 7e verbod: Gemakzucht – traagheid – luiheid
§ Je mag als mens niet lui zijn, gemakzuchtig zijn, profiteren van mensen, … dus als je heel hard werkt ben je goed
bezig en heb je het recht om in de hemel terecht te komen.
1
,1.3. STEDEN EN AMBACHTEN
® Naar de stad
o Gilden = groepen van mensen die ongeveer dezelfde ambacht doen en die konden redelijk sterk worden. Die konden de
politiek van de stad mee gaan bepalen als die maar voldoende / veel geld hadden.
§ Zit een bepaalde trots / tevredenheid als je tot een bepaalde gilde kunt horen.
o Werken voor geld blijft een vorm van straf of slavernij
o Waarschijnlijk wel vorm van trots, tevredenheid, bestaanszekerheid
® Karl Marx (19e E)
o Verlichtingsfilosoof: uit werk waardigheid en geluk halen.
§ Eerste in geschiedenis die zei dat er een mogelijkheid is om te werken en gelukkig te zijn maar aantal voorwaarden
voor nodig.
o Randvoorwaarden:
§ Goede arbeidsomstandigheden
• Pauzes, rust kunnen hebben, veilig zijn …
§ Eerlijk loon
§ Afwisselend werk
§ Werk dat betekenis heeft doordat ze het leed van anderen verzacht of hun genot vergroot
• Zegt dat werk pas leuk is als je iets kan doen voor een ander.
o Hoop op gelukkig werkleven sijpelt door
1.4. INDUSTRIËLE REVOLUTIE (1800-1920)
® Na verloop van tijd: ontstaan van machines.
® Opdeling in kleine stapjes, iedereen is radartje in groot geheel
o Iedereen moet dus meewerken, incl kinderen.
§ Iedereen heeft zjin kleine taak, deze vervul je jaren aan een stuk.
o Eindproduct niet zichtbaar
o Weinig ambachtelijke kennis of vaardigheden, saai, repetitief, gespecialiseerd, hoge tijdsdruk.
® 6 op 7, shiften van 10 à 14u, geen vakantie
o Privé bestaat dus niet (zondag = kerk)
® Gevaarlijke omstandigheden
1.5. TIJDPERK VAN TEVREDENHEID (1950-1995)
® Samenleving heeft beslist om het anders te organiseren
o Veiliger, minder werkuren, vakanties, hogere lonen, kinderen recht op onderwijs, …
o Wanneer iemand ziek is of niet kan, zegt samenleving dat het niet erg is en gaan werkloosheidsvergoeding etc betalen.
§ Wordt betaald dmv stukje loon dat iedereen aan belastingen geeft.
® Diensteneconomie vanaf ’70
o Door machines en vooruitgang komt er een verschuiving dat er meer diensten geleverd worden en niet aan machines staan.
§ Bv. verkopen van zaken, computer komen herstellen, dokters, taxichauffeurs, … leveren dienst à maken geen
goederen meer.
® Werk én privé gescheiden van elkaar (thuis was het werk afgelopen)
® Hoge tevredenheid op werk
o Positief voor de mensen.
® LABOR en OPUS
o Eerste keer dat we arbeid in 2 woorden kunnen definiëren.
o Labor = woord voor arbeid: afzien, hard werken.
o Opus = je kan door arbeid ook iets bereiken, er van genieten, …
2
, ® Latente deprivatie model (Marie Jahoda - 1982)
o Manifeste functies = geld en materiële voordelen die sowieso bij werk komen kijken.
o Werk zorgt voor structuur in tijd.
§ Mogelijkheid tot plannen van je dag en structuur te hebben.
o Opportuniteiten tot sociaal contact.
§ Werk zorgt voor sociaal contact.
o Gedeeld doel, bijdrage tot de gemeenschap.
§ ‘ik doe iets voor ons dorp’
o Sociale identiteit (hoe je naar jezelf kijkt) / sociale status (hoe anderen naar je kijken)
§ ‘wat doe jij voor werk?’ à je haalt er een stuk sociale identiteit / status uit.
o Zelfrealisatie, betekenisvolle activiteiten
§ Mogelijkheid tot zelfontplooiing
§ Blijven groeien als persoon
ð + Inkomen en andere materiële voordelen (manifest)
® Tegenkanting bij latente deprivatiemodel:
o Werk is geen conditio sine qua non voor een goede (mentale) gezondheid.
o Niet alle werk is fijn of goed: stress, overbelasting, onzekerheid, stigma…
® Bandarbeider in ploegensysteem kan ongelukkiger zijn dan de werkloze
o Maar meestal niet:
§ Levenstevredenheid
• ongewild werkloos 4,9/10 <> werkend 6,6/10 (20% hoger)
§ Angst, woede, onmacht wordt 30% vaker gerapporteerd door werklozen
® Voordeel van werkgeluk voor bedrijf en individu
o Blijven gemiddeld 2j langer bij bedrijf
o Minder absenteïsme
o Broaden-and-build effect (Fredrickson, 2001)
§ Wanneer we als werknemer blij zijn met ons werk, dus hoge werktevredenheid:
• Productiever en creatiever, breder blikveld/gedachten, meer oplossingen, beter samenwerken
o => opbouw van mentale reserve/veerkracht voor mindere momenten
• Gelukkiger zijn op het werk kan dus een positieve ‘loop’ creëren
o Emotional spill-over (rechtstreeks effect)
1.6. TIJDPERK VAN HOGE VERW ACHTINGEN (1995-…)
® Werk biedt potentieel veel levensgeluk.
® Hoge verwachtingen:
o Goed loon, extralegale voordelen (auto, maaltijdcheques, ecocheques, fiets…) voldoende vakantie, leuke collega’s, toffe
job, promotie, bijleren, zinvolle job, weinig pendelen, inspraak…
® Verandering in verwachtingen?? – bv. WorkTok
o Herkenbaarheid en authenticiteit
o Frustrerende of saaie momenten
o Realistischer beeld van wat werken daadwerkelijk inhoudt.
3
, 2. W ERKGELUK: HET CONCEPT
2.1. W AT ERVAREN WE? ONDERZOEK
WERKGELUK (WG)
® Genot (hedonostisch genot)
o Gericht op wat er zich nu aandient en op prettig werk
§ Bv. in dagelijks leven: zin in zak chips en er 1 opendoen (hedonistisch genot) à kan je snel
verwezenlijken.
o Maximaliseren van plezier & minimaliseren van pijn
§ Geen grootse projecten of grote inspanningen waarvoor je moet zwoegen om een levensdoel
te bereiken
o Tijdelijk effect & minder effectief op termijn
® Goede geest = eudemon = eudemonisch genot
o Verwezenlijking van je inherent potentieel via zinvolle activiteiten, betekenisgeving
§ Gaat over bijleren, groeien.
§ Bv. de opleiding volgen.
o Streven en ijveren, tijd en energie, zelfs pijn leiden om deze te bereiken, beter worden
§ Hard werken, moeite doen, soms echt afzien maar op het einde merken dat je iets verwezenlijkt hebt.
o Niet altijd haalbaar in werkdomein, en niet iedereen heeft evenveel behoefte
§ Verschuiving vaak wanneer mensen kinderen krijgen.
• Eudemonisch genot vinden in zorgen voor je kinderen.
WELZIJN OP HET WERK – WERKGELUK
HEDONISTISCH WERKGELUK: TEVREDENHEID
Ben je, alles bij elkaar genomen, tevreden over je werk? (ja/nee)
Hoe tevreden ben je in het algemeen over je werk op een schaal van 1-10?
à Antwoordtijd: gemiddeld 3 sec
® Evaluatief proces: nadenken en oordelen
® Vereist een helikopterperspectief (niet voor iedereen eenvoudig)
® Stabiel over jaren heen, niet afhankelijk van affect op moment van vraag
® Fundament, maar ook:
o Aanvaardend en lage verwachtingsgraad (‘goed genoeg’, dat je werk hebt)
® Afhankelijk van:
o 5 omgevingsfactoren
§ Loon
§ Evenwicht werk-privé
§ Veiligheid en gezondheid op werk
§ Relatie met baas en collega’s
§ Interessant werk
o Zelfbedrog: handig overlevingssysteem
§ Lastig voor veel mensen om te zeggen: ‘Ik werk hard en veel maar ben niet tevreden met mijn job’
• Oplossen van cognitieve dissonantie, spanningsveld tussen die 2.
o Genen: onderlinge verschillen tussen mensen in algehele tevredenheid voor 30%, al de rest door omstandigheden.
4