zelfperceptie
0. Inleiding
Alice in wonderland-syndroom
- Gebaseerd op verhaal vn Alice in Wonderland
- Nt in DSM-5
- Wel in klinische praktijk => diverse wetenschappelijke onderzoeken
- Overzicht mogelijke symptomen:
o Dysmorfobie:
Ingebeelde afwijking/lelijkheid vn eigen lichaam
o Somesthetische vervormingen:
Lichaam anders ervaren dan werkelijk is
o Illusoire gevoelens vn levitatie & tijdvervormingen
o Somatopsychische dualiteit:
De ervaring dat je nt op 1 plek leeft
o Depersonalisatie:
Het gvl hebben zelf nt aanwezig te zijn
o Derealisatie:
Vreemde realiteitszin ervaren
o Twijfel over joe ze de realiteit & zichzelf ervaren
o Hyperschematie/hyposchematie:
Ruimte die ons lichaam inneemt groter/kleiner inschatten
o Visuele vervorming
Zelfperceptie
- Zelfconcept => combi vn zelfkennis & zelfwaardegvl
- Zelfkennis:
o Resultaat vn info via verschillende bronnen
hebt verkregen :
Zelfobservatie
+ introspectie => jezelf beter
leren kennen + eigen gedrag
plaatsen, begrijpen &
voorspellen
Sociale spiegel = looking-glass self
Hoe je bent & hoe je overkomt
o Via feedback jezelf leren kennen => soms goedgelovig
Barnum-effect (/forer-effect)
Geneigd beschrijvingen over onszelf als rake &
gerichte persoonsomschrijving accepteren => wnr
vaag, algemeen geldend & voor de hand liggend
o Waarzegger/horoscoop
Sociale vergelijking
Vergelijken met anderen
o IQ testen op gebaseerd
Resultaten testpersoon => vergeleken met brede
normgroep
Rekening houden met deze info => baseren op significant others
o Belangrijke mensen rondom je
, 1. De zelfperceptie-theorie vn Bem
- Zelfkennis door kritische zelfobservatie
- Waarneming conclusies
o Soms duidelijk, vanzelfsprekend & objectief
o Maar => soms ook irrationeel & onlogisch
Experiment: Valins
Opzet & context:
- Mannelijke proefpersonen
o Kijken nr Playboy-foto’s
o Horen (zogezegd) hun eigen hartslag manipulatie
Sneller/langzamer/basis
Resultaten:
- Versnelde hartslag => aantrekkelijker
Conclusie:
- Emoties uit fysiologische reactie afleiden
- Maar => beïnvloeding dr foutieve info
Zelfwaardegevoel
- Attitude tegenover jezelf
o Resultaat vn Afweging => zelfkennis – persoonlijke waardeoordelen
Jijzelf beantwoord aan zaken jij belangrijk vindt => positief zelfwaarde
Jijzelf nt voldoet aan zaken ji belangrijk vindt => negatief zelfwaarde
o Uitkomst:
Evenwicht = positieve zelfwaarde
Gn evenwicht = negatieve zelfwaarde
- Gevolg:
o Zelfconcept kan irrationeel/foutief zijn
Eigen gedrag linken aan onveranderlijke persoonlijkheid
Machteloos voelen om iets te veranderen
Zelfconcept: 2 belangrijke tendensen:
- Tendens tot zelfconsistentie
o Zelfbeeld in stand houden
Nt graag dat zelfbeeld wijzingen dient te ondergaan
o In adolescentie > woelige periode:
In korte tijd geconfronteerd met veel veranderingen
Nt thuis voelen in eigen lichaam/hoofd
- Tendens tot zelfverheffing
o Positief zelfbeeld behouden
Negatieve info over zelfbeeld => genegeerd/vertekend/bestreden
o Uitzondering => depressie
Omgekeerde doen => henzelf & eigen gedrag negatief te kaderen
2. Zelfattributie
- Eigen gedrag verklaren o.b.v. persoonseigenschappen/situationele invloeden
- Bronnen vr zelfattributie (1 v/d 4 dimensies Weiner)
o Plaats vn causaliteit
Intern
In zichzelf kijken => oorzaak vinden
Extern
Omgeving = uitlokkende factor
o Stabiliteit
Eigen gedrag/gevolgen vn gedrag:
Veranderlijk (variabel) persoonseigenschappen: