Samenvatting Nederlands F1
DEEL 1
Hoofdstuk 1: werken aan taalcompetentie van lagereschoolkinderen, de hele dag door
Klemtonen:
✓ Na deze les kan je omschrijven wat taalkrachtig onderwijs is.
✓ Je kan verwoorden wat taalcompetentie inhoudt.
✓ Je kan de principes van een taalkrachtig onderwijs opsommen.
✓ Je kan elk principe van taalkrachtig onderwijs correct en grondig toelichten.
✓ Je kan de principes van taalkrachtig onderwijs linken aan concrete lesvoorbeelden.
✓ Je kan over je eigen taallessen reflecteren volgens de principes van taalkrachtig onderwijs
(middellange termijn)
1.1. Taal als motor van de brede ontwikkeling van leerlingen
Geen examenleerstof.
1.2. Geïntegreerd werken aan taal in de lagere school
Geen examenleerstof.
1.3. Taalkrachtig onderwijs: werken aan taalcompetentie, de hele dag door
Taalcompetentie = talige kennis, vaardigheden en attitudes die je nodig hebt om gesproken en
geschreven teksten te begrijpen en te gebruiken.
Kennis Vaardigheden Attitudes
Wat je weet over allerlei Lezen, luisteren, schrijven, Houding, emotie en motivatie
aspecten van taal, taalgebruik spreken en gesprekken ten aanzien van taal en eigen
en taalsysteem. voeren. taalcompetentie.
1
,Astrid Destoop 2025-2026
Hoofdstuk 2: zeven didactische principes voor het stimuleren van taalcompetentie
Klemtonen hoofdstuk 2:
✓ Taalcompetentie
✓ De voorbeeldles van juf Veerle: het heelal & de principes van taalkrachtig onderwijs
✓ De 7 principes van taalkrachtig onderwijs
✓ Coöperatieve werkvormen: welke wil je in je klas uitproberen? Zorg dat je een 7-tal van deze
werkvormen kent en kan toepassen.
Principes taalkrachtig onderwijs
• stimuleert een positief-talige grondhouding
• is contextrijk
• is functioneel
• is (inter)actief
• geeft ondersteuning
• zet in op impliciet en expliciet leren
• biedt kansen tot reflectie
2.1. Taalkrachtig onderwijs stimuleert een positief-talige grondhouding
Positief-talige grondhouding = je creëert een leeromgeving waarin leerlingen niet alleen taal
aangereikt krijgen, maar ook zin en durf ontwikkelen om actief met taal aan de slag te gaan.
• Zin = leerlingen willen vanuit de eigen interesses en motivatie taal ontdekken + zelfvertrouwen
ontwikkelen rond de eigen taalcompetenties
• Durf = het vertrouwen en de veiligheid om met taal te willen experimenteren
bv. mondeling of schriftelijk uitdrukken, standpunt innemen, creatieve tekst schrijven, …
2.1.1. Zin en durf stimuleren
Positief-talige grondhouding stimuleren door een leeromgeving te creëren die tegelijk uitdagend,
betekenisvol en veilig is. Dit kan je doen door:
• Lesactiviteiten aanbieden die inspelen op hun interesses en leefwereld → betrokkenheid en
bereidheid verhogen
• Expliciet ruimte geven om fouten te maken
• Ervoor zorgen dat leerlingen zich competent voelen door te benadrukken wat ze al goed
kunnen.
2.1.2. Hoge verwachtingen koesteren
Door hoge, maar haalbare verwachtingen te hebben, geef je leerlingen het vertrouwen dat ze kunnen
groeien in hun taalontwikkeling. Dit doe je door:
• Duidelijke doelen stellen
• Zorgen voor een rijk taalaanbod
• Geven van uitdagende en functionele opdrachten
• Gepaste ondersteuning bieden om vertrouwen en veiligheid te creëren.
2
,Astrid Destoop 2025-2026
2.1.3. Leerlingen al hun hulpbronnen laten inzetten
Een positief-talige grondhouding stimuleren door je leerlingen aanmoedigen om al hun beschikbare
hulpbronnen in te zetten bij het leren.
• Hulpbronnen = alles wat leerlingen kan helpen om een stapje verder te zetten
Bv. persoonlijke ervaringen, steun andere leerlingen, interesses, …
• Ook meertalig repertoire = andere talen die een leerling spreekt → leren vanuit wie ze zijn en
wat ze al kennen/ kunnen, verhoogt betrokkenheid, motivatie en zelfvertrouwen
Voorbeelden inzetten van het meertalig repertoire:
• Vertellen over de talen die ze spreken
• Bruggen leggen tussen talen tijdens een klasgesprek
• Ouders uitnodigen om verhalen te delen in hun moedertaal
→ ook eentalige leerlingen profiteren mee: zij leren openstaan voor diversiteit, kritisch en nieuwsgierig
met taal omgaan, en de waarde van verschillende perspectieven herkennen. Bouwen aan een
schoolklimaat waarin taaldiversiteit normaal en waardevol is.
Andere hulpbronnen bij het taalproces:
• Persoonlijke hulpbronnen: eerdere ervaringen, interesses of culturele kennis, …
• Cognitieve of metacognitieve strategieën: samenvatten, plannen of omgaan met frustratie
• Sociale hulpbronnen: klasgenoten, leraren of ouders die uitleg geven, helpen plannen of een
opdracht vertalen
• Materiële of technologische hulpmiddelen: woordenboeken, taalmuren, pictogrammen,
vertaalapps of rekenmateriaal
Door hier bewust op in te spelen, sluit je aan bij wie leerlingen zijn. Je maakt (taal)leren betekenisvol.
Ook verhoog je hun gevoel van competentie, autonomie en verbondenheid.
2.2. Taalkrachtig onderwijs is contextrijk
Taal betekenis geven door het te koppelen aan een context die leerlingen begrijpen. Dit maakt
abstracte taal tastbaar, verbindt nieuwe taal aan voorkennis en werkt motiverend.
Je haakt aan bij de voorkennis en interesses van de leerlingen om er doelgericht nieuwe (talige)
kennis, vaardigheden en attitudes aan vast te knopen.
2.2.1. Inspelen op de interesses en de leefwereld en voorkennis oproepen
Taalkrachtig onderwijs vertrekt vanuit concrete vragen of herkenbare situaties die aansluiten bij de
leefwereld van de leerlingen – of van iets wat hen oprecht nieuwsgierig maakt.
• Deze aanpak zorgt voor betrokkenheid, herkenbaarheid en uitdaging.
• Gemeenschappelijke voorkennis activeren en aanbieden vergemakkelijkt en verduurzaamt
het leren + meer mentale ruimte om na te denken over nieuwe kennis.
o Als leerlingen weinig voorkennis hebben aanvullen met rijke beelden, filmpjes,
verhalen of gesprekken.
• Leerlingen delen hun voorkennis met elkaar = gemeenschappelijke voorkennis
• Leerlingen ook veel oefenkansen bieden op basis van concreet materiaal. Zo worden concrete
ervaringen van leerlingen gekoppeld aan abstracte begrippen.
3
, Astrid Destoop 2025-2026
Verschillen in voorkennis:
• Voorkennis van leerlingen verschilt en hangt sterk af van hun thuiscontext.
• Die voorkennis beïnvloedt hoe goed ze nieuwe taal binnen een thema kunnen oppikken.
• Ouders zijn een waardevolle informatiebron over interesses en taalvaardigheden van
leerlingen.
• Inzicht in de talige beginsituatie is cruciaal, zeker voor kwetsbare leerlingen die zowel
schooltaal als alledaagse taal moeten leren.
• Sommige leerlingen hebben extra context nodig om gelijkwaardig te kunnen starten.
Meertaligheid is ook zinvol om je activiteit contextrijker te maken. De thuistaal van de leerlingen is
immers ook een vorm van context en voorkennis.
Voorbeeld; Een leerling kent het Nederlandse woord misschien niet, maar weet in zijn eigen taal wél
wat het dier doet. Door kort nadenken of overleggen in de thuistaal toe te staan, of visuele/digitale
ondersteuning te bieden, help je leerlingen een brug te slaan tussen hun voorkennis en het leren op
school.
2.2.2. Kennis van de wereld verruimen via taal(aanbod)
Belangrijk om kennis- en ervaringswereld verruimen en ervoor zorgen dat leerlingen bijleren en
nieuwe (talige) kennis opbouwen. Dit doe je door:
• Rijk taalaanbod: nieuwe begrippen, inzichten en verbanden ondersteunen
Leerlingen breiden hun kennis van de wereld uit via taal.
Thematisch werken en cyclisch werken:
• Een thema bied veel kansen om contextrijk en taalkrachtig onderwijs te organiseren.
• Opbouwen vaan (taal)kennis, (taal)vaardigheden en (taal)attitudes.
• Thematisch werken door een thema doordacht uit te werken als een samenhangend geheel
van doelen, inhouden en activiteiten → kans om actief te gebruiken, doelgericht te oefenen en
taalinzichten op te bouwen.
• Cyclische karakter: terugkomen van begrippen, doelen en taalhandelingen in verschillende
leerjaren → woordenschat versterkt jaar na jaar.
2.3. Taalkrachtig onderwijs is functioneel
Door iets echts, relevant of interessants te doen waarbij taal nodig is, leren leerlingen taal zonder dat
dit als een zinloze of schoolse oefening aanvoelt.
Functionaliteit heeft 2 invullingen
• Levensechte doelen = leerlingen gebruiken taal om een doel in de ‘echte wereld’ te bereiken
Bv. een expert interviewen om meer te weten te komen over bijensterfte en er oplossingen voor
te zoeken
• Betekenisvolle doelen = taal wordt ingezet om een doel te bereiken dat voor leerlingen
betekenisvol, boeiend of relevant is. Dat doel mag ook speels of verbeeldend zij, zolang het de
motivatie van de leerlingen aanwakkert.
Bv. met de hele klas zoveel mogelijk boeken lezen om leespunten te verzamelen en zitzakken
en andere spullen te winnen om de leeshoek gezelliger te maken
• Communicatie tot stand brengen
4