Astrid Destoop 2025-2026
DE WERELD
Hoofdstuk 1: situering van het OLOD ‘de wereld F1’
Geen examenleerstof!
Hoofdstuk 2: wetenschap en techniek in het Vlaamse onderwijslandschap
Doelen:
Je kan uitleggen wat wetenschap en techniek betekenen in de context van het
basisonderwijs
Je kan de stelling “de kern van W&T is heen-en-weer denken tussen model en
werkelijkheid’ duiden.
Je kunt de verschillen én complementariteit tussen Wetenschap en Techniek toelichten.
Je kunt het belang van W&T in de basisschool toelichten.
Je kunt in grote lijnen beschrijven en illustreren welke kennis, vaardigheden en attitudes
aangeboden worden tijdens de lessen W&T in de basisschool. M.a.w. je kent de
doelencomponenten en clusters van doelen voor de minimumdoelen voor W&T.
2.1. Wetenschap & techniek in de basisschool
2.1.1. Een definitie
Wetenschap = verwijs naar het systematisch en empirisch onderzoeken met als doel verklaringen te
vinden en het ontwikkelen van een onderzoekende houding, waarbij leerlingen leren om vragen te
formuleren, hypothesen op te stellen, systematisch gegevens te verzamelen en conclusies iet te
trekken.
• Biologie
• Chemie
• Natuurkunde
Bv. lln onderzoeken welke voorwerpen drijven en welke zinken. Ze formuleren eerst een hypothese,
testen verschillende materialen in water, en trekken vervolgens een conclusie over dichtheid en vorm.
Techniek = verwijst naar het proces waarbij leerlingen technische vaardigheden en ontwerpgericht
denken ontwikkelen.
,Astrid Destoop 2025-2026
(in minimumdoelen “technologie”. Technologie combineert wetenschap, innovatie en toepassing
(techniek) om nieuwe oplossingen te creëren.
• Technologie
• Technische sustemen
• Technische principes
• Ontwerpen
Bv. lln krijgen de opdracht om een brug te bouwen van papier die een bepaald gewicht kan dragen. Ze
verkennen verschillende constructievormen, ontwerpen een oplossing, bouwen een prototype en
verbeteren dit na evaluatie.
2.1.2. De kern van W & T: samenspel van denken en doen
Hands-on, minds-on
• Wetenschap draait om kennis genereren en valideren.
• Er zijn twee werelden:
o Wereld van ideeën: theorieën, modellen, begrippen, relaties.
o Wereld van dingen: verschijnselen, observaties, experimenten, metingen.
• Onderzoekers bewegen voortdurend heen en weer tussen beide werelden.
• Nieuwe ideeën ontstaan in de wereld van ideeën; ze worden getoetst in de wereld van dingen;
tenslotte terug naar de wereld van ideeën om resultaten te interpreteren.
• We nemen nooit iets volledig “neutraal” waar; we begrijpen wat we zien altijd vanuit wat we al
weten.
“Wereld van dingen” of “doen” hebben een dubbele functie:
• ze valideren ideeën en theorieën,
o Ideeën ontstaan in het hoofd, maar worden pas betrouwbaar door toetsing in de
werkelijkheid
o Waarnemingen beantwoorden 2 vragen
▪ Klopt mijn aanname?
▪ Bevestigt of weerlegt de werkelijkheid mijn theorie?
• ze inspireren nieuwe ideeën via een mix van inductief en deductief denken.
o Onverwachte observaties wekken nieuwe vragen, hypothesen en inzichten op
o De werkelijkheid “speelt terug”: ze inspireert het denken
Inductief en deductief denken lopen door elkaar
• Inductief: van concrete waarnemingen naar algemene ideeën.
• Deductief: vanuit theorie voorspellen wat je zou moeten waarnemen.
• In onderzoek wisselen deze voortdurend: waarnemen → verklaren → voorspellen → opnieuw
waarnemen.
,Astrid Destoop 2025-2026
Concreet voorbeeld inductief en deductief: kind dat leert waarom een fiets omvalt of blijft staan
• Wereld van het hoofd (denken): het kind heeft al ideeën zoals “stilstaand fietsen is moeilijker”
en “iets valt om als het niet stevig staat”.
• Wereld van de verschijnselen (doen): tijdens het fietsen ervaart het kind wiebelen bij lage
snelheid en stabiliteit bij hogere snelheid.
• Confrontatie tussen beide werelden: de ervaringen bevestigen of veranderen de bestaande
ideeën over evenwicht en snelheid.
• Inductief denken: uit de ervaring afleiden dat sneller rijden helpt om niet om te vallen.
• Deductief denken: die kennis toepassen door bij vertrek bewust wat sneller te fietsen.
• Kern: het kind begrijpt de werkelijkheid door bestaande kennis, en die kennis wordt tegelijk
verfijnd door nieuwe ervaringen.
Soortgelijke proces (wisselwerking denken-doen) in techniek
• Niet kennis valideren, maar oplossingen genereren en testen.
• Ook hier: heen-en-weer denken tussen ideeën (ontwerp) en dingen (prototypes, testen).
• Extra speler: de markt (gebruikers, opdrachtgevers) die het eindproduct beoordeelt.
Kinderen en W&T in de klas
• Kinderen denken van nature heen-en-weer tussen ideeën en werkelijkheid.
• Wanneer je hen begrippen aanreikt na een fase van exploreren, worden hun technische
oplossingen beter én begrijpen ze meer verschijnselen.
2.1.3. Wetenschap en techniek in samenhang
Wetenschap en techniek vullen elkaar in het leerproces aan. Beide dragen bij aan de ontwikkeling van
vaardigheden zoals kritisch denken, samenwerken, creativiteit en probleemoplossend denken.
Wetenschap verklaart, techniek past toe.
• Wetenschap leert kinderen begrijpen hoe de wereld werkt
• Techniek leert kinderen toepassen en oplossingen ontwerpen.
→ onlosmakelijk met elkaar verbonden!
Relevantie voor de leefwereld van kinderen: door beide disciplines te combineren krijgen lln een
samenhangend beeld van de wereld en ontdekken ze hoe abstracte kennis zich vertaalt naar tastbare
toepassingen.
, Astrid Destoop 2025-2026
Bijdrage aan brede basisvorming en burgerschap
• W&T helpt kinderen kritisch en ethisch naar de wereld te kijken.
• Ze leren niet alleen hoe iets werkt, maar ook welke gevolgen keuzes hebben (bv. voor klimaat,
gezondheid, technologiegebruik).
• Het bereidt hen voor om nieuwsgierige, innovatieve en verantwoordelijke burgers te worden in
een samenleving waar wetenschap en technologie centraal staan.
Concreet voorbeeld wetenschap en techniek in een les:
• Concrete ervaring: leerlingen onderzoeken verschillende soorten water (kleur, geur, helderheid)
en noteren hun waarnemingen.
• Onderzoeksvraag & experiment: via een conceptcartoon onderzoeken ze wat “zuiver water”
betekent; ze testen filters (koffiefilter, zand, steenkool) en ontdekken dat water helder kan lijken
maar toch stoffen bevat.
• Technische uitdaging: in groepjes ontwerpen en bouwen ze een eigen waterfilter met
klasmaterialen; ze testen, verbeteren en presenteren hun ontwerp.
• Reflectie & koppeling naar abstractere kennis: gesprek over waarom helder water niet altijd
drinkbaar is → introductie van bacteriën en zuiveringsinstallaties.
• Attitudes: zorg voor water en bewust omgaan met verspilling.
Goede illustratie omdat:
• Wetenschap en techniek in één samenhangend geheel aangeboden worden. (de wereld wordt
niet voorgesteld als losse vakjes)
• De inhoud geleidelijke aangebracht wordt: concrete waarneming (kleur van water) → praktisch
handelen (zelf filter bouwen) → abstract begrip (onzichtbare verontreiniging, drinkbaar water)
• Er aan de slag gegaan wordt met kennis, vaardigheden én attitudes: leerlingen vergaren kennis
over water, ontwikkelen onderzoeks- en ontwerpvaardigheden, en worden zich bewust van het
belang van duurzaam watergebruik.
2.2. Waarom W & T in de basisschool
Waarom wetenschap & techniek aanbieden in de basisschool?
• Maatschappelijke noodzaak
o Snelle veranderende samenleving door digitalisering en technologie
o Wetenschappelijke en technologische vaardigheden ontwikkelen voor toekomstige
uitdagingen
• Gelijke kansen voor alle leerlingen
o School is een plek waar alle kinderen met W&T in aanraking komen.
o Ongeacht achtergrond moeten leerlingen zich kunnen oriënteren op technologische
vraagstukken.
DE WERELD
Hoofdstuk 1: situering van het OLOD ‘de wereld F1’
Geen examenleerstof!
Hoofdstuk 2: wetenschap en techniek in het Vlaamse onderwijslandschap
Doelen:
Je kan uitleggen wat wetenschap en techniek betekenen in de context van het
basisonderwijs
Je kan de stelling “de kern van W&T is heen-en-weer denken tussen model en
werkelijkheid’ duiden.
Je kunt de verschillen én complementariteit tussen Wetenschap en Techniek toelichten.
Je kunt het belang van W&T in de basisschool toelichten.
Je kunt in grote lijnen beschrijven en illustreren welke kennis, vaardigheden en attitudes
aangeboden worden tijdens de lessen W&T in de basisschool. M.a.w. je kent de
doelencomponenten en clusters van doelen voor de minimumdoelen voor W&T.
2.1. Wetenschap & techniek in de basisschool
2.1.1. Een definitie
Wetenschap = verwijs naar het systematisch en empirisch onderzoeken met als doel verklaringen te
vinden en het ontwikkelen van een onderzoekende houding, waarbij leerlingen leren om vragen te
formuleren, hypothesen op te stellen, systematisch gegevens te verzamelen en conclusies iet te
trekken.
• Biologie
• Chemie
• Natuurkunde
Bv. lln onderzoeken welke voorwerpen drijven en welke zinken. Ze formuleren eerst een hypothese,
testen verschillende materialen in water, en trekken vervolgens een conclusie over dichtheid en vorm.
Techniek = verwijst naar het proces waarbij leerlingen technische vaardigheden en ontwerpgericht
denken ontwikkelen.
,Astrid Destoop 2025-2026
(in minimumdoelen “technologie”. Technologie combineert wetenschap, innovatie en toepassing
(techniek) om nieuwe oplossingen te creëren.
• Technologie
• Technische sustemen
• Technische principes
• Ontwerpen
Bv. lln krijgen de opdracht om een brug te bouwen van papier die een bepaald gewicht kan dragen. Ze
verkennen verschillende constructievormen, ontwerpen een oplossing, bouwen een prototype en
verbeteren dit na evaluatie.
2.1.2. De kern van W & T: samenspel van denken en doen
Hands-on, minds-on
• Wetenschap draait om kennis genereren en valideren.
• Er zijn twee werelden:
o Wereld van ideeën: theorieën, modellen, begrippen, relaties.
o Wereld van dingen: verschijnselen, observaties, experimenten, metingen.
• Onderzoekers bewegen voortdurend heen en weer tussen beide werelden.
• Nieuwe ideeën ontstaan in de wereld van ideeën; ze worden getoetst in de wereld van dingen;
tenslotte terug naar de wereld van ideeën om resultaten te interpreteren.
• We nemen nooit iets volledig “neutraal” waar; we begrijpen wat we zien altijd vanuit wat we al
weten.
“Wereld van dingen” of “doen” hebben een dubbele functie:
• ze valideren ideeën en theorieën,
o Ideeën ontstaan in het hoofd, maar worden pas betrouwbaar door toetsing in de
werkelijkheid
o Waarnemingen beantwoorden 2 vragen
▪ Klopt mijn aanname?
▪ Bevestigt of weerlegt de werkelijkheid mijn theorie?
• ze inspireren nieuwe ideeën via een mix van inductief en deductief denken.
o Onverwachte observaties wekken nieuwe vragen, hypothesen en inzichten op
o De werkelijkheid “speelt terug”: ze inspireert het denken
Inductief en deductief denken lopen door elkaar
• Inductief: van concrete waarnemingen naar algemene ideeën.
• Deductief: vanuit theorie voorspellen wat je zou moeten waarnemen.
• In onderzoek wisselen deze voortdurend: waarnemen → verklaren → voorspellen → opnieuw
waarnemen.
,Astrid Destoop 2025-2026
Concreet voorbeeld inductief en deductief: kind dat leert waarom een fiets omvalt of blijft staan
• Wereld van het hoofd (denken): het kind heeft al ideeën zoals “stilstaand fietsen is moeilijker”
en “iets valt om als het niet stevig staat”.
• Wereld van de verschijnselen (doen): tijdens het fietsen ervaart het kind wiebelen bij lage
snelheid en stabiliteit bij hogere snelheid.
• Confrontatie tussen beide werelden: de ervaringen bevestigen of veranderen de bestaande
ideeën over evenwicht en snelheid.
• Inductief denken: uit de ervaring afleiden dat sneller rijden helpt om niet om te vallen.
• Deductief denken: die kennis toepassen door bij vertrek bewust wat sneller te fietsen.
• Kern: het kind begrijpt de werkelijkheid door bestaande kennis, en die kennis wordt tegelijk
verfijnd door nieuwe ervaringen.
Soortgelijke proces (wisselwerking denken-doen) in techniek
• Niet kennis valideren, maar oplossingen genereren en testen.
• Ook hier: heen-en-weer denken tussen ideeën (ontwerp) en dingen (prototypes, testen).
• Extra speler: de markt (gebruikers, opdrachtgevers) die het eindproduct beoordeelt.
Kinderen en W&T in de klas
• Kinderen denken van nature heen-en-weer tussen ideeën en werkelijkheid.
• Wanneer je hen begrippen aanreikt na een fase van exploreren, worden hun technische
oplossingen beter én begrijpen ze meer verschijnselen.
2.1.3. Wetenschap en techniek in samenhang
Wetenschap en techniek vullen elkaar in het leerproces aan. Beide dragen bij aan de ontwikkeling van
vaardigheden zoals kritisch denken, samenwerken, creativiteit en probleemoplossend denken.
Wetenschap verklaart, techniek past toe.
• Wetenschap leert kinderen begrijpen hoe de wereld werkt
• Techniek leert kinderen toepassen en oplossingen ontwerpen.
→ onlosmakelijk met elkaar verbonden!
Relevantie voor de leefwereld van kinderen: door beide disciplines te combineren krijgen lln een
samenhangend beeld van de wereld en ontdekken ze hoe abstracte kennis zich vertaalt naar tastbare
toepassingen.
, Astrid Destoop 2025-2026
Bijdrage aan brede basisvorming en burgerschap
• W&T helpt kinderen kritisch en ethisch naar de wereld te kijken.
• Ze leren niet alleen hoe iets werkt, maar ook welke gevolgen keuzes hebben (bv. voor klimaat,
gezondheid, technologiegebruik).
• Het bereidt hen voor om nieuwsgierige, innovatieve en verantwoordelijke burgers te worden in
een samenleving waar wetenschap en technologie centraal staan.
Concreet voorbeeld wetenschap en techniek in een les:
• Concrete ervaring: leerlingen onderzoeken verschillende soorten water (kleur, geur, helderheid)
en noteren hun waarnemingen.
• Onderzoeksvraag & experiment: via een conceptcartoon onderzoeken ze wat “zuiver water”
betekent; ze testen filters (koffiefilter, zand, steenkool) en ontdekken dat water helder kan lijken
maar toch stoffen bevat.
• Technische uitdaging: in groepjes ontwerpen en bouwen ze een eigen waterfilter met
klasmaterialen; ze testen, verbeteren en presenteren hun ontwerp.
• Reflectie & koppeling naar abstractere kennis: gesprek over waarom helder water niet altijd
drinkbaar is → introductie van bacteriën en zuiveringsinstallaties.
• Attitudes: zorg voor water en bewust omgaan met verspilling.
Goede illustratie omdat:
• Wetenschap en techniek in één samenhangend geheel aangeboden worden. (de wereld wordt
niet voorgesteld als losse vakjes)
• De inhoud geleidelijke aangebracht wordt: concrete waarneming (kleur van water) → praktisch
handelen (zelf filter bouwen) → abstract begrip (onzichtbare verontreiniging, drinkbaar water)
• Er aan de slag gegaan wordt met kennis, vaardigheden én attitudes: leerlingen vergaren kennis
over water, ontwikkelen onderzoeks- en ontwerpvaardigheden, en worden zich bewust van het
belang van duurzaam watergebruik.
2.2. Waarom W & T in de basisschool
Waarom wetenschap & techniek aanbieden in de basisschool?
• Maatschappelijke noodzaak
o Snelle veranderende samenleving door digitalisering en technologie
o Wetenschappelijke en technologische vaardigheden ontwikkelen voor toekomstige
uitdagingen
• Gelijke kansen voor alle leerlingen
o School is een plek waar alle kinderen met W&T in aanraking komen.
o Ongeacht achtergrond moeten leerlingen zich kunnen oriënteren op technologische
vraagstukken.