Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

samenvatting - kwaliteit van leven bij ontwikkelingsstoornissen

Puntuación
-
Vendido
1
Páginas
77
Subido en
13-05-2026
Escrito en
2025/2026

Uitgebreide samenvatting van het vak 'kwaliteit van leven bij ontwikkelingsstoornissen', gegeven aan de Hogent. De samenvatting bevat al de te kennen hoofdstukken. Hierin zitten de hoorcolleges en leerpaden. Samenvatting is gemaakt op basis van het boek, powerpoint en eigen notities. Veel succes!

Mostrar más Leer menos
Institución
Grado

Vista previa del contenido

KWALITEIT VAN
LEVEN BIJ
PERSONEN MET
ONTWIKKELINGS-
STOORNISSEN
AN STANDAERT & MIEKE GESQUIERE




1STE BACHELOR ORTHOPEDAGOGIE
HOGENT

,1

,Inhoudsopgave
HOOFDSTUK 1: WAT ZIJN ONTWIKKELINGSSTOORNISSEN?
1. TERMINOLOGIE EN AFBAKENING...........................................................................................................................3
2. DENKKADERS ........................................................................................................................................................5
HOOFDSTUK 2: DIAGNOSTIEK EN BEGELEIDING BIJ ONTWIKKELINGSSTOORNISSEN
1. INLEIDING .............................................................................................................................................................9
2. SOORTEN DIAGNOSTIEK ........................................................................................................................................9
3. INSTRUMENTEN VOOR DIAGNOSTIEK ..................................................................................................................11
4. AANDACHTSPUNTEN BIJ DIAGNOSTIEK ...............................................................................................................12
5. DIAGNOSTISCH PROCES BIJ EEN ONTWIKKELINGSSTOORNIS .............................................................................14
6. BEGELEIDINGSOPTIES .........................................................................................................................................15
7. INSTANTIES VOOR DIAGNOSTIEK EN BEGELEIDING IN VL.....................................................................................16
HOOFDSTUK 3: AUTISMESPECTRUMSTOORNIS
1. INLEIDING ...........................................................................................................................................................20
2. KENMERKEN ........................................................................................................................................................20
3. DIAGNOSTIEK ......................................................................................................................................................25
4. BEGELEIDING ......................................................................................................................................................27
HOOFDSTUK 4: AANDACHTSDEFICIËNTIE-/HYPERACTIVITEITSSTOORNIS
1. INLEIDING ...........................................................................................................................................................30
2. KENMERKEN ........................................................................................................................................................30
3. DIAGNOSTIEK ......................................................................................................................................................34
4. BEGELEIDING ......................................................................................................................................................36
HOOFDSTUK 5: LEERSTOORNISSEN
1. INLEIDING ...........................................................................................................................................................41
2. KENMERKEN VAN DYSLEXIE .................................................................................................................................42
3. KENMERKEN VAN DYSCALCULIE ..........................................................................................................................45
4. DIAGNOSTIEK BIJ LEERSTOORNISSEN..................................................................................................................47
5. BEGELEIDING BIJ LEERSTOORNISSEN .................................................................................................................52
HOOFDSTUK 6: COMMUNICATIESTOORNISSEN
1. INLEIDING ...........................................................................................................................................................55
2. KENMERKEN ........................................................................................................................................................55
3. BEGELEIDING ......................................................................................................................................................61
HOOFDSTUK 7: COÖRDINATIESTOORNISSEN
1. INLEIDING ...........................................................................................................................................................64
2. KENMERKEN ........................................................................................................................................................64
3. DIAGNOSTIEK ......................................................................................................................................................66
4. BEGELEIDING ......................................................................................................................................................67
HOOFDSTUK 8: TICSTOORNISSEN
1. INLEIDING ...........................................................................................................................................................70
2. KENMERKEN ........................................................................................................................................................70
3. BEGELEIDING ......................................................................................................................................................74




2

, HOOFDSTUK 1
WAT ZIJN ONTWIKKELINGSSTOORNISSEN?
1. TERMINOLOGIE EN AFBAKENING
1.1 DEFINITIE
Een ontwikkelingsstoornis is een neurobiologische stoornis die in de (vroege)
ontwikkelingsperiode tot uiting komt, die gekenmerkt wordt door ontwikkelingsachterstanden
op een of meerdere functiedomeinen en die levenslang beperkingen veroorzaakt in het
persoonlijke, sociale, schoolse of beroepsmatige functioneren.

▪ neurobiologische stoornis; oorsprong in de hersenontwikkeling vanaf de geboorte
▪ vroege ontwikkelingsperiode; symptomen zijn al vroeg zichtbaar
▪ ontwikkelingsachterstanden; ontwikkelingsstoornis belemmert de ontwikkeling
▪ levenslange beperkingen; levenslange stoornis


1.2 SOORTEN
VERSTANDELIJKE BEPERKINGEN
Tekorten in algemene cognitieve functies zoals redeneren, problemen oplossen en abstract
denken, die zorgen voor problemen in het aanpassingsvermogen.
▪ verstandelijke ontwikkelingsstoornis
▪ globale ontwikkelingsachterstand

COMMUNICATIESTOORNISSEN
Verstoorde ontwikkeling van taal, spraak en/of sociale communicatie.
▪ taal(ontwikkelings)stoornis
▪ spraakklankstoornis
▪ ontwikkelingsstotteren
▪ sociale (pragmatische) communicatiestoornis

AUTISMESPECTRUMSTOORNISSEN (ASS)
Overkoepelende term voor alle stoornissen binnen het autismespectrum aan te duiden.

AANDACHTSDEFICIËNTIE-/HYPERACTIVITEITSSTOORNIS (ADHD)
Stoornissen in aandacht en/of hyperactiviteit en impulsiviteit.

(SPECIFIEKE) LEERSTOORNISSEN
Tekorten in het leren van de basale schoolse vaardigheden zoals lezen, spellen en/of rekenen.
▪ dyslexie
▪ dysorthografie
▪ dyscalculie
▪ NLD

MOTORISCHE ONTWIKKELINGSSTOORNISSEN
▪ coördinatieontwikkelingsstoornis (DCD)
▪ ticstoornissen
▪ stereotiepe – bewegingsstoornis
3

,Binnen sommige ontwikkelingsstoornissen wordt er verder een opdeling gemaakt in een aantal
subgroepen op basis van verschillen in de verschijningsvorm.
Bvb. ADHD; gecombineerd type –onoplettend type – hyperactief-impulsief type

Over deze subtypes hangt nog wat discussie;
▪ de variaties binnen een ontwikkelingsstoornis hebben meestal dezelfde onderliggende
oorzakelijke factoren
▪ de term subtype is te sterk categoriaal en gaat voorbij aan de huidige meer dimensionele
benadering van ontwikkelingsstoornissen
▪ gedragskenmerken van een stoornis bij een bepaalde persoon kunnen veranderen doorheen
de tijd; dynamisch ipv statisch

We gebruiken nu ‘fenotype’ om te verwijzen naar de mogelijke subgroepen.


1.3 CRITERIA STOORNIS
(1) significant meer problemen dan gemiddeld
Een ontwikkelingsstoornis wordt dimensioneel beschouwd.
Elke menselijke dimensie loopt op een continuüm van minimaal tot maximaal aanwezig.
(2) op verschillende dimensies
Je moet op meerdere, verschillende dimensies kenmerken vertonen.
(3) problemen zijn hardbekkig/persistent
Ze zijn niet tijdelijk, maar houden gedurende langere tijd aan.
Het verdwijnt niet zomaar van de ene op de andere dag; hardnekkigheidscriterium.
(4) problemen zijn pervasief
De symptomen zijn aanwezig in verschillende contexten en zijn niet gebonden aan
omgevingsfactoren.
(5) niet leeftijdsadequaat
De gedragingen moeten significant afwijken van wat passend is voor een bepaalde leeftijd.
(6) significante belemmering
De problemen moeten een hinder vormen voor de persoon in zijn dagelijks leven.




1.4 SECUNDAIRE KENMERKEN
primaire kenmerken: de kernsymptomen van de stoornis, de kenmerken die minimaal
aanwezig moeten zijn om de diagnose te kunnen stellen (diagnostische kenmerken)

secundaire kenmerken: kenmerken die niet specifiek zijn voor de stoornis, die geen
kernsymptomen zijn, maar het gevolg zijn van de primaire symptomen van een stoornis

Secundaire gedragskenmerken kunnen ontstaan wanneer een ontwikkelingsstoornis niet tijdig
wordt herkend of wanneer de persoon zelf en/of zijn omgeving er niet adequaat mee omgaan.


4

,gemeenschappelijke gevolgen van een ontwikkelingsstoornis op psychosociaal vlak;
▪ faalervaringen
▪ grote frustraties, schaamtegevoelens en demotivatie
▪ laag zelfbeeld
▪ inadequate attributiestijl (groter risico op fixed mindset)
▪ faalangstig

faalangst: de angst om beoordeeld te worden omwille van de angst om te mislukken, en komt
tot uiting in het blokkeren bij of het ontwijken van situaties waarin men een prestatie moet
leveren

actief faalangstig: extra hard werken en hun best doen om op die manier de kans op mislukken
te minimaliseren
passief faalangstig: proberen angst te verminderen door zo weinig mogelijk met de
beangstigende situatie geconfronteerd te worden, wat tot uiting komt in uitstel – en
ontwijkgedrag

internaliserende problemen: problemen die naar binnen gericht zijn en waar vooral het kind
zelf last van heeft
externaliserende problemen: problemen die naar buiten gericht zijn en die vooral voor de
omgeving storend zijn

Kinderen met een ontwikkelingsstoornis vertonen ook vaker leerproblemen.
Bij een leerstoornis vormen deze de kernsymptomen, maar ze kunnen ook het gevolg zijn van
aandachts – en concentratiemoeilijkheden, het niet begrijpen van opdrachten, een negatief
zelfbeeld of verminderde motivatie.
gevolgen; groter risico op zittenblijven, schoolmoeheid, schooluitval of een lager diploma

Kinderen met een ontwikkelingsstoornis lopen groter risico op afwijzing door leeftijdsgenoten.
ADHD; kan te druk of wild ervaren worden
motorische problemen; wordt minder gekozen door zijn onhandigheid

Vaak ontstaan er ook negatieve interacties met volwassenen.
Dit doordat het kind niet goed begrepen wordt door ouders, leerkrachten of begeleiders.

Deze 2 negatieve interacties kunnen leiden tot participatieproblemen.

De omgeving kan een belangrijke rol spelen in het verhogen van het sociaal – emotioneel
welbevinden van kinderen door de basale psychologische behoeften aan autonomie,
competentiebeleving en verbondenheid te helpen vervullen.
Bvb. het creëren van een stimulerende omgeving waarin kinderen zelf keuzes mogen maken of
betrokken worden in beslissingen, waarin ze succeservaringen kunnen opdoen en zich
aanvaard, geliefd en ondersteund voelen (psycho – educatie)



2. DENKKADERS
bio – ecologische visie: BEM – model (ontstaan)
biopsychosociale visie: ICF – model (functioneren)




5

,2.1 BEM – MODEL: VISIE OP ONTSTAAN VAN EEN ONTWIKKELINGSSTOORNIS
BEM: Bio – Ecologisch Multifactorieel – model
Binnen deze visie ontstaat een ontwikkelingsstoornis door een complex samenspel van
verschillende risico – en protectieve factoren (multifactorieel) die zowel in het kind zelf (bio) als
in de omgeving (ecologisch) kunnen liggen.

De verscheidenheid aan factoren wordt zowel teruggevonden op verschillende analyseniveaus
(multilevel) als binnen elk van deze niveaus (multideficit) die met elkaar in wisselwerking staan
(transactioneel).

multilevel model
model dat 4 beïnvloedende analyseniveaus integreert om de ontwikkelingsstoornis te begrijpen;
▪ genen
▪ hersenen
▪ neuropsychologische/cognitieve processen
▪ gedrag
De genen en de hersenen vormen, in combinatie met omgevingsfactoren, het etiologisch
niveau; de biologische basis van het ontstaan van een ontwikkelingsstoornis.
Het neuropsychologisch niveau is de tussenliggende schakel die hersenprocessen omzet in
uiterlijk waarneembaar gedrag.

multideficit model
Model dat ervan uitgaat dat er op elk analyseniveau (genen, hersenen, cognitie en gedrag) en in
de omgeving verschillende problemen kunnen optreden die in onderlinge wisselwerking staan.
Het is de combinatie van alle risico – en beschermende factoren op de verschillende niveaus die bepaalt
of de ontwikkelingsstoornis tot uiting zal komen. (voor ieder verschillend)

transactioneel model
Model dat ervan uit gaat dat de verschillende factoren binnen het kind voortdurend met elkaar
en met de omgeving in interactie staan.




het BEM – model
boven de stippellijn
Visie op het ontstaan (etiologie) van een ontwikkelingsstoornis (in de pre- en perinatale periode). Omgevings –
en/of genetische factoren leiden tot subtiele hersenafwijkingen.
onder de stippellijn
GENETISCH NIVEAU
Visie op het functioneren met een ontwikkelingsstoornis (in de postnatale periode). Afwijkingen in de hersenen
Bij ontwikkelingsstoornissen is er een sterke erfelijkheidsfactor; grote kans op genetische
leiden tot problemen met bepaalde cognities. Deze problemen vormen de basis van kenmerken van de
overdraagbaarheid.
ontwikkelingsstoornis die in het gedrag kunnen worden geobserveerd. De ernst van de stoornis is individueel
verschillend: van weinig kenmerken tot in ernstige mate aanwezig.
6

,Bij het ontstaan van een specifieke ontwikkelingsstoornis zijn verschillende genen betrokken.
--> risico – allelen of kwantitatieve trek – loci

NEUROBIOLOGISCH NIVEAU
De aard van een ontwikkelingsstoornis is te vinden in een atypische hersenontwikkeling.

Er zijn verschillen in de bouw van bepaalde hersengebieden (neuroanatomie), in de werking van
bepaalde hersengebieden (neurofysiologisch) en/of in de werking van bepaalde
neurotransmittersystemen (neurochemie).

factoren die aan de basis kunnen liggen van de verstoorde hersenprocessen;
▪ genetische factoren
▪ prenatale programmering (omgevingsinvloeden die hersenontwikkeling tijdens zwangerschap aantasten)
▪ perinatale factoren (omgevingsinvloeden die hersenontwikkeling tijdens geboorte aantasten)

NEUROPSYCHOLOGISCH NIVEAU
Kinderen met een ontwikkelingsstoornis vertonen problemen met functies zoals executieve
functies, aandacht, fonologisch bewustzijn of visueel – ruimtelijk inzicht.

GEDRAGSNIVEAU
Gaat over de uiterlijk observeerbare kenmerken van de ontwikkelingsstoornis.
Bvb. hyperactiviteit, problemen met lezen en sociale problemen

INTERACTIES MET DE OMGEVING
Omgevingsfactoren kunnen een faciliterende of belemmerende rol spelen in het tot uiting
komen van de neuropsychologische en gedragskenmerken, en dus op de ernst van de stoornis.


2.2 RISICO – EN BESCHERMENDE FACTOREN
risicofactoren: factoren die een negatieve invloed hebben op de ontwikkeling
beschermende factoren: factoren die de invloed van risicofactoren volledig/deels tenietdoen

risicofactoren – ontstaan
Factoren die de kans op het ontstaan van een dergelijke stoornis vergroten.
▪ prenatale biologische factoren; genetische aanleg
▪ prenatale omgevingsfactoren; ongezonde levensstijl mama of maternale ziekten (rubella)
▪ perinatale factoren; prematuriteit, laag geboortegewicht en geboortecomplicaties

risicofactoren – functioneren
Postnatale factoren in de omgeving of in het kind die de aanwezige aanleg versterken en dus de
kans vergroten dat er problemen ontstaan of problemen doen verergeren.

kind – factoren omgevingsfactoren
lagere intelligentie psychische problemen bij ouders
moeilijk temperament inadequate opvoedingsvaardigheden
roken op jonge leeftijd negatieve ouder – kind interacties




7

, beschermende factoren – ontstaan
Pre – en perinatale factoren die de kans op het ontstaan van een dergelijke stoornis verkleinen.
Bvb. extra aandacht besteden aan een gezonde levensstijl tijdens de zwangerschap wanneer er
een familiale belasting is voor bepaalde ontwikkelingsstoornissen

beschermende factoren – functioneren
Postnatale factoren in de omgeving of in het kind die de aanwezige aanleg verzwakken en de
prognose gunstig beïnvloeden.

kind – factoren omgevingsfactoren
hogere intelligentie positief gezinsklimaat
goede emotieregulatie begrip van leerkracht
sterke motivatie sociale steun
positief zelfbeeld




LEERDOELEN HOOFDSTUK 1
de student;
▪ definieert de term ontwikkelingsstoornis en licht daarbij de kernbegrippen uit de definitie
toe
▪ geeft de verschillende ontwikkelingsstoornissen zoals opgenomen in de DSM-5
▪ duidt waarom men spreekt over klinische beelden (DSM-5) of fenotypes i.p.v. subtypes
▪ benoemt de criteria waaraan moet voldaan zijn alvorens te spreken over een
ontwikkelingsstoornis en kan deze kort in eigen woorden toelichten
▪ legt uit wat het verschil is tussen primaire en secundaire (gedrags)kenmerken
▪ legt uit wat vaak voorkomende psychosociale (secundaire) problemen kunnen zijn en
linkt dit aan het belang van context (omgeving) bij ondersteuning
▪ licht toe hoe een ontwikkelingsstoornis ontstaat op basis van het BEM-model
▪ geeft een aantal algemene risico – en protectieve factoren bij ontwikkelingsstoornissen
op niveau van het kind en de omgeving




8

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
13 de mayo de 2026
Número de páginas
77
Escrito en
2025/2026
Tipo
RESUMEN

Temas

$6.05
Accede al documento completo:

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF


Documento también disponible en un lote

Conoce al vendedor

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
mmerel Hogeschool Gent
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
12
Miembro desde
1 año
Número de seguidores
0
Documentos
19
Última venta
1 semana hace

2.5

2 reseñas

5
0
4
1
3
0
2
0
1
1

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes