DIAGNOSTIEK EN RADIOLOGISCHE ANATOMIE
DEEL LABORATORIUMGENEESKUNDE
Examen (20%) = MKV met giscorrectie
H1: Inleiding
1. Wat is klinische biologie?
Volgens Belgisch staatsblad (7-9-1984)
- het geheel van de kennis van laboratoriumtechnieken die ter beschikking
staan van de geneesheer, zowel op het gebied van profylaxe als van
pathologie, om:
- de diagnose te stellen
- een balans op te maken van de werking van een orgaan
- de uitslag van een behandeling te beoordelen
Medisch specialisme
- 1 van de 30 medische specialismen
- Omvat microbiologie, chemie en (laboratorium)hematologie
- Opleiding: 5 jaar
Enorme evolutie in de afgelopen 70 jaar
automatisatie!
- 1957: Eerste 1-kanaals-analyzer (Technicon, Tarrytown, USA): 30
analyses/uur (nu 8000/uur)
- 2024: >20.000 biochemische testen/dag in UZ Leuven
Impact van de vooruitgang in de klinische biologie
+ onmisbaar in de dagelijkse medische praktijk voor preventie, diagnose en
opvolging van patiënten
Budget labo: < 5% van het gezondheidszorg budget in EU en VS, maar
laboratoriumresultaten hebben een impact op ~50% van klinische
beslissingen.
- Onoordeelkundig gebruik leidt tot nutteloze test aanvragen, onnodige kosten,
nutteloze en (zelfs mogelijks schadelijke) bijkomende onderzoeken en
verontrusten van de patiënt
je denkt dus best 2x na vooraleer je een labotest aanvraagt
2. Rol van laboratoriumtesten in het diagnostisch proces
2.1 Het diagnostisch proces
Test en behandelingsdrempel in het diagnostisch proces
Je moet beslissen of een
laboratorium analyse hier
nuttig zou zijn soort
‘drempel’ die overschreden
moet worden
,Het is context gebonden! Je moet een beejte nadenken en op basis daarvan
beslissen of het nodig is
b.v. 65-jarige man met pijn in borstkas sinds 1 uur en Q-waves (ECG) => start
behandeling 13-jarig meisje met branderig gevoel retrosternaal => testen voor
AMI niet nodig
75-jarige vrouw met pijn in borstkas en ST depressie (ECG) => verder testen
noodzakelijk
Wanneer zijn laboratoriumtesten klinisch zinvol?
Het resultaat van de test
moet het beleid van de pt
beïnvloeden, dan pas is het
zinvol
b.v. IgA anti-tTG antistoffen bij patiënt met abdominale klachten om de kans te
bepalen dat deze patiënt celiakie heeft. Op basis hiervan kan beslist worden om
een dundarmbiopsie te doen.
b.v. Bepaling troponine bij een 75-jaar oude vrouw met pijn in de borstkas en ST
depressie om te kijken of ze infarct heeft of onstabiele angor.
Voorbeeld:
Bepaling van troponine is nuttig
omdat het resultaat de onzekerheid
dusdanig
vermindert dat dit het beleid van de
patiënt beïnvloedt
b.v. Bepaling troponine bij een 75-jaar oude vrouw met sedert 3 uur pijn in de
borstkas en ST depressie om te kijken of ze infarct heeft of onstabiele angor
Het klinisch zinvol gebruiken van een laboratoriumtest vereist:
- Kennis over de pretest probabiliteit (kans dat patiënt de ziekte heeft op
basis van beschikbare gegevens voordat de laboratoriumtest wordt
gedaan)
- Kennis over de performantie van de laboratoriumtest (sensitiviteit,
specificiteit, likelihood ratio, voorspellende waarde)
- Kennis over de impact van de bekomen posttest probabiliteit op het
beleid
Pretest probabiliteit is functie van:
- De frekwentie van de ziekte
Prevalentie: aantal zieken in een populatie op een gegeven ogenblik
Incidentie: aantal nieuwe zieken in een populatie over een bepaalde
periode
, - De individuele patiënt
Symptomen: b.v. retrosternale pijn uitstralend naar hals en linker
arm
Presentatie: b.v. Q-wave op ECG
Voorgeschiedenis: b.v. vroeger infarct, angor
Risicofactoren: b.v. leeftijd, roken
=> Het rationeel gebruik van laboratoriumtesten is primair een
verantwoordelijkheid van de clinicus-aanvrager.
2.2 Aanvragen van laboratoriumtesten
Wie mag analyses inzake klinische biologie voorschrijven?
Om te mogen worden aangerekend moeten de analyses in zake klinische biologie
zijn voorgeschreven door de zorgverlener die de patiënt in behandeling heeft,
hetzij door:
- een geneesheer in het raam van de algemene of gespecialiseerde
geneeskunde
- een tandarts in het raam van de tandverzorging
- een vroedvrouw in het raam van de verloskundige hulp die tot haar
bevoegdheid behoort
Bijzondere voorwaarden en beperkingen
- De zorgverlener mag het voorschrift voor analyses klinische biologie
slechts na onderzoek van de patiënt opmaken
- De zorgverlener mag geen analyses voorschrijven waarvan hij
onvoldoende kennis bezit of die hij niet correct zou kunnen
interpreteren
- Voor sommige analyses bestaan diagnoseregels die bepalen in welke
omstandigheden de analyse wordt vergoed (ziektebeeld of andere
karakteristieken van de patiënt, een positief resultaat van een andere
analyse, enz). Die gegevens moeten beschikbaar zijn.
= Aanvraag formulier
Rood = test waar diagnose regels geldig
zijn
bv HbA1c mag je enkel aanvragen als de
pt diabetes, mucoviscidose of
pancreatitis heeft
Direct LDL cholesterol: aanrekenbaar
indien patiënt onder behandeling met
cholesterolverlagende medicatie
Hoe schrijf ik de analyses voor?
Hetzij door een positieve lijst van de diverse gevraagde analyses:
- Het moet voor de voorschrijver mogelijk zijn elke gevraagde analyse
positief en afzonderlijk aan te duiden.
, - Het gebruik van omschrijvingen die meerdere verstrekkingen omvatten of
van vakken waarmee verscheidene analyses ineens kunnen worden
gevraagd, is niet toegestaan.
Hetzij door de aanvraag om een klinisch biologisch onderzoek van een
bepaald syndroom (b.v. onverklaarde hypoglycemie) of door
vermelding van het type van de gewenste onderzoeken (b.v. uitsluiten
monoklonale gammopathie)
(=> geneesheer specialist in de klinische biologie)
Het is belangrijk dat de testen individueel aangevraagd worden
Vroeger kon men met 1 kruisje een volledige analyse aanvragen leidde tot
overcompsuptie
3. Diagnostische onzekerheid
Distributie van testresultaten
Blauw: individueen die de aandoening niet hebben
Rood: hebben de aandoening wel
Signaal detectie theorie
Basisprincipe: resultaat in patiënten met de
ziekte verschilt van resultaat bij patiënten
zonder de ziekte
Grijs = overlap van de resultaten resultaten
die je zowel kan terugvinden bij de pt’en als bij
de controlegroep
3.1 Oorzaken onzekerheid
Analytische variatie
- Meerdere metingen op éénzelfde staal leveren
verschillende resultaten op.
- Deze variatie is afhankelijk van het meetprincipe en
de bewaking van de reproduceerbaarheid van de
resultaten door het laboratorium
DEEL LABORATORIUMGENEESKUNDE
Examen (20%) = MKV met giscorrectie
H1: Inleiding
1. Wat is klinische biologie?
Volgens Belgisch staatsblad (7-9-1984)
- het geheel van de kennis van laboratoriumtechnieken die ter beschikking
staan van de geneesheer, zowel op het gebied van profylaxe als van
pathologie, om:
- de diagnose te stellen
- een balans op te maken van de werking van een orgaan
- de uitslag van een behandeling te beoordelen
Medisch specialisme
- 1 van de 30 medische specialismen
- Omvat microbiologie, chemie en (laboratorium)hematologie
- Opleiding: 5 jaar
Enorme evolutie in de afgelopen 70 jaar
automatisatie!
- 1957: Eerste 1-kanaals-analyzer (Technicon, Tarrytown, USA): 30
analyses/uur (nu 8000/uur)
- 2024: >20.000 biochemische testen/dag in UZ Leuven
Impact van de vooruitgang in de klinische biologie
+ onmisbaar in de dagelijkse medische praktijk voor preventie, diagnose en
opvolging van patiënten
Budget labo: < 5% van het gezondheidszorg budget in EU en VS, maar
laboratoriumresultaten hebben een impact op ~50% van klinische
beslissingen.
- Onoordeelkundig gebruik leidt tot nutteloze test aanvragen, onnodige kosten,
nutteloze en (zelfs mogelijks schadelijke) bijkomende onderzoeken en
verontrusten van de patiënt
je denkt dus best 2x na vooraleer je een labotest aanvraagt
2. Rol van laboratoriumtesten in het diagnostisch proces
2.1 Het diagnostisch proces
Test en behandelingsdrempel in het diagnostisch proces
Je moet beslissen of een
laboratorium analyse hier
nuttig zou zijn soort
‘drempel’ die overschreden
moet worden
,Het is context gebonden! Je moet een beejte nadenken en op basis daarvan
beslissen of het nodig is
b.v. 65-jarige man met pijn in borstkas sinds 1 uur en Q-waves (ECG) => start
behandeling 13-jarig meisje met branderig gevoel retrosternaal => testen voor
AMI niet nodig
75-jarige vrouw met pijn in borstkas en ST depressie (ECG) => verder testen
noodzakelijk
Wanneer zijn laboratoriumtesten klinisch zinvol?
Het resultaat van de test
moet het beleid van de pt
beïnvloeden, dan pas is het
zinvol
b.v. IgA anti-tTG antistoffen bij patiënt met abdominale klachten om de kans te
bepalen dat deze patiënt celiakie heeft. Op basis hiervan kan beslist worden om
een dundarmbiopsie te doen.
b.v. Bepaling troponine bij een 75-jaar oude vrouw met pijn in de borstkas en ST
depressie om te kijken of ze infarct heeft of onstabiele angor.
Voorbeeld:
Bepaling van troponine is nuttig
omdat het resultaat de onzekerheid
dusdanig
vermindert dat dit het beleid van de
patiënt beïnvloedt
b.v. Bepaling troponine bij een 75-jaar oude vrouw met sedert 3 uur pijn in de
borstkas en ST depressie om te kijken of ze infarct heeft of onstabiele angor
Het klinisch zinvol gebruiken van een laboratoriumtest vereist:
- Kennis over de pretest probabiliteit (kans dat patiënt de ziekte heeft op
basis van beschikbare gegevens voordat de laboratoriumtest wordt
gedaan)
- Kennis over de performantie van de laboratoriumtest (sensitiviteit,
specificiteit, likelihood ratio, voorspellende waarde)
- Kennis over de impact van de bekomen posttest probabiliteit op het
beleid
Pretest probabiliteit is functie van:
- De frekwentie van de ziekte
Prevalentie: aantal zieken in een populatie op een gegeven ogenblik
Incidentie: aantal nieuwe zieken in een populatie over een bepaalde
periode
, - De individuele patiënt
Symptomen: b.v. retrosternale pijn uitstralend naar hals en linker
arm
Presentatie: b.v. Q-wave op ECG
Voorgeschiedenis: b.v. vroeger infarct, angor
Risicofactoren: b.v. leeftijd, roken
=> Het rationeel gebruik van laboratoriumtesten is primair een
verantwoordelijkheid van de clinicus-aanvrager.
2.2 Aanvragen van laboratoriumtesten
Wie mag analyses inzake klinische biologie voorschrijven?
Om te mogen worden aangerekend moeten de analyses in zake klinische biologie
zijn voorgeschreven door de zorgverlener die de patiënt in behandeling heeft,
hetzij door:
- een geneesheer in het raam van de algemene of gespecialiseerde
geneeskunde
- een tandarts in het raam van de tandverzorging
- een vroedvrouw in het raam van de verloskundige hulp die tot haar
bevoegdheid behoort
Bijzondere voorwaarden en beperkingen
- De zorgverlener mag het voorschrift voor analyses klinische biologie
slechts na onderzoek van de patiënt opmaken
- De zorgverlener mag geen analyses voorschrijven waarvan hij
onvoldoende kennis bezit of die hij niet correct zou kunnen
interpreteren
- Voor sommige analyses bestaan diagnoseregels die bepalen in welke
omstandigheden de analyse wordt vergoed (ziektebeeld of andere
karakteristieken van de patiënt, een positief resultaat van een andere
analyse, enz). Die gegevens moeten beschikbaar zijn.
= Aanvraag formulier
Rood = test waar diagnose regels geldig
zijn
bv HbA1c mag je enkel aanvragen als de
pt diabetes, mucoviscidose of
pancreatitis heeft
Direct LDL cholesterol: aanrekenbaar
indien patiënt onder behandeling met
cholesterolverlagende medicatie
Hoe schrijf ik de analyses voor?
Hetzij door een positieve lijst van de diverse gevraagde analyses:
- Het moet voor de voorschrijver mogelijk zijn elke gevraagde analyse
positief en afzonderlijk aan te duiden.
, - Het gebruik van omschrijvingen die meerdere verstrekkingen omvatten of
van vakken waarmee verscheidene analyses ineens kunnen worden
gevraagd, is niet toegestaan.
Hetzij door de aanvraag om een klinisch biologisch onderzoek van een
bepaald syndroom (b.v. onverklaarde hypoglycemie) of door
vermelding van het type van de gewenste onderzoeken (b.v. uitsluiten
monoklonale gammopathie)
(=> geneesheer specialist in de klinische biologie)
Het is belangrijk dat de testen individueel aangevraagd worden
Vroeger kon men met 1 kruisje een volledige analyse aanvragen leidde tot
overcompsuptie
3. Diagnostische onzekerheid
Distributie van testresultaten
Blauw: individueen die de aandoening niet hebben
Rood: hebben de aandoening wel
Signaal detectie theorie
Basisprincipe: resultaat in patiënten met de
ziekte verschilt van resultaat bij patiënten
zonder de ziekte
Grijs = overlap van de resultaten resultaten
die je zowel kan terugvinden bij de pt’en als bij
de controlegroep
3.1 Oorzaken onzekerheid
Analytische variatie
- Meerdere metingen op éénzelfde staal leveren
verschillende resultaten op.
- Deze variatie is afhankelijk van het meetprincipe en
de bewaking van de reproduceerbaarheid van de
resultaten door het laboratorium