DEEL I : BEGRIP EN BEGINSELEN VAN HET JEUGDRECHT
DEEL II : KORTE HISTORIEK
1. Voor de Wet van 15 mei 1912
2. De Wet van 15 mei 1912
3. De Wet van 8 april 1965
4. Staatshervormingen
4.1. Staatshervorming van 1980
4.2. Staatshervorming van 1988
4.3. Staatshervorming van 2014
5. Evolutie in de wetgeving van de Vlaamse Gemeenschap
5.1. Het Decreet van 27 juni 1985
5.2. Het Decreet van 28 maart 1990
5.3. Vier april 1990 het Decreet Bijzondere Jeugdbijstand.
5.4. Het Decreet Integrale Jeugdhulp en het Decreet rechtspositie van de
minderjarige in de integrale jeugdhulp van 7 mei 2004 (Decreet RM)
5.5. Het Decreet Bijzondere Jeugdbijstand van 7 maart 2008
5.6. Decreet Integrale Jeugdhulp van 12 juli 2013 (Decreet IJH) gestemd
5.7. Uitbreidingswerven
5.8. Decreet betreffende het Jeugddelinquentierecht (2014)
6. Evolutie in de federale wetgeving
6.1. De Wet van 2 februari 1994
6.2. De Wet van 1 maart 2002
6.3. Wet van 4 mei 2006
1
, DEEL III : JEUGDHULPRECHT (Decreet IJH)
1. Vier uitbreidingswerven
1.1. Werf 1: Uitbreiding van de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp (RTJ)
1.2. Werf 2: Zorggarantie voor jonge kinderen die uithuisgeplaatst moeten worden
1.3. Werf 3: Actieplan jongvolwassenen
1.4. Werf 4: Opvang en begeleiding van delinquente jongeren en jongeren in
complexe situaties (meer mogelijkheden door Decreet Jeugddelinquentierecht –
zie verder)
2. Hoofdstuk 1: Vrijwillige jeugdhulp
2.1. Afdeling 1: Rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp (RTJ)
2.2. Afdeling 2: Niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp (NRTJ)
2.2.1. Toegangspoort
2.2.2. Team Indicatiestelling
2.2.3. Team Jeugdhulpregie
2.2.4. Bijzondere situaties
Versnelde indicatiestelling en toewijzing in de Intersectorale
Toegangspoort (‘VIST’)
Rechtstreekse toegang tot de intersectorale Toegangspoort
2.3. Afdeling 3: Crisisjeugdhulp
3. Hoofdstuk 2: Gemandateerde jeugdhulp in verontrustende situaties
3.1. Afdeling 1: Ondersteuningscentrum Jeugdzorg (OCJ)
3.1.1. Consult
3.1.2. Verontrustende situaties onderzoeken
3.1.3. Waarborg aan magistraten
3.1.4. Doorverwijzen
3.2. Afdeling 2: Vertrouwenscentrum Kindermishandeling (VK)
4. Hoofdstuk 3 : Gerechtelijke jeugdhulp in verontrustende situaties (VOS)
4.1. Afdeling 1: Jeugdhulpmaatregelen
4.1.1. Algemene jeugdhulpmaatregelen
4.1.2. Jeugdhulpmaatregelen bij hoogdringendheid
4.2. Afdeling 2: Procedure
4.3. Afdeling 3: Uitvoering
2
DEEL II : KORTE HISTORIEK
1. Voor de Wet van 15 mei 1912
2. De Wet van 15 mei 1912
3. De Wet van 8 april 1965
4. Staatshervormingen
4.1. Staatshervorming van 1980
4.2. Staatshervorming van 1988
4.3. Staatshervorming van 2014
5. Evolutie in de wetgeving van de Vlaamse Gemeenschap
5.1. Het Decreet van 27 juni 1985
5.2. Het Decreet van 28 maart 1990
5.3. Vier april 1990 het Decreet Bijzondere Jeugdbijstand.
5.4. Het Decreet Integrale Jeugdhulp en het Decreet rechtspositie van de
minderjarige in de integrale jeugdhulp van 7 mei 2004 (Decreet RM)
5.5. Het Decreet Bijzondere Jeugdbijstand van 7 maart 2008
5.6. Decreet Integrale Jeugdhulp van 12 juli 2013 (Decreet IJH) gestemd
5.7. Uitbreidingswerven
5.8. Decreet betreffende het Jeugddelinquentierecht (2014)
6. Evolutie in de federale wetgeving
6.1. De Wet van 2 februari 1994
6.2. De Wet van 1 maart 2002
6.3. Wet van 4 mei 2006
1
, DEEL III : JEUGDHULPRECHT (Decreet IJH)
1. Vier uitbreidingswerven
1.1. Werf 1: Uitbreiding van de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp (RTJ)
1.2. Werf 2: Zorggarantie voor jonge kinderen die uithuisgeplaatst moeten worden
1.3. Werf 3: Actieplan jongvolwassenen
1.4. Werf 4: Opvang en begeleiding van delinquente jongeren en jongeren in
complexe situaties (meer mogelijkheden door Decreet Jeugddelinquentierecht –
zie verder)
2. Hoofdstuk 1: Vrijwillige jeugdhulp
2.1. Afdeling 1: Rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp (RTJ)
2.2. Afdeling 2: Niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp (NRTJ)
2.2.1. Toegangspoort
2.2.2. Team Indicatiestelling
2.2.3. Team Jeugdhulpregie
2.2.4. Bijzondere situaties
Versnelde indicatiestelling en toewijzing in de Intersectorale
Toegangspoort (‘VIST’)
Rechtstreekse toegang tot de intersectorale Toegangspoort
2.3. Afdeling 3: Crisisjeugdhulp
3. Hoofdstuk 2: Gemandateerde jeugdhulp in verontrustende situaties
3.1. Afdeling 1: Ondersteuningscentrum Jeugdzorg (OCJ)
3.1.1. Consult
3.1.2. Verontrustende situaties onderzoeken
3.1.3. Waarborg aan magistraten
3.1.4. Doorverwijzen
3.2. Afdeling 2: Vertrouwenscentrum Kindermishandeling (VK)
4. Hoofdstuk 3 : Gerechtelijke jeugdhulp in verontrustende situaties (VOS)
4.1. Afdeling 1: Jeugdhulpmaatregelen
4.1.1. Algemene jeugdhulpmaatregelen
4.1.2. Jeugdhulpmaatregelen bij hoogdringendheid
4.2. Afdeling 2: Procedure
4.3. Afdeling 3: Uitvoering
2