Doelstellingen pedagogie
Thema 4
HC 19
• Verschillende niveaus in professioneel handelen in gezinsvervangende settings en in
het werken met vluchtelingen beschrijven
• Concrete voorbeelden van professioneel handelen op verschillende niveaus
identificeren in een gegeven beschrijving
• Concrete voorbeelden geven van professioneel handelen op verschillende niveaus
• Het begrip leefklimaat uitleggen (componenten, pedagogische uitgangspunten,
werkzame factoren)
• Het belang van leefklimaat toelichten
• Verschillen tussen een open en gesloten leefklimaat opsommen
• De zelfdeterminatietheorie (ZDT) als basis voor leefklimaat verduidelijken
• Kritische bedenkingen formuleren bij de actuele invulling van professioneel handelen
HC 20
/
HC 21
• In grote lijnen de historiek van het buitengewoon onderwijs kunnen vertellen : van
waar komt de aparte zorg voor kinderen met een beperking ?
• Een visie op het buitengewoon onderwijs kunnen formuleren en de verschillen
kennen met het reguliere onderwijs
• De specificiteit van de types in het BuBaO kunnen aangeven.
• De finaliteit van de vier opleidingsvormen in het buso kennen
• de mogelijkheid tot huisonderwijs kennen
• de noodzaak tot een toelatingsprocedure tot het Bu.O. begrijpen, en kunnen
uitleggen hoe dit in zijn werk gaat
HC22
• Het verschil tussen leren in ruime zin en in enge zin uitleggen.
• Uitleggen wat wordt verstaan onder primaire en secundaire leerproblemen. Je kan
ook het verschil tussen beide duiden.
• De discussie rond omschrijving en definiëring van leerstoornissen bespreken.
• De eigenheid van de problematiek van dyslexie en dyscalculie bespreken aan de
hand van kenmerken en aspecten van definiëring.
• Uitleggen waarom dyslexie meer is dan een probleem in de taalles op school.
• De zoektocht naar de oorzaken van leerstoornissen beschrijven.
• De kernelementen bespreken van diagnostiek bij leerstoornissen.
• De aanpak van leerstoornissen op mesoniveau bespreken en kan je kan het verschil
in aanpak tussen microniveau en mesoniveau duiden.
• Linken leggen tussen de aanpak van leerstoornissen en het SRW-huisje.
• Kritische bedenkingen formuleren bij de rol van een SRW’er m.b.t. leerstoornissen.
, HC23
Deel 1:
• ADHD vanuit neuro(psycho)logisch oogpunt beschrijven
• De diagnostische criteria van ADHD benoemen en uitleggen
• De prevalentie van ADHD duiden
• De comorbiditeit van ADHD bespreken
• Verschillen tussen ADHD en gedragsstoornissen benoemen en toelichten
• Kritische bedenkingen bij de diagnostische criteria van ADHD formuleren
• Aandachtspunten in hulpverlening bij ADHD benoemen en uitleggen
Deel 2:
• de evolutie van hoogbegaafdheid situeren in de geschiedenis.
• uitleggen waarom hoogbegaafdheid meer is dan intelligent zijn.
• de aspecten van het zijnsluik van Kieboom benoemen en uitleggen.
• kritisch kijken naar (en voor- en nadelen opsommen van) maatregelen op schools
vlak (versnellen, differentiëren, kangoeroeklas).
• belangrijke houdingsvoorwaarden in het begeleiden van hoogbegaafde jongeren
omschrijven.
• het verschil duiden tussen de growth en fixed mindset zoals beschreven door Carol
Dweck.
• essentiële opvoedingsprincipes benoemen die van belang zijn bij jongeren die
hoogbegaafd zijn.
Seminarie 14
• Je kan vrije tijd historisch kaderen
• Je kan het hedendaags doel van vrije tijd toelichten
• Je kan belangrijke aspecten benoemen die vrije tijd verschillend maken voor
kinderen en jongeren
• Je kan een gepast vrijetijdsaanbod uitzoeken voor een gegeven casus
• Je kan adviezen uitreiken om binnen een context ondersteuning op maat aan te
bieden
• Je kan kritisch reflecteren over vrije tijd en participatief werken in het werkveld
Thema 5
HC 24
• Leert kijken naar het M-decreet als een vertaling van inclusief onderwijs op
macroniveau.
• Kan het verschil in visie duiden tussen het M-decreet en de vroegere GON-
begeleiding.
• Ziet m.b.t. het M-decreet de samenhang tussen uiteenlopende factoren op micro-,
meso- en macroniveau die kunnen leiden tot een complexe opvoedingssituatie.
• Kan mogelijkheden en beperkingen m.b.t. het M-decreet benoemen en
beargumenteren.
• Kan genuanceerde onderbouwde gedachten formuleren m.b.t. het M-decreet.
• Kan uitspraken i.v.m. het M-decreet beoordelen en beargumenteren.
• Kan de begrippen m.b.t. het M-decreet beschrijven en verduidelijken.
Thema 4
HC 19
• Verschillende niveaus in professioneel handelen in gezinsvervangende settings en in
het werken met vluchtelingen beschrijven
• Concrete voorbeelden van professioneel handelen op verschillende niveaus
identificeren in een gegeven beschrijving
• Concrete voorbeelden geven van professioneel handelen op verschillende niveaus
• Het begrip leefklimaat uitleggen (componenten, pedagogische uitgangspunten,
werkzame factoren)
• Het belang van leefklimaat toelichten
• Verschillen tussen een open en gesloten leefklimaat opsommen
• De zelfdeterminatietheorie (ZDT) als basis voor leefklimaat verduidelijken
• Kritische bedenkingen formuleren bij de actuele invulling van professioneel handelen
HC 20
/
HC 21
• In grote lijnen de historiek van het buitengewoon onderwijs kunnen vertellen : van
waar komt de aparte zorg voor kinderen met een beperking ?
• Een visie op het buitengewoon onderwijs kunnen formuleren en de verschillen
kennen met het reguliere onderwijs
• De specificiteit van de types in het BuBaO kunnen aangeven.
• De finaliteit van de vier opleidingsvormen in het buso kennen
• de mogelijkheid tot huisonderwijs kennen
• de noodzaak tot een toelatingsprocedure tot het Bu.O. begrijpen, en kunnen
uitleggen hoe dit in zijn werk gaat
HC22
• Het verschil tussen leren in ruime zin en in enge zin uitleggen.
• Uitleggen wat wordt verstaan onder primaire en secundaire leerproblemen. Je kan
ook het verschil tussen beide duiden.
• De discussie rond omschrijving en definiëring van leerstoornissen bespreken.
• De eigenheid van de problematiek van dyslexie en dyscalculie bespreken aan de
hand van kenmerken en aspecten van definiëring.
• Uitleggen waarom dyslexie meer is dan een probleem in de taalles op school.
• De zoektocht naar de oorzaken van leerstoornissen beschrijven.
• De kernelementen bespreken van diagnostiek bij leerstoornissen.
• De aanpak van leerstoornissen op mesoniveau bespreken en kan je kan het verschil
in aanpak tussen microniveau en mesoniveau duiden.
• Linken leggen tussen de aanpak van leerstoornissen en het SRW-huisje.
• Kritische bedenkingen formuleren bij de rol van een SRW’er m.b.t. leerstoornissen.
, HC23
Deel 1:
• ADHD vanuit neuro(psycho)logisch oogpunt beschrijven
• De diagnostische criteria van ADHD benoemen en uitleggen
• De prevalentie van ADHD duiden
• De comorbiditeit van ADHD bespreken
• Verschillen tussen ADHD en gedragsstoornissen benoemen en toelichten
• Kritische bedenkingen bij de diagnostische criteria van ADHD formuleren
• Aandachtspunten in hulpverlening bij ADHD benoemen en uitleggen
Deel 2:
• de evolutie van hoogbegaafdheid situeren in de geschiedenis.
• uitleggen waarom hoogbegaafdheid meer is dan intelligent zijn.
• de aspecten van het zijnsluik van Kieboom benoemen en uitleggen.
• kritisch kijken naar (en voor- en nadelen opsommen van) maatregelen op schools
vlak (versnellen, differentiëren, kangoeroeklas).
• belangrijke houdingsvoorwaarden in het begeleiden van hoogbegaafde jongeren
omschrijven.
• het verschil duiden tussen de growth en fixed mindset zoals beschreven door Carol
Dweck.
• essentiële opvoedingsprincipes benoemen die van belang zijn bij jongeren die
hoogbegaafd zijn.
Seminarie 14
• Je kan vrije tijd historisch kaderen
• Je kan het hedendaags doel van vrije tijd toelichten
• Je kan belangrijke aspecten benoemen die vrije tijd verschillend maken voor
kinderen en jongeren
• Je kan een gepast vrijetijdsaanbod uitzoeken voor een gegeven casus
• Je kan adviezen uitreiken om binnen een context ondersteuning op maat aan te
bieden
• Je kan kritisch reflecteren over vrije tijd en participatief werken in het werkveld
Thema 5
HC 24
• Leert kijken naar het M-decreet als een vertaling van inclusief onderwijs op
macroniveau.
• Kan het verschil in visie duiden tussen het M-decreet en de vroegere GON-
begeleiding.
• Ziet m.b.t. het M-decreet de samenhang tussen uiteenlopende factoren op micro-,
meso- en macroniveau die kunnen leiden tot een complexe opvoedingssituatie.
• Kan mogelijkheden en beperkingen m.b.t. het M-decreet benoemen en
beargumenteren.
• Kan genuanceerde onderbouwde gedachten formuleren m.b.t. het M-decreet.
• Kan uitspraken i.v.m. het M-decreet beoordelen en beargumenteren.
• Kan de begrippen m.b.t. het M-decreet beschrijven en verduidelijken.