Toegepaste psychologie 2025-2026
Hogenschool Pxl
1
, Module 1: inleiding
Statistiek in onderzoek
Onderzoek = uitspraken trachten te doen over de werkelijkheid
• Wetenschappelijk onderzoek = een doelgericht proces, op een systematische manier betrouwbare en
valide gegevens/ data verzamelen en analyseren.
• Psychologisch onderzoek = kennis genereren over de psychologische werkelijkheid.
Empirische cyclus
Empirische cyclus: fases van het onderzoek.
1. Fase 1: Probleemstelling en onderzoekvragen.
= probleem identificeren en vraag/ vragen formuleren.
2. Fase 2: Literatuurstudie.
3. Fase 3: Onderzoek ontwerp.
= plan van aanpak opstellen.
4. Fase 4: Dataverzameling.
5. Fase 5: Data-analyse.
6. Fase 6: Rapporteren.
= resultaten en inzichten communiceren.
! Een staticus heeft een grote invloed op het onderzoek!
Statistiek
Statistiek = wetenschap ven het verzamelen, classificeren, samenvatten, organiseren, analyseren,
interpreteren en rapporteren van onderzoeksgegevens.
Doel: algemeen geldige uitspraken doen over wetmatigheden in de steekproef of populatie op basis van
waarnemingen.
• Populatie = geheel van individuen waarover er een uitspraak gedaan wordt (over wie of wat wil ik
iets zeggen?).
• Steekproef = een representatieve selectie van de individuen uit de populatie die onderzoekt worden.
Verschil tussen beschrijvende en inductieve statistiek:
• Beschrijvende statistiek = je maakt een uitspraak over de groep die je onderzoekt hebt (=
steekproef).
• Inductieve statistiek = je maakt een uitspraak over de hele populatie.
Waarom krijg ik statistiek?
2
, Statistiek is essentieel voor het begrijpen van psychologisch onderzoek.
Statistiek is dus belangrijk binnen de opleiding ‘toegepaste psychologie’ want:
• Een onderzoekende houding is belangrijk.
• Legt basis voor andere vakken.
• Komt voor in inleiding tot de psychodiagnostiek.
• Bereid je voor op eventuele vervolgopleidingen.
Statistiek in het beroepsprakrijk van een psychologisch consulent:
• Psychometrie = begrijpen van handleidingen van psychometrische testen.
• Het begrijpen en beoordelen van psychologische onderzoek.
• Het zelf uitvoeren van onderzoek.
• ...
basiselementen uit de datamatrix
Basiselementen
Basiselementen:
• Data matrix = spreadsheet waarin per onderzoekseenheid alle kenmerken als afzonderlijke variabele
worden beschreven.
• Onderzoekseenheid = over wie of wat je een uitspraak wilt doen (staan in rijen/ horizontaal).
• Variabelen = kenmerk van onderzoekseenheid die je onderzoekt (staan in kollommen/ verticaal).
• (Meet) waarden = getallen/ data die verzameld wordt als resultaat (staan in cellen).
→ Berekenen: aantal variabelen. Aantal onderzoekseenheden.
→ Waarden = specifieke getallen/ categorieën die variabelen kan aannemen.
→ Missing value = de meetwaarden die vermist is, minder of niet aanwezig is of niet van toepassing
is.
→ Numeriek of woordelijk uitgedrukt (voor dataverwerking worden woordelijk meetwaarden aan
numerieke waarden gekoppeld = value label).
Soorten variabele
Waarden
Kwalitatieve variabele = categorische variabele.
Kwantitatieve variabele = numerieke waarden, waarmee je zinvol kan rekenen.
• Discrete variabele = kunnen alleen bepaalde/ hele waarden zijn.
• Continue variabele = alle waarden mogelijk.
Meetniveau
Nominale variabele = kwalitatief en kan je niet ordenen.
Ordinale variabele = kwalitatief en kan je ordenen.
Interval variabele = kwantitatief, kan je ordenen en heeft een vaste meeteenheid.
3