Hoofdstuk 1 – Nieuwe autoriteit
Wanneer we willen verbinden met leerlingen botsen we soms op grenzen. De
leraar bereikt zijn leerlingen niet helemaal, en omgekeerd de leerkracht is
onbereikbaar voor de leerlingen.
1. TRADITIONELE AUTORITEIT VERSUS NIEUWE AUTORITEIT
Haim Omer (2019) – boek ‘Nieuwe autoriteit’, verbindend gezag voor het
onderwijs.
Doel: opvoeders te helpen een sterke en ondersteunende autoriteit te worden die
gebasseerd is op nabijheid, relaties en gezamelijke verantwoordelijkheid
Vertrekpunten volgens Haim Omer (Nieuwe Autoriteit):
- Er is een trend om leraren, ouders en andere opvoeders te bekritiseren en
zelfs te
veroordelen.
- Vandaag gelden totaal andere verwachtingen van opvoeders (ouders en
leraren)
dan vroeger.
- Er is een toenemende twijfel ten aanzien van elke vorm van autoriteit.
- Er is een toenemende eenzaamheid zowel bij opvoeders (ouders en leraar)
wat zorgt voor een verlies aan autoriteit.
- Er is angst voor kritiek, waardoor opvoeders een defensieve houding
ontwikkelen.
Ouders en leraren zien elkaar als tegenstanders.
- Het leraarschap is een kwetsbaar beroep.
- Veel tuchtmaatregelen zijn afgeschaft en hebben hun legitimiteit verloren.
Paul Verhaeghe (2018) – traditionele autoriteit verdwenen door:
Vroeger: omdat ik het zeg. Nu verwachten lln en ouders uitleg en dialoog.
Ouders ondersteunen schoolgezag minder automatisch
Nu meer opvoeders voor 1 kind dan vroeger. Moeders bleven vroeger
thuis.
2. BASISELEMENTEN VOOR NIEUWE AUTORITEIT
De zes pijlers geven ideeën van welke acties je kan ondernemen om je verzet
tegen ongewenst gedrag sterker te maken.
De drie niveaus van waakzame zorg gaan over hoe sterk ze deze pijlers
inzetten. Hoe groter de ongerustheid, hoe sterker er wordt ingezet op de pijlers.
1
,Verbinden met leerlingen
DE PIJLERS
2.1 AANWEZIGHEID
‘Ik ben aanwezig bij mijn leerlingen. Ik kom tussen wanneer nodig. Dat is mijn plicht.’
Aanwezigheid van de leraar betekent fysiek en mentaal betrokken zijn bij de
leerlingen. Dit houdt in:
Fysiek en mentaal aanwezig: Niet alleen in de klas zijn, maar ook
mentaal betrokken en empathisch luisteren. Dichtbij gaan staan kan
storend gedrag snel temperen.
Persoonlijke aandacht: Elke leerling individueel erkennen en waarderen
versterkt motivatie en de leerkracht-leerlingrelatie.
Zichtbaar in de hele school: Leraren moeten ook buiten de klas
aanwezig zijn (bv. toezicht tijdens pauzes) om een ondersteunende en
veilige leeromgeving te creëren en problematisch gedrag te verminderen.
╔══════════════════════════════════════════════╗
📌 Praktische tips voor leraren
Kies een klasopstelling waarmee je makkelijk bij alle leerlingen kan komen.
Blijf niet te lang vooraan of achter je bureau staan/zitten.
Gebruik rustige fysieke nabijheid om storingen te beperken.
Versterk het wij-gevoel en de samenhorigheid in de klas.
╚══════════════════════════════════════════════╝
2.2 ZELFCONTROLE
‘Ik heb alleen controle over mijn eigen handelen. Controle over anderen (leerlingen, collega’s, ouders…) is een
illusie.’
De Nieuwe Autoriteit draait om zelfbeheersing en verantwoordelijkheid van
de opvoeder, niet om controle en gehoorzaamheid. Een leerkracht die kalm en
professioneel reageert, wint respect. Impulsief en geprovoceerd reageren leidt
juist tot minder respect. Beheers je reacties en gebruik tijd in je voordeel.
Bv. “Ik zie wat jij doet en ik vind dit niet oké. Jij bent nu heel boos. Ik geef jou de tijd om rustig te worden en ik
kom hier na de speeltijd op terug.”
DRIE SLEUTELZINNEN VOOR MEER ZELFBEHEERSING (HAIM OMER, 2019):
1. Smeed het ijzer als het koud is – Wacht met reageren om escalatie te
voorkomen.
2. Je hoeft niet te winnen, alleen vol te houden – Vermijd strijd en blijf rustig
standvastig.
3. Fouten zijn niet te vermijden, maar je kunt ze herstellen – Corrigeer
overhaaste beslissingen om negatieve spiralen te doorbreken.
Het is dus belangrijk om goed te weten van jezelf wat jouw ‘window of tolerance’
is. Wat kan jij aan? Waar liggen jouw grenzen? Wat zorgt ervoor dat je jouw
controle verliest en hoe uit zich dat?
2
,Verbinden met leerlingen
Iedereen heeft dagelijks een zekere spanning of stress nodig om alert te
functioneren. Binnen een “window of tolerance” werken ons verstand en emoties
goed samen. Bij te veel stress neemt het limbisch systeem
(zoogdierenbrein) het over en reageer je reflexmatig met vechten, vluchten of
bevriezen. Dan denk je minder helder, verlies je nuance en focus, en je lichaam
vertoont stressreacties (snelle hartslag, gespannen spieren). Deze oerreacties
zijn nuttig bij echt gevaar, maar kunnen ook optreden zonder reëel risico.
2.3 STEUNNETWERK
‘Ik hoef het niet alleen te doen. Mijn gezag wordt groter als ik handel met de steun van een netwerk van
opvoeders.’
Bij de Nieuwe Autoriteit draait gezag om wederzijdse steun en
samenwerking, niet om dominantie. In plaats van “Jij moet doen wat ik zeg”
geldt “Wij doen wat wij zeggen” (bv. leraar + collega’s, ouders of leerlingen).
Gezag komt uit het netwerk dat de leraar ondersteunt, niet alleen uit hemzelf.
Problemen met een leerling zijn dus een gedeelde verantwoordelijkheid van
het hele schoolteam en opvoedgemeenschap.
2.4 TRANSPARANTIE
‘We praten over hoe het er onder ons toezicht aan toegaat, en leerlingen weten dat we dat doen.’
Transparantie betekent open communiceren over incidenten en acties met
collega’s, ouders en leerlingen. Dit voorkomt dat problemen escaleren, bevordert
gezamenlijke oplossingen en versterkt veiligheid en vertrouwen. Veiligheid gaat
boven privacy: openheid creëert een veilige, gesteunde schoolomgeving.
- Door te zwijgen worden problemen vaak erger
2.5 RELATIE
‘Ik ben er voor al mijn leerlingen. Leerlingen die het moeilijkste gedrag vertonen, hebben mij het meest nodig.’
Een goede relatie tussen leerkracht en leerling is essentieel voor veiligheid,
welzijn en leerprestaties. Als leerlingen zich begrepen, gewaardeerd en
gerespecteerd voelen, groeit hun vertrouwen, motivatie en sociale ontwikkeling.
Dit bevordert open communicatie, samenwerking en een positieve klassensfeer,
en legt een sterke basis voor persoonlijke en academische groei.
- Bewust contact
- Onoorwaardelijke aanvaarding voor wie de leerling is
- Geloven in mogelijkheden van de leerling
- Respect voor autonomie van leerling, recht op eigen keuzes
2.6 VERZET
‘Wij tonen een vastberaden en volgehouden verzet.’
3
, Verbinden met leerlingen
Verzet binnen de Nieuwe Autoriteit betekent dat leerkrachten standvastig en
consequent optreden, zodat regels duidelijk zijn, respect behouden blijft en
leerlingen zich veilig voelen.
- Zelf je acties kiezen
- Pro-actief handelen
- Dreigen, dwingen werkt niet
- Geen machtsstrijd
11 richtlijnen voor het geven van straf in de klas:
1. Probeer eerst positief gedrag te stimuleren.
2. Zorg dat de straf betekenisvol is voor de leerling.
3. Leerling moet begrijpen wat hij fout deed.
4. Straf moet uitvoerbaar zijn.
5. Straf moet in verhouding staan tot het gedrag.
6. Straf volgt snel op het ongewenste gedrag; bepaal niet boos de maat.
7. Straf heeft een duidelijk einde.
8. Straf is voorspelbaar; maak afspraken vooraf.
9. Straf wordt uitgevoerd en is niet afkoopbaar.
10.Straf is consequent.
11.Straf is mild; vermijd overdreven reacties.
Hoofdstuk 2 – diversiteit
1. WAT IS DIVERSITEIT?
Diversiteit omvat alle verschillen en gelijkenissen tussen mensen, zoals
cultuur, gender, leeftijd, mogelijkheden, sociale achtergrond, taal, religie en
persoonlijkheid. Het gaat zowel om unieke kenmerken als gedeelde
eigenschappen en de betekenissen die daaraan worden gegeven.
Diversiteit omvat alle verschillen tussen mensen en benadrukt dat iedereen
de kans moet krijgen om zijn talenten te ontwikkelen, ongeacht achtergrond of
kenmerken.
2. VERSCHILLENDE ASPECTEN VAN DIVERSITEIT
a. Etnische verschillen
b. Culturele verschillen
c. Sociale klasse – armoede
d. Gender en seksuele voorkeur
e. Diverse gezinsvormen
A. ETNISCHE VERSCHILLEN
Etniciteit verwijst naar de gemeenschappelijke afkomst van een groep mensen,
niet alleen tot etnische minderheden. Ook de meerderheid (autochtonen) heeft
een etniciteit. Vaak wordt het begrip verkeerd gebruikt als synoniem voor
“exotisch,” terwijl iedereen een etnische achtergrond heeft.
Mensen die en specifieke gemeenschappelijke afkomst hebben of denken
te hebben.
B. CULTURELE VERSCHILLEN
4