Maatschappelijke domeinen:
- Politiek: bestuur, oorlog en vrede
- Economisch: landbouw, veeteelt, handel en industrie
- Sociaal: organisatie van de samenleving, multiculturaliteit, arm en rijk
- Cultureel: omgeving
Historisch bewustzijn: hedendaags en historische werkelijkheid zijn het gevolg van verandering
en evolutie in die verschillende maatschappelijke domeinen.
1.1 Periodisering
Oudste tijd (…… - ca. 800 v.C.)
Oudheid (ca. 800 v.C. – ca. 500 n.C.)
Middeleeuwen (ca. 500 – ca. 1500)
Nieuwe tijd (ca. 1500 – ca. 1800)
Nieuwste tijd (ca. 1800 – 1945)
Eigen tijd (1945 - ……)
Afkorting circa – ongeveer
De term "circa" (afgekort ca.) wordt gebruikt om aan te geven dat de overgang tussen
historische periodes niet exact is, maar gebaseerd op verschillende gebeurtenissen rond die
tijd.
Het gebruik van "circa" benadrukt dat periodes geleidelijk veranderen en niet overal op hetzelfde
moment beginnen.
Afkorting v.C.
De afkortingen v.C. (voor Christus) en n.C. (na Christus) verwijzen naar gebeurtenissen voor en
na het jaar 1, het jaar van de geboorte van Christus. Er is geen jaar 0. v.C. wordt gebruikt voor
gebeurtenissen vóór het jaar 1, en n.C. alleen als er verwarring kan ontstaan over de
tijdsaanduiding.
Eeuwaanduiding
Een periode van 100 jaar noemen we een eeuw. De eerste eeuw liep van het jaar 1 tot het jaar
100. Het jaar 0 bestaat immers niet. De tweede eeuw begon dus in 101. Eeuwen beginnen dus
met een jaartal dat eindigt op 1 en eindigen op een jaartal dat eindigt op twee nullen.
Bv. 1403 = 15e eeuw
Bv. 1200 = 12de eeuw
Een kenmerkende, maatschappelijke ontwikkeling – revolutie – staat aan de basis van een
nieuwe maatschappijvorm: de agrarische revolutie, de stedelijke revolutie en de industriële
revolutie.
1
,Indeling in maatschappijvormen:
- De nomadische maatschappij: eerste mensen waren ‘nomaden’, trokken rond op zoek
naar eten.
- De agrarische maatschappij: groot deel vd nomaden maakte de overstap naar de
agrarische maatschappij en doet aan landbouw.
- De agrarische – stedelijke maatschappij: groepen mensen vestigen op één plek en
specialiseren zich vaak in beroepen. Grote groep mensen blijft aan landbouw doen.
- De industriële maatschappij: mensen gaan v handenarbeid thuis naar
gespecialiseerde arbeid in fabrieken
- De informatiemaatschappij: het bezit en doorgeven van informatie is een belangrijke
economische, politieke, culturele en sociale activiteit.
Hoofdstuk 1: Oudste tijd/ Prehistorie
Oerknal (13,7 miljard jaar geleden): ontstaan tijd en ruimte.
Prehistorie: ontstaan van de eerste mensachtigen en mensensoorten. (Start vd
geschiedenisboeken).
Periode voor het ontstaan van het schrift = geen geschreven bronnen.
Materiële bronnen: beenderen, werktuigen, ….
Prehistorie: steentijden en metaaltijden
Steentijd
• Periode aangeduid waarin mensen gebruiksvoorwerpen van steen en hout maakten.
• Onderverdeeld in oude steentijd, middensteentijd, neolithicum of late/nieuwe steentijd
(vanaf 8000 v.Chr.)
• Tot die periode: leven mensen als nomaden en jager-verzamelaars.
• Vanaf 8000 v.Chr.: nieuwe samenlevingsvorm, agrarische samenleving.
Metaaltijden
• Koper als eerste metaal
• Sprake van de kopertijd
• Later bronstijd
• Ijzertijd
Belangrijke data uit oudste tijd!!
Tijd van de Egyptenaren
2
,Ontstaan van heelal, aarde en eerste leven
Ontstaan van mens – nomadische samenlevingsvorm
Agrarisch – sedentaire samenlevingsvorm
1. Wat voorafging
1.1 Ontstaan van aarde en heelal
- Heelal is ontstaan door een enorme explosie van een ‘oeratoom’.
- Ontstaan van tijd en ruimte
- Gevolg: materie begon zich te verspreiden
- Heelal zet nog steeds verder uit
Uit het uiteenspattende materiaal van de Oerknal/Big Bang ontstonden de sterren, waaronder
de zon.
Ontstaan aarde: rond de zon slingerden gassen en vaste stoffen die aan mekaar klitten.
Eerste 800 miljoen jaar: geen leven op aarde mogelijk. De aarde was gloeiend heet en koelde
geleidelijk af. Aan de oppervlakte vormde zich de aardkorst.
3
, Ontstaan leven: opgestapelde waterdamp neervallen als regen. Stortbui van 60 000 jaar. Alle
laaggelegen gebieden liepen onder en werden meren of oceanen gevormd. Hierin ontstonden de
eerste levende wezens.
Oorspronkelijk bestond de aarde uit één supercontinent, Pangea.
Viel uiteen en vormden de continenten van vandaag
Aardkorst nog steeds in beweging (aardbevingen en vulkanisme zijn bewijzen)
Continenten blijven ook in beweging
1.2 Het eerste leven
Eencellige organismen -> eerste levensvormen
Vandaag bestaan deze nog steeds bv pantoffeldiertje.
Eencellige evolueerden tot meercellige organismen zoals wormen, kwallen en schelpdieren.
Meercelligen werden vissen, eerste gewervelde dieren. (landplanten ontstonden rond dezelfde
periode).
Volgende grote stap: overgang van water naar land. Tijdens droogteperiodes gingen bepaalde
vissoorten voedsel aan land zoeken.
Vinnen evolueerden tot poten, verloren kieuwen en kregen longen -> amfibieën.
Amfibieën werden reptielen. Dino’s werden meest gevarieerde soort.
Vliegende reptielen evolueerden tot vogels.
Veel later ontwikkelden vogels tot zoogdieren, die na het uitsterven van de dino’s de
kans kregen om sterk toe te nemen en tot nieuwe soorten te ontwikkelen.
De primaten ontwikkelden zich wat later, waarvan de aap, de mensaap en de
mensachtigen afstammen.
Uitsterven van de dino’s => verschillende theorieën, meest aanvaarde:
Enorme meteoriet op de aarde
Inslag leidde tot aardbevingen, overstromingen en een grote stofwolk waardoor er lang
geen zonlicht was.
Door deze zonsverduistering daalde de temperatuur
60% v alle levende wezens stierven uit.
De evolutietheorie
• 1859: Charles Darwin publiceert On the Origin of Species, de basis van de
evolutietheorie.
• Evolutietheorie: Soorten evolueren door genetische variatie, voortplanting en
natuurlijke selectie. Dit proces is nog steeds gaande en wordt bevestigd door DNA.
• Impact: De theorie veranderde het wereldbeeld en weerlegde het scheppingsverhaal.
• Creationisten: Verwerpen de evolutietheorie en geven een religieuze verklaring voor het
bestaan van soorten.
• 1996: Paus Johannes Paulus II erkent de evolutietheorie als meer dan een hypothese,
maar de kerk blijft vasthouden aan het compromis dat de ziel door God is geschapen.
4