EHBO BIJ HET PAARD
Parameters gezond paard (Altijd eerst basisonderzoek)
1) Ademhaling
o normaalwaarde 8-15x per minuut
o Letten op de flankslag
o Luisteren naar bijgeluiden
o Kijken naar de ademhaling
Costo abdominaal = ribben
2) Hart en polsfrequentie
o 25- 45x per minuut
Groot paard = trager
Klein, jong paard =sneller
o Stijgt bij inspanningen, koorts, koliek, pijn
o Kracht van de polsslag
o Arteria facialis (face= gezicht)
o Sportpaard -> regelmatige onregelmatigheid trager als paard
uitademt, sneller bij het inademen (sportpaard)
o Niet normaal -> onregelmatige onregelmatigheid
o Arteria digitalis communis/ Arteria metatarsalis ook mogelijk een
polsslag te voelen maar mag niet duidelijk te voelen zijn anders is er
een mogelijke ontsteking
3) Temperatuur
o 37-38,2 (koorts vanaf 38,5°C)
o Veulens tot 38,5°C en koorts vanaf 39°C
o Stijgt bij arbeid, stress, koliek, ontstekingen
o Daalt bij shock, uitputting, uitdroging
o Hoe te meten:
Thermometer rectaal
Staat naar opzij, NIET OMHOOG
Thermometer parallel tegen de wand houden, niet diagonaal
4) Slijmvliezen
o Zichtbaar in de mond, conjunctiva (ogen), vulva
o Roze, rood: normaal
o Wit: bloedarmoede (bij bloedwormen)
o Paard; shock (nooit heel de mond maar boven de tanden een rand
paars)
o Geel: geelzucht (te veel bilirubine afkomstig uit de lever)
o Paard heeft geen galblaas dus de slijmvliezen kunnen sneller geel
zien
o Cvt = Capillaire vullingstijd
Meten door te duwen op het tandvlees
<1sec = goed
, > 2 sec = iets aan de hand
5) Lymfeknoppen
o Mogen niet opgezet zijn (gezwollen zijn)
o Opgezwollen = ontsteking
o Droes = ziekte die een verettering veroorzaakt op de lymfeknopen
BIJKOMENDE ONDERZOEKEN
1. Huid- haar- hoorn
o Hoef groeit 1 cm per maand, je kan de cm terugtellen door de
ringen op de hoef
o Kwaliteit daalt bij langdurige ziekteprocessen
o Schimmelinfecties -> imaverol
o Bacteriële aandoeningen
o Hoefbevangenheid
2. Bloedonderzoek
o Zegt je veel maar niet alles
o Bepaalde ziektes in de nieren, lever, antistoffen opsporen
o Controle op infectiebeleid (antistoffen)
o Controle van orgaansystemen (nieren, lever)
3. RX (röntgenstralen)
o Voornamelijk beenderen
o Gewrichten
o Inwendige structuren moeilijk bij een paard na te kijken omdat een
paard te groot is
4. CT-scan en MRI- scan
o Doorsneden door alle organen
o Beelden worden verwerkt via computer
o Nadeel: zeer duur
o Vaak anesthesie verijst
5. Echografie
o Geluidsgolven worden door verschillende weefsels op een andere
manier teruggekaatst
o Drachtigheidsdiagnose
o Pees en spierproblemen
o Hartproblemen
o Koliek: darmwand en darminhoud
6. Endoscopie
o Luchtpijp- bronchen -stembanden- slokdarm- maag -darmen-
baarmoeder -gewricht
o Behandeling
OCD: 3 gaatjes maken
, Ovarium operaties: meestal kijkoperaties bij merries
Pismerrie: kisten op de eierstokken, constant plassen en
drummen tegen alles
TOEDIENEN VAN MEDICATIE
Per injectie
o Altijd STERIEL
o Materiaal wegwerpen
IV: Intraveneus (in de ader) -> meestal in de hals, vena
jugularis
IM: intramusculair (in de spieren) -> liefst in de borstspier,
omdat er een mogelijk zwelling kan optreden in de borstspier
geeft men daar een sneetje in en geneest het goed, in de hals
moeilijk om paard te rijden, vocht zakt
Soms in de halsspier
ALTIJD ASPITEREN (om na te kijken dat je niet in een
vene zit)
Bij veulens in de broekspier
Foto met rode driehoek op bruin paard, niet onderaan
de D spuiten want dan is het op de wervels
Driehoek vinden door ene hand voor schouderblad en
ander hand voor de manenkam en zo een driehoek
vormen met de handen.
SC: subcutaan (tussen vel en spieren)
Gemakkelijk
Weinig gevaar
Irritatie
IA: Intra articulair (in het gewricht)
Potentieel gevaarlijk -> alles STERIEL, scheren,
scrubben, ontsmetten
Bij ontstekingen
Per os = per oraal (in de mond)
o Met een spuit
o Op krachtvoer
o Neusslokdarmsonde
Niet in de luchtpijp (olie op longe = verstikkingspneumonie)
Neusslijmvliezen erg kwetsbaar en doorbloed
Alleen de dierenarts mag dat doen
Gevaar tot verstikking
Olie = koliek
Grote hoeveelheden
o Medicatie poederig maken die ze vaker moeten krijgen mengen met
appelmoes of confituur, in een 20CC spuit toedienen
Op de huid (topicaal) of slijmvliezen
o Zalf
o Handschoenen aandoen bij zalven met antibiotica en cortisone
o Tubes proper houden (in doosje houden dat er geen stof opkomt)
, o Niet veel zalf tegelijk, wel goed inmasseren en vaker toepassen
Per inhalatie
o Voor chronische longproblemen
o Voordelen: weinig medicatie nodig, snelle lokale werking in de long
WONDVERZORGING
Vooraf
o Wonde = altijd ernstig nemen en ontsmetten
o Hoe sneller behandelen hoe beter het resultaat
1. De kneuzingen
o Hematoom (bloedblein)
o Door een slag, uitglijden, stoten aan randen
o Zwelling en pijn bloeduitstorting
o Huid intact of beschadigt
o Behandeling: afkoelen > 10 minuten met water, coldpacks, ijsblok
Insmeren met bloedklonter oplossende zalf
Niet onmiddellijk openprikken na het is gebeurd bij een grote
bloedblein
2. De schaafwonde
o De pijnlijkste wonde
o Haar is weg
o Roodverkleuring
o Alleen oppervlakkig deel van de huid is beschadigd
o Behandeling:
Heelt heel gemakkelijk
Eerste keer uitwassen met isobethadine zeep
Daarna alleen deppen met isobethadine waterige oplossing
Wondhelende zalf
3. De snijwonde
o Alle lagen van de huid zijn beschadigd
o Soms kleine wonde
o Grote gevolgen
o Behandeling:
Zo snel mogelijk reinigen, ontsmetten, ernst van de schade
bepalen, dichten
Dichten met draad, nietjes
o De steekwonde
Kleine huidwonde die weer sluit
Diepe wonde in onderliggende weefsels
Veel vuil mee naar binnen: infectierisico’s
Paarden met tetanus sterven altijd (allee spieren staan
constant gespannen, paard sterft door een constante
spanning van de ademhalingsspieren)