Revalidatie lumbosacrale
wervelkolom
LES 1: ALGEMENE INLEIDING; KLINISCH REDEREN, CLASSIFICATIE,
ANAMNESE, KLINISCH ONDERZOEK
STELLINGEN
Lage rugpijn is een ernstige ziekte
Een discus hernia invalideert elke P
Bedrust is de beste oplossing voor rugpijn, zeker bij een discus hernia
Zware fysieke activiteit is de belangrijkste oorzaak van rugklachten
Lage rugpijn is erfelijk
Pijn verminderen is de belangrijkste therapiedoelstelling
De medische diagnose/ classificatie bepaalt wat er bij een P moet gedaan
worden
Technische onderzoeken zoals MRI, CT-scan bepalen de ernst van de
aandoening
Als er artrose aanwezig is, is er weinig aan te doen, zeker niet door de P
De therapeut speelt de centrale rol in de behandeling van de P
9 behandelingen zijn voldoende om een gemiddelde P met lage rugpijn te
behandelen
Massage, electrotherapie is zinloos bij een P met lage rugpijn
Een gemiddelde P met lage rugpijn heeft vooral nut van
mobilisatieoefeningen
COMMUNICATIE
Open luisterhouding
Stellen van vragen: open vs gesloten
Reflecteren
Parafraseren
Bevraging in diepte
Luidop denken
Samenvatten essentiële vaardigheid
Motivationele gespreksvoering
INLEIDING – KLINISCH REDEREN
Kinesitherapeut vs arts
- Kine: kijken naar functionele problematiek
- Arts: medische herkenning
Classificatie, sub-classificatie (subgroepen)
- Patronen kunnen leiden tot bepaalde classificaties
Geen exacte wetenschap
Probabiliteit
Argumentering
1
, Hypothese-gestuurd klinisch redeneren
Patroonherkenning (expert)
CLASSIFICATIE
Patho-anatomisch
Tekens en symptomen Deelaspecten van klinisch redeneren
Prognose
Mechanisme-gebaseerd
Multi-dimenionaal
Multi-dimensionaal mechanisme-gebaseerd:
Identificeren van subgroepen => verhogen van effectiviteit behandeling
gezondheidstoestand van de P is
1 onderdeel die in ons ruim
denkkader zit (Rood). Het
essentiële is dan het groene, dit is
wat wij kunnen evalueren en
optimaal kunnen behandelen.
Maar wij moeten rekening houden
met ziekteleer, met psychosociale
aspecten,..
KINESITHERAPEUTISCH ONDERZOEK
PIJN (FENO-) TYPES
Nociceptieve pijn
- Met ontsteking
- Zonder ontsteking
Neuropathische pijn
Nociplastische pijn
Bijdragende factoren
- Cognitieve/affectieve
- Fysieke/sensori-motorische
2
,PIJNMECHANISM: INPUT-CP-OUTPUT
Conceptueel model van Gifford
Het conceptueel model van Gifford, ook wel bekend als het “Pain Mechanism
Model”, beschrijft pijn als een dynamisch proces met 3 hoofdfasen:
1. input – dit omvat de prikkels die pijn veroorzaken, zoals:
Nociceptief (weefselbeschadiging, met of zonder ontsteking)
Perifeer neurogeen/neuropathisch (zenuwbeschadiging of -
prikkeling)
2. Centrale verwerking – hier wordt de pijn in het centrale zenuwstelsel
verwerkt en beïnvloed door:
Centraal neurogeen/ nociplastisch (veranderingen in het centrale
zenuwstelsel zonder duidelijke weefselschade)
Cognitieve factoren (gedachten, verwachtingen)
Affectieve factoren (emoties, stemming)
3. Output – de reactie van het lichaam op pijn, zoals:
Motorische output (spierspanning, bewegingsverandering)
Autonome output (hartslag, bloeddruk, zweten)
Als je dominante pijn vooral een input is dan kan je een goede revalidatie doen,
maar is de dominante pijn vooral in de output dan is symptoombestrijding
helemaal niet aan de orde. Het is vooral om het motorische te verbeteren.
Het onderscheid tussen intermittende pijn (af en toe optreden) en continue pijn
(constant aanwezig) is belangrijk omdat het kan wijzen op verschillende
onderliggende oorzaken.
Intermittende pijn komt vaak voort uit mechanische factoren, zoals
houding en beweging. Dit betekent dat bepaalde posities of activiteiten de
pijn kunnen verergeren of verlichten.
Continue pijn kan wijzen op ernstigere problematiek, zoals ontsteking,
zenuwbeschadiging of centrale sensitisatie, en is minder afhankelijk van
houding en beweging.
3
, KLACHTENPATROON
Grootste probleem
Andere klachten
Localisatie – kwalieit symptomen
Frequentie – intensiteit symptomen
Symptomengedrag
- Provocatie – reductie
- 24u patroon
Nachtelijke pijn: onderscheid maken of het eerder in het kader is van
ernstige problematiek of eerder dat de P moeite heeft met bepaalde
houdingen.
! kijken na het opstaan als er een probleem is aan de discussen dan is
het 1e half uur heel lastig om te bewegen maar daarna komt het beter.
Maar ook het mechanische component, hoe meer belasting = hoe meer
klachten
TIJDSLIJN – OORZAAK – PROGRESSIE
Start huidige klachten
Waardoor
- Plots – gradueel
- Trauma
- Belasting – belastbaarheid
Progressie
DIVERSEN
Raadplegingen – interventies effect?
Vorige episodes gelijkaardige klachten
Algemene gezondheid rode vlaggen !!
Regiospecifieke vragen
Beroep – hobby – ADL
Familiaal – sociaal
Hulpvraag
VRAGENLIJSTEN
OSWESTRY LBP DISABILITY QUESTIONNAIRE PATIENT SPECIFIC
FUNCTIONING SCALE
Evaluatie op activiteiten niveau
Evidence based handelen
- Betrouwbaarheid
- Valiede
ODI score: /100, PSFS: /30
4
wervelkolom
LES 1: ALGEMENE INLEIDING; KLINISCH REDEREN, CLASSIFICATIE,
ANAMNESE, KLINISCH ONDERZOEK
STELLINGEN
Lage rugpijn is een ernstige ziekte
Een discus hernia invalideert elke P
Bedrust is de beste oplossing voor rugpijn, zeker bij een discus hernia
Zware fysieke activiteit is de belangrijkste oorzaak van rugklachten
Lage rugpijn is erfelijk
Pijn verminderen is de belangrijkste therapiedoelstelling
De medische diagnose/ classificatie bepaalt wat er bij een P moet gedaan
worden
Technische onderzoeken zoals MRI, CT-scan bepalen de ernst van de
aandoening
Als er artrose aanwezig is, is er weinig aan te doen, zeker niet door de P
De therapeut speelt de centrale rol in de behandeling van de P
9 behandelingen zijn voldoende om een gemiddelde P met lage rugpijn te
behandelen
Massage, electrotherapie is zinloos bij een P met lage rugpijn
Een gemiddelde P met lage rugpijn heeft vooral nut van
mobilisatieoefeningen
COMMUNICATIE
Open luisterhouding
Stellen van vragen: open vs gesloten
Reflecteren
Parafraseren
Bevraging in diepte
Luidop denken
Samenvatten essentiële vaardigheid
Motivationele gespreksvoering
INLEIDING – KLINISCH REDEREN
Kinesitherapeut vs arts
- Kine: kijken naar functionele problematiek
- Arts: medische herkenning
Classificatie, sub-classificatie (subgroepen)
- Patronen kunnen leiden tot bepaalde classificaties
Geen exacte wetenschap
Probabiliteit
Argumentering
1
, Hypothese-gestuurd klinisch redeneren
Patroonherkenning (expert)
CLASSIFICATIE
Patho-anatomisch
Tekens en symptomen Deelaspecten van klinisch redeneren
Prognose
Mechanisme-gebaseerd
Multi-dimenionaal
Multi-dimensionaal mechanisme-gebaseerd:
Identificeren van subgroepen => verhogen van effectiviteit behandeling
gezondheidstoestand van de P is
1 onderdeel die in ons ruim
denkkader zit (Rood). Het
essentiële is dan het groene, dit is
wat wij kunnen evalueren en
optimaal kunnen behandelen.
Maar wij moeten rekening houden
met ziekteleer, met psychosociale
aspecten,..
KINESITHERAPEUTISCH ONDERZOEK
PIJN (FENO-) TYPES
Nociceptieve pijn
- Met ontsteking
- Zonder ontsteking
Neuropathische pijn
Nociplastische pijn
Bijdragende factoren
- Cognitieve/affectieve
- Fysieke/sensori-motorische
2
,PIJNMECHANISM: INPUT-CP-OUTPUT
Conceptueel model van Gifford
Het conceptueel model van Gifford, ook wel bekend als het “Pain Mechanism
Model”, beschrijft pijn als een dynamisch proces met 3 hoofdfasen:
1. input – dit omvat de prikkels die pijn veroorzaken, zoals:
Nociceptief (weefselbeschadiging, met of zonder ontsteking)
Perifeer neurogeen/neuropathisch (zenuwbeschadiging of -
prikkeling)
2. Centrale verwerking – hier wordt de pijn in het centrale zenuwstelsel
verwerkt en beïnvloed door:
Centraal neurogeen/ nociplastisch (veranderingen in het centrale
zenuwstelsel zonder duidelijke weefselschade)
Cognitieve factoren (gedachten, verwachtingen)
Affectieve factoren (emoties, stemming)
3. Output – de reactie van het lichaam op pijn, zoals:
Motorische output (spierspanning, bewegingsverandering)
Autonome output (hartslag, bloeddruk, zweten)
Als je dominante pijn vooral een input is dan kan je een goede revalidatie doen,
maar is de dominante pijn vooral in de output dan is symptoombestrijding
helemaal niet aan de orde. Het is vooral om het motorische te verbeteren.
Het onderscheid tussen intermittende pijn (af en toe optreden) en continue pijn
(constant aanwezig) is belangrijk omdat het kan wijzen op verschillende
onderliggende oorzaken.
Intermittende pijn komt vaak voort uit mechanische factoren, zoals
houding en beweging. Dit betekent dat bepaalde posities of activiteiten de
pijn kunnen verergeren of verlichten.
Continue pijn kan wijzen op ernstigere problematiek, zoals ontsteking,
zenuwbeschadiging of centrale sensitisatie, en is minder afhankelijk van
houding en beweging.
3
, KLACHTENPATROON
Grootste probleem
Andere klachten
Localisatie – kwalieit symptomen
Frequentie – intensiteit symptomen
Symptomengedrag
- Provocatie – reductie
- 24u patroon
Nachtelijke pijn: onderscheid maken of het eerder in het kader is van
ernstige problematiek of eerder dat de P moeite heeft met bepaalde
houdingen.
! kijken na het opstaan als er een probleem is aan de discussen dan is
het 1e half uur heel lastig om te bewegen maar daarna komt het beter.
Maar ook het mechanische component, hoe meer belasting = hoe meer
klachten
TIJDSLIJN – OORZAAK – PROGRESSIE
Start huidige klachten
Waardoor
- Plots – gradueel
- Trauma
- Belasting – belastbaarheid
Progressie
DIVERSEN
Raadplegingen – interventies effect?
Vorige episodes gelijkaardige klachten
Algemene gezondheid rode vlaggen !!
Regiospecifieke vragen
Beroep – hobby – ADL
Familiaal – sociaal
Hulpvraag
VRAGENLIJSTEN
OSWESTRY LBP DISABILITY QUESTIONNAIRE PATIENT SPECIFIC
FUNCTIONING SCALE
Evaluatie op activiteiten niveau
Evidence based handelen
- Betrouwbaarheid
- Valiede
ODI score: /100, PSFS: /30
4