Verdiepend Staats- en bestuusrecht – M
Nicole van Oers
Constitutionele recht in relatie met het Europese recht
College 1
(05-02-2021)
De persoon als burger en de rechten van de burger
Grondrechten = rechten van de mens + burgerrechten
- Rechten hebben is juridisch persoon zijn
o In het procesrecht: legal standing
Stem hebben is juridisch burger zijn
- Burgerrechten zijn de aan de staatsburgers gewaarborgde fundamentele rechten die
hen in staat stellen actif en volledig aan het openbare leven van hun staat deel te
nemen.
- Rechten van de mens komen aan iedere persoon zonder onderscheid toe en
beschermen de menselijke waardigheid
- “burger” nationale verbondenheid
- “persoon” verwijst naar waardigheid van iedere mens, waarvan we verlangen dat
die universeel wordt erkend.
o Absoluut verbod slavernij en van mensonterende behandeling, zoals foltering.
o Vrijheid te gaan en staan waar je wilt, behoudens beperkingen op wettelijke
basis.
Van individueel naar representatie.
- Art. 50 GW: Staten-Generaal vertegenwoordigen het gehele Nederlandse volk
burgerrechten
Wie waren en zijn die burgers?
- 1796: einde uitsluiting van Joden van de gilden
o (geen jood zal worden uitgeslooten van eenige rechten of voordeelen die aan
het Bataafsch Burgerregt verknocht zijn)
- 1863: opheffing slaverij
o (Engeland in 1833 en Frankrijk in 1848)
- 1917: vrouwenkiesrecht
o Passief kiesrecht voor mannen en vrouwen, maar actief kiesrecht alleen voor
mannen
o Bij wet kon actief kiesrecht ook aan vrouwen worden toegekend Wet
Marchant van 28-09-1919
- 1954: één gelijkwaardig staatsburgerschap in het gehel Koninkrijk
- 1956: opheffing handelingsonbekwaamheid van de gehuwde vrouw
Rijkswet op het Nederlanderschap
- Art. 15: in beginsel gaat het Nederlanderschap verloren bij aanvaarding van een
andere nationaliteit, tenzij (lid 2) in het land van de andere nationaliteit is geboren en
ten tijde van de verkrijging daar is verbleven of gedurende 5 dagen hoofdverblijf < 18
jaar of gehuwd met persoon met andere nationaliteit.
HR: Vaststelling Nederlanderschap / ECLI:NL:HR:2015:1749
Art. 15 lid 2 RWN bevat drie uitzonderingen op de hoofdregel van art. 15 lid 1, aanhef en
onder a, RWN, volgens welke het Nederlanderschap verloren gaat bij het aanvaarden van
een andere nationaliteit. Die uitzonderingen houden in dat de Nederlandse nationaliteit niet
verloren gaat indien betrokkene (a) in het land van die andere nationaliteit is geboren en
daar ten tijde van de verkrijging zijn hoofdverblijf heeft, (b) voor het bereiken van de
meerderjarige leeftijd gedurende een onafgebroken periode van tenminste vijf jaren in het
land van die andere nationaliteit zijn hoofdverblijf heeft gehad, of (c) gehuwd is met een
persoon die die andere nationaliteit bezit.
,Wat zijn rechten van de Europese burher volgens de EU-verdragen en het Handvest?
- Artikel 9 VEU: burgerschap van de EU op basis van en naast het nationale
burgerschap (nationaliteit) = artikel 20, eerste lid, VWEU
- Artikel 10 VEU: recht op democratische representatie en participatie
- Artikel 20, tweede lid, VWEU: vrij verkeer, actief en passief kiesrecht EP en
gemeenteraden, diplomatieke en consulaire bescherming en petitierecht, uitgewerkt
in artikelen 21-23 VWEU (vgl. artikelen 39-46 Handvest).
Eman & Sevinger / ECLI:EU:C:2006:545
Beide heren woonachtig op Aruba, wilde deelenemen aan de Europese
parlementsverkiezingen. NL kieswet stond daaraan in de weg, omdat werd bepaald dat
degene die aan de verkiezingen van het Europese parlement konden deelnemen dezelfde
waren als die aan de 2e Kamer. Dat waren degene die op de dag van de kanidaatstelling
Nederlander zijn en degene die op de dag van stemming 18 jaar werden tenzij woonplaats in
Nederlande Antillen (Aruba).
Maar, zeiden zij, wij zijn Unie burger en Koninkrijk der Nederlanden is lid van de EU.
Het beginsel van gelijke behandeling staat er evenwel aan in de weg dat de gekozen
criteria meebrengen dat onderdanen die zich in vergelijkbare situaties bevinden, zonder
objectieve rechtvaardiging ongelijk worden behandeld.
Kiesrecht voor Europese parlementsverkiezingen werd uitgebreid tot ABC eilanden.
HvJ blijft zeggen het is aan de lidstaten om te bepalen wie als Unieburger kan worden
beschouwd.
HvJ stelt daar wel enige zekerheid en eisen aan:
Rottmann / ECLI:EU:V:2010:104
Rottmann was Oosterijkse staatsburger. Werdt verdacht van fraude. Verhuisde naar
Duitsland (Beieren). Vroeg daar Duitse nationaliteit aan. Verzweeg dat strafrechtelijk
onderzoek in Oosterijk liep, wat in Duitsland reden was tot weigeren toekennen burgerschap.
Duitsburgerschap afgepakt en door Duitser te worden geen Oosterijker meer. Verliest
daarmee ook zijn Unieburgerschap.
Kan dat?
Het Unierecht, met name artikel 17 EG (artikel 20 VWEU), verzet zich er niet tegen dat
een lidstaat de door naturalisatie verkregen nationaliteit van die lidstaat van een burger van
de Unie intrekt wanneer deze door bedrog werd verkregen, mits deze intrekkingsbeslissing in
overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel is.
Evenredigheidsbeginsel is makkelijk in te passen bij uitdrukkelijk besluit wat wordt genomen
door BO.
Rottmann bezat de Oosterijkse nationaliteit en kreeg de Duitse. Hij verloor de Oosterijkse,
maar voor het indienen van het naturalisatieverzoek bleek dat hij iets crimineels hebt
gedaan. Hierdoor zou het verzoek worden ingediend en zou Rottmann staatsloos worden.
Aan het Hof wordt door BveRFG 2 vragen voorgelegd.
Globaal: ‘Wat heeft het Unierecht over het verkrijgen en verlies van nationaliteit van een
lidstaat te zeggen?’
Meer specifiek: ‘Verzet het burgerschap van de Unie zich tegen intrekking van de
nationaliteit die door bedrog van de betrokkenen is verkregen?’
EU evenredigheidstoets geïntroduceerd.
Staatsloos: iemand die door geen enkele staat als onderdaan wordt beschouwd. Persoon
heeft dus geen enkele nationaliteit. Staten willen staatsloosheid graag vermeiden, omdat ze
hebben geen nationaliteit maar houden zich we binnen de grenzen op.
Tjebbes / ECLI:EU:C:2019:189
,Tjebbes deed aanvraag Nederlands paspoort. Ruim 10 jaar na het verkrijgen van haar
laatste paspoort. In beginsel burgerschap vervallen want > 10 jaar dubbele nationaliteit en
Europese burgerschap verviel dus ook want Amerika.
Dit was geen explicitie beslissing, maar nationaliteit vervalt van rechtswege. Geldt de
evenredigheidstoets dan ook en in gelijke mate?
Gelet op een en ander dient op de prejudiciële vraag te worden geantwoord dat artikel 20
VWEU, gelezen in het licht van de artikelen 7 en 24 van het Handvest, aldus moet worden
uitgelegd dat het niet in de weg staat aan een wettelijke regeling van een lidstaat, zoals die
welke in het hoofdgeding aan de orde is, op grond waarvan de nationaliteit van die lidstaat in
bepaalde omstandigheden van rechtswege verloren gaat, wat voor personen die niet tevens
de nationaliteit van een andere lidstaat hebben, het verlies van hun burgerschap van de Unie
en de daaraan verbonden rechten met zich meebrengt,
mits de bevoegde nationale autoriteiten, waaronder in voorkomend geval de nationale
rechterlijke instanties, incidenteel kunnen onderzoeken welke gevolgen dat
nationaliteitsverlies heeft en eventueel ervoor kunnen zorgen dat de betrokken personen met
terugwerkende kracht de nationaliteit herkrijgen wanneer zij een aanvraag indienen voor een
reisdocument of enig ander document waaruit hun nationaliteit blijkt.
In het kader van dat onderzoek dienen die autoriteiten en rechterlijke instanties na te gaan of
het verlies van de nationaliteit van de betrokken lidstaat, dat het verlies van het burgerschap
van de Unie met zich meebrengt, in overeenstemming is met het evenredigheidsbeginsel wat
de gevolgen ervan voor de situatie van elke betrokkene en in voorkomend geval voor die van
zijn gezinsleden uit het oogpunt van het Unierecht betreft.
Worden prejudiciële vragen gesteld aan het Hof.
Hier gaat nationaliteit automatisch verloren, waardoor moet worden bekeken of
evenredigheidstoetsing nog kan. Maar Nationalte regels hebben die evenredigheidstoets er
in zitten.
Zegt iets over of RWN stroken met het Unierecht en geeft het aan hoe EHRM:
Rottmann nu het beste kan worden toegepast.
Ruiz Zambrano / ECLI:EU:C:2011:124
Een Colombiaans staatsburger, ontvluchtte de burgeroorlog in Colombia. Vluchtte naar
België, vroeg daar asiel aan en werd niet verleend. Vrouw en oudse kind (Colombiaanse
staatsburgers) volgden. Krijgt geen verblijfstatus en moet het land uit.
Er is een novum, een 2e en later 3e kindje. Die zijn geen Colombiaans staatsburger want er is
geen verzoek gedaan, dus zijn Belgische Staatsburgers en daarmee wel Europees
Staatsburger, want zij zijn geboren in België.
Wat betekent het Belgisch en Unie staatsburgersschap van deze 2 kindjes voor het
verblijfsrecht en het recht om te werk gesteld te worden van vader?
Relevantie dit arrest gaat heel ver.
Recht op kinderbijslag alleen voor afgeleide ingezetene.
Artikel 20 VWEU moet aldus worden uitgelegd dat het zich ertegen verzet dat een lidstaat
aan een staatsburger van een derde staat, die zijn kinderen van jonge leeftijd,
burgers van de Unie, ten laste heeft, het recht van verblijf ontzegt in de lidstaat
waar deze kinderen verblijven en waarvan zij de nationaliteit bezitten, en hem
bovendien een arbeidsvergunning weigert, aangezien dergelijke beslissingen de
betrokken kinderen het effectieve genot van de belangrijkste aan de status van
burger van de Unie ontleende rechten ontzeggen.
Rechtsbescherming
- Democratie en rechtsstaat zijn niet los verkrijgbaar: we zijn niet overgeleverd aan de
macht van de sterkere, we kunnen met vertrouwen onze levensplannen realiseren;
maar wie dat belet, wordt gecorrigeerd, volgens de procedures van het recht.
- Procesrecht is daarbij onmisbaar: in het privaatrecht, het strafrecht, het
bestuursrecht, en ook in het staatsrecht en het internationale recht.
- Maar dan moeten procedures wel eerlijk zijn:
o due process (procedural): fair and impartial judicial proceedings operating
according to established rules and principles;
, o due process (substantive): the principle that laws and regulations must serve
the legitimate interests of government and may not be arbitrary or unfair.
Constitutionele toetsing
- Art. 120 Gw (Harmonisatiewet-arrest): toetsing grondwettigheid van wetten is
voorbehouden aan de wetgever
- Wél een constitutionele toets, maar beperkt tot fase van totstandkoming van
wetgeving: Raad van State en Eerste Kamer.
- Wél is toetsing van wetgeving in formele zin mogelijk aan direct werkend Europees
en internationaal recht
o (art. 93 en 94 Gw)
- Pogingen om rechterlijke constitutionele toetsing van wetgeving mogelijk te maken:
wetsvoorstel Halsema
o (na eerste ronde, uiteindelijk bij brief van 18 september 2018 ingetrokken)
Wat zijn de achterliggende redenen van historische bezwaren?
- Ondermijning soevereiniteit wetgever
- Democratische legitimatie wetgever
- Rechter is niet gelegitimeerd om (rechts)politieke keuzen te maken
- Zie in dit verband de recente uitlatingen van Baudet over de ´dikastocratie´
Commissie Remkes (Staatscommissie parementair stelsel)
- Behoefte aan rechterlijke constitutionele toetsing van wetgeving? Afnemende
normatieve kracht van de wet (kaderwetgeving), verminderde aandacht voor de
kwaliteit van wetgeving en toenemende behoefte aan rechtsbescherming tegen
wetgeving.
- Rechterlijke toetsing ex post door de rechter aan met name genoemde (klassieke)
grondrechten
- Geconcentreerde of gespreide toetsing?
Een constitutioneel Hof?
Commissie Remkes:
- Versterking weerbaarheid democratische rechtsstaat
- Versterkt normatieve kracht en maatschappelijke betekenis Grondwet
- Bevorderen van institutioneel evenwicht en samenspel tussen de staatsmachten
- Versterking rechtspositie burger
Waarom een constitutioneel Hof?
- Concentratie bevordert de rechtseenheid en rechtszekerheid
- Toetsing aan Grondwet is van een andere orde dan toetsing aan verdragen
Rechtsontwikkeling in het bestuursrecht
- Invoering onafhanelijke bestuursrechtspraak
- Staat niet los van economie, politiek en samenleving, maar is ermee in
wisselwerking ,met als specifieke, constitutionele oopdracht aan de rechter om in
onafhankelijkheid de rechten van het individu te waarborgen.
- Voor legitimiteit van democratisch staatsbestuur is het bestaan van tegen-machten
onmisbaar.
College 2
(12-02-2021)
Bestraffing, handhaving en preventie in het bestuursrecht
Normeren en dwingen
De democratische constitutie van een rechtsstraat suggereert dat we legitieme rechtsnormen
naleven omdat “wij” ze “zelf” hebben aanvaard. Maar wie zijn “wij zelf?” De meerderheid die
zich manifesteert in verkiezingen en kabinetsformaties?
Het is een illusie dat rechtsnormen spontaan door iedereen worden nageleefd. Dit leidt tot de
vraag naar de handhaving an normen (to enforce, enforceability)
Nicole van Oers
Constitutionele recht in relatie met het Europese recht
College 1
(05-02-2021)
De persoon als burger en de rechten van de burger
Grondrechten = rechten van de mens + burgerrechten
- Rechten hebben is juridisch persoon zijn
o In het procesrecht: legal standing
Stem hebben is juridisch burger zijn
- Burgerrechten zijn de aan de staatsburgers gewaarborgde fundamentele rechten die
hen in staat stellen actif en volledig aan het openbare leven van hun staat deel te
nemen.
- Rechten van de mens komen aan iedere persoon zonder onderscheid toe en
beschermen de menselijke waardigheid
- “burger” nationale verbondenheid
- “persoon” verwijst naar waardigheid van iedere mens, waarvan we verlangen dat
die universeel wordt erkend.
o Absoluut verbod slavernij en van mensonterende behandeling, zoals foltering.
o Vrijheid te gaan en staan waar je wilt, behoudens beperkingen op wettelijke
basis.
Van individueel naar representatie.
- Art. 50 GW: Staten-Generaal vertegenwoordigen het gehele Nederlandse volk
burgerrechten
Wie waren en zijn die burgers?
- 1796: einde uitsluiting van Joden van de gilden
o (geen jood zal worden uitgeslooten van eenige rechten of voordeelen die aan
het Bataafsch Burgerregt verknocht zijn)
- 1863: opheffing slaverij
o (Engeland in 1833 en Frankrijk in 1848)
- 1917: vrouwenkiesrecht
o Passief kiesrecht voor mannen en vrouwen, maar actief kiesrecht alleen voor
mannen
o Bij wet kon actief kiesrecht ook aan vrouwen worden toegekend Wet
Marchant van 28-09-1919
- 1954: één gelijkwaardig staatsburgerschap in het gehel Koninkrijk
- 1956: opheffing handelingsonbekwaamheid van de gehuwde vrouw
Rijkswet op het Nederlanderschap
- Art. 15: in beginsel gaat het Nederlanderschap verloren bij aanvaarding van een
andere nationaliteit, tenzij (lid 2) in het land van de andere nationaliteit is geboren en
ten tijde van de verkrijging daar is verbleven of gedurende 5 dagen hoofdverblijf < 18
jaar of gehuwd met persoon met andere nationaliteit.
HR: Vaststelling Nederlanderschap / ECLI:NL:HR:2015:1749
Art. 15 lid 2 RWN bevat drie uitzonderingen op de hoofdregel van art. 15 lid 1, aanhef en
onder a, RWN, volgens welke het Nederlanderschap verloren gaat bij het aanvaarden van
een andere nationaliteit. Die uitzonderingen houden in dat de Nederlandse nationaliteit niet
verloren gaat indien betrokkene (a) in het land van die andere nationaliteit is geboren en
daar ten tijde van de verkrijging zijn hoofdverblijf heeft, (b) voor het bereiken van de
meerderjarige leeftijd gedurende een onafgebroken periode van tenminste vijf jaren in het
land van die andere nationaliteit zijn hoofdverblijf heeft gehad, of (c) gehuwd is met een
persoon die die andere nationaliteit bezit.
,Wat zijn rechten van de Europese burher volgens de EU-verdragen en het Handvest?
- Artikel 9 VEU: burgerschap van de EU op basis van en naast het nationale
burgerschap (nationaliteit) = artikel 20, eerste lid, VWEU
- Artikel 10 VEU: recht op democratische representatie en participatie
- Artikel 20, tweede lid, VWEU: vrij verkeer, actief en passief kiesrecht EP en
gemeenteraden, diplomatieke en consulaire bescherming en petitierecht, uitgewerkt
in artikelen 21-23 VWEU (vgl. artikelen 39-46 Handvest).
Eman & Sevinger / ECLI:EU:C:2006:545
Beide heren woonachtig op Aruba, wilde deelenemen aan de Europese
parlementsverkiezingen. NL kieswet stond daaraan in de weg, omdat werd bepaald dat
degene die aan de verkiezingen van het Europese parlement konden deelnemen dezelfde
waren als die aan de 2e Kamer. Dat waren degene die op de dag van de kanidaatstelling
Nederlander zijn en degene die op de dag van stemming 18 jaar werden tenzij woonplaats in
Nederlande Antillen (Aruba).
Maar, zeiden zij, wij zijn Unie burger en Koninkrijk der Nederlanden is lid van de EU.
Het beginsel van gelijke behandeling staat er evenwel aan in de weg dat de gekozen
criteria meebrengen dat onderdanen die zich in vergelijkbare situaties bevinden, zonder
objectieve rechtvaardiging ongelijk worden behandeld.
Kiesrecht voor Europese parlementsverkiezingen werd uitgebreid tot ABC eilanden.
HvJ blijft zeggen het is aan de lidstaten om te bepalen wie als Unieburger kan worden
beschouwd.
HvJ stelt daar wel enige zekerheid en eisen aan:
Rottmann / ECLI:EU:V:2010:104
Rottmann was Oosterijkse staatsburger. Werdt verdacht van fraude. Verhuisde naar
Duitsland (Beieren). Vroeg daar Duitse nationaliteit aan. Verzweeg dat strafrechtelijk
onderzoek in Oosterijk liep, wat in Duitsland reden was tot weigeren toekennen burgerschap.
Duitsburgerschap afgepakt en door Duitser te worden geen Oosterijker meer. Verliest
daarmee ook zijn Unieburgerschap.
Kan dat?
Het Unierecht, met name artikel 17 EG (artikel 20 VWEU), verzet zich er niet tegen dat
een lidstaat de door naturalisatie verkregen nationaliteit van die lidstaat van een burger van
de Unie intrekt wanneer deze door bedrog werd verkregen, mits deze intrekkingsbeslissing in
overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel is.
Evenredigheidsbeginsel is makkelijk in te passen bij uitdrukkelijk besluit wat wordt genomen
door BO.
Rottmann bezat de Oosterijkse nationaliteit en kreeg de Duitse. Hij verloor de Oosterijkse,
maar voor het indienen van het naturalisatieverzoek bleek dat hij iets crimineels hebt
gedaan. Hierdoor zou het verzoek worden ingediend en zou Rottmann staatsloos worden.
Aan het Hof wordt door BveRFG 2 vragen voorgelegd.
Globaal: ‘Wat heeft het Unierecht over het verkrijgen en verlies van nationaliteit van een
lidstaat te zeggen?’
Meer specifiek: ‘Verzet het burgerschap van de Unie zich tegen intrekking van de
nationaliteit die door bedrog van de betrokkenen is verkregen?’
EU evenredigheidstoets geïntroduceerd.
Staatsloos: iemand die door geen enkele staat als onderdaan wordt beschouwd. Persoon
heeft dus geen enkele nationaliteit. Staten willen staatsloosheid graag vermeiden, omdat ze
hebben geen nationaliteit maar houden zich we binnen de grenzen op.
Tjebbes / ECLI:EU:C:2019:189
,Tjebbes deed aanvraag Nederlands paspoort. Ruim 10 jaar na het verkrijgen van haar
laatste paspoort. In beginsel burgerschap vervallen want > 10 jaar dubbele nationaliteit en
Europese burgerschap verviel dus ook want Amerika.
Dit was geen explicitie beslissing, maar nationaliteit vervalt van rechtswege. Geldt de
evenredigheidstoets dan ook en in gelijke mate?
Gelet op een en ander dient op de prejudiciële vraag te worden geantwoord dat artikel 20
VWEU, gelezen in het licht van de artikelen 7 en 24 van het Handvest, aldus moet worden
uitgelegd dat het niet in de weg staat aan een wettelijke regeling van een lidstaat, zoals die
welke in het hoofdgeding aan de orde is, op grond waarvan de nationaliteit van die lidstaat in
bepaalde omstandigheden van rechtswege verloren gaat, wat voor personen die niet tevens
de nationaliteit van een andere lidstaat hebben, het verlies van hun burgerschap van de Unie
en de daaraan verbonden rechten met zich meebrengt,
mits de bevoegde nationale autoriteiten, waaronder in voorkomend geval de nationale
rechterlijke instanties, incidenteel kunnen onderzoeken welke gevolgen dat
nationaliteitsverlies heeft en eventueel ervoor kunnen zorgen dat de betrokken personen met
terugwerkende kracht de nationaliteit herkrijgen wanneer zij een aanvraag indienen voor een
reisdocument of enig ander document waaruit hun nationaliteit blijkt.
In het kader van dat onderzoek dienen die autoriteiten en rechterlijke instanties na te gaan of
het verlies van de nationaliteit van de betrokken lidstaat, dat het verlies van het burgerschap
van de Unie met zich meebrengt, in overeenstemming is met het evenredigheidsbeginsel wat
de gevolgen ervan voor de situatie van elke betrokkene en in voorkomend geval voor die van
zijn gezinsleden uit het oogpunt van het Unierecht betreft.
Worden prejudiciële vragen gesteld aan het Hof.
Hier gaat nationaliteit automatisch verloren, waardoor moet worden bekeken of
evenredigheidstoetsing nog kan. Maar Nationalte regels hebben die evenredigheidstoets er
in zitten.
Zegt iets over of RWN stroken met het Unierecht en geeft het aan hoe EHRM:
Rottmann nu het beste kan worden toegepast.
Ruiz Zambrano / ECLI:EU:C:2011:124
Een Colombiaans staatsburger, ontvluchtte de burgeroorlog in Colombia. Vluchtte naar
België, vroeg daar asiel aan en werd niet verleend. Vrouw en oudse kind (Colombiaanse
staatsburgers) volgden. Krijgt geen verblijfstatus en moet het land uit.
Er is een novum, een 2e en later 3e kindje. Die zijn geen Colombiaans staatsburger want er is
geen verzoek gedaan, dus zijn Belgische Staatsburgers en daarmee wel Europees
Staatsburger, want zij zijn geboren in België.
Wat betekent het Belgisch en Unie staatsburgersschap van deze 2 kindjes voor het
verblijfsrecht en het recht om te werk gesteld te worden van vader?
Relevantie dit arrest gaat heel ver.
Recht op kinderbijslag alleen voor afgeleide ingezetene.
Artikel 20 VWEU moet aldus worden uitgelegd dat het zich ertegen verzet dat een lidstaat
aan een staatsburger van een derde staat, die zijn kinderen van jonge leeftijd,
burgers van de Unie, ten laste heeft, het recht van verblijf ontzegt in de lidstaat
waar deze kinderen verblijven en waarvan zij de nationaliteit bezitten, en hem
bovendien een arbeidsvergunning weigert, aangezien dergelijke beslissingen de
betrokken kinderen het effectieve genot van de belangrijkste aan de status van
burger van de Unie ontleende rechten ontzeggen.
Rechtsbescherming
- Democratie en rechtsstaat zijn niet los verkrijgbaar: we zijn niet overgeleverd aan de
macht van de sterkere, we kunnen met vertrouwen onze levensplannen realiseren;
maar wie dat belet, wordt gecorrigeerd, volgens de procedures van het recht.
- Procesrecht is daarbij onmisbaar: in het privaatrecht, het strafrecht, het
bestuursrecht, en ook in het staatsrecht en het internationale recht.
- Maar dan moeten procedures wel eerlijk zijn:
o due process (procedural): fair and impartial judicial proceedings operating
according to established rules and principles;
, o due process (substantive): the principle that laws and regulations must serve
the legitimate interests of government and may not be arbitrary or unfair.
Constitutionele toetsing
- Art. 120 Gw (Harmonisatiewet-arrest): toetsing grondwettigheid van wetten is
voorbehouden aan de wetgever
- Wél een constitutionele toets, maar beperkt tot fase van totstandkoming van
wetgeving: Raad van State en Eerste Kamer.
- Wél is toetsing van wetgeving in formele zin mogelijk aan direct werkend Europees
en internationaal recht
o (art. 93 en 94 Gw)
- Pogingen om rechterlijke constitutionele toetsing van wetgeving mogelijk te maken:
wetsvoorstel Halsema
o (na eerste ronde, uiteindelijk bij brief van 18 september 2018 ingetrokken)
Wat zijn de achterliggende redenen van historische bezwaren?
- Ondermijning soevereiniteit wetgever
- Democratische legitimatie wetgever
- Rechter is niet gelegitimeerd om (rechts)politieke keuzen te maken
- Zie in dit verband de recente uitlatingen van Baudet over de ´dikastocratie´
Commissie Remkes (Staatscommissie parementair stelsel)
- Behoefte aan rechterlijke constitutionele toetsing van wetgeving? Afnemende
normatieve kracht van de wet (kaderwetgeving), verminderde aandacht voor de
kwaliteit van wetgeving en toenemende behoefte aan rechtsbescherming tegen
wetgeving.
- Rechterlijke toetsing ex post door de rechter aan met name genoemde (klassieke)
grondrechten
- Geconcentreerde of gespreide toetsing?
Een constitutioneel Hof?
Commissie Remkes:
- Versterking weerbaarheid democratische rechtsstaat
- Versterkt normatieve kracht en maatschappelijke betekenis Grondwet
- Bevorderen van institutioneel evenwicht en samenspel tussen de staatsmachten
- Versterking rechtspositie burger
Waarom een constitutioneel Hof?
- Concentratie bevordert de rechtseenheid en rechtszekerheid
- Toetsing aan Grondwet is van een andere orde dan toetsing aan verdragen
Rechtsontwikkeling in het bestuursrecht
- Invoering onafhanelijke bestuursrechtspraak
- Staat niet los van economie, politiek en samenleving, maar is ermee in
wisselwerking ,met als specifieke, constitutionele oopdracht aan de rechter om in
onafhankelijkheid de rechten van het individu te waarborgen.
- Voor legitimiteit van democratisch staatsbestuur is het bestaan van tegen-machten
onmisbaar.
College 2
(12-02-2021)
Bestraffing, handhaving en preventie in het bestuursrecht
Normeren en dwingen
De democratische constitutie van een rechtsstraat suggereert dat we legitieme rechtsnormen
naleven omdat “wij” ze “zelf” hebben aanvaard. Maar wie zijn “wij zelf?” De meerderheid die
zich manifesteert in verkiezingen en kabinetsformaties?
Het is een illusie dat rechtsnormen spontaan door iedereen worden nageleefd. Dit leidt tot de
vraag naar de handhaving an normen (to enforce, enforceability)