Hoofdstuk 1: Inleiding op bodemkunde
➔ Waarom bodemkunde?
• Bodemkunde bestudeert hoe bodems ontstaan, functioneren en gebruikt worden.
• Het beheer van bodems heeft rechtstreekse gevolgen voor wereldproblemen:
o Slecht bodembeheer → lagere opbrengsten → ondervoeding en hoge
voedselprijzen
o Uitspoeling van nutriënten → vervuiling van rivieren
o Overmatig oppompen → grondwaterproblemen
o Nitraatuitspoeling → problemen voor drinkwater
o Winning van grondstoffen tast bodems aan
o Bodems slaan koolstof op → rol in klimaatverandering
o Bodem is leefgebied → biodiversiteit
▪ Biodiversiteit groter onder de grond dan boven de grond
= Conclusie: zonder gezonde bodems geen duurzame landbouw of leefmilieu!
➔ Ecosysteemdiensten van de bodem
• Bodems leveren “diensten” aan mens en
natuur:
o Voedselproductie
o Wateropslag en -zuivering
o Koolstofopslag
o Leefgebied voor organismen/
o …
= Vier soorten ecosysteemdiensten:
• Productie (Provisioning): voedsel, hout, medicijnen
• Regulatie (Regulating): klimaat, lucht, water, ziektebestrijding
• Ondersteuning (Supporting): bodemvorming, bestuiving
• Cultureel (Cultural): ontspanning, inspiratie, welzijn
➔ EU Soil Mission for 2030
• EU-initiatief om bodems in Europa gezond te maken tegen 2030
• Onderdeel van Horizon Europe (A Soil Deal for Europe)
• Focus op duurzame landbouw, biodiversiteit en klimaat
• 100 Living Labs & Lighthouses om oplossingen in de praktijk te testen
• Doel: minder erosie, vervuiling en bodemuitputting, meer bewustwording, C in
grond houden,…
, ➔ Definitie bodem
• Bodem is:
o Standplaats voor vegetatie
o Raakvlak tussen:
▪ Lithosfeer (aarde)
▪ Atmosfeer (lucht)
▪ Hydrosfeer (water)
▪ Biosfeer (leven)
• Bodemkunde = pedologie
= De bodem is dus geen dood materiaal, maar een actief systeem.
➔ Waaruit bestaat onze bodem?
• Minerale deeltjes (zand, leem, klei)
• Organische stof (plantenresten, humus, wortels)
• Water
• Lucht
• Bodemleven (bacteriën, wormen, schimmels)
➔ Bodemtextuur vs bodemstructuur
• Bodemtextuur
o Hoeveel zand, leem en klei
o Verandert niet gemakkelijk
o Relatieve aandeel van de
klassen van de grondkorreltjes
• Bodemstructuur
o Hoe de deeltjes
samenklitten
o Goed evenwicht
tussen vaste delen en
poriën (lucht + water)
o Kan verbeteren of
verslechteren door
bodembeheer
➔ Bodemvruchtbaarheid
• Bepaalt hoe goed planten:
o Water
o Voedingsstoffen
o Zuurstof
kunnen opnemen
• Afhankelijk van:
o Chemische eigenschappen (pH, nutriënten)
o Fysische eigenschappen (structuur, textuur)
o Biologische eigenschappen (bodemleven)
, ➔ Geschiktheid voor landbouw
• Aardopp.= 70% water + 30% land
• Slechts 11% daarvan geschikt voor landbouw
• → maar ±3% van de aarde voedt de mens
= Daarom is bodembehoud cruciaal.
➔ Bemesting
• Bemesting is het economisch en ecologisch verantwoord aanvoeren van
voedingsstoffen voor planten.
= Doel is zowel optimale plantengroei als het in stand houden of verbeteren van
bodemeigenschappen.
• Planten hebben:
o hoofdelementen nodig (N, P, K, S, Ca, Mg)
o sporenelementen (zoals Fe, Mn, Zn, Cu, B, Cl).
• In de landbouw is bemesting streng gereguleerd via mestactieplannen (MAP) om
milieuvervuiling te beperken.
! verschil tussen micro en macronutriënten
kennen, weten welke wat is!
Macro-elementen: N, P, K, S, Ca, Mg
Micro-elementen: Fe, Mn, Zn, Cu, Mo, Cl, B,…
➔ Soorten meststoffen
• Organische meststoffen
o Afkomstig van organisch materiaal (mest, compost, plantenresten).
o Leveren zowel nutriënten als organische stof (humus).
o Niet alle nutriënten zijn meteen beschikbaar → werking is trager en minder
voorspelbaar.
o Bemestingswaarde wordt bepaald via analyse of forfait en een
werkingscoëfficiënt.
• Kunstmeststoffen
o Geproduceerd door de mijnbouw en/of chemische industrie.
o Nutriënten zijn snel en volledig (100%) plantopneembaar.
o Exacte samenstelling is gekend en uitgedrukt in % voedingsstof
bv. N, P₂O₅, K₂O
o Vooral gericht op directe voeding, niet op humusopbouw.
, Hoofdstuk 2: Bodemvorming en bodemsamenstelling
➔ Platentektoniek
• Aardkorst bestaat uit platen die bewegen
• Bodems ontstaan op deze dynamische
aardkorst!
• Opbouw aarde:
o Korst
o Mantel
o Kern
• Lithosfeer drijft op asthenosfeer (warme soep
van chemische elementen)
• Aan plaatranden ontstaat dynamiek:
o Aardbevingen
o Vulkanisme
o Gebergtevorming
= Deze processen bepalen welk gesteente aan de basis ligt van een bodem.
➔ Continentale plaat vs. Oceanische platen
• Continentale: oceaan als continent bevatten
• Oceanische: enkel oceanen
Vb: convergentie van Nazcaplaat (oceanisch) en Zuid-Amerikaanse
plaat (continentale): sub-ductiemet °(vulkanisch!) kustgebergte (land
onder land gaat omhoog: °Andes) en diepzeetroggen
= Oceanisch + continentaal:
• Subductie
• Vulkanisch kustgebergte
• Diepzeetrog
• Voorbeeld: Nazcaplaat + Zuid-Amerikaanse plaat → Andes
Vb: convergentie van Indische plaat (continentaal) en Euraziatische plaat
(continentaal): °Himalaya; GEEN vulkanisme (vb. rechts: °Alpen, opheffing
Midd. Zee)
= Continentaal + continentaal:
• Geen subductie
• Gebergtevorming
• Geen vulkanisme
• Voorbeeld: Indische + Euraziatische plaat → Himalaya
o Ook: Alpen, opheffing Middellandse Zee